Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen

donderdag 5 mei 2011

Claude Choules : De laatste der laatsten



Er zijn al wat tegenstrijdige berichten de wereld ingestuurd over de laatste veteranen van de Eerste Wereldoorlog, maar nu is het eigenlijk wel officieel. De laatste echte veteraan van de Groote Oorlog die ook actie gezien heeft, heeft zich nu bij zijn kameraden gevoegd.
Claude Stanley Choules werd in het Britse Pershore geboren. In 1915, toen een snaak van veertien jaar, ging hij dienen op de Mercury, een trainingsschip. Een jaartje later werd hij opgenomen in de Royal Navy, op een nieuw trainingsschip, de HMS Circe. In 1917 dan vervolledigde hij zijn opleiding en kwam hij terecht op de HMS Revenge, één van de grootste schepen van zijn tijd. Het slagschip was het vlaggenschip van het First Battle Squadron. De Revenge had nog meegevochten in de Slag bij Jutland, de grootste confrontatie op zee tussen de oorlogvoerenden in de Eerste Wereldoorlog. Choules was er toen nog niet bij. Hij was er wel bij toen de Revenge in een gevecht verwikkeld geraakte met een Duitse Zeppelin.








In 1918, toen de oorlog net tien dagen voorbij was, zag hij hoe de volledige Duitse keizerlijke vloot zich kwam overgeven in het Schotse Firth of Forth. Die vloot, 74 schepen groot, zou verdeeld worden tussen de Geallieerde overwinaars. De Duitse bevelhebber, admiraal Ludwig von Reuter, zag dat echter niet zitten en op 21 juni 1919 gaf hij het bevel om alle schepen te laten zinken. 52 schepen slaagden er in om zichzelf te kelderen. Choules was de laatste getuige van dit historische schouwspel.

Na de oorlog ging hij naar Australië als instructeur. Hij had het daar wel naar zijn zin en sloot zich aan bij de Australian Royal Navy. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was hij de Acting Torpedo Officer op de HMAS Fremantle en later Chief Demolition Officer van West-Australië. In die laatste hoedanigheid zou hij de havens van Fremantle moeten saboteren, mochten de Japanners een invasie proberen uit te voeren. Na de oorlog ging hij bij de Naval Dockyard Police, waarin hij tot zijn pensioen in 1956 diende.






Hij ging nooit naar de vieringen van de Wapenstilstand op 11 november, omdat hij tegen elke vorm van ophemeling van oorlog was. In 2009 publiceerde hij zijn autobiografie, The Last of the Last. In maart 2011 werd hij 110 en bleek dat hij de enige veteraan was die nog actie gezien had in de Groote Oorlog. Choules was op het einde van zijn leven bijna compleet blind en doof. Toen hij stierf, liet hij drie kinderen, elf kleinkinderen, 22 achterkleinkinderen en drie achterachterkleinkinderen na. Met Choules' dood is de Groote Oorlog nu eigenlijk pas écht voorbij...

zondag 27 februari 2011

Frank Buckles : The Last Doughboy


De laatste Amerikaanse veteraan van de Eerste Wereldoorlog heeft ons verlaten. Frank Woodruff Buckles was de oudste nog overlevende veteraan van de Groote Oorlog. Toen de Amerikanen zich in 1917 ook gingen moeien in de grote slachtpartij tussen de grote Europese mogendheden van die tijd, was Buckles nog maar 16. Hij wou per se mee de grote plas over en loog dat het geen naam meer had om daar te geraken. Toen hij zei dat hij 18 was, wou niemand hem geloven, maar uiteindelijk liet één recruiteur hem toch door de mazen van het net glippen. Het was 14 augustus 1917.

Buckles werd direct op de boot gezet, de RMS Carpathia, dat vijf jaar daarvoor nog overlevenden van de RMS Titanic had helpen redden. Eenmaal in Europa werd hij onderverdeeld bij de 1st Fort Riley Casual Detachment.

Tot zijn grote frustratie (geluk?) kwam hij nooit in de gevechten terecht. Zijn eerste 6 maanden moest hij rondrijden met motorfietsen en ambulances. Na dat half jaar slaagde hij er eindelijk in om naar Frankrijk te worden overgeplaatst - maar dan naar Bordeaux, aan de andere kant van het land, mijlenver van de gevechten. Daar moest hij een Amerikaanse luitenant escorteren.

Tot aan de Wapenstilstand zou hij geen actie zien. Eenmaal 11 november 1918 voorbij, moest hij 650 Duitse krijgsgevangenen terug naar Duitsland voeren. Die Duitsers bleken zowaar vriendelijk en beschaafd te zijn en brachten hun tijd door met het organiseren van orkesten. Slechts één keer kwam hij dicht bij een gevecht met een Duitser, een krijgsgevangene. Maar voor Buckles en zijn Duitse tegenhanger op elkaar konden slagen, werden ze uit elkaar gehaald... door een Duitser. In januari 1920 mocht Buckles terug naar huis.

In de jaren '40 werkte hij in Manila op de Filippijnen, waar hij in 1942 gevangengenomen werd door de binnenstormende Japanners. De volgende 3,5 jaar zat hij weg te rotten in een Japans krijgsgevangenenkamp. Toen hij in 1945 gered werd, woog hij nog maar 50 kg en leed hij aan beriberi.

Na de oorlog trouwde hij en kocht hij een ranch in West Virginia, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. De laatste jaren, toen duidelijk werd dat hij de laatste Amerikaan was die de Eerste Wereldoorlog nog had meegemaakt en er in had gevochten, kreeg hij meer aandacht en werd hij geregeld geïnterviewd. Op 1 februari was hij net 110 geworden. Hij overleed aan natuurlijke oorzaken en krijgt het voorrecht van een begrafenis op Arlington National Cemetery.
Met de dood van Buckles is er nu eigenlijk nog maar één veteraan meer over: de Brit Claude Choules, 109 jaar, die in de Britse marine zat en nu in Australië woont. Naast Choules is er ook nog Florence Greene, 110, die in september 1918 serveuse was in de officierskantine van de RAF in Engeland.

donderdag 18 november 2010

Samuel Kunz : Op wacht in Belzec


Het gebeurt niet elke dag dat je beticht wordt van medeplichtigheid in de moord op 430.000 mensen, maar het overkwam Samuel Kunz. De Rus zat eerst bij het Rode Leger, maar in de eerste oorlogsmaanden van Operatie Barbarossa, toen de Duitse oorlogsmachine honderdduizenden krijgsgevangenen maakte en hele Sovjetlegers de pan inhakte, werd hij gevangengenomen. Hij kreeg de keuze: ofwel in het krijgsgevangenenkamp blijven, of dienst nemen bij de Nazi's als bewaker. Aangezien de Russen bij bosjes stierven in Duitse krijgsgevangenschap - een slordige 2 miljoen in het begin alleen al - koos Kunz wijselijk (?) voor een carrière bij de SS.

Hij kreeg een training met 5.000 andere gevangenen in het SS-kamp Trawniki. Daar zat ook John Demjanjuk een opleiding te volgen. Na zijn training mocht Kunz het geleerde in de praktijk omzetten in het vernietigingskamp Belzec. Daar was hij mee verantwoordelijk voor de "verwerking" van nieuw gearriveerden. Concreet hield dit in dat Kunz ze van de treinen naar de gaskamers jaagde. Daar werden de vrouwen eerst kaal geschoren, om ze vervolgens en masse in de kamers te proppen. Na hun vergassing hielp Kunz om de lijken in massagraven te smijten.

In Belzec zou hij minstens 10 personen eigenhandig vermoord hebben. Acht gewonden maakte hij af, de andere twee probeerden te vluchten en werden door Kunz neergeknald. Eind 1943 werd Belzec opgedoekt en ging Kunz werken in het Beierse concentratiekamp Flossenburg. Daar werd hij aan het einde van de oorlog opgepakt, maar later weer vrijgelaten.


Na de oorlog kreeg hij de Duitse nationaliteit en verhuisde hij naar Bonn. Daar leefde hij rustig verder, eerst als ambtenaar, dan als timmerman in het Ministerie van Bouw. Hij werd wel opgeroepen als getuige in verband met alles wat er in Belzec en Trawniki gebeurd was - in 1969, 1975 en 1980 - maar zelf werd hij nooit verdacht. In die tijd hadden de aanklagers geen oog voor "kleine garnalen" zoals Kunz. Dat veranderde pas in juli 2010, toen zijn naam bijna per ongeluk boven kwam drijven in het onderzoek van John Demjanjuk. Al snel werd hij aangeklaagd.

Het proces was voorzien voor begin volgend jaar, maar Kunz ontsprong de dans door te sterven.

Samuel Kunz werd 89.

zaterdag 6 november 2010

Michael Seifert : Het Beest van Bolzano

Toen de Duitsers in juni 1941 de Sovjetunie binnenvielen, was Michael 'Mischa' Seifert een eenvoudige machinewerker in een fabriek in de buurt van Odessa. Het 'meesterras' liet al snel zijn ogen vallen op Seifert: hij was immers een 'Volksduitser', een afstammeling van Duitse inwijkelingen in Rusland die zich daar in de 19e eeuw gevestigd hadden. En, wat waarschijnlijk de doorslag gaf, hij sprak ook nog eens Russisch en had een gloeiende hekel aan de Sovjetunie. Dat laatste was niet zo moeilijk, aangezien de familie verdacht werd van Nazisympathieën, waardoor zijn vader zijn job was kwijtgeraakt.
Seifert mocht aan de slag als bewaker. Daar mocht hij getuige spelen bij 'verhoren' - een mooi Nazi-eufemisme om iemand compleet verrot te slagen en te mishandelen om toch maar ergens informatie te krijgen, of gewoon voor het plezier. Naar eigen zeggen stond Seifert er toen nog gewoon bij en keek hij alleen maar.
Toen de Sovjetpletwals de Duitsers almaar terugdreef uit Moedertje Rusland, werd Seifert overgeplaatst naar Noord-Italië. Daar ging het volledig fout met de Volksduitser. Hij kwam in het doorgangskamp Fossoli terecht. Daar werden alle 'ongewensten' doorgesluisd naar de moordfabrieken in onder meer Auschwitz, Mauthausen en Dachau. Tot ze op de trein gezet werden, moesten ze dwangarbeid verrichten onder het oog van Seifert. Die profiteerde ervan om een vrouw te verkrachten, waarvoor hij zowaar door de Duitsers voor een militaire rechtbank gesleept werd. Hij werd weer verplaatst, ditmaal naar Bolzano, het kamp dat de functie van Fossoli had overgenomen.
Daar kreeg hij zijn bijnaam 'het Beest van Bolzano'. Hij moordde er lustig op los: een zwangere vrouw werd verkracht en dan vermoord, een andere gevangene hongerde hij uit en nog één haalde hij letterlijk de ogen uit diens hoofd.
Na de oorlog dook Seifert onder in Duitsland en in 1951 slaagde hij erin om naar Canada te emigreren. Daar leefde hij rustig verder, tot hij in 2002 zelf opgepakt werd. Hij werd veroordeeld tot levenslang en in 2008 uitgeleverd aan Italië en vastgezet in de militaire gevangenis van Santa Maria Capua Vetere. Daar overleed het Beest van Bolzano, 86 jaar oud, toen hij viel en overleed aan de gevolgen van zijn verwondingen.

vrijdag 5 november 2010

Hajo Hermann : van de Luftwaffe naar het advocatenkantoor

Hans-Joachim Hermann ('Hajo' voor de vrienden) was één van de invloedrijkste leden van de Duitse luchtmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij begon zijn militaire carrière als infanterist, maar in 1935 ging hij bij de kersverse luchtmacht van het Nazi-rijk, de Luftwaffe. Hij verdiende zijn sporen bij het Condor-Legioen in de Spaanse Burgeroorlog (dat onder meer Guernica platbombardeerde en zo Picasso nog inspireerde). Toen de Tweede Wereldoorlog begon, zat hij in Polen en Noorwegen rond te vliegen. Tegen 1940 had hij zijn eigen squadron en was hij op Britten aan het schieten in de Slag om Engeland. In 1941 zat hij in Sicilië, Malta en Griekenland te vechten. Daarna werd hij bij de Duitse Generale Staf ingedeeld en werd hij goede vriendjes met Hermann Göring.
Daar ontpopte hij zich als een tactisch genie: hij was verantwoordelijk voor het merendeel van de innovaties van de Luftwaffe tijdens de oorlog, zoals speciale nachtvluchten gericht tegen de Geallieerde bombardementen. Dat laatste had als codenaam Wilde Sau - Wild Everzwijn.

Tegen het einde van de oorlog was hij één van de meest gedecoreerde soldaten van de Luftwaffe. Hij werd na de oorlog gevangengezet door de Russen en zou pas tien jaar later weer vrijkomen, in 1955.

Eenmaal terug in het vaderland, studeerde hij rechten (een logische stap, van Nazi naar advocaat). In zijn daaropvolgende advocatencarrière maakte hij al snel naam door oud-Nazi's, neo-Nazi's, Holocaustontkenners en andere beruchte extreem-rechtsen te verdedigen. Hij dook regelmatig op op tv, waar hij steevast de Holocaust ontkende en Groot-Brittannië ervan beschuldigde dat ze de oorlog hadden uitgelokt. 'Hajo' werd zo de meest omstreden advocaat van Duitsland. Beroemde klanten waren onder meer Otto Ernst Remer (een collega van de Wehrmacht die het complot tegen Hitler in 1944 had verhinderd en later ook Holocaustontkenner werd), David Irving (de beroemdste naoorlogse antisemiet en Holocaustontkenner) en Fred A. Leuchtner (een zelfverklaard expert op gebied van gaskamers die ook al de Holocaust ontkent).

Hajo Hermann werd 97.

woensdag 18 augustus 2010

Bill Millin : Piper Bill


In vroegere tijden liepen er tijdens veldslagen in Schotland en Ierland steevast pipers rond. Het doel van die doedelzakspelers was om het moraal van de manschappen op te vijzelen. Tegen de Tweede Wereldoorlog was die praktijk al duchtig verwaterd. Het Britse leger ontmoedigde officieel alle gebruik van pipers: alleen in de achterhoede mocht er nog geblazen worden.

Maar op D-Day, 6 juni 1944, besloot de Schot Simon Fraser, 15th Lord Lovat, dat officiële standpunt aan zijn laars te lappen. Lord Lovat was de 25e Chief van de Clan Fraser en hechtte zich nogal aan tradities. Bovendien vond hij dat hij zijn manschappen elk lichtpuntje moest gunnen, terwijl ze zich op de zwaarbewapende stranden van Normandië wierpen.

En zo kwam het dat in de vroege uurtjes van D-Day Bill Millin op het Normandische Sword Beach rondliep, gekleed in de traditionele kilt, al spelend op zijn bagpipes. Millin, beter bekend als Piper Bill (op de foto op de voorgrond), was de persoonlijke doedelzakspeler van Lord Lovat. Terwijl zijn kameraden rondom hem sneuvelden, liep Bill, gewapend met alleen een doedelzak, het strand op. Millin, toen nog een jonge snaak van 21, speelde "Hielan' Laddie".

Toen hij hiermee klaar was, vroeg Lord Lovat om een ander deuntje te spelen. "Well, wat tune would you like, Sir?" "How about The Road to the Isles?" "Would you want me to walk up and down, Sir?" "Yes, that would be nice - walk up and down."

Hij kwam ongeschonden uit de strijd tevoorschijn: alleen zijn pipes kregen wat schrapnell te verduren. Hij repareerde ze en escorteerde zijn kameraden helemaal naar Pegasus Bridge, terwijl hij "Blue Bonnets over the Border" speelde.


De actie werd later verfilmd in The Longest Day (1962). Millin werd toen gespeeld door Pipe Major Leslie de Laspee, de officiële piper van de Queen Mother in 1961.

Hier alvast de landing op Sword Beach in The Longest Day:

maandag 28 juni 2010

Adolf Storms : de slachter van Deutsch Schützen

Oorlogsmisdaden verjaren niet, en Adolf Storms zal het geweten hebben. De stokoude Duitser kreeg vorig jaar een dagvaarding in zijn bus voor zijn aandeel in de slachtpartij van Deutsch Schützen.
In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog zat Storms, toen lid van de 5e SS Panzer-divisie "Wiking", in de bossen van Oostenrijk rond te hotsen, nabij het dorpje Deutsch Schützen. Daar zaten ook een pak Joodse slavenarbeiders, die werden afgebeuld door onder meer Storms en nog wat Hitler Jugend. Toen de Russische pletwals altijd maar dichterbij kwam en het wat te heet onder hun voeten werd, werden de slavenarbeiders afgemaakt. Storms dwong hen om al het waardevolle dat ze nog op hun lijf hadden af te geven, waarna ze moesten knielen en ze neergeschoten werden. 57 gingen er zo het hoekje om. Pas in 1995 werd het massagraf teruggevonden.

Storms maakte het daags erna nog wat bonter door iemand neer te knallen die niet meer verder kon op een dodenmars van Deutsch Schützen naar Herberg. Na de oorlog ging hij gewoon terug naar huis in Duitsland, waar hij als manager van een treinstation aan de bak kwam. Maar dan was er een Weense student, Andreas Forster, die onderzoek deed naar Deutsch Schützen die toevallig op de naam van Storms stuitte. Hij groef wat dieper en al snel had hij Storms' aandeel door. Forster en zijn prof gingen hem zelfs interviewen, maar Storms ontkende alles en herinnerde zich niets meer.

Maar hij werd toch gedagvaard. Niet dat het uiteindelijk veel hielp: voor hij voor het gerecht kon verschijnen, overleed de voormalige SS'er bij hem thuis. Storms werd 90.

vrijdag 18 juni 2010

Marcel Bigeard : "Crevettes Bigeard"

Toen Marcel Bigeard in 1936 werd opgeroepen om zijn militaire dienst te vervullen voor het Franse vaderland, was hij er niet echt happig op. Na 2 jaar verplichte dienst ging hij gewoon weer werken voor de plaatselijke Société Générale in Toul. Nochtans was Bigeard bij zijn dood de meest gedecoreerde en invloedrijkste Franse soldaat van de voorbije decennia.

In 1939 werd hij weer opgeroepen om in de Tweede Wereldoorlog te dienen. Na het Franse débacle van 1940 werd hij gevangengenomen, maar wist uiteindelijk te ontsnappen naar de Vrije Fransen in Afrika. In 1944 werd hij in bezet Frankrijk gedropt, waar hij de Duitsers ambeteerde met zijn guerilla-oorlogsvoering. Tegen het einde van de oorlog was hij kapitein.

De ene oorlog was gedaan en de volgende kon beginnen. In december '45 zat hij in Frans Indochina, waar Frankrijk wanhopig vocht om zijn koloniaal rijk te behouden. Daar speelde hij de PR-kaart volledig uit, door regelmatig journalisten met zich mee te zeulen, waardoor hij ook meer materiaal vastkreeg. Veel hielp het uiteindelijk niet. In 1954 kwam de Franse koloniale periode in Indochina aan zijn inglorieuze einde met de slag bij Dien Bien Phu, waar ook Bigeard mee inzat. Hij werd gevangengenomen en 3 maanden later gerepatrieerd.

En dan kwam de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. En hier ontspoordde Bigeard. Al snel kreeg hij een wrede reputatie. Er werden regelmatig verzetsleden gemarteld om aan de nodige informatie te komen, iets wat de oude ijzervreter een paar jaar geleden nog met volle vigeur verdedigde. Regelmatig verdween er wel eens iemand of stierf iemand onder verdachte omstandigheden in de gevangenis. Het deed de Franse zaak in Algerije geen goed. Hij gaf zijn naam aan de Crevettes Bigeard, een bijnaam voor slachtoffers van de doodsvluchten van de 10e Parachutedivisie. Die namen hun gevangenen mee op het vliegtuig en dumpten hen boven de Middellandse Zee, met extra gewichten aan hun voeten zodat ze sneller zouden zinken. Het mocht allemaal weer niet helpen, Algerije werd onafhankelijk.

Bigeard ging in 1976 met pensioen. Tegen dan was hij een nationale beroemdheid en werd hij de inspiratie voor enkele romans en films, zoals Lost Command uit 1966 met Anthony Quinn. Bigeard werd 94. Hij werd met volle militaire eer begraven.

dinsdag 2 maart 2010

Kermit Tyler : "Don't worry about it"

Om 7:00 op zondag 7 december 1941 zat Kermit A. Tyler rustig aan zijn post op het radarinformatiecentrum op Oahu, Hawaii. Hij zat daar al van 4u 's morgens, een uurtje later zou zijn shift eindigen. Dan ineens kreeg hij telefoon vanuit een nabijgelegen radarstation. De soldaten van dienst vertelden Kermit dat er een gigantische blip op hun scherm was verschenen, die hun richting uitkwam. En dan sprak Kermit de woorden die hem onsterfelijk zouden maken: "Don't worry about it."

48 minuten later kreeg de marinebasis op Pearl Harbor de eerste golf te verduren van een massale aanval van het Japanse leger. In twee grote golven slaagden 353 vliegtuigen er in om vier slagschepen te kelderen, nog wat kleinere oorlogsschepen te beschadigen of naar de dieperik te sturen, 188 Amerikaanse vliegtuigen te vernietigen en 2.822 Amerikanen naar de andere wereld te helpen.
Kermit dacht dat de blip een groep van 6 B-17 bommenwerpers was, terug op weg naar de basis. Het bleek later om de eerste Japanse aanvalsgolf te gaan.

Hoewel hij later werd vrijgesproken - hij was op dat moment een invaller en had totaal geen training gekregen - bleef Pearl Harbor hem zijn hele leven achtervolgen. Velen namen het hem persoonlijk kwalijk en regelmatig kreeg hij nog kwade brieven in zijn bus. Moderne historici zijn eerder geneigd om te zeggen dat, zelfs al had hij een waarschuwing gegeven, het toch niet zoveel verschil zou gemaakt hebben. Kermit Tyler overleed op 23 januari, het nieuws werd nu pas bekend: hij werd 96.

zaterdag 9 januari 2010

Tsutomu Yamaguchi : De man van de twee atoombommen

Het is iedereen al wel eens overkomen om op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats terecht te komen. Maar niemand heeft ooit zoveel pech - en geluk - gehad als wijlen Tsutomu Yamaguchi. Yamaguchi heeft de dubieuze eer om een dubbele hibakusha te zijn, een overlevende van de atoombommen op Hiroshima én Nagasaki. Er waren in totaal een hondertal mensen die in de beide steden waren op de onfortuinlijke momenten dat de bommen de twee steden van de aardbodem veegden, maar Yamaguchi was de enige die door de Japanse regering als dusdanig werd herkend.
Yamaguchi werkte sinds de jaren '30 voor Mitsubishi als ingenieur. Hij zag met lede ogen aan hoe zijn land door de oorlog langzaam maar zeker de dieperik inging. Op een bepaald moment overwoog hij zelfs om zijn hele familie te vermoorden met slaappillen als Japan de oorlog zou verliezen.
Op die memorabele 6e augustus 1945 was Yamaguchi voor Mitsubishi op zakenreis in Hiroshima. Toen Little Boy het ruim van de Enola Gay verliet, was hij net aan het vertrekken. Hij bevond zich op 3km van het epicentrum van de atoombom, op weg naar de dokken. De ontploffing scheurde zijn trommelvliezen en maakte hem tijdelijk blind. De linkerhelft van zijn lichaam was zwaar verbrand. Hij bracht de nacht door in een schuilkelder en keerde de volgende dag terug naar zijn thuis in... Nagasaki. Daar, op de 9e, was hij zijn ervaringen van drie dagen ervoor aan het vertellen tegen zijn chef, toen Fat Man tot ontploffing kwam en Nagasaki van de kaart veegde. Yamaguchi zat weer op 3km van het epicentrum, maar kwam er deze keer ongeschonden uit. Zijn verbanden waren echter volledig naar de zak en hij lag een week plat van de koorts.
Na de oorlog werd hij officieel erkend als hibakusha, een overlevende van de atoombom. Yamaguchi werd echter alleen erkend voor die op Nagasaki, niet die op Hiroshima. Aanvankelijk was hij al tevreden dat hij de oorlog en de bom overleefd had en trok er zich niet veel van aan. Maar, hoe ouder hij werd, hoe meer hij er van overtuigd geraakte dat het zijn lot was om zich uit te spreken tegen atoomwapens. In 2006 kwam hij voor in de documentaire Twice Survived: The Doubly Atomic Bombed of Hiroshima and Nagasaki. In 2009 diende hij een aanvraag in voor een dubbele erkenning. Die kreeg hij in maart 2009. Tsutomu Yamaguchi was nu Nijuu Hibakusha, de enige erkende overlevende van beide atoombommen.
Het gehoor in zijn linkeroor kreeg Yamaguchi nooit meer terug. Zijn dochter herinnerde zich haar vader tot haar 12e als een man in verband. Hij leidde nog een gezond leven en pas op het einde van zijn dagen begon hij te lijden aan de gevolgen van de dubbele bestraling. Hij overleed uiteindelijk op 4 januari aan maagkanker in zijn thuisstad Nagasaki. Yamaguchi werd 93.

Hier nog een interview met de onfortuinlijke Tsutomu Yamaguchi:

woensdag 18 november 2009

Huang Tingxin : De laatste Chinees van D-Day

Huang Tingxin is overleden. De man was de laatste Chinese veteraan van D-Day. In 1942, toen hij 24 was, werden hij en 23 andere marine-officieren naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd, om daar te studeren en mee te vechten met de Geallieerden. Na zijn training aan het Royal Naval College werd hij in maart 1944 deputy watch officer op de HMS Searcher (zie foto). De Searcher was een escort carrier, een kleinere en tragere versie van het vliegdekschip met een tonnage van 10.000 ton. Het schip had 25 gevechtsvliegtuigen aan boord. Huangs taak was ervoor te zorgen dat de Searcher op koers bleef en in formatie bleef varen. Geen klein bier overigens, want de manier waarop het schip vaarde, was van groot belang voor de landing van de vliegtuigen op het dek. Een verkeerde hoek betekende een verkeerde landing, met alle gevolgen vandien.

Zo kwam hij op 6 juni 1944 terecht voor de kust van Normandië. In een interview in 2006 zei hij dat zijn taak op het schip niet zo'n grote was. Huang wees daarentegen op de Chinese soldaten die ook mee aan land gingen met de Geallieerden.
Na de oorlog keerde hij in 1948 terug naar China. Toen een jaar later de Volksrepubliek gesticht werd, ging hij terug bij de marine. Een decennium later ging hij les geven aan de universiteit tot aan zijn pensioen. Huang sprak raar of zelfden over zijn marine-ervaringen. Het was pas toen hij aan zijn bed gekluisterd werd door de ziekte van Parkinson dat hij zijn memoires dicteerde aan zijn zoon, Huang Shansong. Toen Tingxins verhaal ten einde was, had Shansong 60.000 woorden neergeschreven.

Huang Tingxin werd 91. In 2006 kreeg hij nog het Légion d'Honneur. Eén van zijn studenten herinnerde zich nog zijn mening over oorlog: 'Ik wou dat het woord "oorlog" een historische term werd en voor eeuwig zo zou blijven.' Hij overleed op Wapenstilstand, maar het nieuws werd nu pas bekendgemaakt.

zondag 25 oktober 2009

Fritz Darges : De laatste adjudant van Hitler

Fritz Darges is gestorven. De Duitser was de laatste nog levende persoonlijke adjudant van Adolf Hitler. Darges zat sinds 1 april 1933 bij de SS. In 1936 werd hij de assistent van Martin Bormann, de privé-secretaris van de Führer. Darges omschreef Bormann als 'een strenge chef'. Op 21 oktober 1940 volgde de grote promotie: Darges werd de persoonlijke adjudant van Adolf Hitler. Vanaf dat moment bracht hij bijna al zijn tijd door aan de zijde van de oppernazi. Hitler spendeerde veel tijd op de Obersalzberg in Beieren, wat al snel Darges' hoofdwerkplek werd. Zijn job? Heel eenvoudig. Hij was verantwoordelijk voor het dagelijkse programma van de Führer en moest op elk moment voor hem klaarstaan.
Na vier jaar werd Darges op 19 juli 1944 op staande voet ontslagen. De reden? Tijdens een vergadering in de Wolfsschanze, Hitlers militaire hoofdkwartier aan het Oostfront, stonden alle ramen open omdat het snikkend heet was. De Führer kreeg het op zijn heupen van een bijzonder lastige vlieg, die heel de tijd van zijn schouder op de uitgespreide kaarten en terug vloog. Hitler beval Darges om de vlieg weg te krijgen. Darges antwoordde daarop dat de vlieg een vliegend probleem was en dat de aanwezige adjudant van de Luftwaffe, Nicolaus von Below, verantwoordelijk was voor vliegende dingen. Waarop Hitler antwoordde: 'Darges, melden Sie sich bei Ihrem Regiment!'. Zijn ontslag redde hem het leven, want een dag later probeerde kolonel von Stauffenberg Hitler op te blazen. Darges' vervanger overleefde de ontploffing niet. De ontslagen adjudant zat op dat moment in een filmzaal.
De rest van de oorlog bracht SS-Obersturmbahnführer Darges aan het Oostfront door, als bevelhebber van het 5e SS-Panzerregiment 'Wiking'. Hij kreeg nog het Ritterkreuz voor moed maar eindigde in Brits-Amerikaanse krijgsgevangenschap.
En toch, ondanks zijn bruusk ontslag, van de Führer geen kwaad woord, aldus Darges. Hij omschreef hem als 'ganz normal' en vriendelijk in de omgang. Er hing een familiale atmosfeer. Op een bepaald punt werd Darges zelfs gevraagd of hij geen interesse had in de zuster van Eva Braun, Hitlers maitresse, maar Darges bedankte voor de eer. Hij zag het niet zitten om de zwager van de Führer te worden. In een interview met een veroordeelde neonazi werd hem gevraagd of hij hetzelfde zou gedaan hebben, mocht hij de klok kunnen terugdraaien. Zijn antwoord: 'Ja. Unser Traum war doch ein großdeutsches Reich.'
Na de oorlog werkte hij nog ettelijke decennia bij Opel. Fritz Darges werd uiteindelijk 96 voor hij rustig thuis overleed.

donderdag 15 oktober 2009

Josias Kumpf : De kampbewaker die erbij stond

In de begindagen van november 1943 begonnen de Nazi's met Aktion Erntefest. Het was de moord op meer dan 42.000 mannen, vrouwen en kinderen in drie concentratiekampen in Oost-Polen. Het 'Oogstfeest' begon in de vroege uurtjes van 3 november, toen de werkkampen Trawniki en Poniatowa omsingeld werden door leden van de SS en de politie. De Joden werden uit de kampen gehaald en in groepjes naar nabijgelegen putten gebracht, waar ze systematisch werden omgebracht.
Langs de doodsput bij Trawniki stond toen Josias Kumpf. Zijn orders waren duidelijk: hij moest de terdoodveroordeelden in de gaten houden en als er iemand probeerde te ontsnappen, moest hij ze neerschieten. 8.000 doden later was Erntefest in Trawniki voorbij.
De in Servië geboren Kumpf sloot zich in 1942, op zijn zeventiende, aan bij de SS Totenkopfverbände, de SS-organisatie die zich bezighield met de administratie van de kampen. Hij diende als bewaker in Sachsenhausen, dan in Trawniki en eindigde zijn oorlogscarrière als opzichter van slavenkampen in bezet Frankrijk, waar de lanceerinstallaties voor de V1 en V2 gebouwd werden.
Na de oorlog emigreerde hij in 1956 naar de Verenigde Staten, waar hij in 1964 het staatsburgerschap verkreeg. Kumpf bracht de jaren daarop vredig door in Wisconsin. In 2003 achterhaalde de arm der wet hem echter. Hij werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden in verband met zijn aandeel in de beruchte 3 november 1943 en in 2005 verloor hij zijn staatsburgerschap. In maart van dit jaar werd hij gedeporteerd naar Oostenrijk, waar hij terecht zou staan. Peter Rogers, de immigratie-advocaat van Kumpf, gaf toe dat zijn cliënt aanwezig in Trawniki, maar sprak het goed door te zeggen dat hij 'never laid a finger on anyone, he never shot at anyone.'
Hij stond er bij en keek ernaar. 'Kumpf's personal presence functioned to discourage escape attempts and maintain order over the prisoners... (H)e presided over and witnessed the torture and murder of helpless people,' aldus de woordvoerder van het Amerikaans gerecht, Ian McCaleb.
Josias Kumpf, de kampbewaker die er gewoon bij stond, overleed in een ziekenhuis in Wenen. Hij werd 84.

vrijdag 9 oktober 2009

Richard Sonnenfeldt : De Nürnberg-vertaler

In juli 1945, op zijn 22e, werd Heinz Wolfgang Richard Sonnenfeldt ingelijfd als vertaler voor de processen van Nürnberg. De volgende maanden van zijn leven bracht hij door met notoire Nazi's als Joachim von Ribbentrop, Rudolf Hess, Albert Speer, Hans Frank, Ernst Kaltenbrunner en Hermann Göring. Sonnenfeldt, een uit Duitsland gevluchte Jood, sprak in tegenstelling tot veel van zijn landgenoten zonder het typisch Duitse accent, waar Amerikanen zo'n problemen over maakten omdat ze de vertalingen dan moeilijk begrepen. Op de processen zelf was hij ook één van de weinige die geen klachten kreeg over zijn vertalingen, waardoor hij al snel de hoofdvertaler werd. Sonnenfeldt begreep perfect alle nuances van de Duitse taal en wist die ook vlekkeloos over te brengen naar het Engels, iets wat zeer handig van pas kwam bij de specifiek verbloemde Nazi-taal als het op de Holocaust aankwam.
Sonnenfeldt was één van de eersten die Rudolf Höss mocht ontmoeten - de beruchte kampcommandant van Auschwitz. Wat hem het meest tegen de borst stuitte in al zijn interviews, was het feit dat al de grote Nazibonzen zo normaal waren. Het bleken allemaal volgzame marionetten zonder een groot verstand of inzicht, die nog het meest opvielen door hun hielenlikkende slaafsheid en grenzeloze ambitie. Sonnenfeldt kwam al snel tot de conclusie dat dictators geen gelijken hebben, alleen maar volgelingen die naar elk woord luisterden alsof het een evangelie was. Er was wel één uitzondering op die regel: Hermann Göring. De voormalige Rijksmaarschalk was de meest intelligente en charmantste van de hoop, die Sonnenfeldt bij hun eerste ontmoeting onder tafel probeerde te praten, onder meer door zijn vertalingen te verbeteren. John Amen, de Amerikaanse hoofdavocaat, stond Sonnenfeldt dan toe om Göring op zijn plaats te zetten, wat hij deed door Göring opzettelijk fout aan te spreken als 'Gering' en hem te waarschuwen dat hij niet meer moest onderbreken. Door zijn intense contacten met Sonnenfeldt werd de hoogst levende Nazi al snel loslippig en zo kreeg Sonnenfeldt een unieke kijk op de leefwereld van de nationaal-socialisten. 'Natuurlijk wil het gewone volk geen oorlog,' vertelde Göring, 'niet in Rusland, Engeland, noch in Amerika of Duitsland. Maar het volk kan snel tot gehoorzaamheid gebracht worden. Dat is gemakkelijk. Je moet alleen zeggen dat ze aangevallen worden en de pacifisten laken voor hun gebrek aan pattriotisme. Zo werkt het in elk land.'

Sonnenfeldt bleef tot vlak voor de vonnissen in Nürnberg. Hoewel hij overtuigd was van de noodzaak en eerlijkheid van de processen, had hij toch kritiek voor de Amerikaanse aanklagers en advocaten.
Na de oorlog liepen historici en televisiezenders de deur plat bij Sonnenfeldt, vanwege zijn unieke rol in Nürnberg. Hij publiceerde zijn memoires in 2002, Mehr als ein Leben, in het Engels vertaald als Witness to Nuremberg. Richard Sonnenfeldt werd uiteindelijk 86.

maandag 5 oktober 2009

Jean Vermeire : De laatste Rexist

Jean Vermeire is op 2 oktober 2009 in alle discretie gecremeerd in België. Vermeire was in zijn 'hoogdagen' de rechterhand van Léon Degrelle, Belgisch collaborateur par excellence en de leider van het extreem-rechtse Rex (en door Hitler ooit nog omschreven als 'de enige bruikbare Belg'). Rex, opgericht in 1936, was geïnspireerd op het Italiaanse voorbeeld van Il Duce Mussolini.

Vermeire werkte aanvankelijk voor Le XXe Siècle, een katholiek-nationalistische krant met sympathie voor het fascisme. Daar ontmoette hij Léon Degrelle. Een andere journalist bij Le XXe Siècle was Georges Rémi, later beter bekend als Hergé. Vermeire sloot zich aan bij Rex, dat na de Duitse invasie en bezetting helemaal naar de kant van de nazi's overging. In augustus 1941 ging hij bij het Légion Wallonie, een door Degrelle uit de grond gestampt leger om ten strijde te trekken tegen de Sovjetunie. Vermeire werd luitenant en was al snel niet meer van de zijde van Degrelle te krijgen. In 1943 trok Vermeire, ondertussen al gepromoveerd tot SS-kapitein, naar Berlijn, waar hij de nazi's de SS-Divisie 'Wallonie' voorstelde, de opvolger van het Waalse Legioen.

Na de oorlog werd Vermeire gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar in 1951 werd hij weer vrijgelaten. Hij ging werken in de textielsector, maar bleef ook politiek actief in de verschillende vriendenkringen en veteranenverenigingen van de voormalige Oostfronters. In 1984 sloot hij zich aan bij Les Bourguignons (bourguignon was de bijnaam voor de Waalse Oostfronters). De fascistische trekjes kwamen weer boven (niet dat ze ver weggeweest waren) en Vermeire was al snel de grote leider van Les Bourguignons. Hij bezocht Degrelle nog regelmatig in diens Spaanse ballingsoord. Bij Degrelles dood in 1994 was hij het die de asse van de foutste Belg verstrooide op een tot op heden nog onbekende plaats.

Evenwel, zoals het een fascistische bende betaamt, was er al snel onvrede in de rangen van Les Bourguignons. Vermeires ietwat autoritaire manier van leiderschap zal er misschien wat mee te maken hebben gehad. De banden met zijn ideologische broedertjes van Front National - zowat de Waalse versie van het Vlaams Belang - bleven wel goed onderhouden.

Tot op het einde van zijn dagen bleef Vermeire zijn grote voorbeelden - Degrelle en Hitler - verdedigen en ophemelen. Over zijn nazi-verleden had hij geen spijt, integendeel. Magere Hein heeft hem uiteindelijk opgehaald tijdens zijn jaarlijkse verlof in Spanje. Jean Vermeire werd 91. Met hem sterft de laatste leider van Rex.

zondag 4 oktober 2009

Günther Rall : Een van de meest succesvolle aces

Günther Rall is overleden. De Duitser was één van de meest succesvolle gevechtspiloten ooit. Met zijn 275 bevestigde overwinningen is hij de derde in het rijtje van de aces. Nummer 1 was zijn landgenoot Erich Hartmann (gestorven in 1993), bijgenaamd 'de Zwarte Duivel' of 'de Blonde Ridder', met 352 overwinningen; op de tweede plaats prijkt nog een Duitser, Gerhard Barkhorn (gestorven in 1983), met 301 overwinningen. Het lijstje van de grootste aces is trouwens bijna volledig Duits.

272 van Ralls overwinningen waren aan het Oostfront. Daarvan waren er 242 tegen Sovjetgevechtsvliegtuigen. In totaal heeft hij 621 aanvalsmissies gevlogen. Hij werd acht keer neergeschoten en werd drie keer gewond. Al zijn overwinningen behaalde hij in de Messerschmitt BF 109.

Ralls eerste overwinning was op 12 mei 1940, tijdens de slag om Frankrijk. Hij zag voorts actie in de Battle of Britain, in de Balkan, aan het Oostfront en tenslotte bij de laatste dagen van het Derde Rijk. Op 28 november 1941 werd Rall neergeschoten. Hij werd uit het wrak van zijn vliegtuig gehaald en eenmaal in het ziekenhuis bleek dat hij zijn rug op drie plaatsen gebroken had. De dokters vertelden hem dat er geen kans was dat hij ooit nog zou kunnen lopen, laat staan vliegen. Een jaar later echter was Rall weer op de benen en weer in de lucht. Het Oostfront was voor hem het ergste: op een bepaald moment hij was de enige overgebleven officier en moest hij het papierwerk voor 20 man doen. Hij sliep gemiddeld 4 uur per dag.

Op 12 mei 1944, toen hij al terug in Duitsland was, werd hij weer neergehaald. Ditmaal werd zijn duim afgeschoten. Hij verbleef de maanden daarop in het ziekenhuis, om behandeld te worden tegen infecties. Rall was ondertussen uitgegroeid tot een levende legende, waar de nazi-propaganda dankbaar gebruik van maakte. De nazi's echter oordeelden dat hij veel te kostbaar was voor het moreel van de bevolking en daardoor werd hij op de grond gehouden. Door zijn verloren duim kon hij trouwens toch niet meer schieten.

Rall werd instructeur. Achteraf zei hij dat dat waarschijnlijk zijn leven gered had, omdat ze in de laatste maanden van de oorlog hopeloos in de minderheid waren tegen de Geallieerden. In de laatste dagen drukte hij zijn leerlingen op het hart om in leven te blijven en geen stunts uit te halen.

Het naoorlogse Duitsland was geen lachtertje voor Rall. Omwille van zijn propagandawaarde in het Derde Rijk, iets waar zijn verslagen landgenoten niet aan herinnerd wilden worden, geraakte hij nergens aan werk. Hij werd bestempeld als 'militarist', hoewel het officieren niet toegestaan was om lid van de Nazi-partij te worden. In 1956 dan ging hij weer terug bij het leger, op aanraden van een oude Luftwaffe-kameraad. Hij bleef bij de Luftwaffe der Bundeswehr tot in 1975.

In 2004 publiceerde hij zijn memoires, getiteld Mein Flugbuch. Op 2 oktober kreeg hij een hartaanval, waar hij twee dagen later aan overleed. Günther Rall werd 91.

vrijdag 2 oktober 2009

Marek Edelman : Het Ghetto van Warschau

Marek Edelman is overleden. De man was de laatste overlevende leider van de Joodse opstand in het Ghetto van Warschau in 1943 én de opstand van 1944, in heel Warschau. Na de Poolse invasie en bezetting werd Edelman samen met zijn lotgenoten in het Ghetto van Warschau gepropt. Daar richtte hij mee de Żydowska Organizacja Bojowa op, de Joodse Strijdorganisatie. Naarmate de oorlog vorderde, werden er meer en meer Joden door de nazi's naar de vernietigingskampen gestuurd. Toen de opstand begon, hadden de nazi's al 300.000 inwoners van het Ghetto op de treinen naanr Treblinka gezet. In het begin van 1943 besloot een groep van 200 jonge Joodse strijders dat het genoeg was. Ze gingen terugvechten, gewapend met binnengesmokkelde pistolen en zelfgemaakte bommen.

Tussen april en mei slaagden Edelman en de zijnen er in om de Duitsers een maand het leven moeilijk te maken - en niet te onderschatten prestatie, als je rekening houdt met het feit dat Duitse leger toen eigenlijk nog het beste van de wereld was, ondanks de zich snel opeenvolgende nederlagen. Na de dood van Mordechai Anielewicz, de leider van de opstandelingen, volgde Edelman hem op. Toen de Duitsers het Ghetto eindelijk onder controle hadden, werd het met de grond gelijkgemaakt. Meer dan 55.000 mensen werden omgebracht of kwamen terecht op een trein naar de kampen.


Edelman wist te ontsnappen met de hulp van het Poolse verzet. Hij sloot zich bij hen aan en kwam zo weer in een opstand terecht, ditmaal die van heel de stad Warschau in 1944. 63 dagen later werd ook deze opstand onderdrukt. Er stierven ongeveer 16.000 opstandelingen. Daar kwamen nog eens tussen de 150.000 en 200.000 burgers bij. Toen de Sovjets de stad in april 1945 binnentrokken, was er door de beide opstanden 85% van de stad vernield. Ook hieruit wist Edelman weer te ontsnappen.
Na de oorlog werd hij arts en een uitgesproken tegenstander van racisme en discriminatie in al zijn vormen. Hij kwam ook al snel in de clinch met het communistische regime. In 1983 weigerde hij nog deel te nemen aan de officiële, door de communisten georganiseerde viering van de opstand van het Ghetto. Na de Val van de Muur zetelde hij nog enkele jaren in het Poolse parlement. Marek Edelman werd 90.

vrijdag 28 augustus 2009

Paddy Forsythe : Dresden

In de late avond van 13 februari 1945 zat flight lieutenant in zijn Lancaster boven Duitsland. Beneden hem lag Dresden, dat op dat moment in vuur en vlam stond in wat één van de meest controversiële bombardementen van de Tweede Wereldoorlog zou worden. Bij dat bombardement werd in 4 raids meer dan 3.900 ton bommen vanuit ongeveer 1.300 vliegtuigen op de stad gedropt, waardoor er tussen de 24 en 40.000 mensen omkwamen in een regelrechte vuurstorm, die zo intens was dat het inferno zijn eigen windsysteem creëerde en onderhield (in Dresden spreken ze nu nog van gebeurtenissen voor en na Der Brand). Forsythe moest de rangeerterreinen bombarderen. De reden die hiervoor door het Bomber Command gegeven werd was dat het Rode Leger hierdoor gemakkelijk op kon rukken vanuit het oosten. De wind bleek sterker dan verwacht en Forsythe zag dat het vuur hierdoor oversloeg op de stad, die al goed in de fik stond door toedoen van zijn collega's. Churchill noemde het bombardement later een 'act of terror', wat dan weer in het verkeerde keelgat schoot bij Forsythe, omdat de premier zijn baas bekritiseerde, Air Chief Marshal Arthur Harris. Die laatste had toen al de bijnaam 'Bomber Harris' gekregen voor zijn grondige platgooien van Duitsland. Harris - die binnen de RAF ook bekend stond als 'Butcher Harris' - protesteerde tegen Churchill en die zag zich genoodzaakt zijn toon wat te minderen. Forsythe zou de rest van zijn leven doorbrengen met het verdedigen van zijn manschappen. Zijn laatste oorlogsvlucht was het droppen van voedsel bij de bevrijde maar van honger omkomende Nederlanders. Paddy Forsythe werd 89.

donderdag 27 augustus 2009

Charles Albury : Hiroshima & Nagasaki

Hij zag in totaal 120.000 mensen sterven op in totaal minder dan 1 seconde. En voor 40.000 van die 120.000 was hij eigenlijk deels rechtstreeks verantwoordelijk. Charles Donald Albury trad in 1943 toe tot de 509th Composite Group van de Amerikaanse luchtmacht. In diezelfde groep zat kolonel Paul Tibbets. Net als Tibbets moest Albury heel de tijd trainen voor iets wat ze eigenlijk niet goed wisten wat het was. Op 6 augustus 1945 wist Albury maar al te goed waarvoor al dat gevlieg goed was. Hij was toen de piloot van een observatievliegtuig boven de Japanse stad Hiroshima. Onder hem was net een bom ontploft. De tweede atoombom ooit. Alleen werd deze niet op een testterrein gesmeten, maar op een stad met ongeveer 340 à 350.000 inwoners. Tibbets zat aan het stuur van zijn Enola Gay, het vliegtuig dat de bom effectief losliet op de nietsvermoedende mensen in Hiroshima. Little Boy, zoals de eerste aanvalsatoombom zo liefkozend werd genoemd, dwarrelde om 8u15 naar beneden. 57 seconden later waren er 70 à 80.000 Japanners minder op deze aardbol. Albury had dan de dubieuze eer om als co-piloot te dienen op de Bockscar. De Bockscar was de Enola Gay van Nagasaki. Daar verdampte, verkoolde en verpletterde Fat Man, de tweede aanvalsatoombom ooit, een slordige 40.000 mensen. Er zouden naderhand nog eens 35.000 mensen overlijden aan de gevolgen van het bombardement. Albury bleef tot op het einde van leven zeggen dat hij geen spijt had van de bom. Volgens hem werden er meer mensen gered dan gedood door de atoombom (die meningen zijn, op zijn zachtst gezegd, verdeeld...). Hij overleed op 23 mei 2009 aan hartfalen. Hij werd 88.

Hier het bombardement op Nagasaki, in kleur gefilmd. U ziet de dood van een slordige 40.000 mensen...

maandag 20 juli 2009

Leonard Berey : Human Torpedo

De laatste 'Human Torpedo' van de Tweede Wereldoorlog is dood. Leonard Berey maakte deel uit van een groep soldaten die met behulp van duikpakken en een soort kleine semi-onderzeeër schepen kelderden in vijandelijke havens. De 'Chariot', zoals het ding genoemd werd, leek op een conventionele torpedo met twee cockpits aan en 300 kg explosieven. Het kreng was notoir moeilijk te besturen en het is dan ook niet te verwonderen dat de 'charioteers', zoals de waaghalzen die de aanvallen uitvoerden genoemd werden, geen lang leven beschoren waren in oorlogstijd. De 'charioteers' werden in een duikpak gepropt dat de veelzeggende bijnaam 'Clammy Death' kreeg. Het chemisch product in het ademhalingstoestel dat de CO2 moest absorberen, veranderde in een dodelijk gas als het nat wordt - iets wat nu eenmaal wel kon gebeuren als ze onder water zaten. Daarenboven was het inademen van pure zuurstof was dodelijk onder de 10m. Ook het terugvinden van de onderzeeër van waaruit ze gelanceerd werden, was een probleem voor de 'charioteers'. Berey bevond zich na het merendeel van zijn aanvallen dan ook meestal achter vijandelijke linies, waar hij zich maar moest behelpen. Het idee van de menselijke torpedo's kwam van de Italianen, die het in december 1941 gebruikten om de slagschepen Valiant en Queen Elizabeth te kelderen in de haven van Alexandrië, wat aan Churchill de volgende zin ontlokte: 'Is there any reason why we should be incapable of the same scientific aggressive action the Italians have shown?' Berey overleefde de oorlog en ging nadien bij British Gas werken. Hij werd 94.