Posts tonen met het label politicus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politicus. Alle posts tonen

woensdag 27 oktober 2010

Néstor Kirchner : President en "First Gentleman"

Hoe je het ook draait of keert, Néstor Carlos Kirchener was waarschijnlijk de meest invloedrijke politicus van Argentinië sinds het tijdperk van de Peróns.

Kircherner, van Duits-Kroatische afkomst, groeide op in het zuiden van het land. Hij werd eerst burgemeester van zijn thuisstad Rio Gallegos en vervolgens provinciegouverneur. Omdat hij uit het diepe zuiden kwam, kregen zijn volgelingen al snel "Pinguins" als bijnaam.

Hij kwam bijna per ongeluk aan de macht: in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen voor 2003 haalde hij amper 22%. Zijn tegenstander, de voormalige president Carlos Menem, trok zich echter terug uit de race, zodat Kirchner als enige deftige kandidaat overbleef.

En eens hij aan de macht was, voerde hij een hele resem hervormingen door die het land uit het slop haalden waar het de voorbije decennia in terecht gekomen was. Op economisch gebied trok hij de economie weer op gang door de massale schuldenberg van Argentinië aan te pakken. Door in sojaproductie te investeren, gaf hij het land een boost dat het al in jaren niet meer ervaren had.

Maar het was vooral op het gebied van de mensenrechten dat Kirchner ophef maakte. Na de dictatuur van 1976-83 waren er twee amnestiewetten van kracht, die de militairen die het wat bont gemaakt hadden in die obscure jaren beschermde.

Al snel sprak men van het K-Tijdperk: Kirchner werd bijgestaan door zijn vrouw, Cristina, met wie hij in feite een politieke tandem vormde. Zij volgde hem ook op toen zijn ambtstermijn in 2007 afliep. Kircherner werd zo de "First Gentleman" van Argentinië. Beiden waren lid van de Perónistische partij, die nog steeds veel invloed heeft in het land. Kirchner zat niet stil en nam de leiding over van de Perónisten. Achter de schermen bleef hij volgens de geruchtenmolen rustig verder regeren.

Er gingen al geruchten de ronde dat Kirchner in 2011 terug voor de presidentiële sjerp zou gaan, om zijn vrouw op te volgen en het Kirchnertijdperk nog wat te verlengen, maar een hartfalen maakte een abrupt einde aan die ambitie.

Néstor Kirchner werd 60.

zaterdag 10 april 2010

Lech Kaczyński : De crash van de Poolse adelaar

97 doden. Dat is de voorlopige balans van de crash van een Poolse Tu-154. Het gebeurt helaas wel meer dat er een vliegtuig naar beneden dondert, maar op dit specifieke vliegtuig zat het grootste deel van de Poolse regering, die op weg was naar de herdenking van Katyn, waar in 1940 de massamoord op Poolse officieren plaatsvond. Polen is nu bijna politiek onthoofd. Slachtoffer nummer 1 is de Poolse president, Lech Kaczyński.
Samen met zijn identieke tweelingbroer Jarosław vormde hij in 2006-2007 een unieke tandem op het Europese politieke toneel. Waar Lech sinds 2005 de Poolse president was, diende vlak onder hem, als zijn eerste minister, zijn broer Jarosław. Los van de potentiële protocollaire problemen die een identieke tweeling als top van de Poolse regering met zich kon meebrengen - hou ze maar eens uit elkaar - ontpopten de twee broertjes zich voor het Europese establishment al snel als een soort van evil twins.
Vers vanonder de rode bot van de Sovjetunie, stapte Polen al snel mee in de Europese Unie. Maar dan kwam in 2005 Lech Kaczyński aan de macht en gingen de poppen al snel aan het dansen. De nieuwe president was op zijn zachtst gezegd een nationalist, die vurig overtuigd was van het Poolse gelijk. En de Polen vonden het geweldig. De rest van Europa zat met de handen in het haar.
Kaczyński was in 2002 burgemeester van Warschau geworden, een eerste stap naar het hoogste ambt. Daar liet hij al van zich horen door zich voor de doodstraf uit te spreken en blijk te geven van een extreem zwaar geval van homofobie. De jaarlijkse gay parade in de stad verbood hij gewoon, omdat het de "homoseksuele levensstijl" zou promoten. Het klonk bijna of heel Warschau homo zou worden. Tegendemonstraties gingen wel, zoals in 2005, met de "Parade van de Normaliteit". Kaczyński had ook een grondige hekel aan Duitsers (wat ergens wel terecht was, gezien het gezamenlijke verleden van de beide landen, maar onder Kaczyński liep het wel de spuigaten uit).
Als president wierp hij zich op als de Poolse De Gaulle en eiste hij een grondige hervorming van de republiek. Maar het was vooral op het buitenlandse toneel dat hij "schitterde" en het enfant terrible van de Unie werd. Al snel lag hij met Rusland in de clinch over aardgas, vlees en groenten. De Duitsers joeg hij tegen zich in het harnas door constant te verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog, zelfs al was die ondertussen al 60 jaar gedaan. Kaczyński dreigde zelfs om het grensverdrag met Duitsland te herzien.
Vanaf 2007 moest hij zijn politieke aartsrivaal Donald Tusk tolereren als eerste minister. Ook met hem ging de president geregeld de boksring in. Tot een dichte mist een einde maakte aan het leven van de president. Met hem stierven onder meer de chefstaf van het Poolse leger, de gouverneur van de centrale bank en de crème van de Poolse historici. Tusk barstte in tranen uit toen hij het nieuws hoorde.
Lech Kaczyński werd 60.

woensdag 17 maart 2010

Pak Nam-gi : De Noord-Koreaanse zondebok

Als sommige politici in ons Belgenland nog eens klagen dat ze het moeilijk hebben, moeten ze de volgende keer maar eens aan Pak Nam-gi denken. De onfortuinlijke Noord-Koreaan overzag in november 2009 de reëvaluatie van de Noord-Koreaanse munteenheid, de won. Die is - op zijn zachtst gezegd - compleet de mist ingegaan.

Nu, de economie van Noord-Korea staat al niet bekend als de meest dynamische en gezondste aller tijden (weer een mooie understatement), maar de financiële krachttoer van Pak Nam-gi maakte het hele spel zo mogelijk nog chaotischer. Probleem voor Pak was echter dat de Geliefde Leider, de alwetende en onfeilbare Kim Jong-il, volop bezig is met zijn opvolging te regelen. In de Noord-Koreaanse, Stalinistische versie van het communisme dat ze daar aanhangen is het ondertussen al de gewoonte dat de vader de zoon opvolgt. De voormalige Grote Leider, Kim Il-sung, werd gevolgd door de Geliefde Leider, Kim Jong-il. Die laatste is nu zijn derde zoontje, Kim Jong-un, aan het klaarstomen voor de macht. Kim 3 wordt nu al aangeduid als de Dierbare Kameraad. Een economische crisis kan de Geliefde Leider missen als kiespijn. Vooral als daardoor het merendeel van de Noord-Koreanen hun spaarcentjes kwijtspelen (veel zullen ze toch al niet hebben gehad, maar bon).


En daarom werd Pak Nam-gi, Directeur van het Plan- en Financiëndepartement van de Noord-Koreaanse Arbeiderspartij, vakkundig tegen de muur gezet. Letterlijk. De "bourgeoiszoon die samenzweerde om de rangen van de revolutionairen te infiltreren om de nationale economie te vernietigen" werd geëxecuteerd door een vuurpeloton.

woensdag 10 februari 2010

Charlie Wilson : Charlie Wilson's War

Als er Amerikaanse soldaten een kogel in hun bast krijgen in Afghanistan, is dat ergens wel aan Charles Nesbitt Wilson te danken. De Texaan was van 1973 tot 1996 lid van het U.S. House of Representatives. In die hoedanigheid speelde hij achter de schermen een grote rol in de steun van het Congress aan Operation Cyclone. Operation Cyclone was de de grootste covert operation die de CIA ooit heeft ondernomen. Het doel: het leveren van militair materiaal en paramilitaire trainingsofficieren aan de Afghaanse Mujahideen in de jaren '80, die toen in volle oorlog waren met de Sovjets.
Dankzij Charlie Wilson pompte de Reagan-administratie miljoenen dollars naar het Afghaanse verzet. De Mujahideen wonnen het pleit uiteindelijk voor een groot deel dankzij de Amerikaanse Stingers, die het ene Sovjetvliegtuig na het andere uit de lucht schoten.

Later zouden dezelfde wapens die de Amerikanen geleverd hadden om tegen de Sovjets gebruikt te worden, zich tegen henzelve keren. Wilson's Stingers vlogen nu achter Amerikaanse vliegtuigen en menig kogel uit een Taliban-geweer werd ooit betaald door de Amerikaanse belastingsbetaler, om van het geweer zelf nog maar te zwijgen...

Het hele verhaal werd later in boekvorm gegoten door George Crile III onder de titel Charlie Wilson's War. In 2007 werd dit dan verfilmd, met o.a. Tom Hanks in de hoofdrol.

Wilson persoonlijke leven was niet minder kleurrijk. Hij werd beschuldigd van cocaïnegebruik, iets wat hij steeds wist te ontkennen, maar daarnaast keek hij ook nog eens geregeld te diep in de fles, met alle gevolgen vandien. In 1996 ging hij op pensioen.
De flamboyante Wilson werd uiteindelijk 76.

woensdag 18 november 2009

Tuur Van Wallendael: de wetstraatjournalist van de SP.

TV-Journalisten die overstappen naar de politiek, daar kijken we nu al lang niet meer van op: Ivo Belet (CD&V) deed het, Dirk Sterckx (Open VLD) ook en aan Waalse kant ging de anchor woman van het RTBF-journaal, Frédérique Ries, in op de avances van Didier Reynders om op een MR-lijst te gaan staan. Een van de eerste journalisten die het waagde in de politiek was Tuur Van Wallendael die 1989 de wetstraatjournalistiek achter zich liet om woordvoerder te worden op het kabinet van Willy Claes (SP).

Dat was het begin van een tweede leven voor Van Wallendael, want van daar ging het naar Antwerpen, waar Van Wallendael in 1991 de allereerste ombudsman van de stad werd. In 1995 raakte hij verkozen als Vlaams volksvertegenwoordiger en in 2001 werd hij schepen van Sociale en Juridische Zaken onder burgemeester Leona Detiège (sp.a). Hij bleef schepen in ’t Stad tot 2006. Bij de visa-affaire in de stad Antwerpen was hij het die de kat de bel aanbond.
IN 2006 werd een eerste keer darmkanker vastgesteld. Hij genas, maar herviel begin dit jaar. Van Wallendael koos zelf het moment van zijn dood. Hij werd 71 jaar oud.

Klik hier om de VRT-reportage over het overlijden van Van Wallendael te bekijken.

maandag 16 november 2009

Pierre Harmel : De ex-premier achter de Harmel-doctrine

Ze maken ze niet meer zoals vroeger, de Belgische politici. En zo'n imposante politieke krokodil heeft ons nu verlaten. Pierre Harmel was een Franstalige christendemocraat, geboren te Ukkel in 1911. Harmel studeerde rechten aan de Université de l'Etat in Luik, waar hij in 1933 ook zijn doctoraat behaalde. Na de Tweede Wereldoorlog smeet Harmel zich in de politiek. Hij werd in 1945 lid van de pas opgerichte PSC-CVP. Een jaartje later werd hij voor het eerst verkozen om in het Parlement te zetelen; hij zou zijn zetel in de Kamer onafgebroken houden tot 1971.

In het Parlement diende hij een wetsvoorstel in voor de oprichting van een onderzoekscentrum voor de problemen van de taalgemeenschappen. Het 'Harmelcentrum' publiceerde zijn eindverslag in 1958: het zou de basis worden voor de vastlegging van de taalgrens en voor de eerste grondwetswijziging in 1970.

In 1949 vertegenwoordigde hij België in de vierde Algemene Vergadering van de VN. In 1950 werd hij Minister van Onderwijs en kreeg hij al direct een serieus probleem op zijn bord gesmeten: de Schoolstrijd. De christendemocratische Harmel verhoogde de lonen van de leraars in privéscholen. Privéscholen, lees dus katholieke scholen. Uiteraard vloog dit in het verkeerde keelgat bij de liberalen en de socialisten en toen Harmel in 1954 zijn post moest afstaan aan de socialist Leo Collard, begon die onmiddellijk alle maatregelen van zijn voorganger ongedaan te maken. Het gevolg was natuurlijk massaal protest bij het katholieke blok. Uiteindelijk werd de hele hetze geregeld met het Schoolpact van 1958, een typisch compromis à la belge.

Na een paar ministerposten (o. a. Justitie) onder de regering Eyskens (senior, uiteraard) kwam de volgende uitdaging. In 1961 hadden ze ook regeringscrisissen en Harmel werd aangesteld als informateur. In tegenstelling tot sommige contemporaine politici deed hij zijn job naar behoren en hij werd opgevolgd door de formateur en toekomstige Eerste Minister Théo Lefèvre.

Van 28 juli 1965 tot 19 maart 1966 werd hij dan de opvolger van Lefèvre als premier. Daar kreeg hij te maken met de sluiting van de mijn in Zwartberg, waar bij protesten twee doden vielen. De regering Harmel viel tenslotte over disputen omtrent de ziekteverzekering (sommige dingen veranderen nu eenmaal nooit).

Maar het was onder zijn opvolger, Paul Vanden Boeynants, dat Harmel zou uitblinken. Onder VDB was hij Minister van Buitenlandse Zaken. In die hoedanigheid was hij in 1970 de voorzitter van de openingsvergadering over de uitbreiding van de Europese Unie, toen nog de EEC. Zijn openingstoespraak is nog steeds de blauwdruk voor de eerste contacten met nieuwe kandidaatlidstaten.

In 1967 diende Harmel een rapport in bij de NAVO-raad van ministers, getiteld Future Tasks of the Alliance. Daarin pleitte hij voor het behoud van een sterk defensief bondgenootschap, maar wou hij tegelijkertijd toenadering zoeken tussen de Navo-landen en de leden van het Warschaupact. Het ging de geschiedenis in als de Harmel-doctrine. Die lag mee aan de basis van de détente van de jaren '70 tussen de twee grote ideologische machtsblokken en leidde tot de Oost-Westakkoorden van Helsinki en de oprichting van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking van Europa (OVSE). Zelfs iemand als de West-Duitse kanselier Willy Brandt (hier links met Harmel op de foto) werd zo beïnvloed door de Belg Pierre Harmel.

Van 1971 tot 1977 zetelde hij in de Senaat. In 1973 werd hij Minister van Staat. 1984 werd het jaar van zijn pensioen, na nog wat gezeteld te hebben in de gemeenteraad van Sint-Pieters-Woluwe. In maart 1991 werd Pierre Harmel door wijlen Boudewijn in de adelstand verheven. Voortaan was hij Pierre Graaf Harmel, wat ook al op zijn belang duidde. Baron worden was toen ook al vrij eenvoudig, graaf was niet voor iedereen weggelegd.
Pierre Harmel overleed op 15 november 2009 in Brussel. Hij werd 98.

vrijdag 25 september 2009

Pierre Van Halteren: dertiende burgemeester van Brussel

Pierre Van Halteren, de liberale gewezen burgemeester van Brussel, is op 95-jarige leeftijd overleden. De politicus bekleedde gedurende meer dan 20 jaar verschillende functies in de Brusselse gemeenteraad.
Pierre Van Halteren was de dertiende burgemeester van Brussel. Hij leidde de stad van 1975 tot 1983, waarna hij werd opgevolgd door de socialist Hervé Brouhon.
Al sinds 1961 maakte hij deel uit van de Brusselse gemeenteraad. Hij was schepen van onder meer Openbare Bijstand en Onderwijs.

woensdag 26 augustus 2009

Abdul Aziz al-Hakim : De oppersjiiet

Abdul Aziz al-Hakim is overleden. De Irakees was één van de invloedrijkste mannen achter de schermen van de Irakese politiek na Saddam Hussein. Al-Hakim stamde van een familie van ayatollahs en zijn vader was tot zijn dood in 1970 één van meest gerespecteerde theologen van de sjiitische Islam. Hij en zijn familie verzetten zich tegen het regime van Saddam Hussein, voornamelijk omdat dat een seculier staatsideaal had en omdat de regerende Baath-partij gedomineerd werd door soennieten. Van de zeven broers van al-Hakim werden er zes vermoord en in zijn hele - uitgebreide - familie vielen er nog eens vijftig slachtoffers onder de beulen van Saddam. Vlak voor de Eerste Golfoorlog (die tussen Irak en Iran, 1980-1988) vluchtten al-Hakim en de zijnen naar Iran, vanwaar ze het verzet bleven organiseren. Daar stampten ze een sjiitische militie uit de grond, die ten tijde van de Amerikaanse invasie in 2003 een slordige 20.000 strijders telde. Toen zijn oudere broer Muhammad Baqr het slachtoffer werd van een autobom nam al-Hakim het roer over van de beweging, Sciri (Supreme Council for the Islamic revolution in Iraq, vanaf 2007 veranderd in de SIIC, de Shia Supreme Iraqi Council), en haar militaire vleugel, de Badr-Brigade. De laatste jaren was al-Hakim in conflict gekomen met de nieuwe premier, Nouri Maliki, die de macht van de sji'a-milities wou intomen - iets dat niet in goede aard viel bij al-Hakim, de leider van één van de grootste milities. De SIIC was ook één van de machtigste, best georganiseerde en invloedrijkste partijen van post-Saddam Irak. Als al-Hakim iets zei, luisterde de rest. Bovendien had hij de steun van grote buur en geloofsgenoot Iran. Verwacht wordt dat hij zal worden opgevolgd door zijn zoon, Ammar. Al-Hakim overleed aan longkanker. Hij was in de 50 (geboren in circa 1950).

Ted Kennedy : The Kennedy Curse

De Kennedy-familie heeft al zoveel ongeluk gehad dat het al een eigen naam heeft: de Kennedy Curse. JFK, de beroemdste Kennedy, werd neergeschoten; zijn jongere broer Robert onderging hetzelfde lot; vier familieleden, waaronder de zoon van JFK, kwamen om in vliegtuigongelukken, de zoon van Robert had een skiongeval en JFK's zuster Rosemary werd een halve plant na een mislukte lobotomie. En de jongste spruit van de negen broers en zussen, Edward Moore Kennedy, heeft ook zo'n zwarte pagina in zijn geschiedenis. Want als er geen Kennedy stierf op een onnatuurlijke manier, had hij altijd wel iets louche aan zijn been. Bij Ted Kennedy was dat het Chappaquiddick Incident in 1969: zijn auto werd teruggevonden in een creek, met daarin de verdronken Mary Jo Kopeche, een campagnemedewerkster. Kennedy beweerde later dat hij de controle over het stuur had verloren en in de creek was gereden. Hij wist uit de auto te kruipen en keerde terug naar zijn hotel zonder het ongeluk aan te geven. Kopeche werd pas de volgende ochtend teruggevonden: later bleek dat ze nog enkele uren in een luchtbel vast zat en dat ze het er waarschijnlijk wel levend vanaf had gebracht, had iemand alarm geslagen. De precieze omstandigheden zijn altijd onduidelijk gebleven, maar Chappaquiddick zorgde er wel voor dat Ted zijn presidentskandidatuur voor 1972 en 1976 in de ijskast kon steken.

Sinds 1962 zetelde de jongste Kennedy in de Senaat, een positie die hij zijn hele leven zou blijven bekleden. Hij was toen al zijn oudste broer kwijt, die in de Tweede Wereldoorlog was omgekomen. In '63 werd JFK neergeschoten in Dallas. In 1964 overleefde Ted een vliegtuigcrash, die hem wel voor de rest van zijn leven opzadelde met rugproblemen. In '68 dan werd zijn lievelingsbroer Robert neergeschoten, waardoor alle hoop van de familie - en alle druk - nu op Teds schouders terechtkwam. In 1980 waagde hij zijn kans bij de presidentsverkiezingen, maar het spook van Chappaquiddick zweefde boven zijn hoofd als een zwaard van Damocles en de Democraten kozen voor Carter als hun kandidaat.

Vanaf dan besloot Ted om zich volledig aan zijn senatoriële carrière te wijden en al snel ontpopte hij zich tot de grote voorvechter van de liberale zaak. Kennedy speelde als geen ander het Amerikaanse politieke spelletje: moeiteloos wist hij de procedures van de Senaat te gebruiken in zijn voordeel. Vriend en vijand kreeg steeds meer respect voor hem, iedereen zocht meer en meer zijn steun en het feit dat hij een Kennedy was, hielp natuurlijk ook. Bij gebrek aan een lange geschiedenis om op terug te vallen en de noodlottige familieperikelen van de Kennedy-clan waren de telgen van dat geslacht zo'n beetje een Amerikaanse koninklijke familie geworden. Ted Kennedy ontpopte zich als een ware Realpolitiker, sloot coalities hier en daar, ook met Republikeinen als dat nodig was, met als gevolg een hele resem vooruitstrevende wetten - naar Amerikaanse normen, wel te verstaan. Ondanks zijn katholieke achtergrond steunde hij abortus, waarbij hij de nadruk legde op het recht van keuze van de vrouw. Zijn Home State, Massachusetts, was de eerste die huwelijken van hetzelfde geslacht toeliet. Immigranten moesten volgens hem meer rechten krijgen (niet echt onlogisch in een land dat volledig op immigranten gebouwd is, iets dat ze daar over de plas nogal snel vergeten) en de wapens in de USA moesten aan banden gelegd worden - gun control was hier het magische woord.

Zijn laatste huzarenstukje was zijn rol als 'koningmaker' in de laatste campagne voor de presidentsverkiezingen. Aanvankelijk bleef hij neutraal, maar uiteindelijk zette hij zijn geld op Barack Obama, die de nominatie en de daaropvolgende verkiezingen won. Obama had de steun van de illustere Kennedy blijkbaar gekregen voor zijn tegenstand aan de oorlog in Irak. Dixit Kennedy, die Hillary Clinton hiermee op haar plaats zette. Het feit dat Hillary's man Bill zich voluit had uitgesproken voor zijn vrouw had er naar het schijnt ook veel mee te maken.
Hoe het ook zij, Ted Kennedy was één van de opvallende aanwezigen bij Obama's inauguratie. In 2008 werd er bij Kennedy een hersentumor ontdekt, die hem uiteindelijk ook zou vellen. Edward Moore Kennedy werd 77. Hij was misschien niet de beroemdste van de clan, maar achteraf bekeken wel degene die het meeste gedaan heeft gekregen.

dinsdag 18 augustus 2009

Kim Dae-jung : The Sunshine Policy

De architect van de toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea is overleden. Kim Dae-jung werd - volgens de Zuid-Koreaanse presidentiële website - geboren op 6 januari 1924, maar hij zou die geboortdatum later veranderd hebben naar 3 december 1925 om zo niet opgeroepen te worden voor het leger in de koloniale periode, toen Japan het nog voor het zeggen had. Na de Tweede en de Koreaanse oorlog werd Zuid-Korea decennialang geregeerd door een hele resem militaire dictators. Kim besloot om in de politiek te gaan en maakte zijn eerste opgemerkte debuut in 1961 toen hij de toenmalige sterke leider Park Chung-hee bekritiseerde in het Parlement. Vanaf dan werd hij de spreekbuis van de democratische oppositie en in 1971 slaagde hij er net niet in om tot president te worden verkozen, met 46% van de stemmen. Een maand later overleefde hij de eerste van vijf aanslagen toen een vrachtwagen zijn auto van de weg ramde. Kim ontsnapte, maar hield er een mank been aan over. In 1973 werd hij ontvoerd door de Zuid-Koreaanse geheime dienst, die hem terug naar Seoel bracht. Blijkbaar was het alleen aan de interventie van de Amerikaanse ambassadeur te danken dat hij niet onmiddellijk tegen de muur werd gezet. In plaats daarvan kreeg hij huisarrest. Bij de dood van Park in 1979 werd hij door diens opvolger Chun Doo-hwan (weer een generaal) weer ter dood veroordeeld, maar, alweer dankzij de Amerikanen, werd dat omgezet in 20 jaar. In 1982 verliet hij Zuid-Korea voor de VS, maar drie jar later was hij weer terug, waar hij - ondertussen naar goede gewoonte - weer onder huisarrest werd gezet. In 1997 kwam dan zijn grote moment en werd hij tot president verkozen - de eerste vredige machtsovername van een regerende partij naar de oppositie sinds 1948. Hij bleef president tot 2003 en in die tijd redde hij Zuid-Korea van een economische crisis en, vooral, zorgde hij voor een détente met het stalinistische Noord-Korea, door een beleid van toenadering te volgen dat hij de 'Sunshine Policy' noemde. In 2000 leidde dit tot een historische ontmoeting met Kim Jong-il, waar hij datzelfde jaar nog de Nobelprijs voor kreeg. Volgens Kim Dae-jung zou dit zijn grootste prestatie blijven. Hij heeft blijkbaar indruk nagelaten, want de Noord-Koreaanse regering heeft al laten weten dat het een delegatie naar zijn begrafenis zal sturen. Kim Dae-jung werd 85; hij overleed aan hartfalen.

maandag 10 augustus 2009

Ernest Glinne : Oud-minister

Ernest Glinne is overleden. De Carolo begon zijn politieke carrière bij de socialisten: tussen 1961-1980 en 1983-84 zetelde de man als volksvertegenwoordiger voor de PS voor het arrondissement Charleroi. Glinne behoorde tot de linkervleugel van de partij en in 1973 werd hij voor een jaartje minister van Tewerkstelling en Arbeid. In 1979 ging hij Europees en werd hij herkozen in 1984 en 1989 (hij zetelde van 1979 tot 1994). Ook in 1979 werd hij direct fractievoorzitter van de Socialistische fractie in het Europees Parlement. Bij de PS-voorzittersverkiezingen van 1981 verloor hij nipt van Guy Spitaels. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 en 2006 kwam hij te Courcelles op voor Ecolo en werd hij telkens verkozen. Vanaf april 2009 zetelde hij niet meer voor Ecolo, maar was hij overgesprongen naar de Rassemblement Wallonie-France, een rattachistische partij die Wallonië bij Frankrijk wil. De man profileerde zich als republikein en laïcist tot op het bot. Volgens Glinne was het duidelijk dat Vlaanderen alleen maar geïnteresseerd was in onafhankelijkheid en dat de Walen dus ook maar hun conclusies moesten trekken. Zijn toetreding tot de RWF was voor hem een laatste politiek statement, een manier om te tonen dat hij hartstochtelijke geloofde in het federalisme én in de Waalse regio. Ernest Glinne werd 78.

maandag 3 augustus 2009

Nikolaos Makarezos : de "Junta van de Kolonels"

Nikolaos Makarezos is dood. De Griekse kolonel was één van de mannen achter het beruchte 'Kolonelsregime' in Griekenland in de periode 1967-1974. Op 21 april 1967 pleegden Makarezos, zijn collega-kolonel Georgios Papadoupoulos en brigadier Stylianos Pattakos een staatsgreep op de regering van Panagiotis Kanellopoulos, die voor de volgende zeven jaar onder huisarrest werd geplaatst. Makarezos ontpopte zich als een spilfiguur in de junta-regeringen. Tot 1971 was hij de Minister van Coördinatie, daarna, tot oktober 1973, was hij vice-premier. Hij was de enige van de kolonels die iets afwist van economie, dus werd hij ineens ook de economische planner van dienst. In het begin liep alles vlotjes, dankzij massale buitenlandse investeringen, maar tegen 1973 was heel de economie ten prooi gevallen aan corruptie, financiële schandalen en politieke stagnatie. Toen Papadoupoulos begon te experimenteren met democratie, werd Makarezos de laan uitgestuurd. Papadoupoulos zelf volgde niet veel later en in 1974 werd de democratie hersteld. Makarezos werd gearresteerd en veroordeeld tot de doodstraf voor verraad en rebellie. Zijn straf werd later omgezet in levenslang, maar sinds 1990 was hij alweer op vrije voeten omwille van medische redenen. Hij bleef wel onder huisarrest. Van de misdaden onder het regime had hij spijt, maar hij bleef er van overtuigd dat zijn economische politiek het beste was dat Griekenland de voorbije decennia was overkomen. Makarezos werd 90.

maandag 6 juli 2009

Robert McNamara : De man achter Vietnam

Robert McNamara heeft blijkbaar altijd iets met bombardementen gehad. De Amerikaan, die zou uitgroeien tot één van de belangrijkste staatsmannen van zijn generatie, was in zijn jeugd zeer goed met cijfers. Zijn statistische vaardigheden brachten hem zo in de Tweede Wereldoorlog in contact met generaal Curtis LeMay. Samen met hem zou McNamara samenwerken om de bombardementen op Japan in goede banen te leiden. Dat zorgde voor 67 Japanse steden die in een vuurstorm verdwenen en meer dan 1 miljoen doden, met als topper het bombardement op Tokyo in de nacht van 9 op 10 maart 1945, waarbij meer dan 100.000 mensen omkwamen - meer dan de rechtstreekse sterfgevallen van de atoombommen op Hiroshima of Nagasaki. In de film The Fog of War: Eleven Lessons from the Life of Robert McNamara (2003) van Errol Morris zou hij toegeven dat hij volledig akkoord was met de uitspraken van LeMay, die op een bepaald punt gezegd had ze zich als oorlogsmisdadigers aan het gedragen waren. Na de oorlog ging hij bij Ford werken en er uiteindelijk zelfs CEO worden, de eerste die niet uit de Fordfamilie stamde.
En in 1960 slaagde de kersverse president John F. Kennedy er in om McNamara te klissen om zijn Secretary of Defense te worden. Die post zou hij tot 1968 bezetten. Hij begon onmiddellijk hervormingen door te voeren in het Pentagon en een nieuwe militaire doctrine te dicteren , die onder meer inhield dat de Amerikaanse militaire (nucleaire) macht gevoelig uitgebreid werd. En dan kwam de Cubacrisis, waarin hij ook een centrale rol speelde. In Fog of War zou hij terugblikken naar 1962 en herinnerde hij zich generaal LeMay, toen een adviseur van Kennedy, die Cuba wou binennvallen, en Fidel Castro himself, die later toegaf dat hij Sovjetleider Chroetsjov wou overhalen om Amerika aan te vallen met nucleaire wapens, mochten LeMay's invasieplannetjes ook uitgevoerd worden. Het resultaat is bekend: een oorlog werd afgewend en daar had ook Robert McNamara zijn aandeel in.
Maar dan kwam die andere oorlog. Onder McNamara zou de Vietnamoorlog zijn grootste escalatie kennen. Toen de nieuwe Secretary of Defense aantrad, zaten er 'slechts' 500 Amerikanen in Vietnam, die daar alleen waren om het Zuid-Vietnamese leger te trainen. Onder McNamara zou dat aantal al snel tot ongekende proporties groeien. Op het toppunt, in 1968, zaten er meer dan 550.000 Amerikanen in Vietnam. In 1965 raadde hij de nieuwe president Johnson aan om voor een all out military victory te gaan. Vanaf dan spraken ze in regeringskringen over McNamara's War, zo zeer was hij er mee vergroeid geraakt. Zijn eigen zoon, toen student aan Stanford, zou mee oplopen in de protestmarsen tegen de oorlog. Vanaf 1966 begon hij zich eindelijk vragen te stellen over het Amerikaanse Vietnambeleid en pas in 1968, toen de Amerikaanse lijkzakken aan de lopende band teruggevlogen werden (om van de Vietnamezen maar te zwijgen) zou hij doorhebben dat de oorlog niet te winnen viel. Misschien wat laat, maar McNamara had het tenminste door - Johnson wou de Vietnamezen tot pulp blijven bombarderen. McNamara botste constant met Johnson en besloot zijn ontslag in te dienen. Vietnam kostte de Amerikanen uiteindelijk 58.000 doden - een getal dat in het niets valt bij de 2 à 3 miljoenen Vietnamezen die hun leven verloren in McNamara's War.
Na het débacle van Vietnam ging hij bijna onmiddellijk aan de slag als voorzitter van de Wereldbank, die hij tot 1981 leidde en die hij - hoe kan het ook anders - grondig hervormde. Deze keer wel meer ten goede. Pas in 1995 zou hij zich terug uitspreken over Vietnam in zijn boek In Retrospect: the Tragedy and Lessons of Vietnam. Daar gaf hij in toe dat 'the war was wrong, terribly wrong'. Voor zijn critici kwam dat wel een drietal decennia te laat. De oorlog bleef knagen en zou hem voor altijd achtervolgen.
Nadat hij zich had teruggetrokken uit de Wereldbank, waar hij zich uitsloofde om de situatie van de armen in de ontwikkelingslanden te verbeteren, zou de architect van het Amerikaanse nucleaire arsenaal zich ontpoppen als één van de grootste voorstanders voor ontwapening. Een vorm van boetedoening? Hoe het ook zij, Robert Strange McNamara stierf rustig in zijn slaap. Hij werd 93.

En hier alvast zijn commentaar op de Cubacrisis uit Fog of War:

maandag 22 juni 2009

Karel Van Miert : De Tuinman van Europa

Het ontzielde lichaam van Karel Van Miert is teruggevonden in zijn tuin. Van Miert, geboren op 17 januari 1942 in Oud-Turnhout als oudste van 9 kinderen in een landbouwersgezin, brak op zijn 14e zijn middelbare studies aan het college van Turnhout af. Hij wou in het familiebedrijf aan de slag gaan, maar kreeg daarvoor weinig steun en trad als leerling-elektricien in dienst van een bouwfirma. Na nog enkele jobs ging hij opnieuw studeren en behaalde hij zijn diploma middelbaar onderwijs voor de Centrale Jury. Daarna studeerde hij aan de Rijksuniversiteit van Gent, waar hij in 1966 afstudeerde als licentiaat diplomatieke wetenschappen, met grote onderscheiding. Zijn thesis handelde over het supranationaal karakter van de Europese Commissie, een voorbode al van zijn latere carrière op het supranationale politieke toneel. Dezelfde graad behaalde hij in 1967 aan het Centre Européen Universitaire de Nancy waar hij als bursaal van de Franse regering het Diplôme d'Etudes Supérieures Européennes in de wacht sleepte. In 1967-1968 liep hij stage bij de Europese Commissie. Hij volgde ook zomercursussen in Oxford (Worchester College, 1969). In 1967 begon zijn beroepsloopbaan als aspirant bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (1971). Daar was hij medewerker van de Nederlander Sicco Mansholt, die toen Europees commissaris voor het landbouwbeleid was. Van 1971 tot 1973 werkte Van Miert als assistent aan de VUB (seminarie volkenrecht). Tussen 1973 en 1975 was hij hoofdadministrateur op het kabinet van Henri Simonet, vice-voorzitter van de Europese Commissie. Hij was ook kabinetschef van minister van Economische Zaken Willy Claes (1977). Vanaf 1978 is hij deeltijds docent aan de VUB (cursus "Onstaan en Ontwikkeling van de Europese Gemeenschap"). Op politiek vlak was Van Miert tussen 1970 en 1973 nationaal ondervoorzitter en daarna nationaal politiek secretaris van de Jong-Socialisten. Die laatste functie gaf hem automatisch toegang tot het BSP-partijbureau. In die periode richtte hij tevens mee de Rode Leeuwen op, de Vlaamse socialisten van de Brusselse agglomeratie. In 1976 werd Van Miert adjunct-nationaal secretaris van de BSP, belast met internationale zaken. Anderhalf jaar later was hij al co-voorzitter, in opvolging van Willy Claes. Hij was ook de eerste voorzitter van de eind 1978 autonoom geworden SP. Hij profileerde zich daar als gangmaker van de "Jonge Turken", met onder andere Louis Tobback, Willy Claes, Freddy Willockx en Luc van den Bossche. Hij bleef uiteindelijk voorzitter tot begin januari 1989. Gedurende een paar jaar was Van Miert ook vice-voorzitter van de Unie van Socialistische Partijen van de Europese Gemeenschap. Van 1986 tot 1992 was hij vice-voorzitter van de Socialistische Internationale. Van 1983 tot midden 1988 had hij ook zitting in de gemeenteraad van Kortenberg.
Van 1979 tot 1985 was hij Europees parlementslid. Tweemaal trok hij de Europese SP-lijst. Dat leverde hem in 1984 maar liefst 496.063 voorkeurstemmen op. De SP steeg toen van 20 tot 28%. In oktober 1985 stapte hij over naar de Kamer, waarin hij bleef zittten tot 1988. Op 6 januari 1989 werd hij Europees commissaris voor Transport, Consumentenbeleid, Kredieten en Investeringen. Aanvankelijk werd Van Miert nog beschouwd als "le petit Belge." Maar het respect voor zijn dossierkennis en vastberadenheid groeide snel. Exact 4 jaar later werd zijn mandaat verlengd en werd hij bevoegd voor Personeel, Algemeen Beheer en Mededingingsbeleid. Vooral dankzij die laatste functie groeide hij uit tot een internationaal gerespecteerd commissaris, die ooit de 'machtigste man van Europa' werd genoemd.
Want hij ging in tegen machtige bedrijven en zware politieke lobbygroepen. De omstreden redding van Crédit Lyonnais, de afspraken tussen de Duitse mediagiganten Kirch en Bertelsman, de botsing met Bernie Ecclestone over de televisierechten van de Formule 1, en de aanvaring met Boeing over de geplande fusie met McDonnell Douglas, zijn daar duidelijke voorbeelden van.
Van Miert zou uiteindelijk 2 ambtstermijnen lang eurocommissaris van Mededingingsbeleid blijven, tot in 1999. In dat jaar moest hij samen met de hele commissie ontslag nemen na een 'affaire' rond de Franse Commissaris Edith Cresson. Hij trok zich daarop terug uit de Europese politiek. Eerder had hij dat ook al uit de Belgische politiek gedaan, na een aanvaring met de SP-top. De discussie handelde over de rol van zijn levensgezel Carla Galle in Agusta-affaire. Volgens Van Miert is er toen "iets gebroken" tussen hem en de partij. Na zijn politiek loopbaan werd hij voorzitter van de Nederlandse zakenuniversiteit van Nyenrode. Hij was ook bestuurder in verschillende bedrijven, waaronder Agfa-Gevaert, Solvay, De Persgroep, Carrefour Belgium, Vivendi, Philips en RWE. Op 26 mei 1992 benoemde de Koning hem tot Minister van Staat. Van Miert publiceerde meerdere studies over de Europese eenmaking en de EU. Van Miert stond ook bekend als de 'tuinman van Europa'. Een Brabantse hoogstamboomgaard van 1,5 hectare met ruim 200 fruitbomen was zijn grote trots en jeugddroom. Hij zocht daarbij vooral naar oude, vergeten variëteiten. Karel Van Miert viel van zijn ladder en werd dood teruggevonden. 'Le petit Belge' werd slechts 67.

zaterdag 23 mei 2009

Roh Moo-hyun : President van Zuid-Korea

Roh Moo-hyun heeft zelfmoord gepleegd. De Zuid-Koreaan was tussen 2003 en 2008 president van Zuid-Korea. Voor hij in de politiek stapte, was hij een mensenrechtenadvocaat. In zijn politieke carrière poogde hij het regionalisme van de Zuid-Koreaanse politiek te overstijgen, wat in 2003 beloond werd met zijn verkiezing tot president. Roh was zo dé vertegenwoordiger van de nieuwe 386-generatie in de Zuid-Koreaanse politiek: veteranen van studentenprotesten tegen het autoritaire regime van voorheen, die in hun dertiger jaren waren toen het woord in de mode kwam, in de jaren '80 de universiteiten bevolkten en in de jaren '60 geboren waren. Een groot deel van die 386'ers maakten dan ook deel uit van de kabinetten onder Roh. Over het algemeen was hun beleid assertief en nationalistisch tegenover de VS en Japan en zochten ze toenadering tot Noord-Korea. Ondanks aanvankelijke hoop, viel zijn regering ten prooi aan beschuldigingen van incompetentie, sociale onrust, persoonlijke vetes van de president met de media en - zoals te verwachten viel - diplomatieke spanningen met de VS en Japan. Hierdoor vielen ook veel van zijn grote politieke plannen in het water, zoals een monsterverbond met de oppositie en het verplaatsen van de hoofdstad. In 2009 werd hij genoemd in een omkoopschandaal, wat uiteindelijk leidde tot de ineenstorting van zijn Uri-Partij (en haar opvolger, de Democratische Partij); zijn gedoodverfde opvolger werd niet verkozen en het hele gebeuren markeerde ook nog eens de teloorgang van de 386-generatie. De vele beschuldigingen werden velen rondom hem teveel. Een hele serie zelfmoorden volgde, o.m. de voormalige secretaris van de premier, een burgemeester, een gouverneur en een voormalige baas van Hyundai. Roh Moo-hyun volgde hen door van een gebouw te springen. Bij zijn begrafenis kwam er honderdduizenden opdagen om hun respect te betuigen voor hun voormalige president. Roh werd 62.

woensdag 6 mei 2009

Valentin Varennikov : De laatste Stalinist

Valentin Ivanovich Varennikov is overleden. De Russische generaal en politicus beleefde zijn militaire vuurdoop (letterlijk) in de Tweede Wereldoorlog in de Slag van Stalingrad en hield het helemaal vol tot aan de Slag bij Berlijn, waar hij één van de bevelhebbers was van de troepen die de Reichstag innamen. Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij zich rustig naar boven tot hij in 1979 het plaatsvervangend hoofd werd van de Generale Staf van de sovjetunie. In dat jaar vielen de Sovjettroepen Afghanistan binnen. De laatste jaren van dat débacle was Varennikov de persoonlijke vertegenwoordiger van de Sovjetminister van Defensie, die onderhandelingen voerde met de afgevaardigden van de Verenigde Naties, daar aanwezig om de terugtrekking van de Sovjettroepen in 1988-89 te overzien. In 1989 schopte hij het tot opperbevelhebber van de landstrijdkrachten en werd hij benoemd tot de plaatsvervangende minister van Defensie. In 1991 liet hij in augustus nog eens goed van zich horen door zich bij de staatsgreep tegen Mikhail Gorbachov aan te sluiten. Die viel in het water en Varennikov werd gearresteerd. Hij werd voor de rechtbank gebracht en uiteindelijk vrijgesproken in 1994. Varennikov was overigens de enige van de aangeklaagden die weigerde om amnestie te aanvaarden. Daarna zetelde hij in de Duma bij de communistische vleugel. In 2003 sprong hij even over naar de Rodina-partij, een bont allegaartje van nationalisten en linkse groeperingen, maar in 2007 was hij weer terug van de partij bij de communisten. Varennikov was ook één van de meest uitgesproken verdedigers van het Stalinisme; volgens hem was het enkel en alleen aan Stalin te danken dat Rusland een groot land was. De Held van de Sovjetunie - één van zijn vele decoraties - Valentin Varennikov werd uiteindelijk 85.

dinsdag 14 april 2009

Maurice Druon : Les Rois maudits

Maurice Druon de Reyniac is van ons heengegaan. De Franse schrijver en politicus zag het levenslicht op 23 april 1918 als postuum kind van Lazare Kessel; zijn vader pleegde op 21-jarige leeftijd zelfmoord. Druons afstamming leek hem al voor te bestemmen voor een schrijverscarrière: zijn oom, Joseph Kessel, was een schrijver; zijn achterneef Charles Cros was dichter en zijn overovergrootvader Odorico Mendes was een bekende Braziliaanse schrijver. Druon kon zelfs prat gaan op blauw bloed in zijn stamboom: zijn overgrootvader Antoine Cros was de derde "koning" van Auracania en Patagonia, een in 1860 door een obscure Fransman uitgeroepen vehikel in het zuiden van Zuid-Amerika. "Antoine II le Philosophe" werd "koning" in 1902 nadat hij zijn "voorganger" in het Parijse Chat Noir-cabaret had ontmoet. Maurice Druon begon op zijn 18e te schrijven en vestigde zich na de rampzalige campagne van 1940 in het onbezette gedeelte van Frankrijk, waar hij vanaf 1942 in het verzet ging. In 1944 componeerde hij samen met zijn oom Le Chant des Partisans, wat zou uitgroeien tot hét Franse verzetslied van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd hij een overtuigd Gaullist en wijdde hij zich volledig aan zijn literaire carrière. In 1966 werd hij hierdoor verkozen tot de Académie française: bij zijn dood was hij het oudste zetelende lid van dat opperste instituut van de Franse taal. Tussen 1955 en 1977 schreef hij de 7 delen van Les Rois maudits, wat zijn bekendste werken zouden worden. Les Rois maudits is een reeks historische romans over de Franse koningen in de 'waanzinnige' veertiende eeuw. In 1973 werd die omgezet in een televisiereeks. Druon ging ook in de politiek en werd in de jaren '70 Minister van Cultuur bij Georges Pompidou. Zijn aanstelling verklaarde hij met de gevleugelde woorden: 'Et puis, au fond, mes lecteurs ne sont-ils pas mes électeurs?' Zijn koppig vasthouden aan wat hij beschouwde als het conserveren van de orthodoxie van de Franse taal en zijn al even halstarrig verdedigen van de Gaullistische politiek (Gaullisme stond voor Druon gelijk met de essentie van de Franse Republiek) leverde hem een aura van conservatief op, wat hij af en toe nog eens bevestigde met zijn uitspraken. Een mooi voorbeeld was toen de Académie zich boog over de vervrouwelijking van de beroepen, voorgesteld door Lionel Jospin. 'Tout le monde se couche, la droite se couche mais les académiens ne se coucheront jamais,' preekte hij. Druon beschouwde de Franse taal overigens als een 'affaire d'état': op een keer toen hij zich aangevallen voelde, deed hij zelfs beroep op een acte uit 1752 van Lodewijk XV waarin de 'règlements successivement faits' door de Académie bekrachtigd werden teneinde 'leur donner force de loi'. Nog net niet L'état, c'est moi, maar het komt er toch al dik tegen. Toch kon Druon ook af en toe meegaan met zijn tijd: van MC Solaar wist hij te zeggen dat de Franse rapper 'restaurait la poésie' en het was zijn verdienste dat de Académie kennismaakte met het internet. De doyen van de Académie française en de Franse taal werd 91.

woensdag 8 april 2009

Ludo Dierickx: eerste vlaamsgroene parlementariër

Ludo Dierickx, gewezen parlementslid voor Agalev, is op 79-jarige leeftijd overleden, na een hartaanval. Daarmee verliest de groene stroming één van zijn parlementaire pioniers: van 1981 tot 1988 zat hij in de kamer, van 1988 tot 1995 was hij senator. Daarna stapte hij een tijdje over naar de SP, om in 2003 terug te keren naar de vertrouwde stal.

Sinds 1998 speelde Dierickx een rol als oprichter en trekker van de belgicistische organisatie B-Plus. Als federalist wilde Dierickx zich daarmee afzetten tegen de nationalistische strekkingen in ons land en tegen de groeiende kloof tussen Vlamingen en Franstaligen. Dierickx bleef tot op het eind politiek actief. In 2007 deed hij nog een gooi naar het voorzitterschap van Groen!. Zijn kandidatuur was vooral bedoeld als een soort protest tegen de radicale verjonging en vernieuwing in de partij. Hij bleef ook contacten onderhouden met de Franstalige groenen van Ecolo. Zo stond Dierickx zelfs als opvolger op de Europese lijst van Ecolo voor de verkiezingen van 7 juni.

dinsdag 4 november 2008

Juan Camilo Mourino : The Mexican Rising Star

Juan Camilo Mourino's ministeriële vliegtuig is neergestort, met diens dood tot gevolg. De Mexicaanse politicus was zowat de rising star van de Mexicaanse politiek. Hij was nog maar enkele maanden minister van Binnenlandse Zaken, maar zijn naam was al onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen de Mexicaanse drugkartels. Mourino was de strongman van president Felipe Calderon, wiens verkiezingscampagne hij organiseerde en voor wie hij als aide-de-camp diende van 2006 tot 2008. Mourino werd in 1971 geboren in Madrid, waar zijn familie nog altijd in hoog aanzien staat. Vader Carlos Mourino bijvoorbeeld is de voorzitter van de voetbalploeg Celta Vigo. Op zijn 18 werd Juan Mexicaans staatsburger en dankzij zijn vriendschap met Calderon steeg hij razendsnel op de Mexicaanse politieke ladder. Vanaf januari 2008 werd hij minister van Binnenlandse Zaken; heel zijn termijn werd opgeslorpt door zijn strijd met de drugsbendes. Die ontaardde langzaam in een ware oorlog. Mourino had al 36.000 extra soldaten gestationeerd langs de poreuze grens tussen Mexico en de VS. Er liepen gespecialiseerde eenheden rond die als enige taak hadden om de drugshandelaars in te rekenen (of neer te knallen). Of het veel goed deed, is een ander paar mouwen; Een dag voor Mourino's fatale crash kende Mexico het hoogste aantal doden op één dag: 58 (met onder meer de politiechef van de staat Sinaloa erbij). Vorig record was 41, op 12 september. Mourino was slechts 37.

dinsdag 28 oktober 2008

Pak Song-chol : Hulpje van Kim Il-sung

Pak Song-chol heeft ons verlaten. Pak was een lid van het Politburo van het Centraal Comité van de Arbeiderspartij van Korea en ere-vicepresident van het Presidium van de Hoogste Assemblé van het Volk. Vrij vertaald was hij het voormalige hulpje van Kim Il-sung, de Eeuwige President van de Democratische Volksrepubliek Korea (Noord-Korea dus), en vader van de huidige Geliefde Leider Kim Jong-il. Geboren in wat nu Zuid-Korea is, was hij een appartsjik van het eerste uur (de 'eerste generatie van de revolutie', zoals ze zo mooi zeggen) door deel te nemen aan Kim Il-sungs campagne voor de bevrijding van het Koreaanse schiereiland van de Japanse bezetter in de jaren '30. Na de 'bevrijding' van Korea en de Koreaanse oorlog (waarin hij fungeerde als hoofd van het verkenningsdepartement van het opperbevel) had hij allerhande functies in de politieke partij(en), de regering en het leger. Hij was onder meer ambassadeur in Bulgarije, directeur van het internationale departement van de Communistische Partij, minister van Buitenlandse Zaken, premier en vice-president. Pak wordt beschouwd als één van de sleutelfiguren van de Noord-Zuid Gezamenlijke Verklaring van 4 juli 1972, waarin werd overeengekomen dat beide Korea's zouden streven naar een vredige manier om weer bij elkaar te komen. Hij was ook een prominent aanwezige bij de begrafenis van Kim Il-sung (5e op de lijst). De Noord-Koreaanse staatsmedia (altijd leuke berichten overigens, moet u maar eens volgen) omschreef Pak als "een trouw revolutionair soldaat, die zijn hele leven wijdde aan de zaak van de nationale bevrijding en de bevrijding van de arbeidersklasse en socialistische opbouw en de onafhankelijke hereniging van het land onder het leiderschap van president Kim Il-sung." De Geliefde Leider Kim Jong-il was helaas niet aanwezig op zijn staatsbegrafenis - zoontje Kim Yong-nam nam de honneurs waar. De geruchtenmolen weet ons te vertellen dat Kim Jr. een hersenbloeding heeft gehad... Met wat geluk kan ik u dan nog een topdespoot aanbieden! Pak werd in ieder geval 95.