woensdag 17 juni 2009

Mort Abrahams : The Planet of the Apes

In de jaren '60 kreeg ene Mort Abrahams zijn filmplannen van een actiefilm waarin apen de wereld regeerden maar niet verkocht aan Hollywood. Hij trok zelfs naar Europa, in de hoop daar wat investeerders te vinden, maar ook daar waren ze niet geïnteresseerd. Uiteindelijk slaagden hij en zijn partner Arthur P. Jacobs er toch in om 20th Century Fox over de streep te halen. Het resultaat was de klassieker Planet of the Apes (1968), waarin Charlton Heston het aan de stok krijgt met apen die praten en zich even onderdrukkend gedragen als uw doorsnee mens. Het idee voor de film kwam van Jacobs, met wie Abrahams al had samengewerkt aan The Man from U.N.C.L.E. (1964-68), waar de 2 elkaar ook ontmoet hadden. Die had het idee opgedaan van het boek La Planète des Singes van Pierre boulle uit 1963. Jacobs was de producer van dienst, Abrahams de associate producer, maar het was Abrahams die alle acteurs en schrijvers inhuurde. De film kreeg de steun van de nieuwe jonge baas van de Fox-studios, ene Richard Zanuck. Die zou in 2001 de producer van de remake worden, The Legend of the Planet of the Apes. Diezelfde Zanuck had nog wel eerst gedreigd om Abrahams en Jacobs buiten te smijten als ze Planet of the Apes ook nog maar één keer vermelden. Pas in 1966, met het succes van de sci-fi Fantastic Voyage, veranderde hij van gedachten. De sequel van het origineel, Beneath the Planet of the Apes, werd ook door Abrahams uitgewerkt. De man achter Planet of the Apes overleed op 28 mei, maar het nieuws werd pas later bekend. hij werd 93.

Hier de trailer van het origineel:



en wat Richard Zanuck er van maakte in 2001:

maandag 8 juni 2009

Omar Bongo : De eeuwige president

Omar Bongo is gestorven. Bongo, geboren als Albert-Bernard Bongo, rees in de jaren '60 op het politieke toneel van het West-Afrikaanse Gabon, toen nog onder president Leon M'ba. In 1966 werd hij vice-president en toen M'ba eind november 1967 de pijp uitging (op natuurlijke wijze overigens, aan kanker) werd hij de maand daarop ingezworen als president. Een jaartje later, in 1968, voerde hij het éénpartijstelsel in, wat hem in 1973, 1979 en 1986 telkens een klinkende verkiezingsoverwinning opleverde. Het feit dat hij steeds de enige kandidaat was, hielp ook wel een beetje om zijn macht à l'aise te consolideren. In 1973 zag Bongo het licht en bekeerde hij zich tot de Islam. Voortaan heette hij Omar Bongo. In 2003 voegde hij er nog Ondimba aan toe, zodat hij voluit el-Hadj Omar Bongo Ondimba heette (met el-Hadj als eretitel omdat hij de bedevaart naar Mekka had voltooid). In 1990 besloot hij om de democratische toer op te gaan en voerde de president opnieuw het meerpartijenstelsel in. Toch werd hij steeds opnieuw verkozen. Volgens de geruchten kocht hij gewoon al zijn tegenstanders om. Dit was mogelijk omdat onder Bongo's regering (die het land een vrij stabiele periode van vrede had gebracht) Gabon een oliestaat werd. Het bracht geld in het laatje, maar daar stond dan weer tegenover dat de corruptie (nog) welig(er) tierde. Elf Aquitaine - nu Total - liet naar het schijnt een groot deel van zijn budget (ettelijke miljoenen euros per jaaar) in de zakken van Bongo verdwijnen om olie te mogen oppompen. In ieder geval, de heerschappij over Gabon legde Bongo geen windeieren. Hij bezat een uitgebreide collectie Rolls Royces en liet verscheidene monumenten en overheidsgebouwen naar zichzelf noemen. Zijn geboortedorp Lewai bijvoorbeeld werd omgedoopt in Bongoville. Hij trad ook verschillende keren op als bemiddelaar in Afrikaanse crisissen, zoals het vredesakkoord in Congo-Brazzaville, dat in 1999 de burgeroorlog beëindigde. Hij overleed aan een hartaanval tijdens een behandeling tegen kanker in Barcelona. Omar Bongo, zowat het langst regerende niet-koninklijke staatshoofd dat er nog rondliep, werd 73. Hij wordt waarschijnlijk opgevolgd door zijn zoon Ali-Ben Bongo Ondimba (geboren als Alain Bernard Bongo).

zaterdag 6 juni 2009

Harold Dudman : Veteraan van D-Day

Er zijn zo van die mensen die symbolisch sterven. Harold Arthur Dudman is er zo eentje. Dudman was aanwezig op de stranden van Normandië tijdens D-Day op 6 juni 1944. De lance corporal landde met zijn ondersteuningsgroep van een Armoured Replacement Group (ARG) van de 11th Armoured Division. De taak van een ARG was het leveren van volledig strijdvaardige tanks, ter vervanging van de vernietigde of beschadigde voertuigen van één of andere veldslag, en dan nog liefst in de vroege uurtjes van de dag erop. Bij D-Day was dat laatste nogal moeilijk, maar de reserve-Shermantank die hij bestuurde geraakte wel waar hij moest zijn. Hij vocht zich een weg door Frankrijk, België en Nederland om zo in Duitsland terecht te komen. Na de overgave van de nazi's trok hij naar Denemarken ter ondersteuning van de Britse troepen. Na de oorlog stampte hij een staalfabriek uit de grond. In juni 2009 reisde hij terug naar de stranden voor de 65e verjaardag van D-Day. De 5e bracht hij samen met zijn vrouw Lesley door met het terugzien van oude kameraden van het regiment en het terugvinden van de plek waar hij 65 jaar eerder geland was (dat was op Sword Beach). De grote dag zelve, de 6e, zou hij een herinneringsmedaille krijgen van de burgemeester van Bayeux, om vervolgens aan tafel te schuiven met andere veteranen voor de lunch. Maar Magere Hein stak er een stokje voor en Harold Dudman overleed in de vroege uren van 6 juni, dag op dag 65 jaar na zijn landing op de stranden. Hij was 86. De foto hierbij was genomen op 5 juni, één dag voor zijn heengaan.

vrijdag 5 juni 2009

Bernard Barker : The Watergate burglar

Bernard Leon Barker (foto midden) is overleden aan longkanker. De man werd berucht als één van de Plumbers van het Watergate-schandaal. Barker begon zijn carrière bij de geheime politie in Cuba, dat toen nog onder het regime van dictator Fulgencio Batista stond. Toen die in 1959 werd verdreven door Fidel Castro, vertrok ook Barker. Hij probeerde nog terug te keren door mee te doen aan de invasie van de Varkensbaai, maar dat faalde nogal jammerlijk. Na dat débacle werd hij gerecruteerd door zijn voormalige chef bij de CIA, E. Howard Hunt. Die maakte van hem één van de Plumbers, een uit vijf inbrekers bestaand team dat betaald werd door het Committee to Re-elect the President (CRP). Die president was uiteraard Nixon. Het resultaat is bekend: om 2 uur 's morgens op 2 juni 1972 werd Barker samen met zijn vier companen betrapt bij de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratic Party in het Watergate Office. Hij werd in 1974 veroordeeld voor Watergate, maar na één jaar was hij alweer op vrije voeten. Volgens sommige samenzweringstheoretici was Barker zelfs betrokken bij de moord op Kennedy, omdat één van de politieagenten die toen in Dallas was, hem herkende. Eenmaal op vrije voeten probeerde hij het te maken in de bouwindustrie, maar dat liep ook op een sisser af. Barker had nooit spijt van zijn rol in Watergate. “I was doing my duty”, zei hij, maar later gaf hij toch aan een reporter toe dat “Washington was a place to stay away from. Cubans don’t do very well there”. Bernard Barker werd 92 en overleefde bijna alle andere plumbers, op Eugenio Martinez na (rechts op de foto).

David Carradine : No more Kung Fu for Bill

De legendarische David Carradine is verhangen teruggevonden in een hotelsuite in Bangkok. De Amerikaanse acteur werd wereldberoemd in de jaren '70, kende vervolgens een dipje waar hij in de jaren '90 terug uitkroop, om dan weer vergeten te worden en tenslotte enkele jaren geleden weer magistraal terug te keren. Tussen 1972 en 1975 maakte hij zijn naam in de martial arts-serie Kung Fu. Daarin speelde hij Kwai Chang Caine, eenShaolin-monnik die, op zoek naar zijn broer, in het Westen beland was. Kung Fu zorgde voor een hype van Oosterse gevechtsporten en dito filosofie. Carradine, die voor hij de hoofdrol op zich nam bijna niets wist van shaolin kung fu, werd zelf een fervent beoefenaar. Naast en na Kung Fu was hij ook filmacteur en was hij op het witte doek te bewonderen in meer dan 100 films, onder meer Boxcar Bertha (1972) van Martin Scorcese en zelfs in The Serpent's Egg (1977) van de Zweedse grootmeester Ingmar Bergmann. Helaas is het merendeel van zijn films in de vergeetput van de cinema terechtgekomen. De appel viel in dit geval echt niet ver van de boom: vader John speelde in meer dan 300 (!) films, het merendeel horrorfilms van het goedkopere genre. Ook zijn broers, Bruce, Keith en Robert zijn allemaal acteurs. Na het succes van Kung Fu was het wat stil rond Carradine, voor hij in de jaren '90 terugkeerde als de oudere Caine in Kung Fu: The Legend Continues (1993-1997). Zijn ultieme heropleving gebeurde dankzij dé recyclagespecialist van vergeten filmiconen, Quentin Tarantino. Die liet hem in zijn tweeluik Kill Bill opdraven als de spilfiguur van zijn epos. Carradine was weer helemaal terug; hij ging er zelf van uit dat hij nog met gemak tot zijn tachtigste door kon gaan. Helaas voor hem (en voor ons) werd Carradine in de kast van zijn hotelsuite teruggevonden, opgehangen aan een gordijnkoord. De Bangkok Post leverde andere, pittigere details: het was geen gordijnkoord maar een schoenveter rond zijn nek, die bovendien ook nog eens vastzat aan 's mans fluit. Zijn handen waren ook samengebonden. Een ongelukje bij een seksspelletje, zo luidt het daar. David Carradine werd 72.

En hier één van David Carradine's minder bekende films, de trailer van Deathrace 2000 (1975):

donderdag 4 juni 2009

Shih Kien : Exit The Dragon

Shih Kien is niet meer. De Chinese acteur was dé belichaming van de wuxia films van Hong Kong. De wuxia is een Chinees fictiegenre dat zich vooral toelegt op martial arts in een antiek Chinees kader. Shih Kien verwierf zijn faam door altijd op het witte doek te verschijnen als de boosaardige schurk van dienst. Dit deed hij zo vaak dat zijn naam in Hong Kong zelfs synoniem werd voor de kwade daden van zijn filmrollen, ondanks het feit dat het de door hem gespeelde filmkarakters waren die al die foute rommel begingen. Als er bij u nu geen belletje rinkelt bij de naam Shih Kien: in onze contreien is de man bekend als Han, dé slechterik van Enter The Dragon (1973) met één hand (dat gebrek wordt in de film mooi opgelost door Han uit te rusten met een uitgebreid arsenaal aan puntige kunsthanden), waar Shih Kien het in de finale opneemt tegen Bruce Lee in de spiegelkamer. Shih Kien gold ook als één van de oudste acteurs die er nog in China rondliepen. Op zijn negentigste was hij nog te zien in de documentaire Chop Socky: Cinema Hong Kong. Hij overleed aan nierfalen in Hong Kong. Shih Kien werd 96.

Hier de trailer van Enter The Dragon:

woensdag 3 juni 2009

John Campbell Ross : The last Digger

John Campbell Ross is rustig in zijn slaap overleden. Met "Jack" Ross sterft ook de laatste Australische veteraan van de Eerste Wereldoorlog. Ross had het 'geluk' dat hij pas in januari 1918 bij het leger ging, toen nog de First Australian Imperial Force. Daar diende hij als radioman. Voor hij ingezet kon worden, was de oorlog echter al voorbij en op kerstmis 1918 werd hij gedemobiliseerd. In de Tweede Wereldoorlog was hij er weer bij, ditmaal als korporaal bij het Volunteer Defence Corps. Toen ook die ten einde was, werkte hij tot aan zijn pensioen in 1964 bij de Victorian Railways. Ross was sinds 2005 de laatste overlevende Australische veteraan. Toen was William Evan Allan overleden op zijn 106. Allan was de laatste Australiër die nog actieve dienst had meegemaakt in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog, bij de marine. Jack Ross, de laatste Digger, werd 110.