In 1972 vormde de jonge Schot Gerry Rafferty samen met Joe Egan het groepje Stealers Wheel. Drie jaar later waren ze al uit elkaar, maar ondertussen had Rafferty wel de hit Stuck in the Middle geschreven. Twintig jaar later werd het lied vereeuwigd door Quentin Tarantino in de film Reservoir Dogs. Het was op de tonen van Stuck in the Middle dat de lichtelijk getikte Mr. Blonde (Michael Madsen) een gevangengenomen politieagent zijn oor afsneed (die scène kan je hier terugvinden). Of Rafferty zelf de link tussen zijn hit en martelpraktijken goed vond, daar was Tarantino zelf niet zeker van (zo gaf hij althans toe in een interview). Naast Stuck in the Middle had Stealers Wheel nog een kleinere hit met Star, maar in 1975 ging de band uit elkaar. In 1978, na een hoop problemen, ging hij solo met de plaat City to City. Daarop stond Baker Street, het lied waarmee Rafferty nog steeds het meest mee geassocieerd wordt. Na City to City ging het dan weer wat bergaf met Rafferty. Zijn volgende albums (Snakes and Ladders in 1980, Sleepwalking in 1982 en North and South uit 1988) deden het minder goed. Het feit dat hij niet echt happig was op live-optredens hielp ook niet echt. In zijn laatste jaren had hij ook nog eens te kampen met depressies en een alcoholverslaving. Dat laatste deed hem uiteindelijk ook de das om: Rafferty overleed aan leverfalen. Hij werd 63.
"Vooruit voor wit en groen, De bal op uwe schoen, Sjot in hunne goal! De spelers zijn vol moed, Jongens vooruit het moet, Sjot in hunne goal! Allez Louvain, als het maar gaat, wij zijn de mannen van de Stade, Stade, Stade."
(uit Franky Dee, Het Stadelied)
De Vlaamse zanger Franky Dee is op 64-jarige leeftijd overleden. Deze coryfee van het Hagelandse levenslied werd in 1947 geboren als Frans Vrancken te Rillaar en groeide op temidden van een muzikale familie. Zijn broers Joe en Maurice traden in zijn begeleidingsband The Beatnicks aan als respectievelijk gitarist en drummer. Franky Dee scoorde met "de sensationele hit" Signorita (1969) en bracht in de jaren '70 en '80 nog enkele singletjes uit, naast natuurlijk de vele plaatselijke optredens met zijn orkest. Blijvende bekendheid geniet hij vooral als zanger van Het Stadelied, het clublied van Koninklijke Stade Leuven, één van de oudste voetbalclubs van het land. Door het kwakkelen van de Leuvense voetbalclubs rond de eeuwwisseling zag Stade zich in 2002, aan de vooravond van haar 100-jarig bestaan, genoodzaakt te fuseren met Daring Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Met de komst van de nieuwe (en momenteel zeer succesvolle) fusieclub Oud-Heverlee Leuven of OHL werden niet alleen de groen-witte outfits, maar helaas ook Het Stadelied naar de prullenmand verwezen. Soms kan men het Leuvense anthem dat door Franky Dee zo smakelijk op plaat werd gezet echter nog wel eens gezongen horen worden door enkele nostalgische supporters.
De Amerikaanse zanger-saxofonist en cultfiguur Captain Beefheart is op 69-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van multiple sclerose. Geboren als Don Van Vliet, zoon van eigenaars van een tankstation, en opgegroeid in een buitenwijk van Los Angeles, leerde hij op school zijn medescholier Frank Zappa kennen. Beiden hadden een passie voor rhythm & blues en ze raakten bevriend. Zappa was degene die voor Van Vliet de stage name Captain Beefheart bedacht. In latere jaren zou Captain Beefheart ook meespelen op enkele platen van Frank Zappa & The Mothers of Invention. Met zijn begeleidingsband The Magic Band bracht 'The Captain' in 1967 zijn debuutplaat Safe As Milk uit. Zijn muziek bouwde verder op blues en jazz maar gaf er een chaotische, avantgardistische en vlakweg dissonante wending aan. Zijn teksten behoren tot de meest surrealistische lyriek uit de hele popgeschiedenis. Toen zijn platenlabel hoorde hoe onbeluisterbaar het afgewerkte album was, zette het The Captain meteen aan de deur, het zou de eerste keer in een lange reeks zijn dat hij op zoek mocht naar een nieuwe platenfirma. Ook met zijn muzikanten had hij steeds een gespannen verhouding. The Magic Band veranderde in de loop der jaren dan ook ontelbare keren van samenstelling.
Zijn magnum opus is zonder twijfel Trout Mask Replica (1969). De coverhoes van de plaat (foto rechts) -waar The Captain op prijkt als een kruising tussen een goochelaar en Admiral Ackbar- laat al aanvoelen dat we hier met een surrealistisch hoogstandje te maken hebben. Niet voor niets staat de plaat ook wel bekend als 'the strangest album ever sold'. Deze dubbelelpee bestaande uit 28 nummers zou hij in éénenkele sessie van 8 uur geschreven hebben aan de piano, een instrument dat hij niet eens kon spelen. De opnamesessies van Trout Mask Replica zijn ronduit legendarisch, men zou er hele boeken over kunnen schrijven. The Captain sloot zijn muzikanten gedurende 8 maanden op in een klein huurhuis waar ze niet uit mochten en elke dag gedurende 14 uur of meer moesten repeteren. Als een ware dictator ging hij tekeer tegenover zijn bandleden waarbij hij er soms één uitpikte die hij dagen aan een stuk liep uit te schelden tot ze waren verworden tot een huilend brokje ellende. Ze hadden bijna geen geld, moesten maanden aan een stuk overleven met één blikje bonen per dag en zagen er na verloop van tijd allemaal uit als kadavers. Ook gebruikte The Captain hypnose om hen zover te krijgen dat ze de muziek exact brachten zoals ze in zijn hoofd had geklonken. Het had veel weg van een commune met Captain Beefheart als de secteleider met een hoge Charles Manson-factor.
Uiteindelijk kreeg The Captain dan toch onderdak bij een groot platenlabel toen hij tekende bij Virgin waarop hij zijn laatste 5 platen uitbracht. Voor vele van zijn rabiate fans was hij op deze platen al te 'conventioneel' geworden. Ondertussen was hij al enige tijd vrij intens bezig met schilderen. Begin jaren '80 raadde zijn galeriehouder Michael Werner hem ten stelligste aan om te stoppen met muziek maken indien hij als beeldend kunstenaar 'serieus' wou worden genomen, anders zou hij steeds als een muzikant die ook nog wat schildert geboekstaafd blijven. En The Captain volgde die raad blindelings op. Of hoe er in de meest non-conformistische l'art-pour-l'art bohémien toch een naar erkenning en waardering hunkerende bourgeois kan schuilgaan. Zijn afscheid van de muziek was definitief. Ice Cream For Crow (1982) was zijn laatste album. Met zijn schilderwerk scheerde hij nooit echt hoge toppen zodat het angstbeeld van Werner toch bewaarheid werd en Captain Beefheart vooral met zijn muziek de eeuwigheid zal ingaan.
Captain Beefheart is een figuur die ook na zijn dood ontzettend tegengestelde meningen blijft oproepen. Voor de enen is hij een opgehypete LSD-junkie die atonale zever brengt, voor de anderen is hij één van de grootste genieën uit de naoorlogse muziekgeschiedenis. In ieder geval valt zijn invloed op generaties latere muzikanten en groepen bijna niet te overschatten, vooral in de punk en de new wave, maar ook vele hedendaagse alternatieve rockgroepen blijven door hem geïnspireerd geraken.
Hieronder het nummer Ella Guru, één van de meer toegankelijke nummers uit Trout Mask Replica.
Er moet altijd iemand de eerste zijn, dacht Fud Leclerc. Helaas voor hem werd hij inderdaad de eerste, maar niet zoals hij gehoopt had. We schrijven 1962, het jaar van de Cubacrisis. In Europa kan het hun allemaal niet schelen, daar was het immers het Eurovisiesongfestival. Zestien deelnemers waren er toen nog maar. En België werd vertegenwoordigd door Fernand Urbain Dominic - alias 'Fud' - Leclercq. En onze Fud was geen groentje, integendeel. Hij had al naam gemaakt als de pianist van de Franse artieste en actrice Juliette Gréco. In 1962 stond hij voor de vierde keer voor ons land op de planken.
De allereerste keer organiseerde de European Broadcasting Union (EBU) de Eurovision Grand Prix in het Zwitserse Lugano, in 1956. Dat was ineens ook de enige aflevering waarin een land verschillende inzendingen kon doen. Gastland Zwitserland won toen. Fud was er ook, met het liedje Messieurs les noyés de la Seine. Een uitslag of een plek hebben we niet, alleen de winnaar is bekend. In 1958 was hij er weer, met Ma petite chatte. Toen eindigde hij 5e op 10 deelnemers, met 8 punten. De foto dateert van zijn optreden toen. Zijn derde optreden was in 1960, met Mon amour pour toi. Leclerc strandde toen op de 6e plaats van de 13, met 9 punten.
En in 1962 was het weer van dat. Helaas voor onze Fud ging het toen iets minder. Hij stond er dus voor de vierde keer, waarmee hij nog altijd Belgisch recordhouder is. Maar hij werd toen vooral herinnerd omdat hij als eerste ooit op 0 punten eindigde. Geen enkel land had Ton nom ook maar iets gegeven. Fud was dan ook de laatste van de hoop. Een einde in mineur.
Daarna stopte Leclerc met optreden en ging hij in de bouwsector werken. Met Eurovisie 2005 verscheen hij nog eens op de RTBF als gast. Hij overleed in Brussel, 86 jaar oud.
Het is dit jaar een dodelijke Pukkelpop geweest. De frontman van Ou est le Swimming Pool heeft immers zelfmoord gepleegd door van een communicatiemast te springen. Maar de dag ervoor verruilde Michael Been het tijdelijke voor het eeuwige. De Amerikaan was vooral bekend door zijn optredens met The Call in de jaren '80. Zijn beroemdste hit was Let the day begin, dat in 2000 nog gebruikt werd als het officiële campagnelied van Al Gore. The Call vormde hij in de jaren '70. In 1982 volgde hun eerste self-titled album, een jaartje later gevolgd door Modern Romans, waarmee ze gingen touren met Peter Gabriel. In de jaren '90 ging hij solo en maakte de plaat On the verge of a nervous breakdown. Hij speelde af en toe ook nog mee in films, met als hoogtepunt zijn vertolking van de apostel Johannes in The Last Temptation of Christ van Scorcese in 1988, naast een cast met klinkende namen als Harvey Keitel, William Defoe en zelfs David Bowie. Zijn zoon, Robert Levon Been, is de frontman van de Black Rebel Motorcycle Club. Been senior regelde het geluid voor die groep. Maar in Pukkelpop ging het licht voor Been dan uit. Hij bezweek aan een hartaanval, 60 jaar oud.
Hier The Call met Let the day begin:
en de (ietwat magere) trailer van The Last Temptation of Christ:
De Amerikaanse zanger en songwriter Bobby Hebb is op 72-jarige leeftijd overleden aan longkanker. Hebb werd in 1938 geboren in Nashville, Tennessee als zoon van twee blinde muzikanten. Tijdens zijn legerdienst bij de US Navy speelde hij trompet in een jazzband en daarna werkte hij onder andere als backup-zanger voor Bo Diddley. De dag nadat president Kennedy op 22 november 1963 werd vermoord, gebeurde hetzelfde met Hebb's broer Harold die werd doodgestoken voor een bar in Nashville. Beide gebeurtenissen lieten diepe wondes na bij Bobby Hebb. Hij zocht toevlucht tot het schrijven van opbeurende liedjes. Dat leverde het optimistische deuntje Sunny op dat hij in 1966 op plaat uitbracht. Sunny werd een gigantische hit die recht naar de top van de hitparade vloog. Hebb mocht zelfs het voorprogramma spelen van The Beatles tijdens hun tournee door Amerika in 1966. Zijn grote hit werd door de menigte nog enthousiaster onthaald dan om het even welk Beatles-nummer. Bobby Hebb had na Sunny nog wel enkele bescheiden hitjes maar die zijn nu grotendeels vergeten waardoor hij de geschiedenis ongetwijfeld zal ingaan als een one-hit-wonder. Na 1970 bracht hij 35 jaar lang geen platen meer uit en werkte hij als songsmid voor andere artiesten, tot er in 2005 dan toch nog eens een album van hemzelf het levenslicht zag. Sunny is één van de bekendste songs uit de popgeschiedenis, met honderden coverversies waarbij vooral die van Marvin Gaye en Boney-M (met discosausje uiteraard) beroemd zijn, maar daarnaast zijn er ook minder gekende versies van grote namen als Frank Sinatra, Cher, James Brown en Ella Fitzgerald. Het is echter de originele versie van Bobby Hebb die veruit het diepst in ons collectief geheugen gegrift staat. Deze kan u hieronder nog eens beluisteren:
Vraag aan Sean Connery wat hij weet over België en hij antwoordt: bier, chocolade en een fluitende Cowboy die een pretpark runt. Die cowboy is aan de gevolgen van en hartaanval overleden. Bobbejaan Schoepen werd 85 jaar oud.
“Café zonder bier”, “twee ogen zo blauw”, “de lichtjes van de Schelde”, “Ik heb eerbied voor jouw grijze haren” en “Ik zien toch zo gère mijn duivenkot”: het zijn meer dan zomaar kanttekeningen in de Vlaamse muziekgeschiedenis. Schoepen was in de late jaren 50 en de jaren 60 een nationaal en internationaal gerespecteerd artiest, die optrok met Jacques Brel, Josephine Baker en Toots Thielemans.
Begin jaren vijftig reisde hij door heel België met zijn muzikale shows. Hij was een van de eerste performers die gebruik maakte van een moderne uitrusting, een tourbus en sponsoring. In 1957 vertegenwoordigde Schoepen België op het Eurovisie Songfestival met "Straatdeuntje". Hij eindigde achtste.
In 1961 stichtte Schoepen samen met zijn echtgenote Josée Bobbejaanland. Van een aanvankelijk moerassig domein maakte Schoepen een van de grootste pretparken van het land. Hij trad er dagelijks op in de shows van het park. In april 2004 werd Bobbejaanland verkocht aan een Spaans-Amerikaanse groep.
In 1999 werd bij Bobbejaan Schoepen darmkanker vastgesteld. Enkele jaren later werd hij genezen verklaard. Daarover zij hij: “Het is als schipbreuk lijden op vijf kilometer voor de kust. Je probeert te zwemmen, maar net voordat je het vastland bereikt kwakt een grote golf je terug de zee in.”
De voorbije jaren kwam Bobbejaan terug in het nieuws met een prima laatste CD, waarvoor hij hulp kreeg van Daan Stuyven, Geike Arnaert en Nathalie Delcroix.
Amerikaanse rapper Guru, echte naam Keith Helma, is op 43-jarige leeftijd overleden. Guru raakte onlangs nog in een coma tijdens zijn strijd tegen kanker. Samen met Dj Premier richtte hij in 1985 Gang Starr op (You know my steez moet het bekendste nummer van de groep zijn). Het was DJ Premier die het overlijden van Guru via Twitter wereldkundig maakte. Hoewel Guru en DJ Premier de laatste jaren niet meer samen door dezelfde deur konden.
Guru was ook de man achter Jazzmatazz, een project waarmee hij jazz met hiphop probeerde te verzoenen. Bekendste nummer is ongetwijfeld “No time to play”. In die tijd werkte hij samen met Chaka Khan, Herbie Hancock en Roy Ayers.
In 2005 was hij al eens dood verklaard. Op de website van zijn groep verscheen toen een grafsteen met de data 1962-2005. Later bleek het om een grap te gaan. Peter Steele, de leadzanger, bassist en schrijver van de hits van de gothic metal band Type O Negative, was nog steeds springlevend. Het was weer één van die typische stunts die de frontman gelapt had, ditmaal om hun samengaan met SPV Records te vieren. Toch broeide er wel iets onder al die publiciteit. Steele werd lange tijd niet gezien. In 2006 dook hij weer op, samen met een live DVD van de groep, Symphony for the Devil. De periode daartussen had Steele doorgebracht op Riker's Island, waar hij behandeld werd voor een niet nader genoemde verslaving.
Het paste allemaal in de stijl van de indrukwekkende Peter Steele. En indrukwekkend was hij zeker: ietsje meer dan 2 meter groot, zo torende hij boven zijn publiek uit, met een kas om u tegen te zeggen en lange ravenzwarte lokken die het geheel nog net dat tikkeltje meer doom maakten. Want Type O Negative was een fenomeen, gedragen door zijn gekwelde leadzanger.
In 1993 brak de band door met het album Bloody Kisses. Alles was een beetje zwartgallig, met titels zoals Black No. 1, Set me on Fire, We hate everyone, en Christian Woman. Toch mocht alles met een korreltje zout genomen worden. De band stond al snel bekend om zijn zelfvernedering, zwarte humor, ironie en sarcasme.
In 1995 verscheen Steele op de cover van Playgirl, iets wat hij later nog zou betreuren en afdoen als een naiëve publiciteitsstunt. Na het succes van Bloody Kisses volgde in 1996 hun bekendste en meest commerciële album, October Rust, met hits als Love you to death, Be my druidess, Die with me en het onvergetelijke My Girlfriend's girlfriend. Daarna volgden nog World Coming Down (1999) en Life is killing me (2003).
Qua zelfrelativering kon hij in ieder geval zeker tellen: bij de eerste optredens van Type O Negative kreeg hij regelmatig "You suck!" naar zijn hoofd geslingerd, waar hij altijd "Thank you" op antwoordde. Nog niet zo lang geleden had hij een moment van bezinning over zijn carriere bij de band en zei: "I'd still have to agree with those people. Only now, we suck better."
Steele en de zijnen werden ook het onderwerp van menige urban legend: zo zou de zanger bijvoorbeeld al zijn teksten op zijn exen geïnspireerd hebben.
In 2007 volgde Dead Again, hun laatste album. Die titel zou profetisch blijken te zijn, want deze keer was het for real. Steele kreeg eergisteren een hartaanval en bleef er deze keer blijkbaar effectief in. Hij werd slechts 48. Of is het weer een stunt?
De Amerikaanse zanger Alex Chilton is op 59-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Nadat de jonge Chilton tijdens een talentenjacht op school in Memphis zwaar indruk had gemaakt met zijn zangkwaliteiten, werd hij gerecruteerd als frontman voor een lokaal bandje dat het latere Box Tops zou gaan worden. Chilton was slechts 16 jaar toen Box Tops in 1967 hun eerste single The Letter uitbracht. The Letter werd meteen een internationale nummer 1 hit. In de loop van de volgende jaren volgden nog enkele succesvolle singles en albums. In 1971 hield Box Tops ermee op en vormden Chilton en enkele andere leden van de groep de nieuwe band Big Star. Veel commercieel succes zouden de drie platen van Big Star met hun fijnzinnige melodieën in een periode die gedomineerd werd door de glamrock niet oogsten. Hun muzikale oeuvre zou wel een grote invloed zijn op latere groepen en singer-songwriters als R.E.M. en Elliot Smith. In 1974 hield ook Big Star het voor bekeken. Chilton bracht vanaf dan solowerk uit en was ook producer van onder andere The Cramps. Sinds de jaren '90 tot heden, vooral door een opnieuw toenemende interesse in zijn werk van de nieuwe generatie muziekfans, was Chilton weer gaan touren met zowel Box Tops als Big Star. Alex Chilton zal waarschijnlijk vooral herinnerd blijven door The Letter. Het nummer van nog geen 2 minuten blijft vandaag nog steeds een wereldwijde klassieker van formaat, met ongetwijfeld de meest matuur klinkende zanglijn ooit door een 16-jarige ingezongen. Hieronder kan u het nog eens bewonderen.
Het moet op Pukkelpop in 1996 geweest zijn. Een van de eerste edities die ik meemaakte. Ik herinner mij het concert van Sparklehorse niet meer. Wat me wel voor de geest staat is een man die het podium opgestrompeld komt en zittend (in een rolstoel?) een concert geeft. Ik zit in de zon op het gras, net buiten de marquee en volg het gebeuren vanuit de verte maar let niet echt op.
Wat ik toen niet wist was dat zanger Mark Linkous net een eerste zelfmoordpoging achter de rug had: een overdosis waardoor hij in een coma sukkelde, en met zijn benen onder zijn lichaam 14 uur roerloos op de badkamervloer bleef liggen. Vandaar het gestrompel.
Het is pas later dat ik de sombere mooie liedjes met een hoekje eraf van Mark Linkous en Sparklehorse begin te appreciëren. Toen zijn tweede worp ‘Good Morning Spider’ uitkwam moet dat geweest zijn. De slome tederheid van “Maria’s little elbows”, het gemompelde “Pain birds”, het bijtende “Sick of goodbyes” of de ballade voor een verpleegstertje ‘Saint-Mary’. Ook de rauwe eersteling van Sparklehorse – even ademhalen – Vivadixiesubmarinetransmissionplot bleek me achteraf te bekoren. Die weirde cover, die afwisseling van goeie rechttoe rechtaan rock en intiemere momenten…
Achteraf volgden nog ‘It’s a wonderfull life’ waarvoor Linkous ging aankloppen bij Tom Waits, PJ Harvey en de onlangs overleden Vic Chesnutt en Dreamt for light years in the belly of a mountain”. Met “Dark night of the soul” zette hij samen met David Lynch een ambitieus multimediaplan op poten. Maar door allerlei juridisch gehakketak zal dat project misschien nooit verschijnen zoals eerst gepland.
De getormenteerde Mark Linkous heeft het nu dus toch voor elkaar gekregen: een kogel door zijn door migraine en door donkere gedachten geteisterde hoofd maakte een einde aan zijn getroebleerde leven. Sick of goodbyes?? ’t Zal moeten helaas.
Bob Davidse ofte nonkel Bob is na een korte ziekte op 89-jarige leeftijd overleden. Davidse was een van de bekende TV-gezichten in Vlaanderen in de beginjaren van het medium.
Bob Davidse werd op 26 juli 1920 geboren in Berchem (Antwerpen) als Jacobus Henricus Davidse. Hij begon als zanger en trouwde in 1944 met Annie Vermeulen, met wie hij een zingend duo vormde. "Zij brachten een internationaal chanson-repertoire en samen met haar maakte hij ook zijn eerste plaat, 'Comme un rêve bleu'. In deze periode schreef Bob Davidse ook 'Gitaar in enkele letters'". Het boekje zou Davidse de naam opleveren van "de man die zijn volk gitaar leerde spelen".
In 1955 kwam Davidse terecht bij de Vlaamse televisie en vond de allereerste uitzending plaats van het jeugdprogramma "Komt toch eens kijken". Van toen af ging Bob Davidse door het leven als "Nonkel Bob". De eerste televisietante aan zijn zijde was Paula Semer. Later volgden onder meer tante Rita, tante Berta, tante Ria en ten slotte tante Terry (Terry Van Ginderen).
Bob Davidse vertolkte en schreef de titelsong van "Komt toch eens kijken", maar werd vooral onsterfelijk met het lied "Vrolijke vrienden". In totaal nam hij een driehonderdtal liedjes op plaat op.
Later presenteerde Davidse ook Klein Klein Kleutertje en produceerde hij 'Merlina', 'Carolientje' en 'Stad op Stelten'.
Doug Fieger, zanger van The Knack, heeft de strijd tegen longkanker verloren. The Knack, dat was één wereldhit en daarna quasi niks meer. My Sharona is nog altijd een floorfiller van jewelste op fuiven en feesten allerhande. Een drammende baslijn en een herkenbare gitaarrif, meer had de groep niet nodig om in 1979 zes weken lang op 1 te staan in de Bilboard Hot 100.
The Knack werd in 1977 opgericht, en maakte uiteindelijk 6 studioalbums, waarvan het eerste “Get the knack”, met de single My Sharona erop, veruit het best verkopende was. De plaat werd op elf dagen tijd ingeblikt en platenlabel Capitol Records bespaarde kosten nog moeite voor de promotie van de nieuwe band. Rolling Stone bombardeerde het viertal prompt en enigszins overhaast tot de nieuwe Fab Four.
Fieger schreef ”My Sharona” op zijn 26ste voor Sharona Alperin, een tiener die eerst niet moest weten van zijn avances. Achteraf zwichtte ze toch en mocht Fieger zijn gang gaan met zijn Sharona. Het moet zijn dat ze gezwicht is voor romantische zinsneden als: “I always get it up for the touch of the younger kind." De relatie hield drie jaar stand.
De Nieuw-Zeelandse muzikant Pauly Fuemana is na een korte ziekte overleden. Fuemana scoorde in 1995 met zijn groep OMC (Otara Millionaires Club) één wereldhit: How bizarre. De single werd nummer 1 in acht landen waaronder Canada, Australië en Ierland. In de Verenigde Staten bleef How Bizarre steken op nummer 4 in Vlaanderen bleef het nummer steken op 14.
Het bleef bij dat ene succes, en in 2006 ging de muzikant zelfs bankroet, en werd zijn hele hebben en houden (waaronder de royalties voor zijn werk) in beslag genomen.
Bobby Charles heeft ons verlaten. De Amerikaan was een zanger en songwriter, die enkele van de betere hits van vroeger op zijn naam heeft staan. Charles, geboren als Robert Charles Guidry in Louisiana, was een rasechte Cajun, een afstammeling van ingeweken Canadezen die in de 18e eeuw door de Engelsen verdreven werden uit Acadia (vanwaar de verbastering naar Cajun). Naast hun typische Franse patois dat nu nog in Louisiana gesproken wordt, brachten de Cajuns ook hun eigen muziek mee, waar Charles mee opgroeide.
Op zijn 15e zag hij voor het eerst Fats Domino optreden en de jongeling was direct verkocht. Hij werd een pionier van wat de 'swamp pop' genoemd werd, een typisch muziekgenre uit het zuiden van Louisiana. Het bekendste nummer hiervan, geschreven door Charles, is "See You Later, Alligator", dat beroemd werd als een cover door Billy Haley & His Comets. Voor zijn grote idool Fats Domino schreef hij "Walking to New Orleans". Samen met Willie Nelson maakte hij "Promises, Promises (The Truth Will Set You Free)" en met Rick Danko van The Band hield hij "Small Town Talk" boven de doopvont.
Andere nummers werden later bekend omdat ze in soundtracks gebruikt werden, zoals "(I Don't Know Why) But I Do", dat in Forrest Gump gespeeld werd. In 1976 speelde Charles nog mee in het farewell concert van The Band met o. a. Bob Dylan en Dr. John. Dat vaarwel van The Band was trouwens wel wat voorbarig, want in 1983 stonden ze er weer.
In de jaren '90 kwam nog een jongensdroom uit toen hij met Fats Domino een duet van "Walking to New Orleans" opnam. Bobby Charles werd 71.
De Britse zanger-keyboardspeler Eric Woolfson is op 64-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Woolfson werd geboren op 18 maart 1945 in Glasgow en was sedert zijn vroege tienerjaren geobsedeerd door muziek. Op zijn 18de slaagde hij er in een auditie te versieren voor Andrew Loog Oldham, de toenmalige manager van The Rolling Stones. Nadat Woolfson twee van van zijn nummers op de piano had gespeeld, riep Oldham uit: "You're a fucking genius!". De twee signeerden ter plekke een contract en aldus kon Woolfson in de komende jaren aan de slag als songsmit voor allerlei toen populaire artiesten, waaronder ook Marianne Faithfull.
Een kantelmoment in Woolfsons carrière kwam er in 1974 toen hij in de bar van de Abbey Road Studios een zekere Alan Parsons leerde kennen. Parsons was de sound engineer van het een jaar eerder uitgebrachte The Dark Side of the Moon, het beroemde meesterwerk van Pink Floyd, en had ook meegewerkt aan enkele Beatles-albums. Woolfson en Parsons besloten samen een groep op te richten waarmee ze progressive rock wilden brengen, een genre waar onder andere Pink Floyd en de vroege Genesis (met Peter Gabriel) exponenten van waren. Met een bescheidenheid die bijna ongekend is in de muziekindustrie maakte Woolfson zich sterk dat de band absoluut zijn naam niet zou dragen en stemde ermee in ze The Alan Parsons Project te noemen. Nochtans was Woolfson niet alleen de lead zanger van de groep maar eveneens de belangrijkste song -en tekstschrijver, terwijl Parsons meer in de achtergrond bezig was als engineer. Beiden waren ook co-producers en keyboardspelers. De klemtoon moest voor Woolfson altijd liggen op de muziek, nooit op de vedettenstatus van de bandleden. Een gevolg daarvan was dat The Alan Parsons Project uitsluitend een studiogroep was die tijdens haar hele bestaan van 1975 tot 1990 nooit live speelde. De groep maakte ook gebruik van een plethora aan constant wisselende gastmuzikanten.
Alhoewel APP in de loop der jaren wel min of meer trouw bleef aan haar beginselen in de progrock, evolueerde de groep toch van experimentele conceptalbums in hun begindagen naar een meer poppy sound die zijn ingang vond bij een breed publiek. In de jaren '80 scoorden ze enkele wereldhits. Zo was er in 1982 de single Eye in the Sky, waarvan de tekst geïnspireerd was door de beroemde roman 1984 van George Orwell. Hun waarschijnlijk bekendste nummer is Don't Answer Me (1984). Op beide nummers nam Woolfson de zang voor zijn rekening. In 1990 besloten Parsons en Woolfson de stekker uit APP te trekken. Parsons besloot onder zijn eigen naam dan toch maar live te gaan spelen en op allerlei Night of the Proms-achtige evenementen de APP-nummers te brengen. Eric Woolfson schreef een aantal rockmusicals waar hij matig succes mee scoorde. In totaal verkocht The Alan Parsons Project wereldwijd maar liefst 40 miljoen platen. Nummers als Eye in the Sky en Don't Answer Me behoren tot ons collectieve muzikale geheugen en kan men heden ten dage vooral op eighties avonden bewonderen en er desgevallend al eens een shakeske op placeren.
De Nederlandse volkszanger Ramses Shaffy is op 76-jarige leeftijd overleden aan slokdarmkanker. Ramses Shaffy, zijn echte naam overigens, werd op 29 augustus 1933 geboren in het Franse Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin. Zijn ouders waren al gescheiden toen hij geboren werd (na 1 dag huwelijk) en op zijn 6de zette zijn aan tuberculose lijdende moeder hem op een trein naar Nederland waar hij werd opgevangen in een pleeggezin in Leiden. Shaffy maakte zijn middelbare school niet af maar geraakte in 1952 wel binnen in de Amsterdamse toneelschool. In de jaren die volgden probeerde hij aan de bak te komen als acteur. Shaffy, die homoseksueel was, had in die periode ook een langdurige relatie met de acteur Joop Admiraal. Met Admiraal, maar ook met onder andere een jonge Liesbeth List richtte hij in 1964 het variété-ensemble Shaffy Chantant op dat bijvoorbeeld de gedichten van Hans Lodeizen op muziek zette.
Het was pas toen Shaffy zich als soloartiest begon toe te leggen op het schrijven van Nederlandstalige levensliedjes dat hij echt succesvol werd. De grote doorbraak kwam er met de single Sammy uit 1966 die zowel in Nederland als Vlaanderen een enorme hit werd. Vanaf toen was hij vertrokken en in de loop van de volgende jaren zou hij uitgroeien tot één van Hollands bekendste en meest gewaardeerde chansonniers. Met zijn mooie, vaak duistere, poëtische teksten en de hymnische allure van zijn voordracht tilde Shaffy zijn levensliederen uit boven het in Nederland traditioneel toch meer kermisachtige niveau van volkszangers als Johnny Jordaan en Willy Alberti. Shaffy werd dan ook soms de 'Jacques Brel van het Noorden' genoemd. Tot zijn bekendste liedjes behoren naast Sammy ook de Pastorale (zijn duet uit 1969 met Liesbeth List en geschreven door Boudewijn De Groot en Lennaert Nijgh), We zullen doorgaan (1975) en Laat me (1978).
Ramses Shaffy was ook roemrucht om zijn legendarische drankprobleem waar hij zowat zijn hele volwassen leven mee worstelde. 's Ochtends begon hij altijd met een liter sherry. Tegen de vooravond, naar het uur van het optreden toe, had hij daar al een volledige fles wodka aan toegevoegd, want daar ging hij zo lekker van zingen, vond hij zelf. De drank eiste zijn tol. De ene na de andere van zijn muzikanten en vrienden verlieten hem in de loop der jaren omwille van zijn drankzucht en gebrek aan zelfdiscipline. Enkel Liesbeth List is steeds innig met hem bevriend gebleven. Ook zijn gezondheid had het zwaar te verduren getuige het feit dat hij sedert lang leed aan het syndroom van Korsakov en stierf aan slokdarmkanker.
Sinds begin jaren '80 was de carrière van Shaffy in verval geraakt. Zijn platenfirma weigerde op een bepaald moment om een reeds opgenomen plaat te verdelen omdat hetgene dat er op stond echt te slecht was. In de jaren '90 en '00 beleefde hij echter nog een revival en vooral eerherstel omdat hij meer en meer erkend werd als monument van de Nederlandstalige liedcultuur. Regisseur Pieter Fleury draaide in 2002 een documentaire film over Shaffy genaamd Ramses: où est mon prince? Dit uitstekende en vooral ontroerende portret won een Gouden Kalf op het Nederlands Filmfestival. In 2005 had hij zelfs weer een hit toen hij samen met Liesbeth List en de groep Alderliefste een nieuwe, rockende en gedeeltelijk Franstalige versie uitbracht van Laat me. Ramses Shaffy verbleef de laatste jaren van zijn leven in een rusthuis maar kwam nog geregeld buiten om optredens te geven.
Hieronder het nummer We zullen doorgaan.
En hier een optreden van Shaffy die samen met Liesbeth List en Alderliefste op Nieuwjaarsdag 2007 in het programma van Paul De Leeuw langskwam om Laat me te brengen:
De Ierse zanger Stephen Gately is op 33-jarige leeftijd overleden nadat hij niet meer wakker werd uit zijn slaap. Gately werd op 17 maart 1976 geboren in Dublin. Na het lezen van een advertentie deed Gately in 1993 auditie voor de nieuw te vormen Ierse popgroep van manager Louis Walsch. Deze groep zou Boyzone worden, het Ierse antwoord op het gigantische succes van Take That. Hij werd er één van de twee lead zangers (naast Ronan Keating) en speelde de rol van de kleine, schattige jongen die elke boysband in die tijd moest hebben, naar het model van Mark Owen bij Take That. In tegenstelling tot hun illustere voorbeeld had Boyzone vrijwel van bij het prille begin reeds succes, uiteraard vooral bij jonge tienermeisjes. De tweede single die ze uitbrachten, Love Me For A Reason uit 1994, klom al naar een 2de plaats in de Britse hitlijsten. Vanaf hun 2de album begon Boyzone dan helemaal op volle toeren te draaien en tussen 1996 en 1999 scoorden ze 6 nummer 1 hits in Groot-Brittannië, waaronder de Bee Gees cover Words en No Matter What. Boyzone groeide ook uit tot een megafenomeen in Australië, Nieuw-Zeeland en Azië. In Vlaanderen was het succes van de groep bescheidener en, ondanks enkele hits, werden ze toch overschaduwd door hun grote voorbeeld Take That en hun eigen Ierse klonen Westlife.
In 2000 besloot Boyzone ermee op te houden. Gately en Ronan Keating begonnen elk aan een solocarrière, Keating met vrij veel succes, Gately ging het iets minder voor de wind. Hij publiceerde slechts één solo-album, New Beginning (2000), waarvan de gelijknamige debuutsingle nog wel piekte op een 3de plaats in de charts. Daarna ging hij zich toeleggen op acteerwerk. Hij had enkele tv-rolletjes maar kwam vooral aan de bak in de Londense West End waar hij een veelgevraagd musicalster werd die onder andere de rol van de vogelverschrikker in The Wizard of Oz speelde.
In 1999 had Gately in een interview met The Sun toegegeven dat hij homo was. Dit veroorzaakte behoorlijk wat controverse omdat dit normaliter not done was onder leden van boysbands. Alhoewel Gately veel lof kreeg toegezwaaid voor zijn moed, gaf Boyzone-manager Louis Walsch toe dat hij, mocht hij dit indertijd geweten hebben, hij Gately niet in de groep zou hebben toegelaten omdat een boysband natuurlijk bestaat bij gratie van de verliefde bakvissen. In 2003 trouwde Gately in Las Vegas met zijn partner Andrew Cowles, en 3 jaar later sloten ze in Londen een formeel samenlevingscontract af.
Boyzone was vorig jaar begonnen aan een reünie en zou in 2010 een nieuw album uitbrengen. Stephen Gately was op het moment van zijn dood op vakantie in Mallorca. Hij was daar gisteravond met een vriend iets gaan drinken. Hij ging slapen maar werd nooit meer wakker. De precieze doodsoorzaak is op dit moment nog niet duidelijk.
Tot slot de YouTube filmpjes, hier een optreden uit 1995 waarin Boyzone Love Me For A Reason brengt (Gately is de jongen rechts vooraan, met het zwart giletje):
En hier brengt Stephen zijn eerste solo-single New Beginning in Top Of The Pops in 2000:
De Amerikaanse auteur, zanger en cultfiguur Jim Carroll is op 60-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Carroll kreeg in 1963 een beurs om te gaan studeren aan de Trinity High School, een elitaire privé-school in New York. Hij was een getalenteerd basketbalspeler die gedurende zijn middelbare schooltijd deelnam aan de nationale jongerencompetitie en voor wie een grote toekomst in het basketbal leek weggelegd. Hij was in die periode echter ook verslaafd geraakt aan heroïne en om die dure verslaving te kunnen bekostigen was hij sedert zijn 13de begonnen met zich te prostitueren. Op 17-jarige leeftijd reeds debuteerde hij als dichter met de bundel Organic Trains. In de loop der jaren zouden nog een reeks bundels volgen. Zijn gedichten werden lovend ontvangen en hij werd in de armen gesloten door de beat poets Jack Kerouac en Allen Ginsberg. Omstreeks 1970 had ook Andy Warhol hem opgemerkt en kon hij als één van de vele Warhol-protégés beginnen in The Factory alwaar hij vooral scenario's schreef voor de films van de beroemde pop artist.
In 1978 publiceerde Carroll zijn autobiografische roman The Basketball Diaries, een bewerking van het dagboek dat hij tussen zijn 12de en 16de had bijgehouden en waarin hij verslag doet van zijn leven als heroïne-verslaafde tienerprostituée gepassionneerd door basketbal en poëzie. De roman vond een enorme weerklank en groeide uit tot een heus cultboek. In 1995 verscheen de uitstekende verfilming van het boek, eveneens The Basketball Diaries getiteld, met een jonge Leonardo DiCaprio in de hoofdrol van Jim Carroll.
Op aanraden van zijn goede vriendin Patti Smith richtte Carroll in 1978 de punkgroep The Jim Carroll Band op waarin hijzelf de rol van zanger/tekstdichter opnam. Hun debuutplaat Catholic Boy (1980) was een underground succes. De bijhorende single 'People Who Died' werd zelfs gebruikt in de soundtrack van E.T. en gecovered door John Cale. Nog enkele platen volgden in de jaren daarop, maar uiteindelijk zou Carroll zich toch weer meer gaan toeleggen op de literatuur. Op het ogenblik van zijn hartaanval zat hij aan zijn bureau te werken aan een nieuw boek.
Hieronder de videoclip van 'People Who Died' door The Jim Carroll Band (met enkele beelden uit de film The Basketball Diaries ertussen gezet).
Een fragment uit de film Poetry In Motion waarin Jim Carroll voordraagt uit zijn bundel The Book of Nods (tot 3:30, daarna is het Charles Bukowski) :
En tot slot een fragment uit de film met DiCaprio waarin Carroll geld wilt lenen van zijn moeder:
Een in memoriam schrijven over Willy Deville is geen eenvoudige opdracht: de man is zo moeilijk te typeren. Stijlicoon of in lompen geklede gitan? Romancier of drugsverslaafde vrouwenzot? Deville, né William Borsay, zei zelf over dat schizofrene: “er is een hele zachte, vrouwelijke Willy Deville, de Willy die af en toe huilt en ervoor zorgt dat ik me kleed zoals ik me kleed. En er is een harde Willy Deville die heel woest en kwaad kan worden, en dat is de mean motherfucker die je ook op het podium ziet. De ene helft zegt: wees een gentleman, de andere helft zegt: fuck you.” En zijn muziek: is het rock ’n roll of salsa? Is het pop of in een cajunsausje badende blues? Ze is niet onder één noemer te brengen. Met als gevolg voor het publiek: “love it or hate it”.
Deville (en zijn muziek) was van dat alles een beetje, behalve dan de drugsverslaafde, dat was hij bij momenten heel veel. Gevolg van die “live fast”, was niet alleen de traditionele ‘die young’ maar ook paranoia, mensenschuwheid, en - u raadt het al - schizofrenie. Maar net die mengeling maakt ’s mans muziek ook spannend.
Hij stak voor het eerst de neus aan het venster in een periode dat ook de New York Dolls, de Ramones en de Sex Pistols opkwamen. En net zoals dat bij punkers het geval was, wilde Deville back to basics. Toen hij zijn begeleidingsband zocht zei hij “I was looking for musicians who had heart, instead of playin' 20-minute guitar solos, which is pure ego.”
Met die groep - die hij Mink Deville doopte - speelde hij zijn eerste concerten in de New Yorkse punkclub CBGB, waar hij opgemerkt werd door Ben Edmonds van Capitol Records: "He went down to see Tuff Darts. We didn't even have our piano player that night, and we just played a really short set . . . but he really liked us. Before you know it, I was up in this big hotel room, having wine and talking with him."
Resultaat: een eerste album ‘Cabretta’ en een eerste hit ‘Spanish Stroll’. Later volgden nog (solo)successen met “Demasiado Corazon” en zijn bewerking van Jimi Hendrix’ “Hey Joe”. Zijn succesalbums kregen Franse namen mee: “Le Chat Noir”, “Savoir Faire” en “Coup de Graçe”. Naar zijn muzikale invloeden gevraagd, noemt hij dan ook niet alleen Amerikaanse rock ’n roll en rythm ’n bluesartiesten, maar ook Edith Piaf en Jacques Brel.
Omdat hij na tien jaar tot de vaststelling kwam dat er – naast hijzelf dan – geen enkel bandlid van Mink Deville nog van de originele bezetting was, besloot hij om de groep op te doeken en alleen verder te gaan. Zijn eerste solo-album, Miracle, werd geproducet door Mark Knopfler en de Academy bedacht hem met een Oscarnominatie voor het nummer Storybook Love (gebruikt in de film The Princess Bride). Later breide hij nog een meer jazzy stukje aan zijn carrière toen hij in New Orleans ging samenwerken met Allen Toussaint en Dr. John voor het album “Victory Mixture”.
Op het einde van zijn leven vond hij eindelijk wat stabiliteit en geluk bij zijn levensgezellin Nora. Het was zij die zijn ziekte en overlijden wereldkundig maakte. Deville leefde de 59 jaren die zijn leven uiteindelijk telde aan 200 per uur: ‘,Life's a banquet and most poor bastards are starvin' I may die tomorrow, I live for today.
Alle coole mensen hebben tegenwoordig een Twitter-account en nu kunnen deze fijne mensen daarmee ook De Dodenwake volgen! Surf snel naar De Dodenwake-Twitterpagina!
Libera me, Domine, de morte æterna, in die illa tremenda, quando coeli movendi sunt et terra, dum veneris iudicare sæculum per ignem. Tremens factus sum ego et timeo, dum discussio venerit atque ventura ira. Dies illa, dies iræ, calamitatis, et miseriæ, dies magna et amara valde. Requiem æternam dona eis, Domine, et lux perpetua luceat eis.