vrijdag 11 maart 2011

Blair River : The Heart Attack Grill

In Chandler, Arizona, staat er sinds 2005 de Heart Attack Grill. De Grill is een fast food hamburgerrestaurant, dat de reputatie heeft om één van de meest ongezonde ter wereld te zijn. Heel het etablissement staat in het teken van het hospitaal: de diensters zijn nurses, die prescriptions (bestellingen) aannemen van de patients (de klanten). Regelmatig komt er een 'dokter' langs met een stethoscoop die je onderzoekt en rond de pols wordt er een bandje bevestigd waarop je menu staat.
Het menu is een ware aanslag op het lichaam: er zijn Single, Double, Triple en Quadruple Bypass-hamburgers, met een gewicht aan vlees gaande van 0,20 tot bijna een volledige kilogram - ongeveer 8.000 calorieën (die Quadruple kan u overigens bewonderen op de foto hierbeneden, waar hij gepresenteerd wordt door één van de 'verpleegsters'). De Quadruple staat bekend als one of the world's worst junk foods. Dan zijn er Flatliner fries, die gebakken worden in puur varkensvet. En om te drinken is er bier, tequila en een hele resem soft drinks, variërend van Jolt Cola en in Mexico gebottelde Coca Cola, met echte suiker. Klanten die meer dan 160 kilo wegen, mogen gratis eten. Ze moeten zich eerst wel laten wegen bij een 'dokter' of een 'verpleegster' elke keer ze een nieuwe burger bestellen.

Om u een idee te geven van hoe scheef heel het concept is, ga gerust eens naar de site. De reclameboodschap spreekt boekdelen... Daar kan je trouwens ook de aflijvige Blair River aan het werk zien. Tot zijn dood op 1 maart 2011 was hij de officiële woordvoerder van de Heart Attack Grill. Hij paste perfect in het plaatje: meneer woog zelf 575 pond, oftewel bijna 290 kilo. Hij kwam dus zelf al in aanmerking voor gratis eten... River was trouwens eerst een klant bij de Grill, voor hij gerecruteerd werd als woordvoerder. Hij werd slechts 29 en overleed aan de gevolgen van een longontsteking. Vlak voor zijn dood was hij nog aan het werken aan zijn volgende reclamespot (alle ideeën kwamen blijkbaar van River): Heart Attack Grill: The Muscial...

zaterdag 5 maart 2011

Alberto Granado : The Motorcycle Diaries

Tussen december 1951 en juli 1952 kon het zijn dat je in Zuid-Amerika de dan nog betrekkelijk onbekende Ernesto 'Che' Guevara tegen het lijf liep. Die toerde daar dan rond met zijn goeie vriend Alberto Granada. Die is nu ook het hoekje om.

Granada was een Argentijn van geboorte en had ook een medische opleiding genoten, net als Che. Ze kwamen elkaar voor de eerste keer tegen toen Granada even was opgepakt door de politie in verband met een rel in een hogeschool. De twee werden al snel goeie vrienden en besloten dan ook op reis te gaan.

Ze vertrokken op 29 december 1951. Granada en Che toerden rond in Granada's Poderosa II, een 500cc Norton-motorfiets waar hij nogal zot van was. Ze hielden allebei een dagboek bij. Op de foto rechtsboven staat hij op een vlot ergens op de Amazone in juni 1952, naast een nog baardloze Che. Granada bleef plakken in het Venezolaanse Caracas, waar hij een job kreeg in het leprosarium. Che reisde door naar Miami, om dan terug te keren naar Buenos Aires om zijn studies af te maken. De hele trip werd in 2004 verfilmd door Walter Salles, op basis van hun dagboeken. Che werd gespeeld door Rodrigo de la Serna, Granada werd vertolkt door Gael Garcia Bernal. Granada zelf verscheen even op het einde van de film en adviseerde Salles tijdens de opnames.

In 1960 verhuisde Granada naar Cuba, op uitnodiging van Che zelve. Daar overleed hij ook, 88 jaar oud.

zondag 27 februari 2011

Frank Buckles : The Last Doughboy


De laatste Amerikaanse veteraan van de Eerste Wereldoorlog heeft ons verlaten. Frank Woodruff Buckles was de oudste nog overlevende veteraan van de Groote Oorlog. Toen de Amerikanen zich in 1917 ook gingen moeien in de grote slachtpartij tussen de grote Europese mogendheden van die tijd, was Buckles nog maar 16. Hij wou per se mee de grote plas over en loog dat het geen naam meer had om daar te geraken. Toen hij zei dat hij 18 was, wou niemand hem geloven, maar uiteindelijk liet één recruiteur hem toch door de mazen van het net glippen. Het was 14 augustus 1917.

Buckles werd direct op de boot gezet, de RMS Carpathia, dat vijf jaar daarvoor nog overlevenden van de RMS Titanic had helpen redden. Eenmaal in Europa werd hij onderverdeeld bij de 1st Fort Riley Casual Detachment.

Tot zijn grote frustratie (geluk?) kwam hij nooit in de gevechten terecht. Zijn eerste 6 maanden moest hij rondrijden met motorfietsen en ambulances. Na dat half jaar slaagde hij er eindelijk in om naar Frankrijk te worden overgeplaatst - maar dan naar Bordeaux, aan de andere kant van het land, mijlenver van de gevechten. Daar moest hij een Amerikaanse luitenant escorteren.

Tot aan de Wapenstilstand zou hij geen actie zien. Eenmaal 11 november 1918 voorbij, moest hij 650 Duitse krijgsgevangenen terug naar Duitsland voeren. Die Duitsers bleken zowaar vriendelijk en beschaafd te zijn en brachten hun tijd door met het organiseren van orkesten. Slechts één keer kwam hij dicht bij een gevecht met een Duitser, een krijgsgevangene. Maar voor Buckles en zijn Duitse tegenhanger op elkaar konden slagen, werden ze uit elkaar gehaald... door een Duitser. In januari 1920 mocht Buckles terug naar huis.

In de jaren '40 werkte hij in Manila op de Filippijnen, waar hij in 1942 gevangengenomen werd door de binnenstormende Japanners. De volgende 3,5 jaar zat hij weg te rotten in een Japans krijgsgevangenenkamp. Toen hij in 1945 gered werd, woog hij nog maar 50 kg en leed hij aan beriberi.

Na de oorlog trouwde hij en kocht hij een ranch in West Virginia, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. De laatste jaren, toen duidelijk werd dat hij de laatste Amerikaan was die de Eerste Wereldoorlog nog had meegemaakt en er in had gevochten, kreeg hij meer aandacht en werd hij geregeld geïnterviewd. Op 1 februari was hij net 110 geworden. Hij overleed aan natuurlijke oorzaken en krijgt het voorrecht van een begrafenis op Arlington National Cemetery.
Met de dood van Buckles is er nu eigenlijk nog maar één veteraan meer over: de Brit Claude Choules, 109 jaar, die in de Britse marine zat en nu in Australië woont. Naast Choules is er ook nog Florence Greene, 110, die in september 1918 serveuse was in de officierskantine van de RAF in Engeland.

vrijdag 18 februari 2011

Walter Seltzer : Soylent Green

In 1935 maakte Walter Seltzer een reclamecampagne voor Mutiny on the Bounty, de laatste nieuwe film van MGM. Daar modderde hij twee decennia aan, tot hij in 1955 belast werd met de marketing rond de film Marty met Burt Lancaster. Hier schreef hij voor de eerste keer filmgeschiedenis: de campagne rond Marty was de eerste waar er meer van het budget werd opgedaan aan reclame voor de Oscars dan om de film zelf te maken (zelfs al was hij maar low budget). Het moet geholpen hebben, want Marty won uiteindelijk vier Oscars.
Tegen het einde van de jaren '50 hielp hij mee in Marlon Brando's productiemaatschappij. Vanaf het daaropvolgende decennium zou hij zijn hoogdagen beleven. Samen met zijn goede vriend, de aflijvige Charlton Heston, zou hij een reeks films maken die zijn naam voorgoed zouden vestigen. De twee beroemdste waren The Omega Man (1971) en het ongeëvenaarde Soylent Green (1973).
Toen de jaren '70 op hun einde liepen, stopte Seltzer met het maken van films en ging hij de volgende veertig jaar wijden aan het Motion Picture and Television Fund, dat zich ontfermde over ouder wordende acteurs en anderen in de industrie. Hij voorzag onder meer in een hospitaal en een rusthuis.
In dat rusthuis overleed hij ook aan een longontsteking, 96 jaar oud.

En hier de trailer van Soylent Green:

donderdag 3 februari 2011

Maria Schneider : Last Tango in Paris


In 1972 kwam Last Tango in Paris van Bernardo Bertolucci in de zalen. De film ging over een weduwenaar die in Parijs een anonieme seksuele relatie begint met een vrouw die op het punt staat om te gaan trouwen. De afspraak is dat geen van beide ook maar enige persoonlijke informatie met de ander deelt, zelfs geen naam. De aflijvige Marlon Brando speelde de weduwenaar, de toekomstige bruid was weggelegd voor Maria Schneider. De film was één en al controverse, met de boterscène als grootste shockeffect, zeker in 1972.
Schneider zei later dat ze zich soms verkracht voelde, zowel door Brando als door Bertolucci. Brando zou pas vijftien jaar later terug praten met de Italiaanse regisseur. Nochtans was ze zelf niet helemaal vrij van controverse. De jaren '70 waren niet haar beste jaren. Ze beweerde van zichzelf in 1974 dat ze 'bisexual complete' was en dat ze al met vijftig mannen en twintig vrouwen de lakens had gedeeld. Marihuana, heroïne, cocaïne, allemaal geen probleem voor de Française, met een paar overdosissen en een zelfmoordpoging erbovenop. In 1976 verliet ze de set van Caligula (ook al niet vies van wat naakt, om het zacht uit te drukken) om naar een mentaal hospitaal in Rome te gaan, samen met een andere vrouw die ze als haar minnares omschreef.
Vanaf de jaren '80 kwam ze weer terug op het rechte pad en tot 2008 verscheen ze nog op het witte doek. De laatste tango bleef haar echter heel haar leven achtervolgen. Ze overleed aan kanker, 58 jaar oud.

maandag 31 januari 2011

John Barry : The James Bond Theme

In 1962 kregen de producers van de nieuwe film Dr. No een theme song voorgeschoteld door Monty Newman. Ze waren niet echt onder de indruk. En dus gingen ze eens kloppen bij John Barry. Het resultaat is één van de meest bekende thema's uit de filmgeschiedenis (hoewel de credits ervan nog wel naar Monty gingen...).
Barry zou in totaal veertien Bondfilms van muziek voorzien. Met Dr. No brak hij ineens ook door: iedereen wou hem voor hun films. Het palmares is dan ook vrij indrukwekkend, met klinkende namen als The Lion in Winter, The Persuaders (nog zo'n catchy deuntje), Midnight Cowboy, Out of Africa, of Dances with Wolves. Naast het main theme schreef hij meestal ook de volledige soundtrack voor een film (zoals bv. met Midnight Cowboy en King Kong, om er maar een paar te noemen.
Vanaf de jaren '90 werden samples van zijn werk gebruikt door artiesten als Dr. Dre, de Wu-Tang Clan en Fatboy Slim. Topsample was nog steeds James Bond theme.
John Barry werd 77 voor hij overleed aan een hartaanval.

En hier nog de Bond theme:

Peter Egner : Foute boel in de Balkan

In 1941 viel het Derde Rijk Joegoslavië binnen. In het kielzog van het Duitse leger volgden de beruchte Einsatzgruppen, eigenlijk afdelingen die heel hun tijd vulden met het jagen op Joden en andere 'ongewensten', om die vervolgens vakkundig naar de andere wereld te helpen. Voor uw doorsnee Nazi zat Joegoslavië immers vol met Untermenschen, die je maar beter kon kapotwerken, of 'evacueren' (een mooi eufemisme om ze in een kamp of iets dergelijks te proppen en ze op één of andere manier te vermoorden). In één van die groepen zat Peter Egner, een in Joegoslavië geboren etnische Duitser.
Egner sloot zich kort na de inval aan bij de door de Nazi's gecontroleerde politie. Dat politiewerk, zo gaf hij zelf toe, hield in dat hij in bezet Servië gevangenen van het Semlin-concentratiekamp, nabij Belgrado, escorteerde naar een executie- en begraafplaats een paar kilometer verder. In de herfst van 1941 hielp Egner zo mee om meer dan 11.000 gevangenen neer te schieten.

In het begin van 1942 was de Einsatzgruppe waarvan Egner deel uitmaakte bezig met rondjes te rijden met een vrachtwagen. Die vrachtwagen was volgepropt met vrouwen en kinderen, Serviërs en Joden, die langzaam vergast werden door het koolstofmonoxide van de uitlaat van de wagen. Het voertuig was speciaal voor dit doel ontwikkeld - een mobiele gaskamer, als het ware. Of Egner zelf ooit achter het stuur zat, is onbekend. Hij ontkende het in ieder geval altijd.

En dan waren er de grotere transporten, per trein bv. Volgens Egner begeleidde hij maar vier treintransporten - eentje daarvan had wel als eindbestemming Auschwitz. Als de trein stopte, sprongen Egner en zijn collega's van de trein en pattrouilleerden, om er zeker van te zijn dat niemand ontsnapte. Daarnaast werkte hij ook als vertaler bij ondervragingen van politieke gevangenen. Daar werd duchtig gemarteld, met dodelijke afloop.

Na de oorlog verkaste hij in de jaren '60 naar de Verenigde Staten (het moet niet altijd Argentinië zijn), waar hij ineens ook de Amerikaanse nationaliteit verwierf. Egner werkte voor een hotelketen als food and beverage manager tot hij in 1980 op pensioen ging. Vorig jaar echter diende een Servische rechtbank een aanvraag tot uitlevering uit en kwam Egners verleden om het hoekje kijken. Hij overleed echter voor zijn proces. In de VS liep er al een procedure om hem zijn staatsburgerschap te ontnemen. Peter Egner werd 88.