maandag 18 juli 2011

Magnus Malan : The White Man's Burden

In 1980 werd generaal Magnus André de Mérindol Malan de nieuwe minister van defensie van Zuid-Afrika. Het land werd toen nog geregeerd door de blanke minderheid en Apartheid was de normale gang van zaken. En Magnus Malan vond dat dat best ok was en dat alles beter zo kon blijven. In 1986 zei Malan nog dat politieke rechten niet relevant waren voor de Zuid-Afrikaanse zwarte medemens. Rond 1980 was de internationale gemeenschap meer en meer kritiek aan het uiten op het blanke regime, dat zich als reactie in zichzelf keerde. Voor de Apartheidsregering leek het alsof het regime langs alle kanten bedreigd werd door zwarte nationalisten en communisten.

De reactie van Malan was de strategie van de 'total onslaught'. Zuid-Afrika ging kernwapens ontwikkelen, met hulp van Israël. Alle buurstaten van het Apartheidsland werden geregeld ook eens binnengevallen door Zuid-Afrika, om zo guerillabewegingen en protestgroepen de kop in te drukken. Het regime gaf geld aan opstandelingen in Angola en Mozambique, regelmatig werden buurlanden gebombardeerd, zoals Zimbabwe, Botswana en Zambia. In 1981 volgde er een moordpoging op de Zimbabwaanse president Mugabe. In datzelfde jaar organiseerde Zuid-Afrika een coup in de Seychellen. Angola kreeg zelfs te maken met een regelrechte invasie. Leden van de anti-Apartheidsbeweging ANC werden opgejaagd tot in Europa: in Brussel, Parijs, Stockholm en Londen waren er pogingen - soms succesvol - om ANC-leden te vermoorden. Malan ging zelfs zo ver om een biologisch wapenprogramma goed te keuren.

Het mocht allemaal niet baten, Malan moest in 1991 aftreden onder druk van Nelson Mandela. In 1994 kwam Mandela aan de macht en moest Malan terechtstaan, de eerste minister van het Apartheidsregime die zich moest verantwoorden. In 1996 werd hij echter vrijgesproken. Hijzelf noemde zijn proces een 'zwarte dag' voor de nieuwe Zuid-Afrikaanse democratie; volgens activisten van het ANC hielp het vooral dat de rechter tijdens Malaans proces nog uit de Apartheid kwam.

Hij stierf tenslotte rustig thuis in Pretoria, 81 jaar oud.

zondag 17 juli 2011

Juan Maria Bordaberry : Poets wederom poets

In 1971 werden er presidentsverkiezingen gehouden in Uruguay. Het land had toen al wat te lijden gehad onder presidenten die iets te graag de macht behielden en communistische revolutionairen. De winnaar in 1971 was Juan Maria Bordaberry Arocena. Bordaberry had wel bijna iedereen omgekocht en zwaar gefraudeerd om aan de macht te komen, wat al niet veel goeds beloofde.


Hij bleek net zo autoritair als zijn voorgangers en doekte een pak burgerrechten op, zette vakbonden op de zwarte lijst en smeet geregeld mensen die hun mond opendeden in de gevangenis, waar ze ook nog eens duchtig gemarteld werden, al dan niet met de dood tot gevolg.


En toch was het leger, de echte baas in Uruguay, nog niet tevreden. In 1973 dreigde dat leger om Bordaberry buiten te smijten, tenzij hij zich als stroman liet gebruiken voor een militaire coup. Bordaberry stemde toe en regeerde de volgende drie jaar bij decreet, uiteraard met 'assistentie' van een Nationale Veiligheidsraad, toevallig gedomineerd door het leger.


In 1976 dan was het de beurt aan Bordaberry om opzijgezet te worden. Het leger was hem beu en had liever Alberto Demicheli aan de macht. Die luisterde beter.


Bordaberry ging dan maar terug naar zijn ranch, waar hij de volgende decennia in alle rust doorbracht. Tot hij in 2006 gearresteerd werd voor de moord op twee politici in 1976. In 2008 werd zijn pensioen waar hij als ex-staatshoofd recht op had, opgeschort en vorig jaar werd hij veroordeeld tot 30 jaar cel. Omdat hij al zo oud was, mocht hij zijn straf thuis uitzitten. Daar stierf hij dan ook, 83 jaar oud.

dinsdag 5 juli 2011

Milivoj Ašner : Op bezoek bij Haider

In juni 2008 konden journalisten hun ogen niet geloven: de Kroaat Milivoj Ašner , beschuldigd van oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog, zat op het Europees voetbalkampioenschap in het Duitse Klagenfurt de match te volgen, samen met zijn vrouw Edeltraut. Niet zo wereldschokkend, denkt u, ware het niet dat ze net een uitleveringsvraag geweigerd hadden op basis van slechte gezondheid. De mens was ondertussen al ver in de 90. Er was zelfs sprake van dementie en dergelijke. Asner was blijkbaar toch nog genoeg te been om de match te volgen, en zelfs om vrij enthousiast te supporteren (voor Kroatië). Ook een wandeling op de 8 mei-laan - genoemd naar de Geallieerde overwinning in Europa in de Tweede Wereldoorlog - kon er nog af.

Ašner werkte in 1941-1942 als chef van de fascistische Ustaše-politie in Pozega. Kroatië had zich in de oorlog onafhankellijk verklaard en bij Hitler en consoorten aangesloten. Ašner's job als Kroatische fasco-flik was het opsporen en deporteren van alles wat ook maar enig rasonzuiver was naar Nazi-normen - Serviërs, joden, zigeuners, noem maar op. Hij zou zo honderden mensen een enkel ticket naar de concentratiekampen bezorgd hebben. Hij werd per toeval ontdekt door een joodse onderzoeker die het joods kerkhof in zijn stad uitpluisde en zo via via op Ašner terechtkwam. Asner zelf was niet echt onder de indruk: "[He] is nothing but a vagabond, never done a day's work in his life. He's a Jew and because he's a Jew people think he's decent. He's an agent of Wiesenthal and Zuroff. These types don't impress me." Van vooroordelen gesproken.

In de laatste oorlogsmaanden vluchtte hij naar Oostenrijk en veranderde zijn naam in George Aschner. Hij leefde rustig en ongestoord verder, tot hij ontdekt werd door die vlijtige onderzoeker. Ašner leefde dan al in Klagenfurt, waar de aflijvige Jörg Haider toen nog gouverneur was. Die vond het overigens niet meer als normaal dat Ašner daar woonde: volgens hem was de Kroaat altijd vriendelijk en woonde hij in volle vrede met zijn Tiroolse buren.

Hoe het ook zij, gerechtelijke vervolging kwam er niet: Ašner overleed op 14 juni in zijn bejaardentehuis in Klagenfurt, 98 jaar oud... Het nieuws werd nu pas bekendgemaakt.

maandag 4 juli 2011

Otto : De laatste Habsburger

In 1912 kregen aartshertog Karel van Habsburg en zijn vrouw Zita hun eerste zoon, die direct de uitgebreide namen Franz Joseph Otto Robert Maria Anton Karl Max Heinrich Sixtus Xavier Felix Renatus Ludwig Gaetan Pius Ignatius meekreeg - gemakshalve wordt dat hierna Otto. De Eerste Wereldoorlog was nog niet uitgebroken en Europa was nog mooi verdeeld onder de kongshuizen, met als één van de oudste de Habsburgers op hun Oostenrijks-Hongaarse troon in Centraal-Europa, geregeerd door de ouwe krokodil Franz Joseph (tevens peetvader van de nieuwe spruit). Die had als troonopvolger aartshertog Franz Ferdinand. Die werd echter vakkundig (nu ja, eerder amateuristisch) afgeknald in Sarajevo (meteen het startschot voor de Eerste Wereldoorlog), waardoor Otto's vader Karel ineens troonopvolger werd. In 1916 legde Franz Joseph het loodje en werd hij opgevolgd door Karel. Otto was nu ineens kroonprins van één van de grootste rijken van Europa.
Lang duurde het niet, want in 1918 stortte de oude orde als een kaartenhuis ineen toen de Groote Oorlog eindigde. Karel werd van zijn tronen gestoten en ging met zijn familie in ballingschap. In 1922 overleed hij op het Portugese eiland Madeira. In 2004 werd hij evenwel zalig verklaard door Johannes Paulus II, omwille van het zwaar gewicht dat zijn geloof doorgaf op zijn politieke beslissingen.
Otto was nu de laatste vertegenwoordiger van de Habsburgse erfenis. Officieel had zijn vader nooit geabdiceerd, dus zoontje bleef ook aanspraak maken op de troon. Hij zat wel niet stil ondertussen: hij studeerde sociale en politieke wetenschappen in Leuven en vanaf de jaren '30 werd hij politiek actief. Otto streefde naar een Europese integratie, maar bleef ondertussen wel aartsconservatief (een familietrekje). Hij had een hekel aan communisme, maar dan ook weer aan de Nazi's. Toen die Oostenrijk opslokten, was Otto één van de weinigen die protesteerde. Het was zelfs zo erg dat de codenaam voor de geplande Duitse invasie van Oostenrijk in het geval van een eventuele Habsburse restauratie "Otto" was. Hitler veroordeelde de Habsburger ter dood en die vluchtte dan maar via België naar de VS.
Na de oorlog spande hij zich in voor een verenigd Europa. Van 1957 tot 1973 was hij vice-voorzitter van de Internationale Paneuropese Unie; vanaf 1973 tot 2004 voorzitter. Otto zetelde in het Europese Parlement voor de Beierse CSU van 1979 tot 1999. In 1961 bood generalissimo Franco, de Spaanse dictator, hem nog de Spaanse troon aan, maar Otto sloeg het aanbod af. In datzelfde jaar deed hij pas afstand van zijn aanspraken op Oostenrijk.
In 1989 organiseerde hij mee de Paneuropese Picknick op de grens van Oostenrijk en Hongarije, iets wat serieus mee bijdroeg aan de val van het Ijzeren Gordijn.
Toen zijn vrouw in 2010 stierf, kwam hij niet meer in het openbaar. De laatste Habsburger overleed vredig in zijn slaap, 98 jaar oud. Volgens de eeuwenoude familietraditie zal zijn lichaam bijgezet wordt in de crypte in Wenen. Zijn hart komt terecht in het Hongaarse Pannonhalma.

woensdag 22 juni 2011

Ryan Dunn : Don't try this at home

Je moet alles eens geprobeerd hebben, al kan het soms eens zeer doen. Dat was ongeveer het levensmotto van Ryan Matthew Dunn. De Amerikaan werd wereldberoemd als één van de sterren van Jackass, het programma dat tussen 2000 en 2002 liep op MTV waar een hoop mensen een reeks halsbrekende stunts en grappen uithaalden. Regelmatig werd er eens een bot gebroken of kwamen ze er toch dicht in de buurt.


Dunn had vooral iets met snelheid en wagens. Dat laatste in alle formaten: één van zijn opmerkelijkste stunts was een speelgoedwagentje in een condoom steken, die vervolgens met glijmiddel bewerken en dan maar in zijn kont steken. Dunn en zijn nieuwste "aanwinst" gingen dan naar de dokter, waar hij begon te klagen over pijn in zijn staartbeen. Een Röntgenstraling later schrok de arts zich een hoedje toen op de foto's het speelgoedautootje verscheen.


Een andere was Dunn in een golfwagentje met collega Johnny Knoxville als passagier. De idee: het wagentje tegen volle snelheid over een sandtrap rijden, om dan te crashen op een plastieken varken. Het varken zou dan verpletterd worden. Helaas voor Dunn en Knoxville weigerde het plastieken standbeeld mee te werken en was het het golfwagentje dat kadul ging. Resultaat: Knoxville landde op zijn nek, het golfwagentje daarboven. Dunn was ondertussen al weggekatapulteerd.


Snelheid en wagens zouden hem ook de das omdoen: Dunn, 34 jaar oud, crashte in de vroege uurtjes met zijn wagens tegen 130 mijl per uur tegen een boom. Als hij de crash al overleefd had (highly unlikely), dan vloog de wagen in de fik. Ook zijn passagier, de productieassistent Zachary Hartwell, overleefde het niet.


Tot slot nog een stunt uit één van de films van Jackass, waarin Dunn zich achter een jet zet, met alle gevolgen vandien:


maandag 6 juni 2011

Shrek : Het ongeschoren schaap


In mei 2004 liep de Nieuw-Zeelandse premier Helen Clark weg uit een lunch met de Chileense president Richard Lagos om een Nieuw-Zeelands nationaal icoon te kunnen ontmoeten. De gast in kwestie was het schaap Shrek.


Shrek was een Merinoschaap dat beroemd werd door zijn ruige haardos. Normaal gezien wordt zo'n schaap jaarlijks geschoren, maar dat was buiten Shrek gerekend. Het rebelse beest slaagde er in om zes jaar na mekaar het scheermes te ontwijken. Elke keer dat zijn kapper in de buurt kwam, vluchtte Shrek de grotten in en kwam hij pas buiten als iedereen weg was.


Klein probleem was dat zijn coiffure na zes jaar fenomale proporties aan begon te nemen. Een normale Merinovacht weegt ongeveer 4,5 kilo: Shrek zat ondertussen al aan 27 kilo - genoeg wol om twintig mensen aan een pak te helpen. Zijn haar groeide op den duur voor zijn ogen en belemmerde zo zijn zicht. Mede daardoor kon hij op 15 april 2004 eindelijk gepakt worden. Zijn scheerbeurt op 28 april werd live uitgezonden op de nationale televisie.


Voor zijn tiende verjaardag werd hij nog eens speciaal geschoren, ditmaal op een ijsberg voor de kust van Nieuw-Zeeland. Hij kreeg bovendien een biografie, Shrek, the Story of a Kiwi Icon.


Het ruige schaap werd ongeveer 16 jaar oud voor het naar de andere wereld werd geholpen door een veearts.

vrijdag 3 juni 2011

Jack Kevorkian : Dying is not a crime

Dokter Dood, zo noemden ze Jacob "Jack" Kevorkian. De Amerikaanse patholoog van Armeense afkomst zorgde heel zijn leven voor controverse in de medische wereld.


Hij was in 1952 afgestudeerd aan de universiteit van Michigan. In 1956 publiceerde hij zijn eerste spraakmakende artikel, "The fundus oculi and the determination of death". Daarin schreef hij over zijn pogingen om de ogen van stervende patiënten te fotograferen. Het artikel bezorgde hem de bijnaam die hij zijn hele leven zou blijven dragen: Dokter Dood.


De toon van zijn latere werk was onmiddellijk gezet. Kevorkian leek een obsessie te hebben met stervende of dode mensen: in 1958 presenteerde hij een paper in Washington, waar hij zich uitsprak voor het uitvoeren van medische experimenten op terdoodveroordeelden (weliswaar mits toestemming van dat onfortuinlijk slachtoffer). Het zorgde voor zo'n schandaal dat de universiteit aan Kevorkian vroeg om zijn biezen te pakken. In 1961 publiceerde hij een artikel waarin hij het had over zijn experimenten met bloedtransfusies tussen kadavers en levende mensen. In de late jaren '70 stopte hij even met zijn pathologische carrière om een film te maken, die echter volledig flopte. Terug naar de pathologie dan maar, toen hij in de jaren '80 zijn visie op euthanasie en de ethiek erachter begon te verspreiden.


Hij zette zoekertjes in de krant voor "death counseling" en stelde een heuse zelfmoordkliniek voor, compleet met medische experimenten. Zijn eerste publiekelijk geassisteerde zelfmoord was in 1990 bij een vrouw van 54 met Alzheimer. Er waren toen nog geen wetten in Michigan voor dat soort dingen, dus een beschuldiging van moord verdween al snel in de vuilbak. Kevorkian werd een specialist in geassisteerde zelfmoord. Volgens zijn advocaat zou hij tussen 1990 en 1998 zo'n 130 mensen helpen om het tijdelijke voor het eeuwige te ruilen. Hij begon zelfmoordmachines te maken, een "Thanatron" (waarbij de drugs intraveneus werden ingebracht) en een "Mercitron" (een soort gasmasker met koolstofmonoxide).


Hij werd uiteindelijk voor het gerecht gedaagd op basis van een aanklacht van moord. Tien tot 25 jaar moest hij de bak in voor zijn assistentie. Kevorkian zat acht jaar met zijn vingers te draaien voor hij in 2007 weer vrij kwam. Kleine voorwaarde: hij mocht niemand meer helpen om de pijp uit te gaan.


Hij bleef voorstander van zijn visie. Volgens hem was sterven immers geen misdaad. In een interview in 2001 had hij nog gezegd dat het hem geen verschil uitmaakte of een patiënt nu terminaal was of niet: in theorie zijn we immers allemaal terminaal.


Naast zijn medische carrière (en zijn in-filmcarrière) schilderde en componeerde Dokter Dood. Zijn kunst was al even controversiëel, vooral toen hij met zijn eigen bloed begon te schilderen. Een krant omschreef zijn muziek dan weer als "weird, but good natured".


En ook de media interesseerde zich uiteraard in Dokter Dood: in 1999 schreef Kurt Vonnegut God Bless you, Dr. Kevorkian, een reeks korte, ingebeelde interviews met de dokter. De titel was een parodie op een werk van Vonnegut uit 1965, God Bless You, Mr. Rosewater. In 2010 werd zijn leven verfilmd in You Don't Know Jack, met Al Pacino als Kevorkian. Pacino won een Emmy en een Golden Globe voor zijn vertolking.


Kevorkian zelf overleed aan een trombose in het hospitaal waar hij geïnterneerd was voor leverkanker en longontsteking. Hij was 83.

maandag 23 mei 2011

Xavier Tondo : que injusta es la vida

De Spaanse wielrenner Xavier Tondo is op 32-jarige leeftijd overleden in een bizar ongeluk. Tondo werd in 2003 prof bij het bescheiden Paternina. De daarop volgende jaren bleef hij rijden voor Spaanse en Portugese continentale teams zoals Relax-Fuenlabrada en Andalucia-Cajasur. Bij die laatste bevestigde Tondo in 2009 als een uitstekend klimmer en ronderenner door een indrukwekkend seizoen bijeen te fietsen. Dat jaar finishte hij onder andere als 2de in de Ruta del Sol en in de Ronde van Burgos, plus nog een reeks top tien plaatsen in andere typische Spaanse rittenwedstrijden.

In 2010 kreeg hij zijn kans bij de ploeg Cervelo waar hij als meesterknecht / schaduwkopman van voormalig Tourwinnaar Carlos Sastre zou worden uitgespeeld. Het seizoen begon fantastisch. Tondo won een etappe in Parijs-Nice en een etappe in de Ronde van Catalonië, waar hij tevens 2de werd in het algemeen klassement. Dat najaar stond hij ook aan de start van de Ronde van Spanje. Tondo presteerde hier verbazend sterk en regelmatig. Hij eindigde op een schitterende 6de plaats in het eindklassement van de Vuelta, zowaar nog twee plaatsen voor zijn eigenlijke kopman Sastre. Niet slecht voor een man die slechts een jaar eerder, in de Vuelta 2009, zijn eerste grote ronde had gereden. Het leverde hem voor 2011 een lucratief contract op bij Team Movistar, de grote Spaanse ploeg van Eusebio Unzue. En ook dit jaar was hij weer lekker bezig: 6de in de Ronde van het Baskenland, 5de in de Ronde van Catalonië, en nog maar een maand geleden winnaar van de Ronde van Castillië en Leon. In juli zou Xavier Tondo als absolute kopman bij Movistar worden uitgespeeld in het grootste wielerfeest ter wereld, de Tour de France.

Het was ter voorbereiding van de Tour dat Tondo en enkele ploegmaten in Pradollano logeerden om te kunnen trainen in de Sierra Nevada. Vanochtend even na 10u maakten Tondo en zijn ploegmakker Benat Intxausti zich klaar om met de wagen naar de bergen te rijden waar ze hun fietsen zouden uitladen en hun kilometers zouden malen. Tondo had de wagen al uit de garagebox van zijn huurappartement gereden toen hij nog eens uitstapte. Daarna is hij op één of andere manier vast komen te zitten tussen de wagen en de dichtschuivende garagepoort waardoor hij verpletterd werd. Intxausti, die op de passagiersstoel zat, zag het gebeuren maar kon niets doen. Tondo overleed ter plekke.

Amper twee weken nadat Wouter Weylandt levenloos bleef liggen op het Italiaanse asfalt, verliest de koers nog maar eens één van zijn jonge helden. Eén die de laatste tijd dus tot volledige ontbolstering aan het komen was en wiens meest heroïsche prestaties meer dan waarschijnlijk nog in de toekomst lagen. Op zijn Twitterpagina uitte drievoudig Tourwinnaar Alberto Contador in eenvoudige maar universeel klinkende woorden zijn gevoelens over deze tragedie: "Que injusta es la vida y dificil de comprender en ciertos momentos." Xavier Tondo zal echter wel herinnerd blijven dankzij zijn geweldige klimmersbenen en zijn mooie, gekortwiekte palmares.


Hieronder nog enkele mooie plaatjes van slechts een maand geleden met Xavier Tondo (tussen Igor Anton en Bauke Mollema) op het hoogste podium als eindwinnaar van de Ronde van Castillië en Leon.


















En in diezelfde rittenwedstrijd, fier als een gieter in zijn grijze leiderstrui, de hand schuddend van Alberto Contador.


















En hier een video van zijn zege in de 6de etappe van Parijs-Nice in 2010, met ook een interview met de stralende winnaar:

maandag 9 mei 2011

Wouter Weylandt : gesneuveld in het harnas

De Vlaamse wielrenner Wouter Weylandt is op 26-jarige leeftijd verongelukt. Weylandt werd in 1984 geboren te Gent. In 2005 werd het jonge sprinttalent profrenner en wel meteen bij Quickstep, de absolute topploeg van België, waar hij 6 seizoenen zou blijven rijden. Weylandt gebruikte zijn sprintsnelheid vooral als loods voor Tom Boonen, de absolute topsprinter bij Quickstep. Toch graaide hij best wel wat zeges mee in massasprints in kleinere rittenwedstrijden en kermiskoersen waar hij zijn kans mocht gaan. Plots was het dan serieus prijs toen hij in 2008 in Valladolid de 17de etappe van de Ronde van Spanje wist te winnen in een massasprint. In 2010 sprintte hij in Middelburg opnieuw naar een dagzege in een grote ronde, met name in de 3de etappe van de Ronde van Italië toen deze in Nederland passeerde.

Aan het einde van dat jaar verliet Weylandt zijn vertrouwde ploeg Quickstep en kreeg voor 2011 een contract bij de prestigieuze nieuwe formatie Leopard Trek waar oa ook Fabian Cancellara en de gebroeders Schleck naartoe gingen. Bij Leopard mocht topsprinter Daniele Bennati uiteraard de dienst gaan uitmaken in de weinige vlakke etappes in de ronde van zijn land. Een week voor de start van de Giro kwam Bennati echter ten val in de Ronde van Romandië en brak zijn sleutelbeen. Zodoende werd Weylandt, de 'tweede' sprinter van het team, als vervanger opgesteld, alhoewel hij uit vorm was en de Giro niet op zijn jaarplanning had gestaan. Gisteren, tijdens de eerste rit in lijn, begon alles goed voor Weylandt die keurig op een 9de plaats in de sprint eindigde.

Vandaag stond de 3de etappe van de Giro 2011 op het menu, een mooie rit van Reggio Emilia naar Rapallo waarin het noodlot ongenadig hard toesloeg. Tijdens de afdaling van de Passa del Bocco kwam Wouter Weylandt met zijn linkerpedaal in aanraking met een rotswand. Hierdoor is hij over de kop gegaan en met zijn hoofd op de rotsen terecht gekomen. De schedelbreuk die hij daarbij opliep kostte hem ter plekke het leven. Men heeft hem nog gedurende 15 minuten tevergeefs proberen te reanimeren en hem vervolgens naar een ziekenhuis overgevlogen waar men echter slechts zijn dood kon vaststellen.

Men kan vele goeie dingen zeggen over Wouter Weylandt, en men hoeft ze niet eens aan te dikken omdat hij nu toevallig gestorven is want ze zijn allemaal waar. Hij werd alom geprezen als een goedlachse gast, die altijd vriendelijk bleef (zelfs als hij weer eens een bak niet altijd even terechte en alles behalve motiverende kritiek van zijn eigen ploegmanager Patrick Lefèvre over zich heen kreeg), en die altijd tijd vrijmaakte voor fans en pers. Hij stond bekend als een mooie jongen, met veel aandacht voor uiterlijk en kledij, populair bij de meisjes. Natuurlijk was er ook dat sappige Gentse accent waarin hij altijd zijn vlotte babbel deed. Maar bovenal was het een prima renner die op zijn zesentwintigste al een leuk palmares had en die best nog wel groeimarge had en nog mooie koersen had kunnen winnen, ware hem meer tijd gegund geweest. Dat deze jongen aan het Italiaanse asfalt moest blijven plakken om nooit weer op te staan, in een wedstrijd waar hij enkel aanwezig was door de val van Bennati, op een dag die een blijde verjaardag voor hem had moeten zijn bijna dag op dag één jaar na zijn grootste zege in diezelfde 3de etappe van diezelfde grote ronde, met aan het thuisfront zijn vriendin vijf maanden zwanger van zijn eerste kind... Grimmiger wordt het zelden.

Het leek een mooie lente te worden: Boonen, Nuyens, Vansummeren, Gilbert, de Belgen wonnen letterlijk alles, zoals ze dat in geen decennia meer gedaan hadden. De dood van Wouter Weylandt hult die Belgische wielerlente echter in een donkere mist. Hij is de zoveelste uit een te lange rij van jonge wielergoden die ons op een paar jaren tijd werden ontstolen, na Frank Vandenbroucke, Dimitri De Fauw en Frederiek Nolf.

De cérémonie protocolaire werd vandaag afgeschaft, voor de tv-camera's en op hun Twitterpagina's drukten renners hun verbijsternis en verdriet uit, en morgen zal een gegroepeerd peloton in een geneutraliseerde rit een laatste eresaluut brengen aan de gevallen held. Maar overmorgen zullen de prachtige schermutselingen in de Giro weer hervatten, de koers wacht op niemand, zelfs niet op de doden, en zo hoort het ook.

Wouter Weylandt is tenminste gesneuveld in het harnas, dat is het enige lichtpunt en de enige troost.


Hieronder nog eens één van de mooiste overwinningen van Wouter Weylandt, zijn zege in Middelburg in de Giro van 2010, laatste kilometer vanaf 06:45. (De gruwelijke en bloederige beelden van de stervende waar de RAI, gespeend van enige schroom, de kijkers vandaag op trakteerde ga ik u in ieder geval besparen.)

donderdag 5 mei 2011

Claude Choules : De laatste der laatsten



Er zijn al wat tegenstrijdige berichten de wereld ingestuurd over de laatste veteranen van de Eerste Wereldoorlog, maar nu is het eigenlijk wel officieel. De laatste echte veteraan van de Groote Oorlog die ook actie gezien heeft, heeft zich nu bij zijn kameraden gevoegd.
Claude Stanley Choules werd in het Britse Pershore geboren. In 1915, toen een snaak van veertien jaar, ging hij dienen op de Mercury, een trainingsschip. Een jaartje later werd hij opgenomen in de Royal Navy, op een nieuw trainingsschip, de HMS Circe. In 1917 dan vervolledigde hij zijn opleiding en kwam hij terecht op de HMS Revenge, één van de grootste schepen van zijn tijd. Het slagschip was het vlaggenschip van het First Battle Squadron. De Revenge had nog meegevochten in de Slag bij Jutland, de grootste confrontatie op zee tussen de oorlogvoerenden in de Eerste Wereldoorlog. Choules was er toen nog niet bij. Hij was er wel bij toen de Revenge in een gevecht verwikkeld geraakte met een Duitse Zeppelin.








In 1918, toen de oorlog net tien dagen voorbij was, zag hij hoe de volledige Duitse keizerlijke vloot zich kwam overgeven in het Schotse Firth of Forth. Die vloot, 74 schepen groot, zou verdeeld worden tussen de Geallieerde overwinaars. De Duitse bevelhebber, admiraal Ludwig von Reuter, zag dat echter niet zitten en op 21 juni 1919 gaf hij het bevel om alle schepen te laten zinken. 52 schepen slaagden er in om zichzelf te kelderen. Choules was de laatste getuige van dit historische schouwspel.

Na de oorlog ging hij naar Australië als instructeur. Hij had het daar wel naar zijn zin en sloot zich aan bij de Australian Royal Navy. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was hij de Acting Torpedo Officer op de HMAS Fremantle en later Chief Demolition Officer van West-Australië. In die laatste hoedanigheid zou hij de havens van Fremantle moeten saboteren, mochten de Japanners een invasie proberen uit te voeren. Na de oorlog ging hij bij de Naval Dockyard Police, waarin hij tot zijn pensioen in 1956 diende.






Hij ging nooit naar de vieringen van de Wapenstilstand op 11 november, omdat hij tegen elke vorm van ophemeling van oorlog was. In 2009 publiceerde hij zijn autobiografie, The Last of the Last. In maart 2011 werd hij 110 en bleek dat hij de enige veteraan was die nog actie gezien had in de Groote Oorlog. Choules was op het einde van zijn leven bijna compleet blind en doof. Toen hij stierf, liet hij drie kinderen, elf kleinkinderen, 22 achterkleinkinderen en drie achterachterkleinkinderen na. Met Choules' dood is de Groote Oorlog nu eigenlijk pas écht voorbij...

maandag 2 mei 2011

Osama bin Laden : Osama, wo bist du bleben?

Hij was afgeknald in Tora Bora in 2001. Hij was al lang dood dankzij een chronische nierziekte. De laatste tien jaar hoorde je overal geruchten over Osama bin Laden, de ultieme nemesis van het decadente Westen in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder. En nu heeft hij dan toch - letterlijk - het loodje gelegd.




Nochtans begon het allemaal heel fleurig voor de kleine Osama toen die in 1957 geboren werd. Hij was het zeventiende kind van Mohammed bin Laden, een multimiljonair uit Saoedi-Arabië. Heel de familie zat in de bouwsector. Osama's halfbroer (één van zijn 51 broertjes en zusjes), Tarek bin Laden, wou in 2008 nog een brug bouwen over de Rode Zee. Toen papa bin Laden in 1968 omkwam in een helikoptercrash, was zoontje Osama ineens een paar miljoen rijker. Hij ging studeren en kwam op school in contact met conservatieve leraren en studenten. Hij voelde zich aangetrokken en al snel omarmde hij de fundamentalistische Islam. Voor hem was het Islamtische leven in de 13e eeuw van een veel hogere kwaliteit dan nu. Perfect, zo stelde hij zelfs. Dat dat ondertussen meer dan acht eeuwen geleden is en dat de wereld blijft draaien, dat was bijzaak. Toen de Sovjets in 1979 Afghanistan binnenviel, veranderde zijn leven voorgoed. Osama trok naar het slagveld en bracht de volgende tien jaar door als vrijheidsstrijder tegen de Russen. Toen die eenmaal buitengekegeld waren, was er al een nieuwe vijand in de vorm van de Verenigde Staten.


Die hadden immers 300.000 troepen samengehokt in zijn vaderland - waar ook de heiligste plekken van de Islam zich bevinden - in het kader van de Golfoorlog tegen Irak in 1991. Het was al erg genoeg dat er ongelovigen in Saoedi-Arabië zaten, tot overmaat van ramp zaten daar ook vrouwen tussen. Stel u voor. Dus richtte hij zijn pijlen op de Amerikanen. Hij stampte al-Qaeda uit de grond en begon met een reeks bomaanslagen. En passant investeerde hij zijn fortuin in allerlei fundamentalistische groeperingen. En in 2001 volgde dan zijn 'magnum opus'.


Vier gecrashte vliegtuigen later en twee Twin Towers minder wist ineens heel de wereld wie Osama was. De Amerikanen begonnen een klopjacht op hem. Afghanistan werd binnengevallen, vervolgens Irak. Olie op het vuur voor Osama, die af en toe nog zijn kop op tv liet zien, door videobanden op te sturen naar al-Jazeera. In 2001 werd hij voor het laatst echt gezien, toen hij uit zijn versterkte bergvesting in het Afghaanse Tora Bora wist te ontsnappen. Osama was uitgegroeid tot een symbool: het feit alleen al dat hij leefde, zelfs al kon hij misschien niets meer uithalen, maakte hem tot de ultieme nagel in de Amerikaanse doodskist.


Speculaties alom, waar zat hij toch? Het mysterie werd opgelost toen een soldaat van de US Special Forces hem een kogel recht in zijn voorhoofd knalde. Hij zat rustig in een versterkte villa in Pakistan, vlak bij een stad en, iets minder leuk, een militaire academie. Geen graf voor Osama, het lijk werd in de zee gedumpt, om te voorkomen dat er van zijn graf een bedevaartsoord gemaakt zou worden. Osama is misschien dood, maar hij laat een controversiële erfenis na waarvan het einde nog niet in zicht is.

donderdag 21 april 2011

Yoshiko Tanaka : Godzilla vs. Biollante


Eind jaren 1980 hadden de makers van de Japanse Godzilla-films een probleem. Ze hadden er al 16 op de wereld losgelaten en het werd eens tijd om nieuwe monsters te creëren die het tegen de uit zijn kluiten gewassen hagedis konden opnemen. Dus besloot het Japanse filmbedrijf Toho in 1986 om een wedstrijd uit te schrijven voor een nieuw script: die werd gewonnen door de tandarts Shinichiro Kobayashi. Het werd serieus aangepast door de screenwriters van Toho, maar in 1989 baarde het productiehuis nummer 17 van de Godzilla's ut: Godzilla vs. Biollante. De gekwelde wetenschapper Shiragami combineert de DNA-stalen van een plant (een roos) met die van zijn overleden dochter. Het resultaat: een agressieve gemuteerde rozenstruik.

Uiteraard komt op hetzelfde moment Godzilla terug op de proppen, die voor de 17e keer Japan tot pulp mag slaan. Het karton vliegt natuurlijk over heel het scherm, tot de atoomhagedis en de foute roos elkaar tegenkomen en er een duel van maken. Uiteindelijk wint Godzilla door het ding tot twee maal toe te overwelmen met zijn atoomadem (ik vind het echt niet uit, lees het script).


En één van de hoofdactrices is nu het hoekje om. Toshiko Tanaka speelde Asuka Okuochi, de dochter van de industrieel die de DNA-stalen van Godzilla bemachtigde en dokter Shiragami financierde. Omdat Asuka goeie vriendjes is met Shiragami, is ze er uiteraard altijd bij als Godzilla en Biollante op elkaar liggen te slagen.



Andere prachtige titels uit de Godzilla-reeks (om u een idee te geven van de creativiteit van de screenwriters): King Kong vs. Godzilla (1962), Son of Godzilla (1967), Godzilla vs. Mechagodzilla (1974), Godzilla vs. Spacegodzilla (1994), Godzilla 2000 (1999), Godzilla: Tokyo S.O.S. (2003), ...


Yoshiko Tanaka kreeg in hetzelfde jaar nog de 14e Hochi Film Award voor beste actrice in Black Rain, een film over de naweeën van de atoombom op Hiroshima. Naast haar filmcarrière zong ze ook nog in de band Candies. Yoshiko Tanaka werd 55 jaar oud: ze overleed aan borstkanker.


En hier de trailer van Godzilla vs. Biollante:


dinsdag 19 april 2011

Pietro Ferrero : boterhammekes me choco

De Italiaanse snoepfabrikant Pietro Ferrero is op 47-jarige leeftijd verongelukt tijdens een fietstochtje in Zuid-Afrika. Ferrero, de CEO van het Italiaanse bedrijf Ferrero SpA, was de vleesgeworden Willy Wonka. Uit zijn snoepfabriek stroomde het lekkers immers de wereld in: de Ferrero Rocher, de Mon Chérie, Tic Tacs, Kinder Chocolade (waaronder uiteraard de Kinder Surprise eitjes met bijhorend krakkemikkig prulspeelgoed), ... Maar zijn absolute topper was natuurlijk Nutella, de oorspronkelijke en ongetwijfeld nog steeds de beste choco ter wereld. Ferrero's grootvader en naamgenoot Pietro Ferrero, die het bedrijf in 1942 had gesticht, stond tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het probleem van de rantsoenering en dus schaarste van chocolade. Daarom was hij gaan experimenteren met hazelnoten, met het ontstaan van zijn beroemde hazelnootpasta of choco tot gevolg.
Vandaag de dag is Ferrero SpA één van de grootste multinationals van Italië met een omzet van 6,3 miljard euro maar het blijft een familiebedrijf dat voor 100% in handen is van de Ferrero's.

donderdag 14 april 2011

Trevor Bannister : "Mr. Lucas, are you freeee?"

De Britse acteur Trevor Bannister is op 76-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Bannister was al een aantal jaren actief als televisie-acteur toen hij in 1972 gecast werd in de nieuwe BBC comedy Are You Being Served? van Jeremy Lloyd en David Croft (het duo dat later ook oa 'Allo 'Allo zou maken). Bannister speelde in Are You Being Served? de rol van Mr. Lucas, een verkoper op de kledingafdeling van het warenhuis Grace Brothers, waar de seksuele toespelingen welig tierden en de strikte hiërarchie tussen de personeelsleden heilig was en alles bepalend. Mr. Lucas was als 'junior salesman' de laagste in de pikorde maar dat verhinderde hem niet om, zeer tegen de zin van zijn superieuren, constant achter de vrouwen te lopen en allerlei capriolen uit te halen, vaak samen met zijn collega, de legendarische Mr. Humphries. Van Are You Being Served? werden tussen 1972 en 1985 tien seizoenen gemaakt. De serie was een gigantisch kijkcijferkanon, niet alleen in Groot-Brittannië maar wereldwijd. Bij ons wordt de serie nu nog geregeld heruitgezonden.

Trevor Bannister verliet de reeks na het 7de seizoen. Hij speelde daarna nog een heleboel gastrolletjes in tv-series, onder andere in Keeping Up Appearances en Coronation Street, maar de grote rollen bleven een beetje uit. Hij was echter wel volop actief in het theater, met name als Shakespeare-acteur.

De laatste jaren vallen de castleden van Are You Being Served? bij bosjes dood neer. In 2007 stierf John 'Mr. Humphries' Inman, in 2009 gingen Wendy 'Miss Brahms' Richard en Mollie 'Mrs. Slocombe' Sugden voor de bijl, en nu is het dus de beurt aan Mr. Lucas. Van de main cast zijn nu enkel Captain Peacock en Mr. Rumbold nog in leven.

Op YouTube kan je tegenwoordig de meeste afleveringen van de reeks gewoon integraal bekijken. Hieronder 'Dear Sexy Knickers...', de eerste aflevering van het eerste seizoen, met een glansrol voor Trevor Bannister.

maandag 11 april 2011

La Esterella : Het Antwerps kanon

"Kon je gisteren niet beter zingen?" Dat waren de eerste woorden van de toekomstige man van Esther Lambrechts toen die zich aan haar voorstelde. Ze viel nogal op door haar zware stem, die drieëneenhalve octaaf kon overspannen. Dat zou ook haar handelsmerk worden toen ze doorbrak als La Esterella, met haar echtgenoot Charly Schleimovitz als manager. Schleimovitz leerde haar alles, zelf hoe ze zich moest schminken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest ze noodgedwongen optreden voor de Duitse bezetter. Van die kreeg ze de veelzeggende bijnaam 'Die Kanone'. Na de oorlog toerde ze heel Europa rond, van Groot-Brittannië tot Tsjechoslowakije. In elk land zong ze ook een lied in de plaatselijke taal. Vanaf 1953 kreeg ze een platencontract en begon ze steevast in het Nederlands te zingen. In die periode scoorde ze haar grootste hits, met Oh! Lieve Vrouwe Toren en Alle Moeders. In 1962 overleed haar man. La Esterella stopte toen met zingen.
Ze kwam aan de bak als secretaresse en hertrouwde in 1970, maar in 1980 stierf ook haar tweede echtgenoot. Vanaf 1982 was ze op pensioen. En dan kreeg ze een tweede (zang)jeugd: ze trad op in het radioprogramma "Vragen staat vrij" en kreeg zo'n goeie reacties dat ze weer ging optreden. Die tweede carrière duurde tot 1988. Tot op hoge leeftijd trad ze nog op. In 2000 werkte ze nog mee met Alex Callier van Hooverphonic en zelfs met Reggie van Milk Inc voor de soundtrack van de film Shades.
Vanaf 2008 kampte ze regelmatig met haar gezondheid en moest ze naar een rusthuis. Ze overleed in haar geboortestad Antwerpen. Het "kanon" werd 91.

Hier haar grootste hit, Oh! Lieve Vrouwe Toren:


En ze werd ook nog een onder handen genomen door Chris Van Den Durpel voor Chris & Co, met dit als resultaat:

zaterdag 9 april 2011

Pierre Celis : De Witte van Hoegaarden

In 1966 besloot de melkboer Pierre Celis om het eens over een andere boeg te gooien. Hij begon een eigen brouwerij, De Kluis. Daar begon hij de traditie van het witbier te herleven, wat zou leiden tot de Witte van Hoegaarden. Celis had de stiel geleerd van zijn buur Louis Tomsin, de laatste ambachtelijke brouwer in de streek. In 1965, toen Tomsin al een paar jaar gestopt was, was Celis al begonnen met zijn eigen testbrouwsel op de hooizolder.



De Kluis was een succes, mede dankzij de enthousiaste steun van de ondertussen aflijvige Hoegaardse burgemeester Frans Huon. Begin jaren '80 kocht Celis de oude limonadefabriek Hougardia op en toverde die om in een nieuwe brouwerij. Helaas voor hem vloog die in 1985 in brand. Interbrew, het huidige AB Inbev, kwam zich vervolgens moeien en kocht heel het spel over. De overname bracht nieuw geld in't laadje en naast Hoegaarden verschenen ook nog Julius, Das, Grand Cru en Verboden Vrucht op de markt, met in de winterperiode de Hoegaarden Spéciale erbovenop.


Celis zelf zag het wat minder zitten en week uit naar de Verenigde Staten. In Texas stampte hij Celis Breweries uit de grond . Aldaar brouwde hij terug zijn witte, de Celis White. Celis werd echter al wat ouder en sukkelde met zijn gezondheid. Ook die brouwerij moest hij verkopen, ditmaal aan het Amerikaanse Miller. Miller verprutste het volledig en Celis Breweries ging op de fles.


Celis keerde terug naar België en liet daar Grottenbier brouwen, een bier dat rijpt in de grotten van Kanne. In 2005 werd hij ereburger van Hoegaarden. Celis wou in zijn laatste jaren nog eens de grote plas overgaan om, terug in Texas, een vriend te helpen met de uitbouw van diens brouwerij, maar Magere Hein stak daar een stokje voor. Hij overleed in Tienen, 86 jaar oud.

zondag 13 maart 2011

Owsley Stanley : LSD & The Wall of Sound

Drie jaar geleden ging Albert Hofmann, de uitvinder van LSD, de pijp uit. Nu wordt hij gevolgd door Owsley Stanley, de man die LSD 'commercialiseerde'. Stanley - voluit Augustus Owsley Stanley III, bijgenaamd Bear of The White Rabbit - was de eerste die LSD en masse produceerde. In totaal zou de Acid King ongeveer een halve kilo gemaakt hebben, wat overeenkomt met 5 miljoen 'hits' van 100 microgram.
Stanley verkocht het spul aan dumpingsprijzen en deelde zijn gerief ook regelmatig gratis uit. Daarmee was hij grotendeels verantwoordelijk voor de opkomst van de hippiebeweging in de jaren '60. In de zomer van 1967 kwamen 100.000 hippies bijeen op de Summer of Love in San Francisco. Die bijeenkomst zette de stad op de kaart als hét centrum van de hippiebeweging, die zo ook in de schijnwerpers kwam te staan. Een geschiedkundige van de periode, Charles Perry, omschreef het hele gedoe als 'one big LSD party' - met dank aan Stanley.

Naast LSD-baron was Stanley ook een begenadigd sound engineer. Hij financierde en verzorgde het geluid van The Grateful Dead, de psychedelische rockband wiens muziek omschreven werd als 'touching on ground that most other groups don't even know exists'. Voor de Grateful Dead bokste Stanley in 1974 zijn Wall of Sound in elkaar. Het was eigenlijk een gigantische muur van boksen achter de muzikanten, die ze zelf konden controleren. Het gevaarte woog 75 ton en om het in elkaar te steken waren er 21 mensen nodig. Vier semi-trailers waren er voor nodig om de Wall te verplaatsen.

Stanley hield er ook wat rare gewoonten op na: hij weigerde categoriek om op foto's te staan en was er van overtuigd dat het natuurlijke menselijke dieet puur uit vlees bestaat. Alle groenten waren voor hem giftig. Hij beweerde dat hij sinds 1959 alleen maar vlees, eieren, boter en kaas at en dat zijn lichaam daardoor veel gezonder was dan de andere mensen.

Sinds 1996 was hij een genaturaliseerde Australiër. Hij overleed na een auto-ongeval, vlakbij zijn thuis in Queensland. Het Wit Konijn werd 76.

vrijdag 11 maart 2011

Blair River : The Heart Attack Grill

In Chandler, Arizona, staat er sinds 2005 de Heart Attack Grill. De Grill is een fast food hamburgerrestaurant, dat de reputatie heeft om één van de meest ongezonde ter wereld te zijn. Heel het etablissement staat in het teken van het hospitaal: de diensters zijn nurses, die prescriptions (bestellingen) aannemen van de patients (de klanten). Regelmatig komt er een 'dokter' langs met een stethoscoop die je onderzoekt en rond de pols wordt er een bandje bevestigd waarop je menu staat.
Het menu is een ware aanslag op het lichaam: er zijn Single, Double, Triple en Quadruple Bypass-hamburgers, met een gewicht aan vlees gaande van 0,20 tot bijna een volledige kilogram - ongeveer 8.000 calorieën (die Quadruple kan u overigens bewonderen op de foto hierbeneden, waar hij gepresenteerd wordt door één van de 'verpleegsters'). De Quadruple staat bekend als one of the world's worst junk foods. Dan zijn er Flatliner fries, die gebakken worden in puur varkensvet. En om te drinken is er bier, tequila en een hele resem soft drinks, variërend van Jolt Cola en in Mexico gebottelde Coca Cola, met echte suiker. Klanten die meer dan 160 kilo wegen, mogen gratis eten. Ze moeten zich eerst wel laten wegen bij een 'dokter' of een 'verpleegster' elke keer ze een nieuwe burger bestellen.

Om u een idee te geven van hoe scheef heel het concept is, ga gerust eens naar de site. De reclameboodschap spreekt boekdelen... Daar kan je trouwens ook de aflijvige Blair River aan het werk zien. Tot zijn dood op 1 maart 2011 was hij de officiële woordvoerder van de Heart Attack Grill. Hij paste perfect in het plaatje: meneer woog zelf 575 pond, oftewel bijna 290 kilo. Hij kwam dus zelf al in aanmerking voor gratis eten... River was trouwens eerst een klant bij de Grill, voor hij gerecruteerd werd als woordvoerder. Hij werd slechts 29 en overleed aan de gevolgen van een longontsteking. Vlak voor zijn dood was hij nog aan het werken aan zijn volgende reclamespot (alle ideeën kwamen blijkbaar van River): Heart Attack Grill: The Muscial...

zaterdag 5 maart 2011

Alberto Granado : The Motorcycle Diaries

Tussen december 1951 en juli 1952 kon het zijn dat je in Zuid-Amerika de dan nog betrekkelijk onbekende Ernesto 'Che' Guevara tegen het lijf liep. Die toerde daar dan rond met zijn goeie vriend Alberto Granada. Die is nu ook het hoekje om.

Granada was een Argentijn van geboorte en had ook een medische opleiding genoten, net als Che. Ze kwamen elkaar voor de eerste keer tegen toen Granada even was opgepakt door de politie in verband met een rel in een hogeschool. De twee werden al snel goeie vrienden en besloten dan ook op reis te gaan.

Ze vertrokken op 29 december 1951. Granada en Che toerden rond in Granada's Poderosa II, een 500cc Norton-motorfiets waar hij nogal zot van was. Ze hielden allebei een dagboek bij. Op de foto rechtsboven staat hij op een vlot ergens op de Amazone in juni 1952, naast een nog baardloze Che. Granada bleef plakken in het Venezolaanse Caracas, waar hij een job kreeg in het leprosarium. Che reisde door naar Miami, om dan terug te keren naar Buenos Aires om zijn studies af te maken. De hele trip werd in 2004 verfilmd door Walter Salles, op basis van hun dagboeken. Che werd gespeeld door Rodrigo de la Serna, Granada werd vertolkt door Gael Garcia Bernal. Granada zelf verscheen even op het einde van de film en adviseerde Salles tijdens de opnames.

In 1960 verhuisde Granada naar Cuba, op uitnodiging van Che zelve. Daar overleed hij ook, 88 jaar oud.

zondag 27 februari 2011

Frank Buckles : The Last Doughboy


De laatste Amerikaanse veteraan van de Eerste Wereldoorlog heeft ons verlaten. Frank Woodruff Buckles was de oudste nog overlevende veteraan van de Groote Oorlog. Toen de Amerikanen zich in 1917 ook gingen moeien in de grote slachtpartij tussen de grote Europese mogendheden van die tijd, was Buckles nog maar 16. Hij wou per se mee de grote plas over en loog dat het geen naam meer had om daar te geraken. Toen hij zei dat hij 18 was, wou niemand hem geloven, maar uiteindelijk liet één recruiteur hem toch door de mazen van het net glippen. Het was 14 augustus 1917.

Buckles werd direct op de boot gezet, de RMS Carpathia, dat vijf jaar daarvoor nog overlevenden van de RMS Titanic had helpen redden. Eenmaal in Europa werd hij onderverdeeld bij de 1st Fort Riley Casual Detachment.

Tot zijn grote frustratie (geluk?) kwam hij nooit in de gevechten terecht. Zijn eerste 6 maanden moest hij rondrijden met motorfietsen en ambulances. Na dat half jaar slaagde hij er eindelijk in om naar Frankrijk te worden overgeplaatst - maar dan naar Bordeaux, aan de andere kant van het land, mijlenver van de gevechten. Daar moest hij een Amerikaanse luitenant escorteren.

Tot aan de Wapenstilstand zou hij geen actie zien. Eenmaal 11 november 1918 voorbij, moest hij 650 Duitse krijgsgevangenen terug naar Duitsland voeren. Die Duitsers bleken zowaar vriendelijk en beschaafd te zijn en brachten hun tijd door met het organiseren van orkesten. Slechts één keer kwam hij dicht bij een gevecht met een Duitser, een krijgsgevangene. Maar voor Buckles en zijn Duitse tegenhanger op elkaar konden slagen, werden ze uit elkaar gehaald... door een Duitser. In januari 1920 mocht Buckles terug naar huis.

In de jaren '40 werkte hij in Manila op de Filippijnen, waar hij in 1942 gevangengenomen werd door de binnenstormende Japanners. De volgende 3,5 jaar zat hij weg te rotten in een Japans krijgsgevangenenkamp. Toen hij in 1945 gered werd, woog hij nog maar 50 kg en leed hij aan beriberi.

Na de oorlog trouwde hij en kocht hij een ranch in West Virginia, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. De laatste jaren, toen duidelijk werd dat hij de laatste Amerikaan was die de Eerste Wereldoorlog nog had meegemaakt en er in had gevochten, kreeg hij meer aandacht en werd hij geregeld geïnterviewd. Op 1 februari was hij net 110 geworden. Hij overleed aan natuurlijke oorzaken en krijgt het voorrecht van een begrafenis op Arlington National Cemetery.
Met de dood van Buckles is er nu eigenlijk nog maar één veteraan meer over: de Brit Claude Choules, 109 jaar, die in de Britse marine zat en nu in Australië woont. Naast Choules is er ook nog Florence Greene, 110, die in september 1918 serveuse was in de officierskantine van de RAF in Engeland.

vrijdag 18 februari 2011

Walter Seltzer : Soylent Green

In 1935 maakte Walter Seltzer een reclamecampagne voor Mutiny on the Bounty, de laatste nieuwe film van MGM. Daar modderde hij twee decennia aan, tot hij in 1955 belast werd met de marketing rond de film Marty met Burt Lancaster. Hier schreef hij voor de eerste keer filmgeschiedenis: de campagne rond Marty was de eerste waar er meer van het budget werd opgedaan aan reclame voor de Oscars dan om de film zelf te maken (zelfs al was hij maar low budget). Het moet geholpen hebben, want Marty won uiteindelijk vier Oscars.
Tegen het einde van de jaren '50 hielp hij mee in Marlon Brando's productiemaatschappij. Vanaf het daaropvolgende decennium zou hij zijn hoogdagen beleven. Samen met zijn goede vriend, de aflijvige Charlton Heston, zou hij een reeks films maken die zijn naam voorgoed zouden vestigen. De twee beroemdste waren The Omega Man (1971) en het ongeëvenaarde Soylent Green (1973).
Toen de jaren '70 op hun einde liepen, stopte Seltzer met het maken van films en ging hij de volgende veertig jaar wijden aan het Motion Picture and Television Fund, dat zich ontfermde over ouder wordende acteurs en anderen in de industrie. Hij voorzag onder meer in een hospitaal en een rusthuis.
In dat rusthuis overleed hij ook aan een longontsteking, 96 jaar oud.

En hier de trailer van Soylent Green:

donderdag 3 februari 2011

Maria Schneider : Last Tango in Paris


In 1972 kwam Last Tango in Paris van Bernardo Bertolucci in de zalen. De film ging over een weduwenaar die in Parijs een anonieme seksuele relatie begint met een vrouw die op het punt staat om te gaan trouwen. De afspraak is dat geen van beide ook maar enige persoonlijke informatie met de ander deelt, zelfs geen naam. De aflijvige Marlon Brando speelde de weduwenaar, de toekomstige bruid was weggelegd voor Maria Schneider. De film was één en al controverse, met de boterscène als grootste shockeffect, zeker in 1972.
Schneider zei later dat ze zich soms verkracht voelde, zowel door Brando als door Bertolucci. Brando zou pas vijftien jaar later terug praten met de Italiaanse regisseur. Nochtans was ze zelf niet helemaal vrij van controverse. De jaren '70 waren niet haar beste jaren. Ze beweerde van zichzelf in 1974 dat ze 'bisexual complete' was en dat ze al met vijftig mannen en twintig vrouwen de lakens had gedeeld. Marihuana, heroïne, cocaïne, allemaal geen probleem voor de Française, met een paar overdosissen en een zelfmoordpoging erbovenop. In 1976 verliet ze de set van Caligula (ook al niet vies van wat naakt, om het zacht uit te drukken) om naar een mentaal hospitaal in Rome te gaan, samen met een andere vrouw die ze als haar minnares omschreef.
Vanaf de jaren '80 kwam ze weer terug op het rechte pad en tot 2008 verscheen ze nog op het witte doek. De laatste tango bleef haar echter heel haar leven achtervolgen. Ze overleed aan kanker, 58 jaar oud.

maandag 31 januari 2011

John Barry : The James Bond Theme

In 1962 kregen de producers van de nieuwe film Dr. No een theme song voorgeschoteld door Monty Newman. Ze waren niet echt onder de indruk. En dus gingen ze eens kloppen bij John Barry. Het resultaat is één van de meest bekende thema's uit de filmgeschiedenis (hoewel de credits ervan nog wel naar Monty gingen...).
Barry zou in totaal veertien Bondfilms van muziek voorzien. Met Dr. No brak hij ineens ook door: iedereen wou hem voor hun films. Het palmares is dan ook vrij indrukwekkend, met klinkende namen als The Lion in Winter, The Persuaders (nog zo'n catchy deuntje), Midnight Cowboy, Out of Africa, of Dances with Wolves. Naast het main theme schreef hij meestal ook de volledige soundtrack voor een film (zoals bv. met Midnight Cowboy en King Kong, om er maar een paar te noemen.
Vanaf de jaren '90 werden samples van zijn werk gebruikt door artiesten als Dr. Dre, de Wu-Tang Clan en Fatboy Slim. Topsample was nog steeds James Bond theme.
John Barry werd 77 voor hij overleed aan een hartaanval.

En hier nog de Bond theme:

Peter Egner : Foute boel in de Balkan

In 1941 viel het Derde Rijk Joegoslavië binnen. In het kielzog van het Duitse leger volgden de beruchte Einsatzgruppen, eigenlijk afdelingen die heel hun tijd vulden met het jagen op Joden en andere 'ongewensten', om die vervolgens vakkundig naar de andere wereld te helpen. Voor uw doorsnee Nazi zat Joegoslavië immers vol met Untermenschen, die je maar beter kon kapotwerken, of 'evacueren' (een mooi eufemisme om ze in een kamp of iets dergelijks te proppen en ze op één of andere manier te vermoorden). In één van die groepen zat Peter Egner, een in Joegoslavië geboren etnische Duitser.
Egner sloot zich kort na de inval aan bij de door de Nazi's gecontroleerde politie. Dat politiewerk, zo gaf hij zelf toe, hield in dat hij in bezet Servië gevangenen van het Semlin-concentratiekamp, nabij Belgrado, escorteerde naar een executie- en begraafplaats een paar kilometer verder. In de herfst van 1941 hielp Egner zo mee om meer dan 11.000 gevangenen neer te schieten.

In het begin van 1942 was de Einsatzgruppe waarvan Egner deel uitmaakte bezig met rondjes te rijden met een vrachtwagen. Die vrachtwagen was volgepropt met vrouwen en kinderen, Serviërs en Joden, die langzaam vergast werden door het koolstofmonoxide van de uitlaat van de wagen. Het voertuig was speciaal voor dit doel ontwikkeld - een mobiele gaskamer, als het ware. Of Egner zelf ooit achter het stuur zat, is onbekend. Hij ontkende het in ieder geval altijd.

En dan waren er de grotere transporten, per trein bv. Volgens Egner begeleidde hij maar vier treintransporten - eentje daarvan had wel als eindbestemming Auschwitz. Als de trein stopte, sprongen Egner en zijn collega's van de trein en pattrouilleerden, om er zeker van te zijn dat niemand ontsnapte. Daarnaast werkte hij ook als vertaler bij ondervragingen van politieke gevangenen. Daar werd duchtig gemarteld, met dodelijke afloop.

Na de oorlog verkaste hij in de jaren '60 naar de Verenigde Staten (het moet niet altijd Argentinië zijn), waar hij ineens ook de Amerikaanse nationaliteit verwierf. Egner werkte voor een hotelketen als food and beverage manager tot hij in 1980 op pensioen ging. Vorig jaar echter diende een Servische rechtbank een aanvraag tot uitlevering uit en kwam Egners verleden om het hoekje kijken. Hij overleed echter voor zijn proces. In de VS liep er al een procedure om hem zijn staatsburgerschap te ontnemen. Peter Egner werd 88.

dinsdag 25 januari 2011

Marcel Marlier: Tiny in het hiernamaals

Martine, zo heette het figuurtje waarrond tekenaar Marcel Marlier zijn hele oeuvre opbouwde. Of tiny, of Anita, Maja, Zana, Debbie, Aysegül of nog Marika. De Tiny-reeks voor kinderen verscheen in tientallen landen, maar het recept was overal hetzelfde: de kokkette Tiny en haar hondje beleefden leuke avonturen waar het jonge volkje zich makkelijk in kon vinden.

Het avontuur van tiny begon in 1954, toen Tiny op de boerderij uitkwam. De reeks overleefde de tand des stijds en weerspiegelde de tijdsgeest. Een boek als "tiny gaat op reis" (1954) zou nu waarschijnlijk veel ophef veroorzaken. Tiny gaat op reis met een zwart meisje dat Cacao heet, dom is en haar koffer moet dragen.

Sommige tiny-titels verkochten meer dan 2 miljoen exemplaren.

Met de dood van Marlier wordt er ook een kruis gemaakt over de reeks, waarvan om en bij de 100 miljoen exemplaren verkocht werden. Marlier werd 80 jaar oud.

maandag 24 januari 2011

Bernd Eichinger : Der Untergang

Bernd Eichinger hield nogal van controverse. De Duitse producent liet zich voor de eerste keer opmerken in 1982, toen hij meewerkte aan Christiane F, een film over drugsverslaafde tieners in Berlijn. In 1986 stond hij mee op de aftiteling van The Name of the Rose, de verfilming van het boek van Umberto Eco met o.a. Sean Connery. Daartussen, in 1983, waagde hij zich ook aan The Neverending Story. Zijn naam was al snel gemaakt en in 2002 kwam Resident Evil. Hij zou de volgende twee Resident Evil-films ook nog producen (Apocalypse in 2004 en Extinction in 2007).
In 1979 had Eichinger een aandeel gekocht in de filmstudio Neue Constantin Film, waarvan hij executive producer werd. De studio ontpopte zich tot één van de meest succesvolle Duitse filmstudios. Met Neue Constantin waagde hij zich in 2004 aan zijn meest controversiële film: Der Untergang. Der Untergang gaf de laatste dagen van Hitler weer (schitterend vertolkt door Bruno Ganz) en zorgde voor de nodige controverse in Duitsland. Daar was het nog altijd not done om Hitler menselijke trekjes te geven (stel u voor), zoals in Der Untergang het geval was. De kijker werd geconfronteerd met een Führer die zowaar lief en vriendelijk kon zijn tegen mensen. Het blijft één van de beste films over Hitler tot nu toe.

Ook één van zijn laatste films schoot bij veel Duitsers in het verkeerde keelgat. Der Baader Meinhof Komplex (2008) vertelde het verhaal van de RAF (Rote Armee Fraktion), één van de meest gewelddadige naoorlogse linkse groeperingen die Duitsland ooit gekend heeft. Verwanten van de RAF-slachtoffers beschuldigden Eichinger ervan dat hij de RAF ophemelde. Volgens Eichinger liet hij de gebeurtenissen gewoon voor zich spreken.

Hij overleed aan een hartaanval bij het eten. Bernd Eichinger werd 61.
En hier de trailer van Der Untergang:


zondag 23 januari 2011

Jack LaLanne : The Godfather of Fitness

"That Jack LaLanne is an animal!" zei Arnold Schwarzenegger ooit. Gevleugelde woorden van iemand die het kan weten. De voormalige 'governator' werd op zijn 21e immers in een vriendenmatch verslagen door Jack LaLanne, de "first fitness superhero". Niet zo speciaal, denkt u, ware het niet dat LaLanne toen al 54 was. "The Godfather of Fitness", werd hij toen al genoemd.
Tot zijn 15e was François Henri LaLanne verslaafd aan junk food, maar dan zag hij het licht en stortte hij zich op fitness. In 1936 - hij was toen 21 - opende hij het eerste 'populaire' fitnesscentrum van de Verenigde Staten in Oakland, California. Het merendeel van de fitnesstoestellen die je tegenwoordig in een doorsnee gym vindt, zijn waarschijnlijk uitgevonden door LaLanne. Voor Jack, was fitness iets waar alleen professionele bodybuilders en militairen zich mee bezig hielden.

Aanvankelijk had hij wind tegen: dokters verklaarden hem voor zot. Met zoveel gewichten werken zou de mensheid alleen maar meer hartaanvallen bezorgen en, erger nog, ze zouden alle zin voor seks verliezen. Vrouwen zouden er gaan uitzien zoals mannen. Weg met die handel, was hun boodschap.

LaLanne lapte het allemaal aan zijn laars en bleef zijn fitnesscentra uitbreiden. Vrouwen werden ook uitgenodigd, iets wat in die tijd ook niet echt gewoon was. Ook de bejaarde medemens werd uitgenodigd om mee te doen, al was hij wat minder te been. Tegen de jaren '90 had LaLanne meer dan 200 clubs over heel de VS.

In 1951 sprak hij het medium van de televisie aan en begon "The Jack LaLanne Show". Die liep tot 1985 en moedigde de kijker aan om vanuit de luie zetel mee sit-ups te doen en te fitnessen in de woonkamer.

Al die fitness zorgde ervoor dat Jack zelf goed in vorm bleef. Op zijn 40e zwom hij met 64 kg aan extra gewichten onder water bij de San Francisco Golden Gate Bridge. Op zijn 42e zette hij het wereldrecord van pushups op 1.033 in 23 minuten. Een jaartje later zwom hij weer in de Golden Gate, met een boot van 1.200 ton aan een kabel. Op zijn 66e sleepte hij 10 boten met 77 mensen aan boord meer dan een mijl ver, in minder dan een uur. Op zijn 70e deed hij dat nog eens over, maar dan 70 boten met 70 mensen op, maar dan gehandboeid en met nog wat extra kettingen aan zijn lijf.

Jack LaLanne werd 96.
En hier een voorbeeldje van zijn tv-show:

donderdag 6 januari 2011

Raymond Steylaerts : Het Beest van de Biljarttafel

De Vlaamse biljarter en 6-voudige wereldkampioen Raymond Steylaerts is op 77-jarige leeftijd overleden aan een hartstilstand. Op 4-jarige leeftijd stond Steylaerts al aan de biljarttafel in het café van zijn vader in Antwerpen. Aan de Antwerpse Biljartacademie begon Steylaerts met driebanden, maar toen hij het artistiek biljarten of kunststoten ontdekte was hij pas helemaal verkocht. Hij hield van de capriolen die de ballen uithaalden in deze technisch zeer moeilijke discipline van het carambolebiljart waarin een 100tal figuren zo perfect mogelijk moeten worden uitgevoerd.

Het palmares van Steylaerts is van astronomische proporties. In 1970 werd hij in het Argentijnse Mar del Plata voor de eerste keer wereldkampioen kunststoten. Nog vijf wereldtitels zouden volgen (in '79, '80, '84, '86 & '87). Daarnaast was hij van 1954 tot 1983 maar liefst 14 keer Europees Kampioen. Wat het allemaal nog veel indrukwekkender maakt is dat zowel het WK als het EK heel onregelmatig en gemiddeld maar om de twee jaar werden georganiseerd. Helemaal absurd wordt het als we het gaan hebben over de 27 gouden medailles die Steylaerts behaalde op het Belgisch Kampioenschap van 1952 tot 1996. Zijn bijnaam luidde dan ook niet voor niks 'Het Beest van de Biljarttafel'.

Alhoewel hij niet echt veel tijd en training besteedde aan het driebanden, was hij ook daar verre van onverdienstelijk. Hij werd drie keer Belgisch kampioen in een periode dat de meest legendarische grootheden uit deze sport, Raymond Ceulemans en Ludo Dielis, op hun hoogtepunt waren. Zijn beste prestaties hierin waren verder een 4de plaats op het WK 1964 in Oostende en een 2de op het EK 1981 in Wenen.

In 1996 hing Steylaerts zijn keu aan de wilgen. Naast zijn leeftijd die hem parten speelde, was hij ook nukkig over het verdwijnen van de ivoren ballen, die technisch veel moeilijker te bespelen waren dan de nieuwe van kunsthars. Hierdoor verloor de meester een groot voordeel op zijn concurrenten. In andere biljartdisciplines was men al veel langer op kunsthars overgeschakeld, maar in het artistiek biljarten was de ivoren bal in zwang gebleven tot een verbod op de import van het olifantonvriendelijke materiaal de verandering opdrong.

Steylaerts' zegereeksen op het WK, het EK en het BK zijn allen met afstand een absoluut record. Met Raymond Steylaerts verliezen we zonder twijfel de grootste artistiek biljarter aller tijden. In onderstaand filmpje kan u het Beest nog eens in actie zien aan de biljarttafel.

dinsdag 4 januari 2011

Gerry Rafferty : Stuck in the Middle

In 1972 vormde de jonge Schot Gerry Rafferty samen met Joe Egan het groepje Stealers Wheel. Drie jaar later waren ze al uit elkaar, maar ondertussen had Rafferty wel de hit Stuck in the Middle geschreven. Twintig jaar later werd het lied vereeuwigd door Quentin Tarantino in de film Reservoir Dogs. Het was op de tonen van Stuck in the Middle dat de lichtelijk getikte Mr. Blonde (Michael Madsen) een gevangengenomen politieagent zijn oor afsneed (die scène kan je hier terugvinden). Of Rafferty zelf de link tussen zijn hit en martelpraktijken goed vond, daar was Tarantino zelf niet zeker van (zo gaf hij althans toe in een interview).
Naast Stuck in the Middle had Stealers Wheel nog een kleinere hit met Star, maar in 1975 ging de band uit elkaar. In 1978, na een hoop problemen, ging hij solo met de plaat City to City. Daarop stond Baker Street, het lied waarmee Rafferty nog steeds het meest mee geassocieerd wordt.
Na City to City ging het dan weer wat bergaf met Rafferty. Zijn volgende albums (Snakes and Ladders in 1980, Sleepwalking in 1982 en North and South uit 1988) deden het minder goed. Het feit dat hij niet echt happig was op live-optredens hielp ook niet echt. In zijn laatste jaren had hij ook nog eens te kampen met depressies en een alcoholverslaving. Dat laatste deed hem uiteindelijk ook de das om: Rafferty overleed aan leverfalen. Hij werd 63.

En hier alvast Baker Street:


zondag 2 januari 2011

Anne Francis : Forbidden Planet

In 1956 werd Forbidden Planet op de mensheid losgelaten. De science-fictionfilm werd al snel een cultklassieker. De plot was gebaseerd op Shakespeare's The Tempest en was baanbrekend voor zijn tijd. Forbidden Planet was de eerste film waarvan de soundtrack volledig uit elektronische muziek bestond en liet de wereld kennis maken met "Robby the Robot" - één van de eerste robots uit de filmgeschiedenis die meer was dan een omhooggevallen conserveblik zonder persoonlijkheid.
Vorig jaar moest de hoofdrolspeler Leslie Nielsen er al aan geloven, dit jaar is het de beurt aan zijn tegenspeelster, Anne Francis. De Amerikaanse actrice speelde de rol van Altaira Morbius, de dochter van Dr. Morbius, die op de planeet Altair IV woonde. Leslie Nielsen was Commander John J. Adams, die op Altair IV terechtkwam om uit te pluizen wat er twintig jaar eerder gebeurd was met een groep kolonisten.
De invloed van de film kan moeilijk onderschat worden. Gene Roddenberry, de geestelijke vader van Star Trek, gaf in zijn biografie toe dat hij zijn inspiratie uit Forbidden Planet had geput. De Dr. Who-serial Planet of Evil haalde zijn mosterd ook bij de cultklassieker. Ondertussen is er zelfs al een remake in de maak. Anne Francis zelf werd nog eens vereeuwigd in het lied Science Fiction/Double Feature uit de Rocky Horror Picture Show, waar ze voorkomt in de regel "Anne Francis stars in Forbidden Planet".
Francis was ook de eerste vrouw die haar eigen detectivereeks kreeg, als Honey West. Daarna verscheen ze nog geregeld in enkele tv-series als The Twilight Zone, The Man from U.N.C.L.E., Dallas en Murder She Wrote.
Ze overleed op 80-jarige leeftijd aan pancreaskanker.

Hier alvast de trailer van Forbidden Planet:







zaterdag 1 januari 2011

Franky Dee : Het Stadelied

"Vooruit voor wit en groen,
De bal op uwe schoen,
Sjot in hunne goal!
De spelers zijn vol moed,
Jongens vooruit het moet,
Sjot in hunne goal!
Allez Louvain, als het maar gaat,
wij zijn de mannen van de Stade, Stade, Stade."

(uit Franky Dee,
Het Stadelied)

De Vlaamse zanger Franky Dee is op 64-jarige leeftijd overleden. Deze coryfee van het Hagelandse levenslied werd in 1947 geboren als Frans Vrancken te Rillaar en groeide op temidden van een muzikale familie. Zijn broers Joe en Maurice traden in zijn begeleidingsband The Beatnicks aan als respectievelijk gitarist en drummer. Franky Dee scoorde met "de sensationele hit" Signorita (1969) en bracht in de jaren '70 en '80 nog enkele singletjes uit, naast natuurlijk de vele plaatselijke optredens met zijn orkest. Blijvende bekendheid geniet hij vooral als zanger van Het Stadelied, het clublied van Koninklijke Stade Leuven, één van de oudste voetbalclubs van het land. Door het kwakkelen van de Leuvense voetbalclubs rond de eeuwwisseling zag Stade zich in 2002, aan de vooravond van haar 100-jarig bestaan, genoodzaakt te fuseren met Daring Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Met de komst van de nieuwe (en momenteel zeer succesvolle) fusieclub Oud-Heverlee Leuven of OHL werden niet alleen de groen-witte outfits, maar helaas ook Het Stadelied naar de prullenmand verwezen. Soms kan men het Leuvense anthem dat door Franky Dee zo smakelijk op plaat werd gezet echter nog wel eens gezongen horen worden door enkele nostalgische supporters.