Posts tonen met het label president. Alle posts tonen
Posts tonen met het label president. Alle posts tonen

woensdag 27 oktober 2010

Néstor Kirchner : President en "First Gentleman"

Hoe je het ook draait of keert, Néstor Carlos Kirchener was waarschijnlijk de meest invloedrijke politicus van Argentinië sinds het tijdperk van de Peróns.

Kircherner, van Duits-Kroatische afkomst, groeide op in het zuiden van het land. Hij werd eerst burgemeester van zijn thuisstad Rio Gallegos en vervolgens provinciegouverneur. Omdat hij uit het diepe zuiden kwam, kregen zijn volgelingen al snel "Pinguins" als bijnaam.

Hij kwam bijna per ongeluk aan de macht: in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen voor 2003 haalde hij amper 22%. Zijn tegenstander, de voormalige president Carlos Menem, trok zich echter terug uit de race, zodat Kirchner als enige deftige kandidaat overbleef.

En eens hij aan de macht was, voerde hij een hele resem hervormingen door die het land uit het slop haalden waar het de voorbije decennia in terecht gekomen was. Op economisch gebied trok hij de economie weer op gang door de massale schuldenberg van Argentinië aan te pakken. Door in sojaproductie te investeren, gaf hij het land een boost dat het al in jaren niet meer ervaren had.

Maar het was vooral op het gebied van de mensenrechten dat Kirchner ophef maakte. Na de dictatuur van 1976-83 waren er twee amnestiewetten van kracht, die de militairen die het wat bont gemaakt hadden in die obscure jaren beschermde.

Al snel sprak men van het K-Tijdperk: Kirchner werd bijgestaan door zijn vrouw, Cristina, met wie hij in feite een politieke tandem vormde. Zij volgde hem ook op toen zijn ambtstermijn in 2007 afliep. Kircherner werd zo de "First Gentleman" van Argentinië. Beiden waren lid van de Perónistische partij, die nog steeds veel invloed heeft in het land. Kirchner zat niet stil en nam de leiding over van de Perónisten. Achter de schermen bleef hij volgens de geruchtenmolen rustig verder regeren.

Er gingen al geruchten de ronde dat Kirchner in 2011 terug voor de presidentiële sjerp zou gaan, om zijn vrouw op te volgen en het Kirchnertijdperk nog wat te verlengen, maar een hartfalen maakte een abrupt einde aan die ambitie.

Néstor Kirchner werd 60.

zaterdag 10 april 2010

Lech Kaczyński : De crash van de Poolse adelaar

97 doden. Dat is de voorlopige balans van de crash van een Poolse Tu-154. Het gebeurt helaas wel meer dat er een vliegtuig naar beneden dondert, maar op dit specifieke vliegtuig zat het grootste deel van de Poolse regering, die op weg was naar de herdenking van Katyn, waar in 1940 de massamoord op Poolse officieren plaatsvond. Polen is nu bijna politiek onthoofd. Slachtoffer nummer 1 is de Poolse president, Lech Kaczyński.
Samen met zijn identieke tweelingbroer Jarosław vormde hij in 2006-2007 een unieke tandem op het Europese politieke toneel. Waar Lech sinds 2005 de Poolse president was, diende vlak onder hem, als zijn eerste minister, zijn broer Jarosław. Los van de potentiële protocollaire problemen die een identieke tweeling als top van de Poolse regering met zich kon meebrengen - hou ze maar eens uit elkaar - ontpopten de twee broertjes zich voor het Europese establishment al snel als een soort van evil twins.
Vers vanonder de rode bot van de Sovjetunie, stapte Polen al snel mee in de Europese Unie. Maar dan kwam in 2005 Lech Kaczyński aan de macht en gingen de poppen al snel aan het dansen. De nieuwe president was op zijn zachtst gezegd een nationalist, die vurig overtuigd was van het Poolse gelijk. En de Polen vonden het geweldig. De rest van Europa zat met de handen in het haar.
Kaczyński was in 2002 burgemeester van Warschau geworden, een eerste stap naar het hoogste ambt. Daar liet hij al van zich horen door zich voor de doodstraf uit te spreken en blijk te geven van een extreem zwaar geval van homofobie. De jaarlijkse gay parade in de stad verbood hij gewoon, omdat het de "homoseksuele levensstijl" zou promoten. Het klonk bijna of heel Warschau homo zou worden. Tegendemonstraties gingen wel, zoals in 2005, met de "Parade van de Normaliteit". Kaczyński had ook een grondige hekel aan Duitsers (wat ergens wel terecht was, gezien het gezamenlijke verleden van de beide landen, maar onder Kaczyński liep het wel de spuigaten uit).
Als president wierp hij zich op als de Poolse De Gaulle en eiste hij een grondige hervorming van de republiek. Maar het was vooral op het buitenlandse toneel dat hij "schitterde" en het enfant terrible van de Unie werd. Al snel lag hij met Rusland in de clinch over aardgas, vlees en groenten. De Duitsers joeg hij tegen zich in het harnas door constant te verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog, zelfs al was die ondertussen al 60 jaar gedaan. Kaczyński dreigde zelfs om het grensverdrag met Duitsland te herzien.
Vanaf 2007 moest hij zijn politieke aartsrivaal Donald Tusk tolereren als eerste minister. Ook met hem ging de president geregeld de boksring in. Tot een dichte mist een einde maakte aan het leven van de president. Met hem stierven onder meer de chefstaf van het Poolse leger, de gouverneur van de centrale bank en de crème van de Poolse historici. Tusk barstte in tranen uit toen hij het nieuws hoorde.
Lech Kaczyński werd 60.

dinsdag 18 augustus 2009

Kim Dae-jung : The Sunshine Policy

De architect van de toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea is overleden. Kim Dae-jung werd - volgens de Zuid-Koreaanse presidentiële website - geboren op 6 januari 1924, maar hij zou die geboortdatum later veranderd hebben naar 3 december 1925 om zo niet opgeroepen te worden voor het leger in de koloniale periode, toen Japan het nog voor het zeggen had. Na de Tweede en de Koreaanse oorlog werd Zuid-Korea decennialang geregeerd door een hele resem militaire dictators. Kim besloot om in de politiek te gaan en maakte zijn eerste opgemerkte debuut in 1961 toen hij de toenmalige sterke leider Park Chung-hee bekritiseerde in het Parlement. Vanaf dan werd hij de spreekbuis van de democratische oppositie en in 1971 slaagde hij er net niet in om tot president te worden verkozen, met 46% van de stemmen. Een maand later overleefde hij de eerste van vijf aanslagen toen een vrachtwagen zijn auto van de weg ramde. Kim ontsnapte, maar hield er een mank been aan over. In 1973 werd hij ontvoerd door de Zuid-Koreaanse geheime dienst, die hem terug naar Seoel bracht. Blijkbaar was het alleen aan de interventie van de Amerikaanse ambassadeur te danken dat hij niet onmiddellijk tegen de muur werd gezet. In plaats daarvan kreeg hij huisarrest. Bij de dood van Park in 1979 werd hij door diens opvolger Chun Doo-hwan (weer een generaal) weer ter dood veroordeeld, maar, alweer dankzij de Amerikanen, werd dat omgezet in 20 jaar. In 1982 verliet hij Zuid-Korea voor de VS, maar drie jar later was hij weer terug, waar hij - ondertussen naar goede gewoonte - weer onder huisarrest werd gezet. In 1997 kwam dan zijn grote moment en werd hij tot president verkozen - de eerste vredige machtsovername van een regerende partij naar de oppositie sinds 1948. Hij bleef president tot 2003 en in die tijd redde hij Zuid-Korea van een economische crisis en, vooral, zorgde hij voor een détente met het stalinistische Noord-Korea, door een beleid van toenadering te volgen dat hij de 'Sunshine Policy' noemde. In 2000 leidde dit tot een historische ontmoeting met Kim Jong-il, waar hij datzelfde jaar nog de Nobelprijs voor kreeg. Volgens Kim Dae-jung zou dit zijn grootste prestatie blijven. Hij heeft blijkbaar indruk nagelaten, want de Noord-Koreaanse regering heeft al laten weten dat het een delegatie naar zijn begrafenis zal sturen. Kim Dae-jung werd 85; hij overleed aan hartfalen.

zaterdag 1 augustus 2009

Corazon Aquino : De eerste presidente van de Filippijnen

In 1986 riep Fernando Marcos zichzelf uit tot overwinnaar van de presidentsverkiezingen in de Filippijnen. Marcos was toen al 20 jaar lang de sterke man van de eilandenstaat, waar hij met ijzeren hand iedereen onder de plak hield. Op 21 augustus 1983 liet Marcos zijn tegenstander uit de oppositie Benigno Aquino Jr., vermoorden, die toen net terugkwam uit ballingschap in de Verenigde Staten. Aquino was nog maar een paar minuten op Filippijnse grond of hij werd nog op de tarmak neergeschoten. Maar de moord op Aquino Jr. zette een stroom gebeurtenissen in gang waarop Marcos niet gerekend had. Enkele dagen na de moord keerde Aquino's vrouw terug om de begrafenis te leiden. Maria Corazon Cujuangco Aquino was haar naam, en de vrouw die zichzelf omschreef als een "gewone huisvrouw" werd het middelpunt van een gigantische volksbeweging die Marcos aan de kant dreef en haarzelf triomfantelijk binnenhaalde als eerste vrouwelijke president van de Filippijnen. Aanvankelijk was ze niet echt happig op al die politieke belangstelling. Maar ze had de steun van de bevolking en de katholieke kerk, en bovenal het martelaarschap van haar man. Ze zou opkomen voor de verkiezingen zei ze, maar alleen als er een miljoen handtekeningen verzameld werden. Marcos zag alles van kwaad naar erger gaan en schreef in 1985 nieuwe verkiezingen uit. De handtekeningen werden gemakkelijk verzameld en de weduwe versloeg Marcos met gemak. Die riep zichzelf uit tot overwinnaar maar het was overduidelijk dat dat opgezet spel was en al snel liepen de straten rond met honderdduizenden Filippino's die een campagne voerden van burgerlijke ongehoorzaamheid en een boycot van winkels die door Marcos-sympathisanten werden uitgebaat. Toen ook het leger de kant van Corazon Aquino koos, was het met Marcos gedaan en vluchtte hij het land uit. De machtsovername werd later omgedoopt tot de People Power Revolution. Tot 1992 zou Aquino het land leidden en in die periode voerde ze belangrijke hervormingen door, werd ze Woman of the Year en overleefde ze een drietal coups van Marcos-sympathisers. Het gelukkigste moment van haar leven was toen ze de presidentiële fakkel vreedzaam kon doorgeven aan haar democratisch verkozen opvolger. Ze overleed aan kanker. Corazon Aquino werd 76.

maandag 8 juni 2009

Omar Bongo : De eeuwige president

Omar Bongo is gestorven. Bongo, geboren als Albert-Bernard Bongo, rees in de jaren '60 op het politieke toneel van het West-Afrikaanse Gabon, toen nog onder president Leon M'ba. In 1966 werd hij vice-president en toen M'ba eind november 1967 de pijp uitging (op natuurlijke wijze overigens, aan kanker) werd hij de maand daarop ingezworen als president. Een jaartje later, in 1968, voerde hij het éénpartijstelsel in, wat hem in 1973, 1979 en 1986 telkens een klinkende verkiezingsoverwinning opleverde. Het feit dat hij steeds de enige kandidaat was, hielp ook wel een beetje om zijn macht à l'aise te consolideren. In 1973 zag Bongo het licht en bekeerde hij zich tot de Islam. Voortaan heette hij Omar Bongo. In 2003 voegde hij er nog Ondimba aan toe, zodat hij voluit el-Hadj Omar Bongo Ondimba heette (met el-Hadj als eretitel omdat hij de bedevaart naar Mekka had voltooid). In 1990 besloot hij om de democratische toer op te gaan en voerde de president opnieuw het meerpartijenstelsel in. Toch werd hij steeds opnieuw verkozen. Volgens de geruchten kocht hij gewoon al zijn tegenstanders om. Dit was mogelijk omdat onder Bongo's regering (die het land een vrij stabiele periode van vrede had gebracht) Gabon een oliestaat werd. Het bracht geld in het laatje, maar daar stond dan weer tegenover dat de corruptie (nog) welig(er) tierde. Elf Aquitaine - nu Total - liet naar het schijnt een groot deel van zijn budget (ettelijke miljoenen euros per jaaar) in de zakken van Bongo verdwijnen om olie te mogen oppompen. In ieder geval, de heerschappij over Gabon legde Bongo geen windeieren. Hij bezat een uitgebreide collectie Rolls Royces en liet verscheidene monumenten en overheidsgebouwen naar zichzelf noemen. Zijn geboortedorp Lewai bijvoorbeeld werd omgedoopt in Bongoville. Hij trad ook verschillende keren op als bemiddelaar in Afrikaanse crisissen, zoals het vredesakkoord in Congo-Brazzaville, dat in 1999 de burgeroorlog beëindigde. Hij overleed aan een hartaanval tijdens een behandeling tegen kanker in Barcelona. Omar Bongo, zowat het langst regerende niet-koninklijke staatshoofd dat er nog rondliep, werd 73. Hij wordt waarschijnlijk opgevolgd door zijn zoon Ali-Ben Bongo Ondimba (geboren als Alain Bernard Bongo).

zaterdag 30 mei 2009

Jafaar Nimeiri : De Sudanese Kameleon

In 1969 namen vijf officieren in Sudan het bewind over. Onder hen Jaafar Muhammad al-Nimeiri, die daarna nog zestien jaar lang de plak zwaaide in het Noord-Afrikaanse land voor hij zelf werd omvergeworpen in een militaire coup in 1985. al-Nimeiri werd voorzitter van de Revolutionary Command Council en begon meteen met een zuivering van al zijn tegenstanders. In juli 1971 overleefde hij een staatsgreep van de communisten - die twee jaar daarvoor nog zijn bondgenoten waren. Zijn volgende triomf kwam in 1972 toen hij er in slaagde om een einde te maken aan de burgeroorlog tussen het islamitische noorden en het christelijk-animistische zuiden, die al sinds 1955 het land verdeelde. Zijn bewind werd meer en meer autoritair en hij kreeg de reputatie van een politieke kameleon, die er altijd in slaagde om zijn rivalen een hak te zetten en radicale maatregelen door te drukken als het nodig was. In 1983 maakte hij echter een cruciale fout door de sharia in te voeren in heel het land, inclusief het zuiden dus, waardoor de door hem in 1972 gestopte burgeroorlog weer in volle hevigheid oplaaide. Deze keer zou hij tot 2005 duren, met ongeveer 1,5 miljoen slachtoffers als resultaat, om van het smuilende conflict in Darfur nog maar te zwijgen. In 1985 was het de beurt aan al-Nimeiri om afgezet te worden, door een volksopstand onder leiding van generaal Sawar al-Dahab. al-Dahab voerde democratische verkiezingen in en Sadek al-Mahdi werd de nieuwe (verkozen) president. Die hield het maar vol tot in 1989, toen de huidige 'president' Omar al-Bashir het spel overnam. al-Nimeiri was ondertussen in ballingschap gegaan in Egypte. In 1999 keerde hij terug (op uitnodiging van al-Bashir) en hernam zijn oude gewoontes door zijn eigen politieke partij te stichten. Die kwam niet van de grond en werd opgeslokt door het politieke vehikel van al-Bashir. al-Nimeiri overleed aan een slepende ziekte. Hij werd 79. De door hem ingevoerde sharia is nog steeds van kracht.

zaterdag 23 mei 2009

Roh Moo-hyun : President van Zuid-Korea

Roh Moo-hyun heeft zelfmoord gepleegd. De Zuid-Koreaan was tussen 2003 en 2008 president van Zuid-Korea. Voor hij in de politiek stapte, was hij een mensenrechtenadvocaat. In zijn politieke carrière poogde hij het regionalisme van de Zuid-Koreaanse politiek te overstijgen, wat in 2003 beloond werd met zijn verkiezing tot president. Roh was zo dé vertegenwoordiger van de nieuwe 386-generatie in de Zuid-Koreaanse politiek: veteranen van studentenprotesten tegen het autoritaire regime van voorheen, die in hun dertiger jaren waren toen het woord in de mode kwam, in de jaren '80 de universiteiten bevolkten en in de jaren '60 geboren waren. Een groot deel van die 386'ers maakten dan ook deel uit van de kabinetten onder Roh. Over het algemeen was hun beleid assertief en nationalistisch tegenover de VS en Japan en zochten ze toenadering tot Noord-Korea. Ondanks aanvankelijke hoop, viel zijn regering ten prooi aan beschuldigingen van incompetentie, sociale onrust, persoonlijke vetes van de president met de media en - zoals te verwachten viel - diplomatieke spanningen met de VS en Japan. Hierdoor vielen ook veel van zijn grote politieke plannen in het water, zoals een monsterverbond met de oppositie en het verplaatsen van de hoofdstad. In 2009 werd hij genoemd in een omkoopschandaal, wat uiteindelijk leidde tot de ineenstorting van zijn Uri-Partij (en haar opvolger, de Democratische Partij); zijn gedoodverfde opvolger werd niet verkozen en het hele gebeuren markeerde ook nog eens de teloorgang van de 386-generatie. De vele beschuldigingen werden velen rondom hem teveel. Een hele serie zelfmoorden volgde, o.m. de voormalige secretaris van de premier, een burgemeester, een gouverneur en een voormalige baas van Hyundai. Roh Moo-hyun volgde hen door van een gebouw te springen. Bij zijn begrafenis kwam er honderdduizenden opdagen om hun respect te betuigen voor hun voormalige president. Roh werd 62.

dinsdag 31 maart 2009

Raúl Alfonsín : "La casa está en orden"

Raúl Alfonsín is niet meer. Alfonsín was de eerste democratisch verkozen president van Argentinië na de Perón-jaren en de 'Vuile Oorlog' van Argentinië. In die Vuile Oorlog, een vorm van een door de miliaire dictatuur ondersteunde terreur, 'verdwenen' er ongeveer 30.000 mensen - overigens met medeweten van de Amerikaanse president Ford en zijn minister van Buitenlandse Zaken Kissinger, zoals blijkt uit in 2002 door de CIA vrijgegeven documenten. Het déblacle van de Argentijnse invasie van de Falkland-eilanden (iets waartegen Alfonsín had geprotesteerd) zorgde ervoor dat de militaire junta moest opstappen. Na democratische verkiezingen werd Alfonsín verkozen tot president. Hij stond voor een moeilijke taak: Argentinië had een torenhoge schuld en hyperinflatie, er waren om de haverklap stakingen en het leger was uiteraard ontevreden omdat het de macht had moeten afstaan. Bijna vanaf het begin was het echter zijn bedoeling om de verantwoordelijken voor de dictatuur te berechten. Hij ging eerst bij het leger aankloppen, dat niet echt happig was, waarna hij maar naar de burgerlijke rechtbanken stapte. De daaruitvolgende rechtszaken duurden tot december 1985 en waren ongezien in Zuid-Amerika. Bijna alle buurlanden van Argentinië werden toen nog geregeerd door één of ander militair regime. In 1989 verzorgde hij ook de eerste democratische machtsoverdracht van de ene verkozen president naar de volgende. En passant had hij ook al een rebellenbeweging overtuigd om zich over te geven. Bij zijn terugkeer naar Buenos Aires kondigde hij zijn succes aan met 'La casa está en orden.' Vorig jaar kreeg hij nog een buste van zijn opvolgster Christina Kirchner in het presidentieel paleis. Of hij het nu graag had of niet, hij was nu eenmaal een symbool voor de democratie, rechtvaardigde ze het beeld. Alfonsín overleed uiteindelijk aan longkanker. Hij werd 82.

maandag 2 maart 2009

João Bernardo Vieira : 'Gods Geschenk' aan Guinee-Bissau

João Bernardo Vieira is niet meer. Vieira was de niet bepaald onomstreden president van Guinee-Bissau. Hij werd geboren in Bissau toen dat nog een Portugese kolonie was. Na een carrière als electricien sloot hij zich in 1960 aan bij de onafhankelijkheidsbeweging en steeg vrij snel in de rangen van het verzet, waar hij zijn bijnaam Nino opdeed. In 1974 werd Guinee-Bissau eindelijk onafhankelijk, maar de problemen waren niet echt van de baan. Integendeel. Door de jaren heen ontwikkelde het land zich als dé bananenrepubliek van West-Afrika, waarbij iedereen vrolijk staatsgrepen pleegde (of dat toch probeerde). Zo ook Vieira. In 1980 leidde hij een bloedeloze militaire coup en werd president. Veertien jaar later - ondertussen had Vieira al die tijd de grondwet rustig opzijgeschoven en een vijftal coups overleefd - overzag hij de eerste meerpartijenverkiezingen, die hij ook won. Vanaf 1998 kwam het land echter terecht in een burgeroorlog, en een jaar later moest Vieira er zelf aan geloven. Een staatsgreep door een militaire junta zorgde ervoor dat hij moest vluchten. De aanleiding? Hij had het hoofd van het leger ontslagen. Na ballingschap in Portugal dook hij in 2005 weer op en won opnieuw de presidentverkiezingen. Ook nu had hij weer zo zijn problemen. Ze begonnen in 2008 toen opstandige soldaten een aanval openden op Vieira's huis, dat ze bestookten met artillerievuur. De president overleefde het. In de vroege uurtjes van 2 maart 2009 had hij echter minder geluk. Hij werd weer maar eens aangevallen door opstandige soldaten en tijdens zijn vluchtpoging werd hij neergeschoten. De aanleiding? Het hoofd van het leger (déjà-vu), ook Vieira's bitterste rivaal, generaal Batista Tagme Na Waie, was enkele uren tevoren ontploft. De soldaten die Vieira afknalden, beweerden dat Vieira erachter zat, met alle gevolgen vandien. Vieira, die zichzelf altijd omschreef als 'Gods Geschenk' aan Guinee-Bissau (de meningen zijn verdeeld, maar bon), werd 69.

vrijdag 12 december 2008

Tassos Papadopoulos : De lastige president van Cyprus

Tassos Nikolaou Papadopoulos is van ons heengegaan. Papadopoulos was president van Grieks-Cyprus van 2003 tot 2008. Hij was het brein achter de intrede van het Griekse gedeelte van Cyprus in de Europese Unie in 2004, maar de mening over zijn politieke erfenis is nogal verdeeld. Het was immers Papadopoulos die zich met hand en tand verzette tegen het verenigingsplan van de Verenigde Naties voor het eiland dat sinds 1974 in een Grieks en een Turks stuk is verdeeld. Het grootste gedeelte van de Grieks-Cyprioten stemde uiteindelijk tegen hereniging. Hijzelf geloofde dat hij hiermee het eiland had gered van de Turkse dominantie. Zijn medestanders waren hiermee volledig akkoord en loofden hem als een sterk leider die het Hellenisme in Cyprus ondersteunde en zich tegen de internationale politieke druk kantte. Zijn critici deden hem af als een fervent nationalist die de beste kans sinds jaren om Cyprus weer één te maken, had verkwanseld. Papadopoulos, een stevig verstokte roker, werd 74. Hij overleed aan longkanker.

zondag 2 november 2008

Ahmed al-Mirghani : Ex-president van Soedan

In 1986 werd (Elsayid) Ahmed al-Mirghani verkozen tot president van Soedan. Dat waren ineens ook de laatste nationale verkiezingen met meerdere partijen. Drie jaar later werd al-Mirghani namelijk buitengewerkt door de huidige president - toen kolonel, Omar al-Bashir, in een militaire coup. al-Mirghani behoorde tot één van de prominentste families van Soedan en had voor zijn presidentschap al gediend als ambassadeur in Caïro en voorzitter van de Soedanese Islamitische bank. In 1988 slaagde hij erin om een vredesakkoord te sluiten met John Garang, de leider van een opstand in het zuiden. Vanaf 1989 leefde hij in Egypte, waar hij uiteindelijk ook overleed. De laatste verkozen president van Soedan werd 67. Bij zijn begrafenis in Khartoum (zijn lichaam werd teruggevlogen naar Soedan), kwam ook al-Bashir zijn respect betuigen...

dinsdag 19 augustus 2008

Levy Mwanawasa : President van Zambia

Levy Patrick Mwanawasa is overleden. De Zambiaan was van 2002 tot zijn dood president van Zambia. In Europa en de rest van de wereld was hij vooral bekend voor zijn kritiek op zijn presidentiële collega Mugabe, die nog steeds de plak zwaait in Zimbabwe; in 2007 vergeleek hij de crisis aldaar met het zinken van de Titanic. In Zambia zelf herinneren de inwoners zich vooral hoe hij zijn voorganger, Frederick Chiluba, aanpakte. Enkele maanden na zijn verkiezing nam hij Chiluba's immuniteit af en vervolgde hem voor corruptie (Chiluba zou een slordige $40 miljoen in zijn zak gestopt hebben). De internationale gemeenschap loofde hem voor zijn strijd tegen de corruptie en zijn economische politiek. Zijn critici beschuldigden hem echter van het vervolgens van politieke rivalen, net onder het mom van anti-corruptie, en beweerden dat zijn economische bloei vooral veel te danken had aan de prijs van koper die door het dak vloog; koper is Zambia's voornaamste exportproduct. Mwanawasa overleed in een ziekenhuis in Frankrijk, 59, aan de gevolgen van een beroerte.

zaterdag 7 juni 2008

Joseph Kabui : De eerste president van Bougainville

Joseph C. Kabui is gestorven. Kabui was een bevelhebber in het Revolutionair Leger van Bougainville in de jaren '90, toen er in Bougainville, toen nog deel van Papua-Nieuw-Guinea, dat streed voor afscheiding van het eilandenrijk. Die oorlog begon in 1989 als een uit de hand gelopen dispuut tussen plaatselijke bewoners en een mijnbouwbedrijf over vermeende milieuschade. In 2001 sloten beide partijen onder auspiciën van de Verenigde Naties een overeenkomst waarbij Bougainville een grotere autonomie werd toegekend en waardoor er binnen 10 à 15 jaar een referendum over onafhankelijk zou worden georganiseerd. In de eerste verkiezingen in juni 2005 werd hij tot eerste president van de Autonome Regio Bougainville verkozen, met 38.000 van de 69.385 stemmen. Meteen daarop kende hij het Canadese bedrijf Invincible Resources rechten toe over 70% van de minerale rijkdommen van Bougainville. Kabui werd slechts 54; hij overleed aan een hartaanval.

zaterdag 12 april 2008

Paddy Hillery: Iers president tegen wil en dank

Patrick 'Paddy' Hillery, een voormalig president van Ierland is op 84-jarige leeftijd overleden. Hillery was een vooraanstaand politicus van de grootste Ierse partij Fianna Fáil (gaelic voor Soldaten van het lot).

Paddy Hillery was president van het eiland van 1976 tot 1990. Daarvoor had hij al wat ervaring opgedaan in de Ierse nationale politiek als minister van Industrie en Handel (1965 tot 1966) en daarna als minister van Buitenlandse Zaken. In die functie loodste hij Ierland de EEG binnen in 1973. Hij was meteen ook de eerste eurocommissaris van zijn land.

Weetje: toen hij verkozen werd tot president, had hij geen tegenkandidaat, zo werd hij - naar het schijnt - enigzins tegen zijn zin president.

zaterdag 23 februari 2008

Janez Drnovšek

Janez Drnovšek is overleden, de man die Slovenië mee onafhankelijk hielp maken en het later in de Europese Unie loodste. Hij was achtereenvolgens voorzitter van het Collectief Presidentschap van Joegoslavië (voor het uiteenviel, 1989-1990), eerste minister van het pas onafhankelijk geworden Slovenië (1992-2000 en 2000-2002) en uiteindelijk president van het kersverse Balkanland (2002-2007). De laatste acht jaar van zijn leven leed hij aan kanker; in 1999 had hij al een nier laten weghalen. Hij veranderde zijn levenstijl, werd vegetariër en schreef enkele boeken over spiritualiteit, die vlotjes verkochten in Slovenië. Drnovšek werd 57.

zondag 27 januari 2008

Suharto : De Nieuwe Orde van Indonesië

Vandaag is Suharto overleden, de voormalige tweede president van Indonesië, die het land 30 jaar lang met ijzeren vuist regeerde, van 1967 tot 1998. Hij greep de macht over van zijn voorganger Sukarno en bouwde de volgende drie decennia zijn Orde Baru uit, de Nieuwe Orde, gekenmerkt door een sterke centrale regering, geschoeid op militaire leest.
De zelfverklaarde 'Vader van de Ontwikkeling' viel in 1975 Oost-Timor binnen, wat na vijf jaar ongeveer 200.000 dode Oost-Timorezen opleverde. Suharto stond aan de top van 's wereld all-time corruption table in 2004. De economische crisis van de jaren '90 dwong hem uiteindelijk om ontslag te nemen in 1998. De controversiële Suharto werd 86.