Posts tonen met het label muzikant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muzikant. Alle posts tonen

maandag 23 augustus 2010

George Weiss : The Lion Sleeps Tonight

Can't Help Falling in Love, The Lion Sleeps Tonight, What A Wonderful World, het zijn maar enkele wereldberoemde liedjes die iedereen wel kent of eens meegezongen heeft (in welke toestand, daar zullen we maar over zwijgen). Maar de man die ze geschreven heeft, is minder bekend.
De auteur, de Amerikaanse songwriter George David Weiss, is bij hem thuis overleden. Als het trouwens aan zijn moeder gelegen had, had Weiss zich nooit met liedjesteksten beziggehouden. Neen, Mevrouw Weiss wou dat haar zoon een deftige opleiding koos. Advocaat bijvoorbeeld. Weiss jr. wou echter muzikant worden. De emoties liepen zo hoog op dat de familie naar een dokter stapte. Die hakte de knoop door met de eenvoudige vraag: "Mrs. Weiss, what would you rather have? A live bum of a musician or a dead lawyer?"
Gelukkig voor ons werd het a live bum of a musician. Zijn eerste bekende superhit was Can't Help Falling in Love, die hij voor Elvis Presley schreef. In 1961 beleefde het lied zijn première in de film Blue Hawaii.
In datzelfde jaar volgde The Lion Sleeps Tonight. Het was gebaseerd op een Zulu-lied dat voor het eerst in de jaren '30 opgenomen werd. Weiss herwerkte het met een nieuwe melodie en een nieuwe tekst. Alleen het refrein - "Wimoweh, wimoweh" - bleef behouden. In de jaren '50 werd het gecommercialiseerd door The Tokens.
What A Wonderful World werd al in 1967 geschreven voor Louis Armstrong, maar het lied moest wachten tot het in 1987 gebruikt werd in de film Good Morning, Vietnam, voor het zijn huidige populariteit bereikte.
Andere, minder bekende hits van Weiss zijn Lullaby of Birdland (1952), Surrender (1946), Confess (1948) en Wheel of Fortune (1952).
David Weiss werd 89.

En hier zijn beroemdste creaties:

Can't Help Falling in Love van Elivs Presley :




The Lion Sleeps Tonight van The Tokens:




en tenslotte What A Wonderful World van Louis Armstrong:


woensdag 11 november 2009

Tom Merriman : Jingle all the way

De grondlegger van de jingle-industrie is overleden. De Amerikaan Tom Merriman schreef duizenden jingles voor radio en tv en was de eerste die een bedrijf oprichtte - in 1955 - dat zich daarin specialiseerde. Naast de deuntjes voor radio en tv componeerde hij ook nog muziek voor reclamecampagnes en shows in Las Vegas. Merriman zat ook achter de muziek die in pretparken gebruikt wordt om de verschillende attracties te begeleiden. Zijn jingles bleven niet alleen beperkt tot de Verenigde Staten: al snel werd zijn oeuvre geëxporteerd over heel de wereld en duchtig overgezongen waar het nodig was. Vanaf 1967 kregen de bedrijven die hij uit de grond stampte steevast zijn initalen mee. Het laatste was TM Studios.
Naast zijn jingle-avonturen speelde Merriman ook in de Liberty Network Band, waar hij meehielp met grootheden als Louis Armstrong, Duke Ellington en Cab Calloway. Een paar dagen voor zijn dood werd hij nog opgenomen in de Texas Radio Hall of Fame. De vader van de jingle sukkelde al langer met zijn gezondheid. Hij was 85 toen hij thuis in Dallas, Texas, overleed.

woensdag 28 oktober 2009

Dickie Peterson : Vader van de Heavy Metal

'Louder than God', zo beschreef een recensent ooit het geluid van de legendarische band Blue Cheer. Eric Clapton zei in een interview in 2005 nog dat het Blue Cheer was die de heavy metal had uitgevonden. Jim Morrison van The Doors beschreef Blue Cheer als 'The single most powerful band I've ever seen.'
En één van de stichtende leden heeft ons onlangs verlaten. Richard Alan 'Dickie' Peterson, hoewel geboren in Grand Forks, North Dakota, groeide op in Davis, California. Daar begon hij al op prille leeftijd te drummen, maar schakelde op zijn 13e over naar de bass. In 1966 verhuisde hij naar San Francisco en daar stampte hij Blue Cheer uit de grond. Aanvankelijk waren ze met 6, maar in 1967 geraakte Peterson zo onder de indruk van het lawaai dat de Jimmy Hendrix Experience met drie man wist te produceren op het Monterey Pop Festival, dat alleen Peterson overbleef, samen met drummer Paul Whaley en gitarist Leigh Stevens.

De naam Blue cheer kwam van een notoire straffe versie van LSD en hun fans zullen het geweten hebben. De band wist maar al te goed dat ze niet hetzelfde speeltalent hadden als een Jimmy Hendrix en dus besloten ze om hun muziek luider, zwaarder en meer grungy te maken. Peterson zou later verklaren dat het doel was om van de muziek ook een intense fysieke ervaring te maken.
Hun debuutalbum uit 1968 sloeg - bijna letterlijk in de jaren '60 - in als een bom. Op Vincebus Eruptum stonden bijna allen maar covers, maar wat voor covers. Onder meer de bluesartiesten B.B. King en Mose Alisson kregen een nieuw kleedje, maar het meest intimiderende lied was wel de Blue Cheerversie van Summertime Blues, oorspronkelijk van Eddie Cochran. De luisteraar werd omvergeslagen door een psychedelische voorhamer en de hoes van de plaat was overduidelijk gemaakt door iemand die zo stoned was als het binnenland van Colombia, iets wat Peterson later ook graag toegaf: 'We were stoned on acid and thought, wouldn’t it be great if you could feel the album cover.'

Nog datzelfde jaar kwam het tweede album, Outsideinside. De opnames daarvan moesten op een bepaald moment gewoon verdergezet worden in de open lucht omdat de band er in geslaagd was om de studiomonitors op te blazen met hun luide muziek. Tegen 1970 echter was Peterson het enige originele lid van Blue Cheer dat nog overbleef. De anderen waren gaan lopen, volgens de geruchten omdat Dickie een overzadigbare drugshonger had die compleet de spuigaten begon uit te lopen.

Na Outsideinside volgden nog New! Improved! (1969), Blue Cheer (1970), The Orgininal Human Being (ook 1970) en Oh! Pleasant Hope (1971). In 1972 viel de groep uiteindelijk uiteen. Peterson organiseerde nu en dan nog een reünie, vooral met drummer Whaley, en bracht de volgende twee decennia van zijn carrière door in Duitsland, voor hij in de late jaren '90 solo ging en in Japan twee albums uitbracht, Child of Darkness en Tramp. Zijn laatste project dateert van 2007, toen hij een nieuw Blue Cheeralbum voortbracht, getiteld What Doesn't Kill You....
Blue Cheer was één van de zwaarste, luidste en indrukwekkendste bands van de jaren '60. Hun geluid werd al gedefiniëerd als de voorloper van heavy metal, maar ook van de punk, grunge, of de stoner rock. De drie waren een inspiratie voor onder meer Black Sabbath, Motörhead, Nirvana, tot aan de Queens of the Stone Age toe. Ook in de documentaire uit 2005, Metal: A Headbanger's Journey, werd Blue Cheer aangehaald als het begin van de heavy metal.

Dickie Peterson overleed op 12 oktober aan leverkanker. De metalpionier werd 61.

Hier de versie van Summertime Blues door Blue Cheer:

maandag 9 februari 2009

Orlando 'Cachaito' Lopez : Bassist tot in de kist


De beroemde Cubaanse muziekgroep Buena Vista Social Club heeft haar bassist Orlando 'Cachaito' Lopez verloren. De muzikant is in de Cubaanse hoofdstad Havana op 76-jarige leeftijd gestorven aan de gevolgen van prostaatkanker. Dat is in zijn familiekring vernomen. Orlando 'Cachaito' was het neefje van de legendarische componist Israel 'Cachao' Lopez, en stierf in een ziekenhuis in Havana na een chirurgische ingreep. 'Cachaito', die een klassieke opleiding genoot, speelde voor het nationaal symfonisch orkest vooraleer toe te treden tot de Buena Vista Social Club. "Dit is een onherstelbaar verlies voor de Cubaanse muziek. Hij was de laatste vertegenwoordiger van een hele dynastie van bassisten", aldus een van de leden van de Buena Vista Social Club, paukenspeler Amado Valdes.

De aankondiging van de dood van de bassist is een nieuwe klap voor de Cubaanse muziek en de Buena Vista Social Club in het bijzonder. Tijdens de laatste vier jaar heeft de band vier stermuzikanten verloren. De formatie, die de sterren van de gouden jaren van de Cubaanse muziek samenbracht, verloor in maart 2006 zanger Pio Leyva en in augustus 2005 Ibrahim Ferrer. In juli 2003 overleed Compay Segundo en pianist Ruben Gonzalez stierf in december van datzelfde jaar. Buena Vista Social Club is een project dat werd opgestart door de Cubaanse Juan de Marcos en de Amerikaanse gitarist Ry Cooder. De film 'Buena Vista Social Club' van Wim Wenders over de groep bezorgde de band wereldfaam en was goed voor een Oscarnominatie in 2000.

zondag 1 februari 2009

Dewey Martin : ex-drummer


Drummer Dewey Martin van de legendarische countryrockband Buffalo Springfield is op 68-jarige leeftijd gestorven. De Canadees Martin, bij de burgerlijke stand bekend als Walter Milton Dewayne Midkiff, stichtte in 1965 samen met Neil Young, Stephen Stills, Richie Furay en Bruce Palmer de groep Buffalo Springfield die min of meer de voorbode was van het al even legendarische gelegenheidsgezelschap Crosby, Stills, Nash and Young.

De Buffalo Springfield bleef slechts twee jaar bij elkaar, goed voor drie albums. Maar de band drukte zijn stempel op de ontwikkeling van de rock. Liedjes als "For What It's Worth", "Mr.Soul", "Rock 'n' Roll Woman" en "Broken Arrow" werden klassiekers en sommige ervan duiken nog steeds wel eens in het liverepertoire van de Canadees Neil Young op. De groep spatte uit elkaar door spanningen tussen en de muzikale ambities van de frontmannen, Neil Young en Stephen Stills. Hun relatie bleef er een van liefde en haat, tot en met ruzies die via gitaarduels op de scène werden uitgevochten. Pogingen van Martin om bij andere bands aan te knopen met het succes liepen op niet veel uit. Enkel als sessiedrummer bij The Monkeys maakte hij nog furore.

De doodsoorzaak is onduidelijk. Maar volgens zijn vriendin kende Martin gezondheidsproblemen en was hij zelden nog in het openbaar te zien.

vrijdag 30 januari 2009

Vader van de 'Triphop' overleden

In een Iers ziekenhuis is de Schotse singer-songwriter-gitarist John Martyn overleden. Hij was zestig. Martyn, die tijdens zijn carrière een twintigtal platen uitbracht, wordt gezien als de grondlegger van de triphop en was een belangrijke invloed op groepen als U2 en Portishead.

Martyn groeide op in Glasgow en ontwikkelde als tiener een unieke gitaarstijl, die hem tijdens de sixties tot een sleutelfiguur maakte van de Londense folkscene. Hij deelde er het podium met figuren zoals Bert Jansch, Al Stewart en Ralph McTell. In 1968 was hij de eerste blanke artiest die een contract kreeg bij Chris Blackwells Islandlabel en debuteerde hij met de lp London Conversation. Later begon hij ingrediënten uit jazz en blues door zijn muziek te mengen en experimenteerde hij met allerlei effectapparatuur.

John Martyn vormde een poosje een duo met zijn vrouw Beverley Kutner en maakte in 1973 de klassieker 'Solid Air', waarvan de titeltrack was opgedragen aan zijn vriend Nick Drake. Ook ontwikkelde hij een mompelende zangstijl, waarmee hij het geluid van een tenorsax imiteerde. 'One World', waarop hij samenwerkte met Steve Winwood en dubproducer Lee 'Scratch' Perry, was een andere mijlpaal. Aan die plaat dankt hij zijn bijnaam 'vader van de triphop'.

Martyn worstelde zijn hele leven met een hardnekkige drugs- en alcoholverslaving en een neiging tot zelfvernietiging, zeker na zijn scheiding van Beverley. Die donkere periode staat centraal op het meesterwerk 'Grace and Danger' uit 1980. "Anderen houden dagboeken bij, ik maak platen", dixit de zanger. "Mocht ik mezelf beter onder controle hebben, mijn werk zou niet half zo boeiend zijn."

Vanaf Glorious Fool raakte de artiest steeds meer in de ban van de groove. John Martyn was een tegendraadse muzikant voor wie compromissen uit den boze waren en net die houding stond een grote commerciële doorbraak in de weg. Toch werkte hij tijdens zijn vier decennia omspannende carrière vaak samen met bewonderaars zoals David Gilmour (Pink Floyd) en Phil Collins. Zijn 'May You Never' werd gecoverd door Eric Clapton en ook Axelle Red nam onlangs een nummer van hem op. Zijn bekendste song is 'Couldn't Love You More'.

In 2003 diende een deel van zijn rechterbeen te worden geamputeerd. Sindsdien trad Martyn op in een rolstoel. Vorig jaar verscheen zijn retrospectieve cd-box 'Ain't No Saint' en kreeg hij van de BBC een Lifetime Achievement Award. Begin deze maand werd hij opgenomen in de Order of the British Empire.

woensdag 28 januari 2009

Billy Powell: toetsenist van Lynyrd Skynyrd

Lynyrd Skynyrd is na zijn originele zanger en zijn originele gitarist nu ook zijn eerste toetsenist kwijt. Billy Powell, zo heette de man. Hij overleefde in 1977 de vliegtuigcrash waarin zanger en gitarist omkwamen, maar legde 31 jaar na datum nu toch het loodje op 56-jarige leeftijd.

Powell trad tot de groep toe in 1973, drie jaar na de stichting van de band. In de seventies scoorde de groep uit Alabama grote hits als "Sweet Home Alabama", "Tuesday's Gone" en "Free Bird". Na de vligtuigcrash hield de groep 10 jaar op te bestaan, maar in 1987 kropen de survivors samen met de jongere broer van de eerste zanger weer op het podium.

zondag 23 november 2008

Richey Edwards: Manic in hart en nieren


Richey Edwards, de gitarist en liedjesschrijver van de Britse band The Manic Street Preachers, is door een Britse rechter doodverklaard. Edwards verdween dertien jaar geleden spoorloos. De rocker, die kampte met depressies en een alcoholprobleem, werd voor het laatst gezien toen hij een Londens hotel verliet op 1 februari 1995. Zijn auto werd twee weken na zijn vermissing gevonden vlakbij een brug bij de rivier de Severn. Er wordt vanuit gegaan dat Edwards zelfmoord heeft gepleegd door van de brug te springen. Omdat het lichaam van Edwards nooit is gevonden, denken velen dat hij nog in leven is. Meermaals lieten mensen weten dat ze de gitarist ergens ter wereld tegen het lijf waren gelopen, onder meer in het Indiase Goa en op de Canarische Eilanden.

De bandleden van de Manic Street Preachers hebben nog altijd een rekening op naam van Edwards waarop zijn deel van de royalties wordt overgemaakt. De band, bekend van nummers als 'Motorcycle emptiness', 'The everlasting' en 'So why so sad', werken momenteel aan een nieuw album, dat in april moet verschijnen. Voor het album gebruiken James Dean Bradfield, Nicky Wire en Sean Moore teksten die Richey voor zijn verdwijning schreef.

Het betreft bij deze dus een bericht buiten categorie, maar het vermelden waard medunkt...

woensdag 12 november 2008

Mitch Mitchell: Drummer Jimi Hendrix Experience


Drummer Mitch Mitchell, die samen met gitarist Jimi Hendrix in de jaren zestig de Jimi Hendrix Experience heeft opgericht, is op 61-jarige leeftijd overleden. De laatste overlevende van het trio werd dood gevonden in een hotelkamer in Portland in de noordwestelijke Amerikaanse staat Oregon. Volgens een arts is de man een natuurlijke dood gestorven.

Een week eerder had Mitchell nog opgetreden in het kader van de Experience Hendrix Tour als hulde aan de stergitarist, in Seattle en Portland. Daar eindigde ook het deel van de tournee aan de Amerikaanse westkust. De in Engeland geboren Mitchell begon midden de jaren zestig met Hendrix te spelen in Londen. Met bassist Noel Redding vormden ze in 1966 de Jimi Hendrix Experience die het daaropvolgende jaar het debuutalbum "Are you experienced?" uitbracht. Het trio had hits als "Foxy Lady", "Purple Haze" en "All along the Watchtower". Mitchell speelde met nog andere sterren onder wie John Lennon, Eric Clapton en Keith Richards.

donderdag 30 oktober 2008

Aimé Lombaert: klokkenluider


Aime Lombaert werd geboren in Oudenaarde, en studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent, het Lemmensinstituut en de Koninklijke Beiaardschool te Mechelen. In 1978 was hij laureaat van de Mechelse Beiaardschool. Hij was jarenlang werkzaam als organist, koorleider en leraar Muzikale Vorming in het ASO en TSO in verschillende scholen (Gent, Oudenaarde, Wetteren).

Hij werd vervolgens stadsbeiaardier en titularis van de belfordbeiaard te Brugge. Daarnaast werd hij nog stadsbeiaardier te Poperinge, Damme, Geraardsbergen en Deinze, waar hij ook leraar was aan de Muziekacademie voor de vakken Algemene Muzikale Vorming, Samenzang en Beiaard. Hij realiseerde of werkte mee aan ontelbare opnames rond beiaard voor radio, TV, LP en CD. Als beroepsbeiaardier concerteerde hij op zowat alle belangrijke beiaarden ter wereld. Als beiaardier was hij voor kortere of langere periodes verbonden aan de steden Gent, Antwerpen, Florenville, Oudenaarde en Brakel. Hij zorgde ook voor heel wat publicaties rond beiaarden o.m. Beiaarden en Klokkenspelen in Oost-Vlaanderen (uitg. Provinciebestuur) en West-Vlaanderen (Uitg. Gidsenkring). Als beriaardier –ontwerper was hij verder werkzaam in Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Tsjechië. Hij was tenslotte ook lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen bij de Vlaamse Regering.

vrijdag 10 oktober 2008

Alton Ellis : The Godfather of Rocksteady

De Jamaïcaanse reggae-ster Alton Ellis is in Londen overleden aan de gevolgen van kanker. De zanger vestigde zich in de jaren '70 in Groot-Brittannië en scoorde een aantal hits in een loopbaan die vijftig jaar duurde, onder meer I'm still in love, Dance Crasher en I'm just a guy. Ellis werd in Jamaïca beschouwd als de grootste soulzanger tot de komst van Bob Marley en stond bekend als de Godfather of Rocksteady, een muziekgenre waar hij mee aan de basis van lag. Zijn plaat Mr. Soul of Jamaica wordt door kenners beschouwd als dé plaat van de rocksteady. In 2006 werd hij toegevoegd aan de International Reggae and World Music Awards Hall of Fame. Ellis werd 70. Hij laat wel meer dan twintig kinderen na, waarvan er twee, Noel en Christopher, zich ook in de reggae gestort hebben.

woensdag 1 oktober 2008

Nick Reynolds : The Kingston Trio

Nick Reynolds (uiterst rechts op de foto), een stichtend lid van de Amerikaanse folk- en popgroep Kingston Trio, is overleden. De gitarist met de zachte stem bezweek aan een probleem met de luchtwegen. Het Kingston Trio droeg eind jaren '50, begin jaren '60, bij tot de wereldwijde revival van de folkmuziek en inspireerde later ook politiek geëngageerde muzikanten als Bob Dylan en Joan Baez. "Wij hebben Amerika aan het zingen gebracht", zei Reynolds ooit. Tot de hits van het Kingston Trio horen nummers als M.T.A., The Wanderer en Hobo's Lullaby. Na een pauze van meer dan twee decennia trad de gitarist in 1988 opnieuw toe tot het Kingston Trio, ondertussen in een gewijzigde bezetting. Reynolds ging in 1999 met pensioen. Hij werd 75.

vrijdag 26 september 2008

Marc Moulin: Muzikale Mallemolen

Met Marc Moulin is een grote naam uit de vaderlandse popgeschiedenis voortijdig heengegaan. De Brusselaar is bij het grote publiek het meest bekend van zijn elektropopperiode bij Telex. Maar Moulin was een duizendpoot die ook radio maakte, columns schreef voor Télémoustique en muziek producete voor andere artiesten.

Van jazz…

Jazz was de eerste en grootste liefde van Moulin, hij zette zijn eerste stapjes in de muziekwereld als jazzpianist in de vroege jaren zestig. Op het einde van dat decennium richtte placebo op, een baanbrekend avant-garde jazzgroepje, dat internationale faam verwierf in “gespecialiseerde kringen”. Het grote publiek was nog niet klaar voor het jazzexperiment van Moulin.

… naar elektropop…

Hij dook pas in de jaren zeventig de mainstream in, met zijn tweede groep Telex. Samen met Dan Lacksman en Michel Moers smeet hij zich op de Elektropop en maakte hij vaderlandse klassiekers als “Moskow Diskow” en “Eurovision”. Met dat laatste nummer vertegenwoordigde Telex België op het songfestival in 1980. Onbegrepen en te controversieel, eindigde Telex voorlaatste. De erkenning kwam, zoals dat vaak gaat met grote artiesten, later. Moby, Daft Punk, Pet Shop Boys en Depeche Mode stoppen hun adoratie voor Moulins werk niet onder stoelen of banken.

…en terug naar jazz.

De laatste jaren keerde Moulin terug naar zijn jazzroots. Met “Top Secret”, zijn in 2001 op het vermaarde Blue Note Label verschenen album zette hij die terugkeer in. Zijn laatste plaat “I am You” verscheen begin vorig jaar.

Andere Projecten

Moulin was – vooral in Wallonië – maar ook in Vlaanderen bekend als radiomaker. Eerst voor de RTBF, later voor Radio Cité, een van de grote inspiratiebronnen voor de makers van Studio Brussel. Hij was ook producer van Lio (Amoureux Solitaires, Banana Split,…), het Amerikaanse Sparks, en de populaire Franse zanger Alain Chamfort.

Into the Dark: de jazz-moulin



Euro-Vision op het eurovisie songfestival van 1980



Moskow Diskow, sublieme elektropop

donderdag 25 september 2008

Kees Otten : De grootvader van de blokfluit

Kees Otten is op 83-jarige leeftijd overleden. Otten, de vader van schrijver Willem Jan Otten, stond in Nederland en daarbuiten bekend als ‘de grootvader van de blokfluit’ omdat hij het instrument een serieus aanzien gaf. Otten was in Nederland de eerste conservatoriumdocent blokfluit en gaf les in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Hij was de leraar van Frans Brüggen en Marijke Ferguson. Aanvankelijk had hij vooral belangstelling voor jazz en lichte muziek, hij speelde eens op zijn blokfluit samen met Coleman Hawkins en hij liet moderne stukken componeren. Aan het conservatorium werd hij opgeleid als klarinettist. Later schakelde hij over op de blokfluit en speelde hij met de klavecinisten Jaap Spigt en Gustav Leonhardt. Met zijn ensemble Syntagma Musicum bracht Otten, ook op de radio, muziek uit de Middeleeuwen en de Renaissance en maakte hij tournees in vele landen.

vrijdag 19 september 2008

Earl Palmer : Tutti frutti finitti


Drummer Earl Palmer is overleden. Hij speelde mee op bekende nummers als "Tutti frutti" (Little Richard) en "River deep, mountain high" (Ike en Tina Turner). Hij is 84 jaar geworden.

Palmer drumde voor uiteenlopende artiesten als Fats Domino, The Monkees, Neil Young en Frank Sinatra.

In 2000 werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Hij was 4 keer gehuwd en heeft 7 kinderen.

Little Richard noemde hem in zijn autobiografie "een van de grootste sessiedrummers aller tijden". Pianist Ed Vodika van het Earl Palmer Trio vond hem "grensleggend". "Hij heeft de Amerikaanse muziek van de jaren 50, 60 en 70 mee vormgegeven."

maandag 15 september 2008

Richard Wright : The Pink Floyd Sound has ended


Richard Wright is op 65-jarige leeftijd na een slepende ziekte overleden. Hij is bekend als toetsenist (hij leerde zichzelf spelen) en mede-oprichter van de band Pink Floyd, en tot 1981 zou hij deel zijn van deze psychedelische rockgroep.

Wright kende Roger Waters en Nick Mason van zijn studie, en was samen met hen en Syd Barrett in 1965 oprichter van The Pink Floyd Sound, zoals de band in eerste instantie werd genoemd. Hij speelde in de eerste jaren een belangrijke rol en bracht diverse nummer in in het repertoire van de band, waaronder "Remember a Day", "Paintbox" en "It Would Be So Nice". Later zou Wright zich minder bezighouden met het schrijven van teksten, en zich meer toeleggen op het schrijven van instrumentale nummers, waaronder "Interstellar Overdrive", "A Saucerful of Secrets", "Careful with That Axe, Eugene" en "One Of These Days".

Zijn eerste soloproject was het album Wet Dream in 1978. Tijdens de opnames van The Wall werd hij door Roger Waters aan de kant gezet, het resultaat van zowel groeiende onmin tussen Waters en Wright, als ook van persoonlijke problemen. Hij werd echter wel als sessiemuzikant ingehuurd tijdens de tour die volgde op het uitbrengen van The Wall. Ironisch genoeg is Wright de enige die financieel voordeel had van deze tour, omdat de verliezen werden gedragen door de drie overige, "vaste" leden van de band.

Tijdens het Live 8 concert op 2 juli 2005 trad Wright voor het eerst en voor het laatst sinds de The Wall tour met de andere leden van Pink Floyds bekendste line-up op. Stiekem hoopte hij om ooit nog eens te touren met het gezelschap, maar de tijd bleek niet zijn bondgenoot...

dinsdag 19 augustus 2008

LeRoi Moore: Saxofonist Dave Matthews Band


De adem van Gary Lee "LeRoi" Moore zal geen blaasinstrumenten meer tot muziek bewegen. De saxofonist en stichtend lid van de Dave Matthews Band bij een ongeluk op zijn boerderij nabij Charlottesville, Virgiana aan de overzijde van de Grote Plas.

LeRoi Moore werd op 7 september 1961 geboren te Dunn, North Carolina, en groeide op tot een begiftigd jazzmuzikant. In 1991 werd hij door Dave Matthews benaderd. Die wilde dat Moore wat muziek opnam voor enkele liedjes die hij geschreven had.

Op de avond van Moore's overlijden trad Dave Matthews op in Los Angeles. Na het eerste nummer zei hij tegen zijn publiek: "We hebben allemaal slecht nieuws gekregen vandaag. Onze goede vriend LeRoi is gestorven en gaf zijn geest op vandaag en we zullen hem voor altijd missen." De fans riepen als eerbetoon Moore's naam.

LeRoi Moore werd 46.

zaterdag 16 augustus 2008

Ronnie Drew : The Dubliners

Ronnie Drew is van ons heengegaan. De legendarische Ier is de stichter van The Dubliners, de al even legendarische Ierse folkband. Tot zijn 17e jaar ging hij naar school en had daarna allerlei baantjes: van bordenwasser tot vertegenwoordiger van schrijfmachinelinten. Toen hij 19 jaar was leerde hij gitaar spelen en trad af en toe op in verschillende clubs. Hij bracht 3 jaar door in Spanje, waar hij Spaans leerde en ondertussen Engelse les gaf. Daar ontdekte hij de flamencogitaar; na zijn terugkeer werd hij vooral bekend om zijn flamencogitaarspel. Hij trad toen veel op met John Molley in het Gate theater in Dublin. In één van deze shows is hij ontdekt als zanger van Ierse folksongs. The Dubliners zag in 1962 het levenslicht, dan nog onder de naam The Ronnie Drew Ballad Group. Drew was lid van 1962 tot 1974 en van 1979 tot 1995, waarna hij zich aan een solo-caarière waagde. Hij speelde onder meer met Christy Moore, The Pogues, Antonio Breschi, The Dropkick Murphys en Eleanor Shanley. Drew was vooral gekend voor zijn typische stemgeluid, door ons aller Tijl Delannoy zo mooi omschreven als 'een stem als steenkool'. Hij werd 73.


donderdag 10 juli 2008

Gunter Bauweraerts : Peetvader van de Vlaamse folk

Gunter Bauweraerts is gestorven aan een hartaanval. Gunter was één van de peetvaders van de Vlaamse folk. Hij was zelf een begenadigd muzikant (o.a. doedelzak en draailier) en was een vertrouwd gezicht op de Stages voor Traditionele Volksmuziek in Galmaarden en Gooik, waar hij verschillende malen de doedelzaksessies leidde. Met succes bouwde hij de voorbije jaren ook een mooie volksmuziekstage uit in Kalmthout, met zijn vzw Wendel. Hij gaf de muziekmicrobe door aan zijn kinderen. Zoon Harald speelt draailier bij EmBRUN en dochter Jorunn zit in LAÏS. Hij overleed in Saint-Août, een klein idylisch plaatsje vlakbij Saint-Chartier. Bauweraerts werd slechts 55.

zaterdag 14 juni 2008

Esbjörn Svensson : De nieuwe Miles Davis?

De Zweedse jazzmuzikant Esbjörn Svensson is bij een duikongeval om het leven gekomen. Svensson overschreed alle genres en bekoorde zo meer dan jazzliefhebbers alleen. Volgens zijn manager was de man de "belangrijkste jazzfiguur van dit decennium", waarbij de manager de invloed van de musicus vergeleek met die van wijlen Miles Davis. "Vanuit alle gezichtspunten was hij een van de grootste Europese musici. Het was een jazzartiest met het formaat van een popster".
Zweedse media rapporteerden dat de muzikant met een groep en een lesgever in de Baltische Zee was gaan duiken en ineens was verdwenen. Hij werd zwaargewond op de zeebodem teruggevonden en met een helikopter naar een ziekenhuis overgebracht. Het mocht niet baten. Svensson werd 44.

Een voorbeeldje van zijn trio: