Posts tonen met het label belgisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label belgisch. Alle posts tonen

maandag 9 mei 2011

Wouter Weylandt : gesneuveld in het harnas

De Vlaamse wielrenner Wouter Weylandt is op 26-jarige leeftijd verongelukt. Weylandt werd in 1984 geboren te Gent. In 2005 werd het jonge sprinttalent profrenner en wel meteen bij Quickstep, de absolute topploeg van België, waar hij 6 seizoenen zou blijven rijden. Weylandt gebruikte zijn sprintsnelheid vooral als loods voor Tom Boonen, de absolute topsprinter bij Quickstep. Toch graaide hij best wel wat zeges mee in massasprints in kleinere rittenwedstrijden en kermiskoersen waar hij zijn kans mocht gaan. Plots was het dan serieus prijs toen hij in 2008 in Valladolid de 17de etappe van de Ronde van Spanje wist te winnen in een massasprint. In 2010 sprintte hij in Middelburg opnieuw naar een dagzege in een grote ronde, met name in de 3de etappe van de Ronde van Italië toen deze in Nederland passeerde.

Aan het einde van dat jaar verliet Weylandt zijn vertrouwde ploeg Quickstep en kreeg voor 2011 een contract bij de prestigieuze nieuwe formatie Leopard Trek waar oa ook Fabian Cancellara en de gebroeders Schleck naartoe gingen. Bij Leopard mocht topsprinter Daniele Bennati uiteraard de dienst gaan uitmaken in de weinige vlakke etappes in de ronde van zijn land. Een week voor de start van de Giro kwam Bennati echter ten val in de Ronde van Romandië en brak zijn sleutelbeen. Zodoende werd Weylandt, de 'tweede' sprinter van het team, als vervanger opgesteld, alhoewel hij uit vorm was en de Giro niet op zijn jaarplanning had gestaan. Gisteren, tijdens de eerste rit in lijn, begon alles goed voor Weylandt die keurig op een 9de plaats in de sprint eindigde.

Vandaag stond de 3de etappe van de Giro 2011 op het menu, een mooie rit van Reggio Emilia naar Rapallo waarin het noodlot ongenadig hard toesloeg. Tijdens de afdaling van de Passa del Bocco kwam Wouter Weylandt met zijn linkerpedaal in aanraking met een rotswand. Hierdoor is hij over de kop gegaan en met zijn hoofd op de rotsen terecht gekomen. De schedelbreuk die hij daarbij opliep kostte hem ter plekke het leven. Men heeft hem nog gedurende 15 minuten tevergeefs proberen te reanimeren en hem vervolgens naar een ziekenhuis overgevlogen waar men echter slechts zijn dood kon vaststellen.

Men kan vele goeie dingen zeggen over Wouter Weylandt, en men hoeft ze niet eens aan te dikken omdat hij nu toevallig gestorven is want ze zijn allemaal waar. Hij werd alom geprezen als een goedlachse gast, die altijd vriendelijk bleef (zelfs als hij weer eens een bak niet altijd even terechte en alles behalve motiverende kritiek van zijn eigen ploegmanager Patrick Lefèvre over zich heen kreeg), en die altijd tijd vrijmaakte voor fans en pers. Hij stond bekend als een mooie jongen, met veel aandacht voor uiterlijk en kledij, populair bij de meisjes. Natuurlijk was er ook dat sappige Gentse accent waarin hij altijd zijn vlotte babbel deed. Maar bovenal was het een prima renner die op zijn zesentwintigste al een leuk palmares had en die best nog wel groeimarge had en nog mooie koersen had kunnen winnen, ware hem meer tijd gegund geweest. Dat deze jongen aan het Italiaanse asfalt moest blijven plakken om nooit weer op te staan, in een wedstrijd waar hij enkel aanwezig was door de val van Bennati, op een dag die een blijde verjaardag voor hem had moeten zijn bijna dag op dag één jaar na zijn grootste zege in diezelfde 3de etappe van diezelfde grote ronde, met aan het thuisfront zijn vriendin vijf maanden zwanger van zijn eerste kind... Grimmiger wordt het zelden.

Het leek een mooie lente te worden: Boonen, Nuyens, Vansummeren, Gilbert, de Belgen wonnen letterlijk alles, zoals ze dat in geen decennia meer gedaan hadden. De dood van Wouter Weylandt hult die Belgische wielerlente echter in een donkere mist. Hij is de zoveelste uit een te lange rij van jonge wielergoden die ons op een paar jaren tijd werden ontstolen, na Frank Vandenbroucke, Dimitri De Fauw en Frederiek Nolf.

De cérémonie protocolaire werd vandaag afgeschaft, voor de tv-camera's en op hun Twitterpagina's drukten renners hun verbijsternis en verdriet uit, en morgen zal een gegroepeerd peloton in een geneutraliseerde rit een laatste eresaluut brengen aan de gevallen held. Maar overmorgen zullen de prachtige schermutselingen in de Giro weer hervatten, de koers wacht op niemand, zelfs niet op de doden, en zo hoort het ook.

Wouter Weylandt is tenminste gesneuveld in het harnas, dat is het enige lichtpunt en de enige troost.


Hieronder nog eens één van de mooiste overwinningen van Wouter Weylandt, zijn zege in Middelburg in de Giro van 2010, laatste kilometer vanaf 06:45. (De gruwelijke en bloederige beelden van de stervende waar de RAI, gespeend van enige schroom, de kijkers vandaag op trakteerde ga ik u in ieder geval besparen.)

zaterdag 9 april 2011

Pierre Celis : De Witte van Hoegaarden

In 1966 besloot de melkboer Pierre Celis om het eens over een andere boeg te gooien. Hij begon een eigen brouwerij, De Kluis. Daar begon hij de traditie van het witbier te herleven, wat zou leiden tot de Witte van Hoegaarden. Celis had de stiel geleerd van zijn buur Louis Tomsin, de laatste ambachtelijke brouwer in de streek. In 1965, toen Tomsin al een paar jaar gestopt was, was Celis al begonnen met zijn eigen testbrouwsel op de hooizolder.



De Kluis was een succes, mede dankzij de enthousiaste steun van de ondertussen aflijvige Hoegaardse burgemeester Frans Huon. Begin jaren '80 kocht Celis de oude limonadefabriek Hougardia op en toverde die om in een nieuwe brouwerij. Helaas voor hem vloog die in 1985 in brand. Interbrew, het huidige AB Inbev, kwam zich vervolgens moeien en kocht heel het spel over. De overname bracht nieuw geld in't laadje en naast Hoegaarden verschenen ook nog Julius, Das, Grand Cru en Verboden Vrucht op de markt, met in de winterperiode de Hoegaarden Spéciale erbovenop.


Celis zelf zag het wat minder zitten en week uit naar de Verenigde Staten. In Texas stampte hij Celis Breweries uit de grond . Aldaar brouwde hij terug zijn witte, de Celis White. Celis werd echter al wat ouder en sukkelde met zijn gezondheid. Ook die brouwerij moest hij verkopen, ditmaal aan het Amerikaanse Miller. Miller verprutste het volledig en Celis Breweries ging op de fles.


Celis keerde terug naar België en liet daar Grottenbier brouwen, een bier dat rijpt in de grotten van Kanne. In 2005 werd hij ereburger van Hoegaarden. Celis wou in zijn laatste jaren nog eens de grote plas overgaan om, terug in Texas, een vriend te helpen met de uitbouw van diens brouwerij, maar Magere Hein stak daar een stokje voor. Hij overleed in Tienen, 86 jaar oud.

donderdag 6 januari 2011

Raymond Steylaerts : Het Beest van de Biljarttafel

De Vlaamse biljarter en 6-voudige wereldkampioen Raymond Steylaerts is op 77-jarige leeftijd overleden aan een hartstilstand. Op 4-jarige leeftijd stond Steylaerts al aan de biljarttafel in het café van zijn vader in Antwerpen. Aan de Antwerpse Biljartacademie begon Steylaerts met driebanden, maar toen hij het artistiek biljarten of kunststoten ontdekte was hij pas helemaal verkocht. Hij hield van de capriolen die de ballen uithaalden in deze technisch zeer moeilijke discipline van het carambolebiljart waarin een 100tal figuren zo perfect mogelijk moeten worden uitgevoerd.

Het palmares van Steylaerts is van astronomische proporties. In 1970 werd hij in het Argentijnse Mar del Plata voor de eerste keer wereldkampioen kunststoten. Nog vijf wereldtitels zouden volgen (in '79, '80, '84, '86 & '87). Daarnaast was hij van 1954 tot 1983 maar liefst 14 keer Europees Kampioen. Wat het allemaal nog veel indrukwekkender maakt is dat zowel het WK als het EK heel onregelmatig en gemiddeld maar om de twee jaar werden georganiseerd. Helemaal absurd wordt het als we het gaan hebben over de 27 gouden medailles die Steylaerts behaalde op het Belgisch Kampioenschap van 1952 tot 1996. Zijn bijnaam luidde dan ook niet voor niks 'Het Beest van de Biljarttafel'.

Alhoewel hij niet echt veel tijd en training besteedde aan het driebanden, was hij ook daar verre van onverdienstelijk. Hij werd drie keer Belgisch kampioen in een periode dat de meest legendarische grootheden uit deze sport, Raymond Ceulemans en Ludo Dielis, op hun hoogtepunt waren. Zijn beste prestaties hierin waren verder een 4de plaats op het WK 1964 in Oostende en een 2de op het EK 1981 in Wenen.

In 1996 hing Steylaerts zijn keu aan de wilgen. Naast zijn leeftijd die hem parten speelde, was hij ook nukkig over het verdwijnen van de ivoren ballen, die technisch veel moeilijker te bespelen waren dan de nieuwe van kunsthars. Hierdoor verloor de meester een groot voordeel op zijn concurrenten. In andere biljartdisciplines was men al veel langer op kunsthars overgeschakeld, maar in het artistiek biljarten was de ivoren bal in zwang gebleven tot een verbod op de import van het olifantonvriendelijke materiaal de verandering opdrong.

Steylaerts' zegereeksen op het WK, het EK en het BK zijn allen met afstand een absoluut record. Met Raymond Steylaerts verliezen we zonder twijfel de grootste artistiek biljarter aller tijden. In onderstaand filmpje kan u het Beest nog eens in actie zien aan de biljarttafel.

zaterdag 1 januari 2011

Franky Dee : Het Stadelied

"Vooruit voor wit en groen,
De bal op uwe schoen,
Sjot in hunne goal!
De spelers zijn vol moed,
Jongens vooruit het moet,
Sjot in hunne goal!
Allez Louvain, als het maar gaat,
wij zijn de mannen van de Stade, Stade, Stade."

(uit Franky Dee,
Het Stadelied)

De Vlaamse zanger Franky Dee is op 64-jarige leeftijd overleden. Deze coryfee van het Hagelandse levenslied werd in 1947 geboren als Frans Vrancken te Rillaar en groeide op temidden van een muzikale familie. Zijn broers Joe en Maurice traden in zijn begeleidingsband The Beatnicks aan als respectievelijk gitarist en drummer. Franky Dee scoorde met "de sensationele hit" Signorita (1969) en bracht in de jaren '70 en '80 nog enkele singletjes uit, naast natuurlijk de vele plaatselijke optredens met zijn orkest. Blijvende bekendheid geniet hij vooral als zanger van Het Stadelied, het clublied van Koninklijke Stade Leuven, één van de oudste voetbalclubs van het land. Door het kwakkelen van de Leuvense voetbalclubs rond de eeuwwisseling zag Stade zich in 2002, aan de vooravond van haar 100-jarig bestaan, genoodzaakt te fuseren met Daring Leuven en Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Met de komst van de nieuwe (en momenteel zeer succesvolle) fusieclub Oud-Heverlee Leuven of OHL werden niet alleen de groen-witte outfits, maar helaas ook Het Stadelied naar de prullenmand verwezen. Soms kan men het Leuvense anthem dat door Franky Dee zo smakelijk op plaat werd gezet echter nog wel eens gezongen horen worden door enkele nostalgische supporters.

vrijdag 31 december 2010

Raymond Impanis : Het Bakkertje van Berg

De Vlaamse wielrenner Raymond Impanis is op 85-jarige leeftijd overleden. Impanis werd in 1925 geboren als bakkerszoon te Berg, een deelgemeente van Kampenhout. Het Bakkertje van Berg, zoals zijn nogal logische bijnaam in het peloton luidde, werd prof in 1947. Datzelfde jaar won hij in zijn debuut in de Tour de France meteen een rit, met name de tijdrit naar Saint-Brieuc, met 139 km nog steeds de langste tijdrit ooit in de Tour. Maar liefst 8 renners die voor hem waren gestart werden die dag door hem voorbijgereden. Hij eindigde dat jaar ook op een erg knappe 6de plek in het eindklassement. Impanis reed daarna nog twee keer top tien in de Tour (10de in 1948 en 8ste in 1950).

Naast een fantastisch tijdrijder was hij ook beresterk in het klassieke werk. Zijn topjaar was 1954 toen hij de legendarische 'dubbel' won, zeges in zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix. Het zou in beide monumenten wel zijn enige overwinning blijven. Verder won hij ook de Waalse Pijl (1957), twee keer Gent-Wevelgem (1952, 1953), twee keer Dwars door Vlaanderen (1949, 1951), en eindigde hij maar liefst 4 keer tweede in Luik-Bastenaken-Luik. Daarnaast moeten we zeker zijn podiumplaats in de Ronde van Spanje (3de in 1956), zijn 3 ritwinsten in de Tour de France en zijn twee eindzeges in de rittenkoers Parijs-Nice (1954, 1960) vermelden. In 1963 hing Impanis na een lange, succesvolle carrière zijn fiets aan de wilgen.

Het Bakkertje van Berg zal nog heel lang herinnerd blijven en door commentatoren en andere wielerfreaks regelmatig opgerakeld worden omwille van twee uitzonderlijke records die hij op zijn naam heeft. Naast winnaar van de reeds vermeldde langste tijdrit ooit in de Tour (een record dat hij wel voor altijd zal behouden), is hij namelijk ook de man die het vaakst heeft uitgereden in Parijs-Roubaix. Maar liefst 16 keer trotseerde hij tout l'Enfer du Nord en bolde hij in Roubaix over de meet. De Nederlander Servais Knaven (ook al een éénmalige winnaar van deze wedstrijd) evenaarde dit in 2010 maar ging daarna met pensioen waardoor het record van Impanis toch overeind zal blijven, en als men bedenkt hoe uitzonderlijk wat Knaven daar deed al is geworden in het hedendaagse wielrennen, zal misschien ook dit record wel de eeuwigheid ingaan. Met Raymond Impanis verliest de koers weer een grote held en al wie zijn palmares een beetje kent weet dat hier één van de belangrijkste renners van de jaren '50 is gesneuveld.

maandag 20 december 2010

Henri van Daele : Pitjemoer

De Vlaamse jeugdauteur Henri van Daele is op 64-jarige leeftijd overleden. Van Daele was slechts 17 jaar toen hij zijn verhaal Rik wordt brigand (1964) publiceerde als nummer 571 van de Vlaamse Filmkens. In de loop van de volgende jaren zou hij nog 17 afleveringen van de toen nog bijzonder populaire reeks van korte jeugdboekjes voor zijn rekening nemen. Na zijn studies ging hij aan de slag als eindredacteur van het tijdschrift van de Landelijke Bedienden Centrale waar hij bleef tot hij in 1993 voltijds schrijver werd. Van Daele had sedert zijn debuutroman in 1967 echter al een monumentaal oeuvre aan kinder -en jeugdboeken bijeen geschreven. Gedurende de jaren '80 en '90 schreef hij elk jaar wel 3 à 4 boeken. Hij schreef onder andere voorleesboeken, fantasy, sprookjes, historische jeugdromans en autobiografische verhalen over zijn eigen kindertijd. Zijn bekendste boek is Pitjemoer (1980), een pakkend verhaal over zijn grootvader, dat overladen werd met prijzen. Daarnaast zijn ook zijn talrijke bewerkingen en hertalingen van klassiekers, legenden en sprookjes veel gelezen, zo bijvoorbeeld Tijl Uilenspiegel (1993) en Reinaart de vos, de felle met de rode baard (1996). Ook schreef hij een aantal romans voor volwassenen.
Van Daele gold als één van de grootste mastodonten binnen de hedendaagse Vlaamse jeugdliteratuur. Hij won gedurende zijn schrijverscarrière een karrenvracht literaire prijzen, waaronder maar liefst vier keer een Boekenwelp. Reeds in 1983 had hij de hoofdvogel afgeschoten toen hij de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Jeugdliteratuur ontving. Heel wat van zijn werk werd vertaald in het Frans en het Duits, maar ook Engelse, Noorse, Deense, Spaanse, Estlandse en zelfs Chinese vertalingen zagen het licht. Henri van Daele publiceerde in totaal meer dan 160 boeken.






















zaterdag 13 november 2010

Richard Van Genechten : de Brusselse berggeit

De Belgische wielrenner Richard Van Genechten is op 80-jarige leeftijd overleden in zijn slaap. Deze Brusselse ket werd profrenner in 1953. Hij was voornamelijk een zeer getalenteerd klimmer. In 1955 maakte hij tijdens zijn derde deelname aan de Tour de France zwaar furore door mee te dingen naar de trui van beste klimmer, met onder andere een legendarische prestatie in de etappe naar de Mont Ventoux. De bergtrui genoot in die tijd nog bijzonder veel aanzien en de Anthony Charteaus van deze wereld waren dan ook compleet kansloos om die te winnen. Van Genechten werd uiteindelijk derde in het bergklassement na twee van de meest gevleugelde berggeiten uit de koersgeschiedenis, Federico Bahamontes en Louison Bobet. Van Genechten kon ook goed uit de voeten in de ééndagswedstrijden. Zo reed hij in 1956 een vreselijk sterk klassiek voorjaar met 2de plaatsen in Gent-Wevelgem en Luik-Bastenaken-Luik, en de zegebloemen in de Waalse Pijl. Die laatste bleef zijn belangrijkste overwinning, naast ook de Ronde van Catalonië (1958) die hij als eerste Belg wist te winnen. In 1961 hing Richard Van Genechten zijn fiets aan de wilgen.

donderdag 4 november 2010

Ivan Mertens : Vlaanderen Vlagt

De Vlaamse activist Ivan Mertens is op 75-jarige leeftijd overleden. Mertens, zijn leven lang een overtuigd flamingant, ging zich vooral na zijn pensioen inzetten voor de Vlaamse zaak. In 1998 werd hij voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging. Dat bleef hij totdat hij in 2000 ontslag nam. Mertens vond dat de VVB zich teveel toelegde op het overtuigen van de reeds overtuigden en zocht een andere manier om mensen te bereiken en het flamingantisme aan te wakkeren. Daartoe stichtte hij in 2001 Vlaanderen Vlagt (Vl²). Deze vereniging van vrijwilligers, waarvan Mertens tot kort voor zijn dood de grote organisator en bezieler bleef, trekt naar allerlei sportmanifestaties, culturele evenementen, heiligverklaringen etcetera overal in Vlaanderen om er te gaan vlaggen met een grote hoeveelheid Vlaamse Leeuwen, dit naar analogie met wat bijvoorbeeld de Friezen en de Basken al jarenlang deden. Ze delen ook gratis kleine vlaggetjes en petjes uit en verkopen grote vlaggen en wielertruitjes. Al gauw trokken Mertens en co ook volop naar het buitenland. Na zijn overwinning op La Mongie waar hij de basis voor zijn zege in de Tour de France 2002 legde, gaf Lance Armstrong op deze berg een beroemd geworden persconferentie omgeven door een zee van leeuwenvlaggen. (Armstrong verklaarde trouwens ooit dat er maar twee vlaggen belangrijk zijn in de wereld: die van Texas en de Vlaamse Leeuw.)

Er kwam echter ook veel kritiek op Vlaanderen Vlagt. Zo belemmerden de vele dansende vlaggen vaak het zicht van toeschouwers ter plekke en op tv. In 2003 brak veldrijder Ben Berden zijn neus toen hij een vlaggenstok in zijn gezicht kreeg. Het meest beruchte incident kwam er in Parijs-Roubaix 2004. Leif Hoste was nog maar net gedemarreerd uit de groep der favorieten toen een Vlaamse Leeuw, die een zatte Vl²-vrijwilliger over de grond had laten slepen, tussen zijn spaken belandde en tegen dat hij het ding uit zijn wiel kreeg, had hij al lang de aansluiting en de koers verloren.

Ivan Mertens stoorde er zich aan dat het Vlaams-nationalisme en de Vlaamse vlag soms geassocieerd werden met uiterst rechts. Hij distantieerde zich dan ook uitdrukkelijk van het Vlaams Blok en ging er prat op om tijdens zijn manifestaties vooral veel allochtonen oftewel "nieuwe Vlamingen" aan te klampen, die volgens hem in groten getale warm liepen voor de Vlaamse Leeuw. Mertens zag het als zijn missionariswerk om de Vlamingen wat chauvinisme bij te brengen en de wereld Vlaanderen beter te leren kennen. Zijn einddoel bleef uiteraard de Vlaamse onafhankelijkheid (en liefst ook de hereniging van de Nederlanden). Hierover deed hij in een interview de nogal gezwollen uitspraak: "Maar het is fantastisch: je volk naar zijn vrijheid brengen." In de loop van de voorbije tien jaar verkocht Ivan Mertens meer dan 100.000 leeuwenvlaggen en deelde hij enkele honderdduizenden zwaaivlaggetjes uit.

Hieronder het meest onfrisse moment uit de geschiedenis van Vlaanderen Vlagt, de vlag die op het meest cruciale moment in het achterwiel van Leif Hoste komt te zitten in Parijs-Roubaix 2004 (vanaf 1:50):

maandag 20 september 2010

Fud Leclerc : Belgique, 0 points...

Er moet altijd iemand de eerste zijn, dacht Fud Leclerc. Helaas voor hem werd hij inderdaad de eerste, maar niet zoals hij gehoopt had.
We schrijven 1962, het jaar van de Cubacrisis. In Europa kan het hun allemaal niet schelen, daar was het immers het Eurovisiesongfestival. Zestien deelnemers waren er toen nog maar. En België werd vertegenwoordigd door Fernand Urbain Dominic - alias 'Fud' - Leclercq. En onze Fud was geen groentje, integendeel. Hij had al naam gemaakt als de pianist van de Franse artieste en actrice Juliette Gréco. In 1962 stond hij voor de vierde keer voor ons land op de planken.
De allereerste keer organiseerde de European Broadcasting Union (EBU) de Eurovision Grand Prix in het Zwitserse Lugano, in 1956. Dat was ineens ook de enige aflevering waarin een land verschillende inzendingen kon doen. Gastland Zwitserland won toen. Fud was er ook, met het liedje Messieurs les noyés de la Seine. Een uitslag of een plek hebben we niet, alleen de winnaar is bekend.
In 1958 was hij er weer, met Ma petite chatte. Toen eindigde hij 5e op 10 deelnemers, met 8 punten. De foto dateert van zijn optreden toen. Zijn derde optreden was in 1960, met Mon amour pour toi. Leclerc strandde toen op de 6e plaats van de 13, met 9 punten.

En in 1962 was het weer van dat. Helaas voor onze Fud ging het toen iets minder. Hij stond er dus voor de vierde keer, waarmee hij nog altijd Belgisch recordhouder is. Maar hij werd toen vooral herinnerd omdat hij als eerste ooit op 0 punten eindigde. Geen enkel land had Ton nom ook maar iets gegeven. Fud was dan ook de laatste van de hoop. Een einde in mineur.

Daarna stopte Leclerc met optreden en ging hij in de bouwsector werken. Met Eurovisie 2005 verscheen hij nog eens op de RTBF als gast. Hij overleed in Brussel, 86 jaar oud.

En hier zijn deelname met Ton nom:

zaterdag 18 september 2010

Chris Aerts : een hoopje ellende

De Vlaamse kok en tv-persoonlijkheid Chris Aerts heeft zich op 34-jarige leeftijd gezelfmoord. Vorig jaar deed Chris samen met zijn vrouw Wendy mee aan het tweede seizoen van het populaire programma Mijn Restaurant, hét kijkcijferkanon van VTM. Daarvoor was hij reeds zijn hele beroepsleven werkzaam in de horeca, als sous-chef in allerlei restaurants en als kok bij een cateringsbedrijf. Het Mechelse echtpaar waren de kandidaten van de provincie Antwerpen en kregen een pand tot hunner beschikking in Turnhout dat ze de naam 't Gerecht schonken. Het was de droom van Chris om als winnaars van het programma uit de bus te komen en zo zijn eigen zaak te verkrijgen, iets dat anders niet voor hem zou weggelegd zijn omdat hij er de centen niet voor had. Vanaf het begin van Mijn Restaurant draaide die mooie droom echter behoorlijk in de soep. De kookkunsten van Chris bleken een drama te zijn en hiervoor werd hij door de beroemde chefkok en jurylid Peter Goossens veelvuldig zwaar op de korrel genomen. Zo sneerde deze onder andere dat Chris zijn risotto naar "woestijnzand" proefde. Goossens vond het zelfs nodig hem te komen voordoen hoe hij een lamskroon moest bakken en hoe hij een stuk vis moest zouten. De Nederlandse topchef en gastjurylid Sergio Herman maakte het tijdens een bezoek aan 't Gerecht helemaal erg. Na het proeven van een gerecht van Chris sprak hij zuchtend over "een hoopje ellende". "Dit geef ik nog niet aan mijn hond," ging hij verder in zijn verbale sloopwerk. Chris en Wendy maakten ook constant ruzie en de programmamakers aarzelden niet om hen voortdurend als de gedoodverfde losers onder de kandidaten te portretteren. Het werd zelfs zo erg dat Chris en Wendy de productie gingen smeken om hen iets minder negatief in beeld te brengen, kwestie van hun schoolgaande kinderen toch wat te sparen. Het publiek ging echter medelijden krijgen met de Mechelse underdogs en redde hen sms-gewijs tijdens twee nominatierondes. Vlak voor de finale werden ze dan toch weggestemd ten gunste van de Limburgse kandidaten. Bij hun exit uit 't Gerecht maakten Chris en Wendy een gebroken indruk.

Na afloop van het programma ging het voor Chris van kwaad naar erger. Zijn vrouw Wendy, dochter van komiek Nigel Williams, bleek een minnaar te hebben en vroeg de scheiding aan, uitgerekend op de dag van Chris zijn verjaardag. Hun huwelijksperikelen en moeilijke scheiding werden breed uitgesmeerd in de Vlaamse roddelpers. Bovendien had zijn deelname aan Mijn Restaurant Chris -zoals wel meer ex-deelnemers- met een serieuze schuldenberg opgezadeld. Met zijn voor heel Vlaanderen opgebouwde reputatie van prutser in de keuken was het ook niet evident om nog aan de bak te komen als kok. Hij werkte nog wel even als sous-chef in 't Kasteel van Brasschaat maar daar kreeg hij twee weken geleden ruzie met de chef en bolde het dan maar af. Verder kluste hij nog bij in de kantine van KV Mechelen. Chris leed naar verluidt erg onder de bakken kritiek die hij gekregen had tijdens Mijn Restaurant. Overal waar hij kwam bleven de mensen er ook grapjes over maken. In zijn afscheidsbrief schreef Chris: "Hadden we maar nooit meegedaan aan zo'n kutprogramma, dat heeft me volledig gekraakt." Ook verontschuldigde hij er zich in aan zijn drie jonge kinderen omdat hij hen niet meer zou zien opgroeien. In de nacht van vrijdag op zaterdag slikte Chris Aerts in een garagebox in de Grote Nieuwendijkstraat te Mechelen immers een overdosis pillen door.

dinsdag 18 mei 2010

Bobbejaan Schoepen: de fluitende cowboy

Vraag aan Sean Connery wat hij weet over België en hij antwoordt: bier, chocolade en een fluitende Cowboy die een pretpark runt. Die cowboy is aan de gevolgen van en hartaanval overleden. Bobbejaan Schoepen werd 85 jaar oud.

“Café zonder bier”, “twee ogen zo blauw”, “de lichtjes van de Schelde”, “Ik heb eerbied voor jouw grijze haren” en “Ik zien toch zo gère mijn duivenkot”: het zijn meer dan zomaar kanttekeningen in de Vlaamse muziekgeschiedenis. Schoepen was in de late jaren 50 en de jaren 60 een nationaal en internationaal gerespecteerd artiest, die optrok met Jacques Brel, Josephine Baker en Toots Thielemans.

Begin jaren vijftig reisde hij door heel België met zijn muzikale shows. Hij was een van de eerste performers die gebruik maakte van een moderne uitrusting, een tourbus en sponsoring. In 1957 vertegenwoordigde Schoepen België op het Eurovisie Songfestival met "Straatdeuntje". Hij eindigde achtste.

In 1961 stichtte Schoepen samen met zijn echtgenote Josée Bobbejaanland. Van een aanvankelijk moerassig domein maakte Schoepen een van de grootste pretparken van het land. Hij trad er dagelijks op in de shows van het park. In april 2004 werd Bobbejaanland verkocht aan een Spaans-Amerikaanse groep.

In 1999 werd bij Bobbejaan Schoepen darmkanker vastgesteld. Enkele jaren later werd hij genezen verklaard. Daarover zij hij: “Het is als schipbreuk lijden op vijf kilometer voor de kust. Je probeert te zwemmen, maar net voordat je het vastland bereikt kwakt een grote golf je terug de zee in.”

De voorbije jaren kwam Bobbejaan terug in het nieuws met een prima laatste CD, waarvoor hij hulp kreeg van Daan Stuyven, Geike Arnaert en Nathalie Delcroix.

maandag 10 mei 2010

Harry Van den Bremt : geen hoogmis zonder Koppenberg

De Vlaamse journalist en wielerparcourstekenaar Harry Van den Bremt is op 66-jarige leeftijd overleden. Halverwege de jaren '60 ging Van den Bremt als jong broekie aan de slag bij Het Nieuwsblad. Hij zou er decennialang chef van de wielerredactie zijn. In 2002, na een carrière van 36 jaar bij deze krant, ging hij, enigszins tegen zijn zin, met pensioen. Tot ver buiten de landsgrenzen genoot hij een enorm aanzien als journalist en als koersconnaisseur par excellence. Zo mocht hij onder andere Jean-Marie Leblanc, baas van de Tour de France, tot zijn goeie vrienden rekenen. Hij schreef en publiceerde gedurende die periode ook jarenlang het jaarboek Vélo, een naslagwerk waarin alle uitslagen van het voorbije jaar en alle erepodia uit de geschiedenis werden opgenomen.

Sedert begin jaren '70 was Van den Bremt ook betrokken bij de organisatie van de Ronde van Vlaanderen, aanvankelijk als assistent van parcourstekenaar Noël Foré en na diens pensioen nam hij zijn taken over. Van den Bremt trok er meerdere malen per week op uit voor tochten doorheen de Vlaamse Ardennen (die hij zo liefhad dat hij er zelfs op vakantie ging alhoewel ze vlak bij zijn deur lagen) op zoek naar verdoken hellinkjes waar hij dan de volgende editie van Vlaanderens Mooiste mee kon opsmukken. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld in 2003 de Foreest, een toen nog naamloze helling waarvan zelfs wie op 5 kilometer er vandaan woonde nog niet wist dat ie bestond. Van den Bremt vertelt hoe hij op die helling aanklopte bij een keuterboerke:
"'Wat is dat hier, komt hier veel volk voorbij?', vroeg ik.
'Nee, nooit. Wie hier niet moet zijn, komt hier beter niet,' antwoordde de boer.
'Is hier nooit een koers gepasseerd?'
'Mijnheer, Onze-Lieve-Heer is hier nog niet gepasseerd, waarom zouden hier dan coureurs zijn geweest?'"
Van den Bremt doopte de helling de Foreest, en nam die op in het parcours van de Ronde van 2003 en de volgende edities.

Maar het belangrijkste dat we aan hem te danken hebben is de introductie van zonder twijfel de meest legendarische helling in de Ronde. Walter Godefroot, winnaar van de Ronde in '68, had hem gezegd dat hij op training over een schitterende kasseibult was gereden, maar hij wou Van den Bremt pas onthullen waar die lag nadat hij zou stoppen met koersen omdat hij schrik had dat hij er anders zelf nog zou overheen moeten in de Ronde tijdens zijn actieve carrière. Ondanks veel aandringen van Van den Bremt wou de renner niets lossen over de locatie. De nieuwsgierige parcourstekenaar parkeerde zijn wagen op een ochtend dan maar voor de deur van Godefroot en volgde deze vanop afstand terwijl hij aan zijn training begon. Deze schaduwtocht leidde hem recht naar wat de hele wielerminnende wereld nu kent als de Koppenberg (foto rechts). Deze schrikwekkende puist voegde Van den Bremt vervolgens in 1976 voor het eerst toe aan het parcours van de Ronde. Hierdoor moest Godefroot er alsnog een aantal keer zelf over, maar het weerhield hem niet van in 1978 voor de tweede keer de hoogmis te winnen.

Van den Bremt bedacht ook het 'Dorp van de Ronde', een initiatief waarbij sinds 2000 jaarlijks één dorp op het parcours in de kijker wordt gezet en tegelijk een held uit het verleden van de Ronde wordt gehuldigd. Ook na zijn pensioen bij Het Nieuwsblad bleef Harry Van den Bremt actief in de organisatie van de Ronde van Vlaanderen en de Omloop Het Volk als parcourstekenaar en persverantwoordelijke.




















Om het mythische karakter van de Koppenberg en de soms moeilijke passages van de wielerhelden die minder voor dit werk gemaakt zijn (zie bijvoorbeeld voormalig Belgisch kampioen Ludovic Cappelle moedig sukkelen vanaf 2:13) te illustreren deze video van de beklimming tijdens de Ronde van 2006. Dit jaarlijks feestje hebben we te danken aan Harry Van den Bremt.

vrijdag 19 februari 2010

Bob Davidse: de vrolijke vriend in het hiernamaals

Bob Davidse ofte nonkel Bob is na een korte ziekte op 89-jarige leeftijd overleden. Davidse was een van de bekende TV-gezichten in Vlaanderen in de beginjaren van het medium.

Bob Davidse werd op 26 juli 1920 geboren in Berchem (Antwerpen) als Jacobus Henricus Davidse. Hij begon als zanger en trouwde in 1944 met Annie Vermeulen, met wie hij een zingend duo vormde. "Zij brachten een internationaal chanson-repertoire en samen met haar maakte hij ook zijn eerste plaat, 'Comme un rêve bleu'. In deze periode schreef Bob Davidse ook 'Gitaar in enkele letters'". Het boekje zou Davidse de naam opleveren van "de man die zijn volk gitaar leerde spelen".

In 1955 kwam Davidse terecht bij de Vlaamse televisie en vond de allereerste uitzending plaats van het jeugdprogramma "Komt toch eens kijken". Van toen af ging Bob Davidse door het leven als "Nonkel Bob". De eerste televisietante aan zijn zijde was Paula Semer. Later volgden onder meer tante Rita, tante Berta, tante Ria en ten slotte tante Terry (Terry Van Ginderen).

Bob Davidse vertolkte en schreef de titelsong van "Komt toch eens kijken", maar werd vooral onsterfelijk met het lied "Vrolijke vrienden". In totaal nam hij een driehonderdtal liedjes op plaat op.

Later presenteerde Davidse ook Klein Klein Kleutertje en produceerde hij 'Merlina', 'Carolientje' en 'Stad op Stelten'.

"Afscheid van een TV-icoon (deredactie.be)"

vrijdag 4 december 2009

Lucas Van Langendonck : Lucas van den Amedee

"Gesloten wegens ziekte". Dat was de boodschap die je te lezen kreeg als je de laatste maanden voor de deur van Café Amedee stond. Helaas voor Leuven is den Amedee nu dicht wegens sterfgeval. Lucas Van Langendonck, alias Lucas "Van den Amedee", de grote patron, zal nooit meer Scrabble spelen, nooit meer een pint tappen, nooit meer "advies" geven aan zijn klanten.


"Horse Ale, dat smaakt toch net hetzelfde als Palm." Met die gevleugelde woorden werd ik geïntroduceerd in de wondere wereld van Lucas van den Amedee. Een discussie van 5 minuten later kon ik hem er dan toch van overtuigen om mij dan toch maar nen Duvel te geven. Omdat er gene Palm was. Maar Horse Ale smaakt toch hetzelfde, aldus.
Want dat was de charme - of de merde, voor sommigen - van Café Amedee: het werd als geen ander vereenzelvigd met zijn waard. Alleen Inn't Joor 1 heeft misschien een vergelijkbare status. Kon je de kastelein niet af, kon je er maar beter wegblijven. Sinds 1983 stond hij al achter zijn toog. Er naastkijken ging dan ook nogal moeilijk. U werd bediend door een indrukwekkend bebaarde, vriendelijke betweter die op tijd en stond uw toogpraat onderbrak en zijn wereldvisie maar al te graag met u deelde, of gewoon mee in het gesprek sprong. Als hij niet aan het Scrabblebord zat. Dan kon het wel eens ietsje langer duren voor uw gerstenat voor uw neus verscheen. You love him or you hate him. Onberoerd blijven was evenwel geen optie.
Naast de legendarische barman waren er natuurlijk ook het beruchte rommelkot, de spelletjes en de muziek. Klassieke muziek begeleidde uw cafébezoek, terwijl het merendeel van de aanwezigen verdiept waren in hun overpeinzingen om die tegenstander over dat schaakbord eindelijk schaakmat te krijgen, of om die mineur naar die lastige bom te krijgen op dat strategobord, of nog om die miserie van uw wiesmaat/vijand naar de kloten te helpen (dat deed ik daar toch heel en af en toe). En natuurlijk was er het eeuwige scrabblebord. Met de Van Dale erboven, om toch maar te zien of dat rare woord van uw snoodaard van een tegenstander wel degelijk bestond.

Maar dat is nu dus gedaan. Lucas heeft de deur definitief achter zich gesloten toen hij in Gasthuisberg zijn laatste adem uitblies. "Ik probeer een beetje mezelf te zijn, maar wat is dat: jezelf zijn," was de afsluitende zin van een in 2001 gegeven interview in de Veto, het Leuvense studentenblad (dat u hier op de laatste bladzijde kan lezen: http://www.veto.be/pdf/veto_jaargang_27/veto2715.pdf). Of den Amedee nu nog zichzelf kan blijven zonder zijn bezieler, das een ander paar mouwen.

woensdag 18 november 2009

Tuur Van Wallendael: de wetstraatjournalist van de SP.

TV-Journalisten die overstappen naar de politiek, daar kijken we nu al lang niet meer van op: Ivo Belet (CD&V) deed het, Dirk Sterckx (Open VLD) ook en aan Waalse kant ging de anchor woman van het RTBF-journaal, Frédérique Ries, in op de avances van Didier Reynders om op een MR-lijst te gaan staan. Een van de eerste journalisten die het waagde in de politiek was Tuur Van Wallendael die 1989 de wetstraatjournalistiek achter zich liet om woordvoerder te worden op het kabinet van Willy Claes (SP).

Dat was het begin van een tweede leven voor Van Wallendael, want van daar ging het naar Antwerpen, waar Van Wallendael in 1991 de allereerste ombudsman van de stad werd. In 1995 raakte hij verkozen als Vlaams volksvertegenwoordiger en in 2001 werd hij schepen van Sociale en Juridische Zaken onder burgemeester Leona Detiège (sp.a). Hij bleef schepen in ’t Stad tot 2006. Bij de visa-affaire in de stad Antwerpen was hij het die de kat de bel aanbond.
IN 2006 werd een eerste keer darmkanker vastgesteld. Hij genas, maar herviel begin dit jaar. Van Wallendael koos zelf het moment van zijn dood. Hij werd 71 jaar oud.

Klik hier om de VRT-reportage over het overlijden van Van Wallendael te bekijken.

dinsdag 10 november 2009

Dimitri De Fauw : de gladiolen en de dood op de piste

De Belgische wielrenner Dimitri De Fauw heeft zich op 28-jarige leeftijd gezelfmoord. De Fauw werd geboren op 13 juli 1981 te Gent. Hij blonk vooral uit in het baanwielrennen. Jarenlang was 'Tarzan', zoals zijn bijnaam luidde, een vaste waarde in het zesdaagsecircuit en hij werd vanaf 2001 in totaal 9 keer Belgisch kampioen in diverse baandisciplines (de kilometer, sprint, keirin, scratch, omnium). Van 2003 tot 2005 reed hij voor de prestigieuze Quickstep-ploeg van Patrick Lefèvre. Hij reed ook wedstrijden op de weg waarin hij de nobele taak van waterdrager vervulde. In 2006 stapte hij over naar Chocolade Jacques.

In november van datzelfde jaar nam De Fauw, zoals elk jaar, deel aan de Zesdaagse van Gent in de vélodrome Het Kuipke. Hier werd hij een hoofdrolspeler in een tragisch ongeluk. Tijdens de koppelkoers haakten De Fauw en de Spanjaard Isaac Galvez, de regerende wereldkampioen in deze discipline, met hun fietsstuur in mekaar. Het gevolg was een vreselijke valpartij waarbij enkele van Galvez' ribben zijn hart en zijn aorta doorboorden (zie foto rechts). De wereldkampioen stierf ter plaatse. Alhoewel iedereen het er over eens was dat het hier een accident betrof waar hij geen enkele schuld aan had, was De Fauw compleet kapot van dit voorval. In een interview met Humo bekende hij een jaar later dat hij in de dagen na het ongeval zelfmoord had overwogen. "Ik bleef mezelf maar verwensen: ik ben een moordenaar! Ik ben een moordenaar!", vertelde hij in dat gesprek. De Fauw is de dood van Galvez nooit te boven gekomen en pakte sindsdien geen platte prijs meer. Dit jaar reed hij voor de wel zeer bescheiden ploeg van AA Drinks en voor 2010 had hij zelfs geen contract meer kunnen vinden. Volgens sommige kenners was het vooral de teloorgang van zijn carrière die de pistier tot zijn wanhoopsdaad heeft gebracht.

In de dagen na zijn dood kwam aan het licht dat Dimitri De Fauw indertijd de geheime informant was geweest waarop schandaalsenator Jean-Marie Dedecker en riooljournalist Maarten Michielssens van Het Laatste Nieuws hun verhalen hadden gebaseerd over zogezegd georkestreerd dopinggebruik bij Quickstep en de barbecues van Tom Boonen die meer op drugsorgieën zouden lijken. Voor het publiceren van deze onzin zijn Michielssens en HLN onlangs nog veroordeeld tot een boete van 500.000€ te betalen aan manager Lefèvre en ploegdokter Van Mol. In het wielermilieu zou het duidelijk geweest zijn dat De Fauw de verklikker was die de zogenaamde 'omerta' had verbroken en hierop zou hij vervolgens door het peloton collectief uitgespuwd zijn. Dedecker heeft intussen bevestigd dat De Fauw zijn bron was.

Bertrand de Merode : De prinselijke pineut

Het zat nooit mee voor prins Bertrand de Merode. Hij werd geboren in één van de hoogste adellijke families in het land, met een stamboom om u tegen te zeggen. Voor Leopold van Saksen-Coburg-Gotha was het een telg van de Merodes die ze vroegen om Belgisch koning te worden, in de prille begindagen van ons Belgenlandje. De toenmalige de Merode weigerde en Leopold I kon in De Panne aan't strand komen. In 1930 kregen de Merodes de prinsentitel toegekend door koning Albert I. Daardoor was Bertrand de Merode één van de weinigen die met de koning op gelijke voet kon keuvelen.

Maar die achtergrond en het bijbehorende, uitgebreide familiefortuin hebben hem uiteindelijk niet veel goed gedaan. Zijn twee grote problemen: vrouwen en geld. Zijn eerste huwelijk eindigde in een echtscheiding. De Merode kwam in een depressie terecht en had daarbovenop nog eens een financiële kater. Hulp vragen aan de familie, dat zat er niet in, daar was de prins te trots voor en er was het familie-imago dat vlekkeloos moest blijven. Dan maar in een krot gaan wonen en bedelen in de Brusselse winkelstraten.

In de jaren '70 en '80 kwam hij aan de bak als journalist. Intussen was hij verhuisd naar Oostende en daar richtte hij een naturistenvereniging op. Bertrand was een fervent voorstander van het naaktstrand in Bredene. Een ander avontuur van de prins was het binnendringen van het kabinet van de Oostendse burgemeester met een houten namaakpistool, om te wijzen op de gebrekkige veiligheid. Toen hij ook nog eens actie voerde tijdens een bezoek van Albert II aan de kust, vloog hij zelfs even de bak in.

Maar het was vooral zijn turbulente liefdesleven waarmee hij regelmatig in de schijnwerpers stond. Een hele resem vrouwen passeerden de revue. Eén van zijn laatste avonturen was met een zekere Brigitte die hij in een sexclub had ontmoet. Bertrand omschreef haar met de gevleugelde woorden: 'Zij heeft een stel mooie borsten en een zoon van 14 jaar''. Helaas voor Brigitte liep het fout. De volgende was in 2005 een Roemeense, waar hij halsoverkop verliefd op werd en in het huwelijksbootje mee wou stappen. De uitnodigingen naar onder meer prinses Mathilde waren als verstuurd. Helaas, het mocht weer niet duren, de Roemeense schone bleek een ordinaire oplichtster die alleen op zijn geld uit was. De Merode's vader was ondertussen gestorven en de prins rentenierde op het familiefortuin.

Zijn laatste verovering liep het helemaal de spuigaten uit. Eind vorig jaar had hij zijn hart verpand aan een zekere Naomi Amoako, een Ghanese van 30 jaar. Een eerste ontmoeting - ze hadden elkaar alleen nog maar via e-mail gecontacteerd - viel in het water: toen hij haar ging ophalen op Schiphol, bleek dat ze was aangehouden omdat ze 50kg goud vanuit Ghana naar Nederland probeerde te smokkelen. Even later informeerde de Ghanese ambassade dat hij opnieuw het slachtoffer was van een bende oplichters. Juffrouw Amoako bleek een man te zijn.

Toch bleef hij nog hopen op de ware liefde, maar het mocht niet zijn. De armste prinselijke pineut van België, Bertrand de Merode, werd zondag dood aangetroffen in zijn appartement. Hij werd 57.

dinsdag 20 oktober 2009

Jef Nys: tekenaar van Jommeke

Jommeke, Filiberke, Annemieke, Rozemieke, Choco, Pekkie, Flip, Theofiel, Marie, Professor Gobelijn, Anatool, Kwak en Boemel,…Ze zijn allemaal in één klap wees geworden. Hun geestelijke vader Jef Nys is immers niet meer.

De tekenaar van de in Vlaanderen immens populaire stripreeks Jommeke is op 82-jarige leeftijd overleden. Wie verslond vroeger niet klassiekers als “Jommeke in de Knel”, “Anakwaboe!”, “Jacht op een voetbal” of “Filiberke gaat trouwen”? Of om het met Vlaams minister-president Kris Peeters te zeggen “We zijn zeer dankbaar voor het waardevol patrimonium dat hij ons achterliet.”

Nys debuteerde net na de tweede wereldoorlog als striptekenaar. Toen viel hij op bij een tekenwedstrijd in het eerder rechtsgezinde vod dat we kennen als het Pallieterke. De eerste stripverhalen van Jef Nys waren de avonturen van Amedeus en Seppeke in Het Handelsblad (1948).



Jommeke dook voor het eerst op in 1955, in het weekblad Kerkelijk Leven. Het eerste echte vervolgverhaal ('De Jacht op een
voetbal') werd vier jaar later uitgebracht. Nys was intussen al overgestapt naar uitgeverij Het Volk, die nu nog steeds de albums uitbrengt.

Meer dan 50 jaar en 50 miljoen verkochte exemplaren later bestaat de reeks nog steeds en blijft kinderen overal te lande boeien. De laatste jaren tekende Nys de strip niet meer zelf. Dat liet hij over aan Gerd Van Loock en Philippe Delzenne, die zich wel aan het Jommekescharter moeten houden. Dat houdt in dat de jeugdige stripheld zich niet mag vergrijpen aan drank en geweld en ook niet mag dwepen met deze of gene politieke strekking. Hij moet bij zijn core business blijven: Anatool te slim af, foute uitvindingen van Gobelijn rechtzetten, de wereld van de ondergang redden, en zo de jeugd blijven boeien.

Klik hier voor een beeldreportage naar aanleiding van 50 jaar Jommeke.

vrijdag 16 oktober 2009

Bert Decorte : de vitaliteit van een malse boezem

De Vlaamse dichter Bert Decorte is op 94-jarige leeftijd overleden. Decorte werd op 2 juli 1915 geboren in Retie als 8ste van 10 kinderen (één van zijn broers was de vader van theatermaker Jan Decorte). Na zijn middelbare school ging hij aan de slag als loopjongen in de Delhaize in Antwerpen en later, na zijn legerdienst, verzeilde hij in de ambtenarij waar hij het schopte tot diensthoofd op het Departement Cultuur en Letteren van het Ministerie van Onderwijs waar hij tot aan zijn pensioen bleef werken. Decorte debuteerde in 1937 met de sonnettenbundel Germinal. De 21-jarige Kempenzoon werd meteen omarmd als hét nieuwe grote talent. Zo schreef Marnix Gijsen in De Standaard: "Sedert Paul Van Ostaijen, is Bert Decorte het eerste fenomeen, het eerste wonderkind dat wij in de Vlaamse poëzie zien verschijnen." De poëzie van Decorte, vooral in zijn beginjaren, situeert zich binnen het Vitalisme, de in de jaren '30 toonaangevende stroming waarvan in de Nederlandstalige poëzie vooral de vroege Hendrik Marsman de belangrijkste exponent was. Centraal in de poëtica van het Vitalisme is de klemtoon op de intense, intuïtieve levensdrift. Dit gaat gepaard met een beschavingskritiek, want het leven dat verheerlijkt wordt speelt zich af in de natuur, niet in de beschaving. Vooral de boerenstiel temidden van het eenvoudige plattelandsleven werd verafgood als een waar walhalla. Ter verduidelijking een fragment uit Decortes gedicht Brabant:
...
Altijd duikt Breugel op in dit landschap:
'k Zie Luilekkerland of een dorp in een dal,
en de ploegende boer toont nog verwantschap
met die onvergetelijke van Ikaros' val.
Niets is vernepen hier, benauwd en smal:
de hemel legt zijn volle handen open.
In 't aards geloof laat hij zich gaarne dopen,
wie deze vrouw haar malse boezem bood.
Wat zou hij elders liefde willen kopen,
die hier onder een vlier een vrouw in de armen sloot?
...

(uit Bert Decorte,
Refreinen, 1943)
In het bovenstaande valt het nog enigszins mee, maar vaak leidt de vitaliteit van Decorte tot een exorbitante verbale boerenkermis met kwistig rond gespreide neologismen en vrolijke, (naïeve) levenslust. Enkel een strak behoud aan vormvastheid houdt dit alles nog in bedwang. Favoriete dichtvormen zijn het sonnet en de ballade, en, love it or hate it, maar zijn metrum en rijm is steeds zinvol en nooit gratuit.

Decorte was een bijzonder productieve dichter die tot 1995 bijna ieder jaar een bundel publiceerde. Hij schreef ook toneelstukken en essays, en vertaalde Les Fleurs du Mal van Charles Baudelaire en de ballades van François Villon in het Nederlands. In 1946 kreeg Bert Decorte de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie.

Via deze link kan u Bert Decorte tussen een plaagregen van technische problemen het gedicht Ballade van Eén Enkele Keer zien en horen voordragen.
En voor de liefhebbers van het genre, hier een sonnet:
Ik ben geworden als het winterbleek,
de witte, gans met ijslaag overwelfde,
geheel gedempte - en toch is zij dezelfde
die levensader in het landschap leek

bij lentedag. Nu ligt het lijf, dat vrij
en vrolijk buitelde doorheen de weiden
of aan een vlakland zich in vijvers vlijde,
goed ingedekt onder de blanke sprei.

Maar ergens aan een bocht, waar het verval
wat groter is, waar 't ijs niet heel en al
de bedding dekt en nog het water huivert,

hoort hij, die hare lente heeft bemind
en blij was om de weelde van dit kind,
het oud geluid verinnigd en gezuiverd.

(uit Bert Decorte,
Een Stillere Dag, 1942)

vrijdag 9 oktober 2009

Dré Steemans : Felice swingt niet meer

De Vlaamse tv-persoonlijkheid André "Dré" Steemans, beter bekend als Felice, is vannacht op 55-jarige leeftijd overleden aan een hartinfarct. Steemans werd geboren op 1 oktober 1954 in Maasmechelen. Zijn rise to fame begon toen hij in 1979 met zijn kabaretgezelschap Bockworkshop een 3de plaats behaalde op het Camerettenfestival in Delft. In 1985 verwierf hij nationale bekendheid toen hij op Radio 2 in het programma Het Genootschap van Luk Saffloer aantrad met het komische typetje Felice Damiano. Dit was zogezegd een in Vlaanderen residerende Italiaan met bijhorende tongval. Felice viel in de smaak bij het publiek en weldra mocht hij ook op tv. Zo was hij geregeld panellid in De Drie Wijzen. Hij kreeg ook zijn eigen late night praatprogramma op het toenmalige BRT 2 genaamd Incredible dat bedoelt was als vernieuwende en spraakmakende talkshow. Dat opzet werd volledig ingelost toen filmmaker Jan Bucquoy te gast was en met de hulp van twee vijgen demonstreerde hoe koningin Fabiola haar schaamdeel er zou moeten uitzien, nog steeds één van de meest controversiële momenten in de geschiedenis van de Vlaamse televisie.

Vanaf 1992 presenteerde Felice in de vooravond het kookprogramma 1000 Seconden samen met kok Herwig Van Hove. Het samenspel tussen de norse, arrogante Van Hove en de flamboyante, nerveuzerig doende Felice terwijl ze elkaar tussen potten en pannen voor de voeten liepen -ondertussen beiden zwetend gelijk een rund- zorgde voor een amusant programma dat maar liefst 13 seizoenen liep. Felice zal waarschijnlijk vooral de geschiedenis ingaan als presentator van Het Swingpaleis, het gigantisch populaire karaoke-programma met Bekende Vlamingen dat van 1996 tot 2006 liep op Eén. Ook de Swingpaleis-kloon Biebabeloeba nam Felice voor zijn rekening.

Begin 2006 stapte Steemans over naar VT4 en VijfTV waar hij hun belangrijkste gezicht werd en hun vlaggenschepen Supertalent In Vlaanderen, Can You Duet, Te Nemen Of Te Laten, en samen met topchef Wout Bru ook het kookprogramma Koken Met Een Sterretje presenteerde. Hij was ook een rolmodel als openlijk homoseksuele Bekende Vlaming. In 2006 publiceerde hij de autobiografische roman Jongens Onder Elkaar waarin hij zijn jeugd als tienerjongen met een ontluikende homoseksualiteit die in Leuven bij de paters op pensionaat zit verwerkt heeft. Dré Steemans overleed in zijn slaap.

Hieronder Felice die in de eindronde van De Drie Wijzen een waar/onwaar-verhaal vertelt (Felice begint vanaf 4:02):



Hier is hij aan het werk als presentator in Het Swingpaleis (slechts tot 0:25, daarna zijn het 3 krijsende non-talenten):



En hier een schitterende scène uit In De Gloria waarin de 'mediawatcher' Felice en Herwig Van Hove in 1000 Seconden op de korrel neemt: