U kent al de gewone western, ongetwijfeld is ook de spaghetti-western u bekend, maar onlangs is ook dé ster van de curry-western overleden. De curry-western was en is de Indische Bollywood-versie van het gevierde genre. En wat iemand als Clint Eastwood of Lee Van Cleef voor het Westen waren, dat was Feroz Khan voor het Indische subcontinent. Hij begon met acteren in de jaren '60 en beleefde zijn hoogdagen in de jaren '70 en '80, toen hij ook nog eens ging regisseren. Die laatste stap ondernam hij omdat hij niet tevreden was met wat de Indische filmindustrie hem te bieden had. In de jaren '60 dook hij op in een hele resem low budgetfilms en zelfs een Hollywoodprent als Tarzan goes to India (1962), maar het filmlandschap stak hem tegen en vanaf 1972 stond hij ook zelf achter de camera. Na zijn debuut met Apradh (1972) maakte hij een Bollywood-remake van The Godfather, Dharmatma (1975). Na het succes van verdeelde hij de rest van zijn tijd deels met acteren in curry-westerns en het regisseren van de ene kaskraker na de andere. Feroz Khan kreeg al gauw de bijnaam Clint Eastwood van Bollywood. Steeds weer speelde hij de ruige held met een sigaar tussen zijn lippen die gezwind over het witte doek wandelde en zo een totaal nieuwe actieheld introduceerde in zijn thuisland. Zijn toppunt als regisseur beleefde hij met Qurbani (1980). Die film was in vele opzichten baanbrekend, niet in het minst omdat Feroz zich voor de sountrack wendde tot de Anglo-Indische Biddu, die in het Westen toen hits scoorde met Kung Fu Fighting en I Love to Love, iets wat tot dan ongekend was in Bollywood. Zijn laatste optreden was in 2007, toen hij opdaagde in Welcome. In datzelfde werd er kanker bij hem ontdekt, wat hem uiteindelijk ook de das zou omdoen. Feroz Khan werd 69.Om u een idee te geven van wat Feroz Khan zoal deed, hier is hij in zijn Godfather-remake Dharmatma (in volle zangactie, iets dat vrij populair was en is in Bollywood):


Sam Manekshaw is niet meer. Manekshaw - volledige naam Sam Hormusji Framji Jamshedji Manekshaw, bijgenaamd "Bahadur", "De Dappere" - was een Indisch officier, wiens carrière een volle 4 decennia overspant. Hij was ook de eerste Indische officier die het tot Veldmaarschalk schopte. De Tweede Wereldoorlog bracht hij door in de Burma-campagne, waar hij een tegenoffensief leidde tegen de Japanners. Tijdens die actie werd hij zwaar geraakt in zijn maag. Eenmaal terug op zijn benen werd hij weer naar Burma gestuurd, waar hij een tweede keer gewond geraakte. Na 1948 en de Indische onafhankelijkheid vocht hij nog mee in drie andere oorlogen, tegen China en Pakistan. Zijn grootste triomf beleefde hij als chef van de generale staf in de oorlog met Pakistan van 1971; hij dwong Pakistan na 14 dagen tot een onvoorwaardelijke overgave en creëerde zo Bangladesh uit Oost-Pakistan. In 1973 ging hij op pensioen (hoewel een Veldmaarschalk eigenlijk nooit op pensioen gaat, aangezien de rang voor het leven wordt toegekend) en de jaren later bracht hij door als directeur van verschillende bedrijven. Hij overleed aan een longontsteking, 94 jaar oud.



