In 1956 werd Forbidden Planet op de mensheid losgelaten. De science-fictionfilm werd al snel een cultklassieker. De plot was gebaseerd op Shakespeare's The Tempest en was baanbrekend voor zijn tijd. Forbidden Planet was de eerste film waarvan de soundtrack volledig uit elektronische muziek bestond en liet de wereld kennis maken met "Robby the Robot" - één van de eerste robots uit de filmgeschiedenis die meer was dan een omhooggevallen conserveblik zonder persoonlijkheid. Vorig jaar moest de hoofdrolspeler Leslie Nielsen er al aan geloven, dit jaar is het de beurt aan zijn tegenspeelster, Anne Francis. De Amerikaanse actrice speelde de rol van Altaira Morbius, de dochter van Dr. Morbius, die op de planeet Altair IV woonde. Leslie Nielsen was Commander John J. Adams, die op Altair IV terechtkwam om uit te pluizen wat er twintig jaar eerder gebeurd was met een groep kolonisten. De invloed van de film kan moeilijk onderschat worden. Gene Roddenberry, de geestelijke vader van Star Trek, gaf in zijn biografie toe dat hij zijn inspiratie uit Forbidden Planet had geput. De Dr. Who-serial Planet of Evil haalde zijn mosterd ook bij de cultklassieker. Ondertussen is er zelfs al een remake in de maak. Anne Francis zelf werd nog eens vereeuwigd in het lied Science Fiction/Double Feature uit de Rocky Horror Picture Show, waar ze voorkomt in de regel "Anne Francis stars in Forbidden Planet". Francis was ook de eerste vrouw die haar eigen detectivereeks kreeg, als Honey West. Daarna verscheen ze nog geregeld in enkele tv-series als The Twilight Zone, The Man from U.N.C.L.E., Dallas en Murder She Wrote. Ze overleed op 80-jarige leeftijd aan pancreaskanker.
De Amerikaanse zanger-saxofonist en cultfiguur Captain Beefheart is op 69-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van multiple sclerose. Geboren als Don Van Vliet, zoon van eigenaars van een tankstation, en opgegroeid in een buitenwijk van Los Angeles, leerde hij op school zijn medescholier Frank Zappa kennen. Beiden hadden een passie voor rhythm & blues en ze raakten bevriend. Zappa was degene die voor Van Vliet de stage name Captain Beefheart bedacht. In latere jaren zou Captain Beefheart ook meespelen op enkele platen van Frank Zappa & The Mothers of Invention. Met zijn begeleidingsband The Magic Band bracht 'The Captain' in 1967 zijn debuutplaat Safe As Milk uit. Zijn muziek bouwde verder op blues en jazz maar gaf er een chaotische, avantgardistische en vlakweg dissonante wending aan. Zijn teksten behoren tot de meest surrealistische lyriek uit de hele popgeschiedenis. Toen zijn platenlabel hoorde hoe onbeluisterbaar het afgewerkte album was, zette het The Captain meteen aan de deur, het zou de eerste keer in een lange reeks zijn dat hij op zoek mocht naar een nieuwe platenfirma. Ook met zijn muzikanten had hij steeds een gespannen verhouding. The Magic Band veranderde in de loop der jaren dan ook ontelbare keren van samenstelling.
Zijn magnum opus is zonder twijfel Trout Mask Replica (1969). De coverhoes van de plaat (foto rechts) -waar The Captain op prijkt als een kruising tussen een goochelaar en Admiral Ackbar- laat al aanvoelen dat we hier met een surrealistisch hoogstandje te maken hebben. Niet voor niets staat de plaat ook wel bekend als 'the strangest album ever sold'. Deze dubbelelpee bestaande uit 28 nummers zou hij in éénenkele sessie van 8 uur geschreven hebben aan de piano, een instrument dat hij niet eens kon spelen. De opnamesessies van Trout Mask Replica zijn ronduit legendarisch, men zou er hele boeken over kunnen schrijven. The Captain sloot zijn muzikanten gedurende 8 maanden op in een klein huurhuis waar ze niet uit mochten en elke dag gedurende 14 uur of meer moesten repeteren. Als een ware dictator ging hij tekeer tegenover zijn bandleden waarbij hij er soms één uitpikte die hij dagen aan een stuk liep uit te schelden tot ze waren verworden tot een huilend brokje ellende. Ze hadden bijna geen geld, moesten maanden aan een stuk overleven met één blikje bonen per dag en zagen er na verloop van tijd allemaal uit als kadavers. Ook gebruikte The Captain hypnose om hen zover te krijgen dat ze de muziek exact brachten zoals ze in zijn hoofd had geklonken. Het had veel weg van een commune met Captain Beefheart als de secteleider met een hoge Charles Manson-factor.
Uiteindelijk kreeg The Captain dan toch onderdak bij een groot platenlabel toen hij tekende bij Virgin waarop hij zijn laatste 5 platen uitbracht. Voor vele van zijn rabiate fans was hij op deze platen al te 'conventioneel' geworden. Ondertussen was hij al enige tijd vrij intens bezig met schilderen. Begin jaren '80 raadde zijn galeriehouder Michael Werner hem ten stelligste aan om te stoppen met muziek maken indien hij als beeldend kunstenaar 'serieus' wou worden genomen, anders zou hij steeds als een muzikant die ook nog wat schildert geboekstaafd blijven. En The Captain volgde die raad blindelings op. Of hoe er in de meest non-conformistische l'art-pour-l'art bohémien toch een naar erkenning en waardering hunkerende bourgeois kan schuilgaan. Zijn afscheid van de muziek was definitief. Ice Cream For Crow (1982) was zijn laatste album. Met zijn schilderwerk scheerde hij nooit echt hoge toppen zodat het angstbeeld van Werner toch bewaarheid werd en Captain Beefheart vooral met zijn muziek de eeuwigheid zal ingaan.
Captain Beefheart is een figuur die ook na zijn dood ontzettend tegengestelde meningen blijft oproepen. Voor de enen is hij een opgehypete LSD-junkie die atonale zever brengt, voor de anderen is hij één van de grootste genieën uit de naoorlogse muziekgeschiedenis. In ieder geval valt zijn invloed op generaties latere muzikanten en groepen bijna niet te overschatten, vooral in de punk en de new wave, maar ook vele hedendaagse alternatieve rockgroepen blijven door hem geïnspireerd geraken.
Hieronder het nummer Ella Guru, één van de meer toegankelijke nummers uit Trout Mask Replica.
In 1956 verscheen één van de beste films in zijn genre op het witte doek: Invasion of the Body Snatchers. Het verhaal was simpel: een plantachtig ras uit de ruimte, de Pod People, vervangt langzaam maar zeker de mensheid door perfecte kopieën. De film was een overweldigend succes en werd later nog eens drie keer hermaakt, maar de eerste versie blijft volgens de critici nog steeds de beste. En de hoofdacteur daarin is gestorven. De Amerikaan Kevin McCarthy speelde de rol van Miles Bennell, de lokale dokter in het boerengat Santa Mira. Daar krijgt hij al snel last van personen die klagen dat hun familie niet meer dezelfden zijn. Bennells ex-lief Becky Driscoll heeft dezelfde klachten over haar oom. Al snel ontdekken ze dat de wereld wordt overgenomen door de Pod People. Ze proberen te ontsnappen en iedereen te waarschuwen, maar Driscoll wordt zelf het slachtoffer van de Body Snatchers. In de finale wordt Bennell achtervolgd door de Snatchers, komt hij langs een snelweg terecht en probeert hij de passerende auto's tegen te houden en te waarschuwen voor het gevaar. Hij wendt zich plots rechtstreeks tot de camera (in 1956 was dat allemaal nog zeer nieuw) en schreeuwt "They're here already! You're next! You're next!". Invasion of the Body Snatchers was zijn beroemdste film. Daarnaast draafde McCarthy nog op in films als Death of a Salesman (1951), de remake van Body Snatchers uit 1978 en Piranha (1978). In 2007 speelde hij mee met Anthony Hopkins in Slipstream. McCarthy vertolkte zichzelf en de film zit vol met referenties naar de cultklassieker uit 1956. Zijn laatste optreden was in Wesley (2009). Kevin McCarthy werd 96.
En hier de trailer van Invasion of the Body Snatchers:
De Duitse acteur Frank Giering is op 38-jarige leeftijd overleden. Giering zal voor eeuwig herinnerd worden voor zijn hoofdrol als Peter, één van de twee psychopatische (maar uiterst beleefde) jongemannen in Funny Games van de beroemde Oostenrijkse regisseur Michael Haneke uit 1997. Peter en zijn partner in crime Paul gijzelden in deze prent gedurende enkele dagen een doorsnee gezin in een vakantiehuis en speelden er allerlei sadistische spelletjes mee om hen uiteindelijk stuk voor stuk te vermoorden. Funny Games was een geniale en shockerende psychologische thriller die al gauw wereldwijd een enorme culthit werd. In 2008 mocht Haneke zelfs een Amerikaanse remake van de film maken met een reeks bekende Hollywoodacteurs in de cast. Alle liefhebbers van Haneke's werk zijn het er echter over eens dat het origineel ver superieur bleef, zelfs al was de Hollywoodversie een shot-for-shot remake. In zijn latere acteercarrière speelde Giering vooral rollen in Duitse politieseries. Zo verscheen hij onder andere in monumenten als Tatort, Ein Fall für Zwei en Der Alte. In de ZDF-hitserie Der Kriminalist speelde hij sedert 2006 tot zijn dood zelfs de hoofdrol van Kriminalkommissar Henry Weber. Frank Giering sukkelde gedurende zijn leven meermaals met drankzucht en zelfvertwijfeling, en hij getuigde hier ook openlijk over. Geboren in Magdeburg in 1971 sprak hij over zichzelf als een reliek van het communistische Oost-Duitsland die nooit heeft kunnen aarden in de moderne wereld van na de éénmaking. Zijn doodsoorzaak wordt nog onderzocht.
Paul Naschy heeft ons verlaten. De Spanjaard was één van de belangrijkste figuren uit de horrorfilms van de voorbije decennia. Hij werd vooral beroemd door zijn veelvuldige vertolkingen van allerhande monsters in een hele resem B-culthorrorfilms. Een bultenaar, een mummie, Graaf Dracula, Fu Manchu, ze werden allemaal door Naschy onder handen genomen.
De carrière van Jacinto Álvarez Molina - Naschy's echte naam - begon vanaf eind jaren '60. Naast acteren hield hij zich ook bezig met regisseren het schrijven van scenario's en zo kwam Naschy op zijn beroemdste karakter: de weerwolf Waldemar Daninsky. Twaalf keer kroop hij in de huid van de wolfman. Zelfs zijn legendarische voorganger Lon Chaney, de Amerikaanse Man with a Thousand Faces, deed het hem maar 7 keer na. Niet voor niets werd Naschy de Spaanse Chaney genoemd.
Eind jaren '60 en in de jaren '70 waren de budgetten voor de horrorfilms natuurlijk niet zo spectaculair als nu soms, met alle gevolgen vandien.
De ene keer is er bijvoorbeeld de schaduw van de overijverige cameraman als de weerwolf worstelt met de Verschrikkelijke Sneeuwman. Jawel, u leest het goed, de Verschrikkelijke Sneeuwman (in La Maldcion de la Bestia! uit 1975). Andere tegenstanders van Naschy in zijn Hombre Lobo-films (zoals de reeks noemt) zijn onder meer de vrouwelijke vampieren (La Noche de Walpurgis! uit 1970), Dr. Jekyll (Dr. Jekyll y el Hombre Lobo! uit 1971) en een magisch zwaard (!). Die laatste had de klinkende titel La Bestia y la Espada Magica! (1983).
De weerwolf zelf was ook onovertroffen: Naschy liep volledig in het zwart gekleed met een donzige trui, handschoenen met wat plukken op en overmaatse snijtanden in een geniaal, overbehaard carnavalsmasker. Weerwolffilms buiten de Hombre lobo-reeks waren dan weer de prachtig getitelde Buenas Noches, Señor Monstruo! (1982), El Aullido del Diablo (1987) en Um Lobisomem na Amazônia! (Een weerwolf in Amazonia! uit 2005). Alles werd er nog beter op doordat zijn films ook nog eens gedubt werden dat het een lieve lust was. Ik geef u de titels van enkele Engelstalige releases: Orgy of the Dead (1972), House of Psychotic Women (1973), Kilma, Queen of the Jungle (1975) en Lots of Blood (2000).
Het leverde, zoals te verwachten valt, schitterende, ongeëvenaarde cinema op. Koning Juan Carlos van Spanje gaf hem in 2001 nog de Gold Medal Award for Fine arts, ter ere van zijn bijdrage aan de Spaanse filmindustrie. Helaas voor ons overleed Paul Naschy op 1 december aan pancreaskanker.
En hier een pareltje uit het oeuvre van wijlen Paul Naschy, de Engelstalige trailer van La Noche de Walpurgis (1971), uitgebracht als Werewolf Shadow, of Werewolf vs. the Vampire Woman:
en uiteraard haalde Paul Naschy de allereerste tv-aflevering van De Nacht van de Wansmaak, de Filmnight Special. De commentaar van Jan Verheyen zegt in dit geval genoeg (let op de cameraman!). Geniet ervan!:
Dopo tutto anche tu che dovrei sentire nemico e che perdono. Sei soltanto un uomo che cerca di capire e di non capire nessuno. La tua generosità è falsa come la mia. Nessuno di noi è talmente buono da far sortir miracoli dai versi. Nessuno di noi è talmente puro da dimenticarli per sempre.
APRES TOUT MEME TOI
Après tout même toi que je devrais sentir ennemi et que je pardonne. Tu es seulement un homme qui essaie de comprendre et de ne comprendre personne. Ta générosité est aussi fausse que la mienne. Aucun de nous n’est assez bon pour faire sortir les miracles des vers. Aucun de nous n’est assez pur pour les oublier à jamais.
(uit Alda Merini, Dopo tutto anche tu, 2004. Franse vertaling door Patricia Dao.)
De Italiaanse dichteres en cultfiguur Alda Merini is op 78-jarige leeftijd gestorven aan de gevolgen van botkanker. Merini, tot op het moment van haar overlijden beschouwd als de grootste nog levende Italiaanse dichteres, werd geboren op 21 maart 1931 te Milaan. In 1953 debuteerde ze met de bundel La presenza di Orfeo. Al snel werd ze omarmd door het Italiaanse literaire establishment en raakte ze bevriend met onder andere de grote dichter Salvatore Quasimodo en de schrijver-regisseur Pier Paolo Pasolini, die haar de bijnaam 'la ragazzaccio milanese' ('het kleine Milanese meisje') bezorgde. De hoop en liefde waarvan haar vroege poëzie vervuld was maakt gaandeweg plaats voor Angst wanneer de dichteres steeds meer gebukt gaat onder zenuwinzinkingen en zware depressies. In 1965 wordt Merini hiervoor geïnterneerd in een psychiatrische kliniek waar zij 15 jaar zal verblijven. Gedurende al die jaren schrijft ze niks meer.
Na haar ontslag uit de instelling begint ze in de jaren '80 weer te schrijven en in 1984 maakt ze haar comeback met de hoog aangeschreven bundel La Terra Santa. De volgende decennia ziet een indrukwekkend poëtisch oeuvre het levenslicht. Haar geestesziekte raakt ze nooit echt kwijt en zal haar gedurende haar verdere leven regelmatig blijven teisteren. De laatste jaren dicteerde ze haar gedichten over de telefoon aan vrienden. Haar poëzie is in vele talen vertaald, waaronder het Frans en het Engels. Alda Merini, vergezeld van haar eeuwige sigaret, was in Italië een heuse cultfiguur die er allesbehalve vies van was om bij tijd en stond te choqueren. Zo bijvoorbeeld bracht de Italiaanse groep Altera in 2001 het album Canto di Spine uit waarbij ze de grootste Italiaanse dichters van de 20ste eeuw (Quasimodo, Levi, Pavese, Pasolini, Merini,... ) op muziek zetten. De toen 70-jarige Merini deinsde er niet voor terug om op rembrandtiaanse wijze te poseren voor de albumcover (zie foto links). Niet bepaald uw doordeweekse Italiaanse 'mamma' met andere woorden. Alda Merini werd na haar overlijden al door president Giorgio Napolitano geprezen als één van 's lands grootste literaire monumenten. Nobelprijswinnaar Dario Fo verklaarde dat zij die onderscheiding evenzeer als hijzelf zou verdiend hebben.
Als uitsmijter nog een gedicht:
LA MIA POESIA E ALACRE COME IL FUOCO
La mia poesia è alacre come il fuoco, trascorre tra le mie dita come un rosario. Non prego perché sono un poeta della sventura che tace, a volte, le doglie di un parto dentro le ore, sono il poeta che grida e che gioca con le sue grida, sono il poeta che canta e non trova parole, sono la paglia arida sopra cui batte il suono, sono la ninnanànna che fa piangere i figli, sono la vanagloria che si lascia cadere, il manto di metallo di una lunga preghiera del passato cordoglio che non vede la luce.
MA POESIE EST VIVE COMME LE FEU
Ma poésie est vive comme le feu, elle glisse entre mes doigts comme un rosaire. Je ne prie pas, car je suis un poète de la disgrâce qui tait parfois le travail d’une naissance d’entre les heures, je suis le poète qui crie et joue avec ses cris, je suis le poète qui chante et ne trouve pas ses mots, je suis la paille sèche où vient battre le son, je suis la berceuse qui fait pleurer les enfants, je suis la vanité qui se laisse chuter, le manteau de métal d’une longue prière d’un vieux deuil du passé et qui est sans lumière.
(uit Alda Merini, La volpe e il sipario, 1997. Franse vertaling door Martin Rueff.)
De Amerikaanse auteur, zanger en cultfiguur Jim Carroll is op 60-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Carroll kreeg in 1963 een beurs om te gaan studeren aan de Trinity High School, een elitaire privé-school in New York. Hij was een getalenteerd basketbalspeler die gedurende zijn middelbare schooltijd deelnam aan de nationale jongerencompetitie en voor wie een grote toekomst in het basketbal leek weggelegd. Hij was in die periode echter ook verslaafd geraakt aan heroïne en om die dure verslaving te kunnen bekostigen was hij sedert zijn 13de begonnen met zich te prostitueren. Op 17-jarige leeftijd reeds debuteerde hij als dichter met de bundel Organic Trains. In de loop der jaren zouden nog een reeks bundels volgen. Zijn gedichten werden lovend ontvangen en hij werd in de armen gesloten door de beat poets Jack Kerouac en Allen Ginsberg. Omstreeks 1970 had ook Andy Warhol hem opgemerkt en kon hij als één van de vele Warhol-protégés beginnen in The Factory alwaar hij vooral scenario's schreef voor de films van de beroemde pop artist.
In 1978 publiceerde Carroll zijn autobiografische roman The Basketball Diaries, een bewerking van het dagboek dat hij tussen zijn 12de en 16de had bijgehouden en waarin hij verslag doet van zijn leven als heroïne-verslaafde tienerprostituée gepassionneerd door basketbal en poëzie. De roman vond een enorme weerklank en groeide uit tot een heus cultboek. In 1995 verscheen de uitstekende verfilming van het boek, eveneens The Basketball Diaries getiteld, met een jonge Leonardo DiCaprio in de hoofdrol van Jim Carroll.
Op aanraden van zijn goede vriendin Patti Smith richtte Carroll in 1978 de punkgroep The Jim Carroll Band op waarin hijzelf de rol van zanger/tekstdichter opnam. Hun debuutplaat Catholic Boy (1980) was een underground succes. De bijhorende single 'People Who Died' werd zelfs gebruikt in de soundtrack van E.T. en gecovered door John Cale. Nog enkele platen volgden in de jaren daarop, maar uiteindelijk zou Carroll zich toch weer meer gaan toeleggen op de literatuur. Op het ogenblik van zijn hartaanval zat hij aan zijn bureau te werken aan een nieuw boek.
Hieronder de videoclip van 'People Who Died' door The Jim Carroll Band (met enkele beelden uit de film The Basketball Diaries ertussen gezet).
Een fragment uit de film Poetry In Motion waarin Jim Carroll voordraagt uit zijn bundel The Book of Nods (tot 3:30, daarna is het Charles Bukowski) :
En tot slot een fragment uit de film met DiCaprio waarin Carroll geld wilt lenen van zijn moeder:
De legendarische David Carradine is verhangen teruggevonden in een hotelsuite in Bangkok. De Amerikaanse acteur werd wereldberoemd in de jaren '70, kende vervolgens een dipje waar hij in de jaren '90 terug uitkroop, om dan weer vergeten te worden en tenslotte enkele jaren geleden weer magistraal terug te keren. Tussen 1972 en 1975 maakte hij zijn naam in de martial arts-serie Kung Fu. Daarin speelde hij Kwai Chang Caine, eenShaolin-monnik die, op zoek naar zijn broer, in het Westen beland was. Kung Fu zorgde voor een hype van Oosterse gevechtsporten en dito filosofie. Carradine, die voor hij de hoofdrol op zich nam bijna niets wist van shaolin kung fu, werd zelf een fervent beoefenaar. Naast en na Kung Fu was hij ook filmacteur en was hij op het witte doek te bewonderen in meer dan 100 films, onder meer Boxcar Bertha (1972) van Martin Scorcese en zelfs in The Serpent's Egg (1977) van de Zweedse grootmeester Ingmar Bergmann. Helaas is het merendeel van zijn films in de vergeetput van de cinema terechtgekomen. De appel viel in dit geval echt niet ver van de boom: vader John speelde in meer dan 300 (!) films, het merendeel horrorfilms van het goedkopere genre. Ook zijn broers, Bruce, Keith en Robert zijn allemaal acteurs. Na het succes van Kung Fu was het wat stil rond Carradine, voor hij in de jaren '90 terugkeerde als de oudere Caine in Kung Fu: The Legend Continues (1993-1997). Zijn ultieme heropleving gebeurde dankzij dé recyclagespecialist van vergeten filmiconen, Quentin Tarantino. Die liet hem in zijn tweeluik Kill Bill opdraven als de spilfiguur van zijn epos. Carradine was weer helemaal terug; hij ging er zelf van uit dat hij nog met gemak tot zijn tachtigste door kon gaan. Helaas voor hem (en voor ons) werd Carradine in de kast van zijn hotelsuite teruggevonden, opgehangen aan een gordijnkoord. De Bangkok Post leverde andere, pittigere details: het was geen gordijnkoord maar een schoenveter rond zijn nek, die bovendien ook nog eens vastzat aan 's mans fluit. Zijn handen waren ook samengebonden. Een ongelukje bij een seksspelletje, zo luidt het daar. David Carradine werd 72.
En hier één van David Carradine's minder bekende films, de trailer van Deathrace 2000 (1975):
Shih Kien is niet meer. De Chinese acteur was dé belichaming van de wuxia films van Hong Kong. De wuxia is een Chinees fictiegenre dat zich vooral toelegt op martial arts in een antiek Chinees kader. Shih Kien verwierf zijn faam door altijd op het witte doek te verschijnen als de boosaardige schurk van dienst. Dit deed hij zo vaak dat zijn naam in Hong Kong zelfs synoniem werd voor de kwade daden van zijn filmrollen, ondanks het feit dat het de door hem gespeelde filmkarakters waren die al die foute rommel begingen. Als er bij u nu geen belletje rinkelt bij de naam Shih Kien: in onze contreien is de man bekend als Han, dé slechterik van Enter The Dragon (1973) met één hand (dat gebrek wordt in de film mooi opgelost door Han uit te rusten met een uitgebreid arsenaal aan puntige kunsthanden), waar Shih Kien het in de finale opneemt tegen Bruce Lee in de spiegelkamer. Shih Kien gold ook als één van de oudste acteurs die er nog in China rondliepen. Op zijn negentigste was hij nog te zien in de documentaire Chop Socky: Cinema Hong Kong. Hij overleed aan nierfalen in Hong Kong. Shih Kien werd 96.
U kent al de gewone western, ongetwijfeld is ook de spaghetti-western u bekend, maar onlangs is ook dé ster van de curry-western overleden. De curry-western was en is de Indische Bollywood-versie van het gevierde genre. En wat iemand als Clint Eastwood of Lee Van Cleef voor het Westen waren, dat was Feroz Khan voor het Indische subcontinent. Hij begon met acteren in de jaren '60 en beleefde zijn hoogdagen in de jaren '70 en '80, toen hij ook nog eens ging regisseren. Die laatste stap ondernam hij omdat hij niet tevreden was met wat de Indische filmindustrie hem te bieden had. In de jaren '60 dook hij op in een hele resem low budgetfilms en zelfs een Hollywoodprent als Tarzan goes to India (1962), maar het filmlandschap stak hem tegen en vanaf 1972 stond hij ook zelf achter de camera. Na zijn debuut met Apradh (1972) maakte hij een Bollywood-remake van The Godfather, Dharmatma (1975). Na het succes van verdeelde hij de rest van zijn tijd deels met acteren in curry-westerns en het regisseren van de ene kaskraker na de andere. Feroz Khan kreeg al gauw de bijnaam Clint Eastwood van Bollywood. Steeds weer speelde hij de ruige held met een sigaar tussen zijn lippen die gezwind over het witte doek wandelde en zo een totaal nieuwe actieheld introduceerde in zijn thuisland. Zijn toppunt als regisseur beleefde hij met Qurbani (1980). Die film was in vele opzichten baanbrekend, niet in het minst omdat Feroz zich voor de sountrack wendde tot de Anglo-Indische Biddu, die in het Westen toen hits scoorde met Kung Fu Fighting en I Love to Love, iets wat tot dan ongekend was in Bollywood. Zijn laatste optreden was in 2007, toen hij opdaagde in Welcome. In datzelfde werd er kanker bij hem ontdekt, wat hem uiteindelijk ook de das zou omdoen. Feroz Khan werd 69.
Om u een idee te geven van wat Feroz Khan zoal deed, hier is hij in zijn Godfather-remake Dharmatma (in volle zangactie, iets dat vrij populair was en is in Bollywood):
Alle coole mensen hebben tegenwoordig een Twitter-account en nu kunnen deze fijne mensen daarmee ook De Dodenwake volgen! Surf snel naar De Dodenwake-Twitterpagina!
Libera me, Domine, de morte æterna, in die illa tremenda, quando coeli movendi sunt et terra, dum veneris iudicare sæculum per ignem. Tremens factus sum ego et timeo, dum discussio venerit atque ventura ira. Dies illa, dies iræ, calamitatis, et miseriæ, dies magna et amara valde. Requiem æternam dona eis, Domine, et lux perpetua luceat eis.