Posts tonen met het label schrijver. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijver. Alle posts tonen

dinsdag 9 november 2010

Harry Mulisch : 'Nu ben ik in de hemel'


'Nu ben ik in de hemel.' Zo reageerde Harry Mulisch in 2006 op het bericht dat er een planetoïde naar hem vernoemd was - de 10251 Mulisch. Hij voelde zich gevleid, omdat hemellichamen, in tegenstelling tot Nobelprijswinnaars, nooit vergeten worden. Het zou niet de laatste straffe uitspraak zijn van Mulisch en het bezorgde hem in ieder geval geen extra fans. Maar hoe je het ook bekijkt, om Mulisch kan je nu eenmaal niet heen. Alleen al het feit dat hij de meest vertaalde schrijver uit de Nederlandstalige literatuur is, spreekt boekdelen. Naast Chinees, Duits, Engels en Frans kan je hem ook lezen in het Afrikaans, Ijslands, Esperanto en het Albanees - niet onmiddellijk voor de hand liggende talen. Zijn belangrijkste werk, De ontdekking van de hemel, werd in 2007 nog verkozen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. In 2001 was het boek al verfilmd door Jeroen Krabbé als The discovery of heaven.

"Ik heb de oorlog niet zozeer 'meegemaakt', ik ben de Tweede Wereldoorlog." Weer een staaltje van bescheidenheid (we verwachten ook niet anders), maar er zat wel een kern van waarheid in. Zijn grootmoeder en overgrootmoeder van moederskant kwamen in concentratiekampen terecht, zijn moeder was een joodse en zijn vader was een collaborateur. Niet echt een alledaagse situatie, die zijn sporen naliet op zijn oeuvre.

Hoewel hij ook toneelstukken en poëzie schreef, werd hij vooral bekend door zijn romans. Zijn bekendste werken waren Twee Vrouwen, De Aanslag, De ontdekking van de hemel en zijn laatste roman Siegfried. Altijd kwam ergens wel de Tweede Wereldoorlog terug.

Vanaf de jaren '70 werd hij bij het triumviraat van de 'Grote Drie' gerekend: samen met Willem Frederik Hermans en Gerard Reve werd hij zo één van de drie belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Na het overlijden van Hermans en Reve grapte Mulisch - typisch - wel eens dat hij nu de 'Grote Eén' geworden was.

Je bent er misschien geen fan van, maar (sommigen gaan het niet graag horen) ergens had hij wel gelijk toen hij zei: 'Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertjelief aan.' Past overigens perfect bij een andere uitspraak van hem: 'Ofschoon ik een grondige hekel heb aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht. Iemand als ik kwam niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken. Als ik aan andere mensen dacht, moest ik wel eens lachen.'

Misschien lachen er nu een paar mensen dat hij het hoekje om is. Op 7 september 2009 waren er al een paar die in vreugdetranen uitbarsten toen het bericht kwam dat hij overleden was. Het bleek niet waar te zijn, maar nu zit hij dan misschien toch wel in 'zijn' hemel. Een hemel delen met God lijkt me wat moeilijk voor hem - twee betweters op dezelfde plek is nog nooit echt een goeie combinatie geweest.

Harry Kurt Victor Mulisch overleed tenslotte aan kanker op 30 oktober. Hij was 83.

donderdag 28 januari 2010

J.D. Salinger: De Vanger In Het Koren Neergemaaid


Het gebeurt zelden dat we hier het volledige oeuvre van een groot overleden schrijver kunnen opsommen, maar bij het werk van J.D. Salinger volstaat één zin. Jerome David Salinger publiceerde bij leven en welzijn zijn debuutroman The Catcher In The Rye (1951), een verzameling kortverhalen getiteld Nine Stories (1953), de roman Franny and Zooey, twee novelles verzameld in één kaft getiteld Raise High The Roof Beam, Carpenters and Seymour: An Introduction(1963), en verder enkel nog een aantal uitsluitend in The New Yorker gepubliceerde kortverhalen en novelles, waarvan Hapworth 16, 1924 uit 1965 het laatste was. Een op het eerste gezicht erg summiere literaire erfenis, maar toch zullen weinig hedendaagse critici durven betwisten dat ons vandaag één van de grootste auteurs van de twintigste eeuw verlaten heeft.

Voor vele lezers over de hele wereld was zijn debuutroman zelfs het allerbeste boek dat ze ooit lazen. The Catcher In The Rye heeft ook vandaag nog enkele van de origineelste, grappigste en tegelijk ontroerendste (lees)uren uit een mensenleven in de aanbieding. Het meesterwerk verhaalt in de ik-persoon een korte periode uit het leven van de van een eliteschool weggestuurde Holden Caulfield. De figuur van Holden blijft een iconische held van elke adolescent: hij zet zich af tegen het lege leven der volwassenen, benadrukt het belang van loyaliteit en uit zijn twijfels en tienerangsten in een zeker voor de jaren vijftig revolutionaire taal. Salinger bezigt als allereerste de jongerentaal van de straat; een oplettende (katholieke) lezer telde in de volledige tekst 236 keer het woord "goddam", 58 maal "bastard" en zes keer "fuck". Zelfs de meest godsvrezende critici konden echter niet verhinderen dat de vonkende noodzaak van dit boek dadelijk na zijn verschijnen de Amerikaanse jeugd bij het nekvel greep. In nog geen twee maanden beleefde The Catcher In The Rye acht herdrukken, en generatie na generatie jongeren zou ervoor zorgen dat Salingers roman vandaag maar liefst 65 miljoen verkochte exemplaren kent. Zelfs binnen de hedendaagse jongerencultuur blijft de sarcastische maar tegelijk kwetsbare, zichzelf beklagende Holden Caulfield een rolmodel: ook nu nog gaan er jaarlijks 250 000 Catchers over de toonbank. Na verloop van tijd draaide ook de literaire kritiek bij: het boek wordt vandaag alom geprezen om zijn vitaliteit, zijn unieke stijl en zijn vernieuwende gebruik van vertelstandpunten, met de onbetrouwbare puberemoties van Caulfield die het relaas van de gebeurtenissen sterk beïnvloeden. Dit blijkt al meteen uit de beroemde openingszin: "IF YOU REALLY want to hear about it, the first thing you'll probably want to know is where I was born, and what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don't feel like going into it, if you want to know the truth."

Naarmate hij beroemder werd, zou Salinger meer de eenzaamheid gaan opzoeken. In 1953 verliet hij New York om zich in het verlaten Cornish, New Hampshire te vestigen. In 1955 trouwde hij met de studente Claire Douglas, die hem twee kinderen zou schenken, Margaret en Matthew. Publieke verschijningen van Salinger werden almaar zeldzamer, en ook publicaties lieten steeds langer op zich wachten. De mysterieuze auteur kon het succes van zijn debuutroman nooit meer evenaren, terwijl ook de recensies van zijn latere werk niet onverdeeld positief waren. Na 1965 trok J.D. zich geheel terug uit het openbare leven. Tot aan zijn natuurlijke dood op 91-jarige leeftijd bleven ontelbare literatuurliefhebbers vergeefs hopen op nieuw werk van Salinger. Volgens dochter Margaret zou haar vader echter al die jaren puur voor zijn plezier zijn blijven schrijven, en zou hij zelfs duidelijk aangegeven hebben welke manuscripten na zijn dood mochten gepubliceerd worden. Wie weet dus wat voor moois Salinger de wereld postuum nog zal schenken...

dinsdag 3 november 2009

Francisco Alaya : Het geweten van Spanje

Francisco Ayala Garciá-Duarte is overleden. Ayala was één van de belangrijkste Spaanse schrijvers van de twintigste eeuw. Hij had bijna alle onderscheidingen gekregen die in de Spaanstalige wereld worden uitgereikt, van de Cervantes Prijs tot de Prins van Asturië Prijs.
Zijn eerste roman, Tragicomedia de un hombre sin espíritu, publiceerde hij al op zijn 19e. Toen de Spaanse burgeroorlog uitbrak in 1936 (Ayala was toen net 30), bevond de schrijver zich in op dat moment in het buitenland. Hij keerde voor korte tijd terug en diende als de secretaris voor de legatie van de Spaanse republiek in Praag. Aan het einde van de oorlog bleef Ayala achter als een banneling.

Hij verhuisde aanvankelijk naar Argentinië, waar hij van 1939 tot 1950 zou verblijven. Daar gaf hij lessen sociologie. Ondertussen bleef hij verderschrijven aan zijn romans en hield hij zich ook bezig met literatuurkritiek en sociologie. In die laatste discipline publiceerde hij bijvoorbeeld het driedelige werk Tratado de la Sociología (1947).
Na zijn Argentijnse periode trok hij even naar Brazilië, om van daaruit door te trekken naar Puerto Rico, waar hij aan de universiteit lesgaf. Van Puerto Rico was het maar een kleine stap naar de Verenigde Staten, waar hij tot 1980 verbleef. Alleen in 1956 dook hij even op in Spanje, maar tot na de dood van Franco liet hij er zich niet meer zien.

Tot op hoge leeftijd bleef hij essays en romans schrijven over allerhande onderwerpen. Hij vertaalde Mann en Rilke naar het Spaans en ontpopte zich als het geweten van Spanje door het moreel verval van de samenleving aan de kaak te stellen. Ayala beschouwde zichzelf als een eenzame strijder en liet zich nooit door een politieke partij inpalmen. Veel van zijn geschriften gaan over macht of misbruik van macht. Hij schreef nooit rechtstreeks over de Spaanse burgeroorlog, maar gebruikte andere historische periodes om dat zwarte blad uit de Spaanse geschiedenis te ontleden. In 2005 publiceerde hij zijn memoires, Recuerdos y olvidos.
Het geweten van Spanje bereikte de zeer respectabele leeftijd van 103 zomers.

donderdag 27 augustus 2009

Sergei Mikhalkov : De man van de 3 volksliederen

Drie keer de tekst mogen schrijven van 's lands volkslied, het is iets dat weinigen gegund is. Toch is het de Rus Sergei Vladimirovich Mikhalkov mooi gelukt. Mikhalkovs familie leverde al generaties lang generaals, gouverneurs en prinsen voor de tsaren en sinds de jaren '30 spitste Mikhalkov zich toe op het schrijven van gedichten, satirische fabels en kinderboeken (zijn populairste creatie was 'Oom Styopa'). In 1942 echter werd hij opgeroepen door Stalin. De Rode Tsaar wou een nieuwe tekst voor het volkslied van de Sovjetunie. Tot dan was dat de Internationale, maar Stalin wou een Russische, nationalere tekst, aangezien het land in volle oorlog was met de Nazi's. In de zomer van '43 was Mikhalkov klaar en op 1 januari 1944 werd het het Nationale Lied van de Sovjetunie (op muziek van de componist Alexander Alexandrov) officieel aangenomen. Na de dood van de dictator in '53 werd de tekst in de vuilbak gesmeten en bleef alleen de muziek over, omdat Stalins naam er iets te veel in voorkwam. In '70 kuiste of 'destaliniseerde' Mikhalkov zijn hymne, maar pas in '77 werd die goedgekeurd en had het land weer tekst in zijn volkslied. Dan viel de Sovjetunie en werd alles weer weggeveegd - tekst én muziek. Pas onder Putin, die de muziek van Alexandrov wou rehabiliteren, zette Mikhalkov zich weer aan het werk en in 2001 was er een nieuwe hymne, die nu nog altijd dienst doet. In het hedendaagse Rusland is hij beter gekend als de vader van de regisseurs Nikita Mikhalkov en Andrey Konchalovsky (de laatste liet de Mikhalkov vallen als familienaam toen hij Rusland verliet). Sergei Vladimirovich Mikhalkov werd 96.

En hier alvast versie n° 2:

dinsdag 14 april 2009

Maurice Druon : Les Rois maudits

Maurice Druon de Reyniac is van ons heengegaan. De Franse schrijver en politicus zag het levenslicht op 23 april 1918 als postuum kind van Lazare Kessel; zijn vader pleegde op 21-jarige leeftijd zelfmoord. Druons afstamming leek hem al voor te bestemmen voor een schrijverscarrière: zijn oom, Joseph Kessel, was een schrijver; zijn achterneef Charles Cros was dichter en zijn overovergrootvader Odorico Mendes was een bekende Braziliaanse schrijver. Druon kon zelfs prat gaan op blauw bloed in zijn stamboom: zijn overgrootvader Antoine Cros was de derde "koning" van Auracania en Patagonia, een in 1860 door een obscure Fransman uitgeroepen vehikel in het zuiden van Zuid-Amerika. "Antoine II le Philosophe" werd "koning" in 1902 nadat hij zijn "voorganger" in het Parijse Chat Noir-cabaret had ontmoet. Maurice Druon begon op zijn 18e te schrijven en vestigde zich na de rampzalige campagne van 1940 in het onbezette gedeelte van Frankrijk, waar hij vanaf 1942 in het verzet ging. In 1944 componeerde hij samen met zijn oom Le Chant des Partisans, wat zou uitgroeien tot hét Franse verzetslied van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog werd hij een overtuigd Gaullist en wijdde hij zich volledig aan zijn literaire carrière. In 1966 werd hij hierdoor verkozen tot de Académie française: bij zijn dood was hij het oudste zetelende lid van dat opperste instituut van de Franse taal. Tussen 1955 en 1977 schreef hij de 7 delen van Les Rois maudits, wat zijn bekendste werken zouden worden. Les Rois maudits is een reeks historische romans over de Franse koningen in de 'waanzinnige' veertiende eeuw. In 1973 werd die omgezet in een televisiereeks. Druon ging ook in de politiek en werd in de jaren '70 Minister van Cultuur bij Georges Pompidou. Zijn aanstelling verklaarde hij met de gevleugelde woorden: 'Et puis, au fond, mes lecteurs ne sont-ils pas mes électeurs?' Zijn koppig vasthouden aan wat hij beschouwde als het conserveren van de orthodoxie van de Franse taal en zijn al even halstarrig verdedigen van de Gaullistische politiek (Gaullisme stond voor Druon gelijk met de essentie van de Franse Republiek) leverde hem een aura van conservatief op, wat hij af en toe nog eens bevestigde met zijn uitspraken. Een mooi voorbeeld was toen de Académie zich boog over de vervrouwelijking van de beroepen, voorgesteld door Lionel Jospin. 'Tout le monde se couche, la droite se couche mais les académiens ne se coucheront jamais,' preekte hij. Druon beschouwde de Franse taal overigens als een 'affaire d'état': op een keer toen hij zich aangevallen voelde, deed hij zelfs beroep op een acte uit 1752 van Lodewijk XV waarin de 'règlements successivement faits' door de Académie bekrachtigd werden teneinde 'leur donner force de loi'. Nog net niet L'état, c'est moi, maar het komt er toch al dik tegen. Toch kon Druon ook af en toe meegaan met zijn tijd: van MC Solaar wist hij te zeggen dat de Franse rapper 'restaurait la poésie' en het was zijn verdienste dat de Académie kennismaakte met het internet. De doyen van de Académie française en de Franse taal werd 91.

woensdag 28 januari 2009

John "Rabbit" Updike: Auteur van "The witches of Eastwick"


De beroemde Amerikaanse schrijver John Updike, meervoudig winnaar van de Pulitzerprijs en auteur van de tetralogie "Rabbit", is vandaag op 76-jarige leeftijd aan longkanker overleden. Updike behoorde tot het zeldzame slag schrijvers dat kwaliteit en hoge oplages combineerde.

Op een halve eeuw tijd pende Updike, een traditioneel gelover in de merites van de noeste arbeid, meer dan vijftig romans neer. Updike schreef ook kortverhalen, gedichten, literaire kritiek en zelfs een essay over een baseball-legende.

De in Reading, Pennsylvania, geboren Updike geldt als een productief én erudiet auteur, als chroniqueur par excellence van het naoorlogse Amerikaanse imperium, in het bijzonder de Amerikaanse obsessie met seks, het huwelijk en de scheiding. Zijn werk is een voorbode van het postmodernisme, dat zich vaak in het spanningsveld tussen de trivialiteit van het leven en de transformatie ervan door de Literatuur afspeelt. Naar zijn eigen zeggen wordt het leven zin gegeven door de heilige drievuldigheid van seks, kunst en religie.

Bekendst is allicht zijn Rabbit-trilogie, bestaande uit "Rabbit, run" (1958), "Rabbit Redux" (1971) en "Rabbit is rich" (1981). Hoofdfiguur in deze tetralogie is de kleinsteedse atleet Haary 'Rabbit' Angstrom. Bekend is ook, al is het maar door de Hollywoodverfilming, zijn roman "The witches of Eastwick".

woensdag 24 december 2008

Harold Pinter: dramatische stilte

Met Harold Pinter verdwijnt een van de grootste naoorlogse toneelschrijvers
van Groot-Britannië. Hij kreg in 2005, toen hij al ernstig ziek was, de Nobelmprijs voor de literatuur. Pinter schreef ook gedichten, was scenarist en schreef filmscenario’s. Op kerstavond verloor hij het gevecht tegen keelkanker. Pinter werd 78 jaar oud.

Geboren in het Londense East End, als zoon van een joodse kleermaker, schreef Pinter meer dan dertig toneelstukken. Zijn eerste was "The Room" uit 1957, onmiddellijk gevolgd door "The Dumb Waiter" en het jaar daarna "The Birthday Party". De grote doorbraak kwam er begin jaren 60 met "The Caretaker". Het stuk werd in 1963 verfilmd door Clive Donner, een verfilming die dat jaar goed was voor de Zilveren Beer op het filmfestival van Berlijn. Zijn stijl werd gekenmerkt door een veelvuldig gebruik van
dramatische stiltes.

Pinter was een intellectueel die bekend stond om zijn uitgesproken politieke standpunten. Zo liet hij geen kans onbenut om in te hakken op het Irakbeleid van de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Tony Blair. In de ogen van Pinter was Blair een "schoothondje" van Bush en een "oorlogsmisdadiger".

woensdag 29 oktober 2008

William Wharton : Birdy

De Amerikaanse auteur en schilder William Wharton is overleden. Wharton verwierf vooral bekendheid met zijn verfilmde roman Birdy. Wharton was 53 jaar oud toen zijn debuutroman Birdy in 1979 verscheen. Het verhaal over een man die denkt dat hij een kanarie is, werd in 1984 verfilmd door Alan Parker met Nicolas Cage en Matthew Modine in de hoofdrollen. Het boek werd bekroond met de National Book Award en was een van de finalisten voor de Pulitzer Prize. Wharton verwerkte in zijn boeken vaak autobiografische elementen. Andere romans van zijn hand zijn Dad, Franky Furbo en Last Lovers. Naast schrijver was Wharton ook schilder. Als schilder gebruikte hij zijn echte naam, Albert William du Aime. In de Tweede Wereldoorlog was hij nog infanterist in Frankrijk en Duitsland. In 1988 kreeg hij nog een zwaar drama te verwerken toen zijn dochter Kate, zijn schoonzoon Bert en hun twee kinderen Daniel (2 jaar oud) en Mia (8 maanden) overleden in een ongeluk waarbij 23 auto's betrokken waren. Oorzaak van het ongeval was de rook van een nabij gelegen veld waar gras werd verbrand. In 1995 schreef hij (bijna) non-fictie boek Even After: A Father's True Story, waarin hij de aanloop naar en het ongeluk zelf neerpende, alsook zijn verdriet en de drie jaar durende juridische veldslagen in verband met de veldbrand die zijn familie kortwiekte. Hij stierf aan een infectie die hij had opgelopen bij een verblijf in het ziekenhuis. Wharton werd 82.

maandag 27 oktober 2008

Es'kia Mphahlele : Weg met de Apartheid

Es'kia Mphahele heeft ons verlaten. De Zuid-Afrikaanse academicus en schrijver was vooral bekend van zijn gevecht tegen de Apartheid. Zijn belangrijkste werk was het autobiografische Down Second Avenue (1959), waarin hij vertelde over zijn leven als herder, leraar en journalist voor het magazine Drum. Het eindigt met zijn verbanning uit zuid-Afrika in 1957. In 1955 was hij immers politiek actief geworden door bij het ANC te gaan. Later trok hij zich wel terug uit de beweging vanwege zijn ontevredenheid met de onderwijsstandpunten. De volgende twintig jaar bracht Mphahele door in Nigeria, Kenia, Zambia en Frankrijk; hij doctoreerde bovendien in de Verenigde Staten. Toen hij terugkeerde uit ballingschap werd hij de eerste zwarte professor van de universiteit van Witwatersrand en stichtte hij er de afdeling Afrikaanse literatuur. In 1977 verandere hij zijn geboortenaam Ezekiel in Es'kia. In 1994, met het einde van de Apartheid, kreeg hij de Order of the Southern Cross van de kersverse president Mandela - één van de hoogste onderscheidingen van Zuid-Afrika. In 2002 stichtte hij het Es'kia-Instituut, een niet-gouvernementele organisatie om de kunsten te ondersteunen en het Afrikaanse erfgoed te bewaren. Mphahele werd 88.

zondag 26 oktober 2008

Tony Hillerman : Navajo versus de moderniteit

Tony Hillerman, die schreef over de botsing tussen de Navajo-tradities en de moderne maatschappij, is overleden aan een longkwaal. Hillerman groeide op tussen de indianen en hun cultuur, en zijn werk werd gekarakterizeerd door de ingewikkelde plots en fascinerende verhalen over stamrituelen. Hij was oorspronkelijk journalist en schreef zijn eerste roman op veertigjarige leeftijd. Hoofdpersonages waren politieagenten Joe Leaphorn en Jim Chee, een van hen respecteerde de Navajo-tradities, de andere bekeek ze sceptisch. Leaphorn werd voor het eerst geïntroduceerd in Hillermans eerste roman The Blessing Way, Chee verscheen voor het eerst in Listening Woman in 1978. Ze verschenen voor het eerst samen in Skinwalkers uit 1986, de eerste bestseller van Hillerman. De Amerikaanse schrijver had zes kinderen, onder wie vijf geadopteerd. Zijn vrouw was reeds overleden. Hillerman werd 83.

maandag 13 oktober 2008

James Reilly : Days of Our Lives

Vorig jaar bracht onze hogepriester, Eerwaarde K. Allemeersch, vele heuglijke uren door voor het tv-scherm voor ettelijke marathons van The Bold and The Beautiful; dit jaar mag hij dat huzarenstukje nog eens herhalen met Days of Our Lives. James E. Reilly is namelijk dood. Reilly was de hoofdschrijver van de ziekenhuis-soap van 1992 tot 1997 en dan nog eens van 2003 tot 2006. De eerste aflevering van Days of Our Lives was trouwens op 8 november 1965, dus Reilly is zeker niet de eerste die er aan gewerkt heeft. Sindsdien is de serie elke weekdag te bewonderen op de buis. Toen hij in 1992 begon, werd de heldin van het verhaal, Carly Manning, enkele weken levend begraven door de boosaardige Vivian Alamain. In 1995 (Carly was ondertussen al uit haar prematuur graf geraakt) zorgde Reilly voor wat door kenners omschreven wordt als dé verandering in de storyline van de serie, toen de andere heldin, Marlena Evans, door Satan himself werd bezeten. Hij hield dit ongeveer een jaar vol, tot His Infernal Majesty uiteindelijk verdween door een exorcisme van haar toenmalig lief. Zelfs het moordproces van O. J. Simpson slaagde er niet in om de kijkcijfers toen te beïnvloeden. Naast Days of Our Lives hield Reilly zich ook bezig met andere soaps als Passions, Guiding Light, Sunset Beach, The Young and the Restless en General Hospital. De bezige bij van de soapseries werd slechts 60; hij overleed aan complicaties van een hartoperatie.

Hier nog snel één van de beroemdere openings van soapserieland:

zondag 3 augustus 2008

Alexander Solzjenitsyn : Leven na de Gulag

Alexander Isajevitsch Solzjenitsyn heeft ons op zijn 89 verlaten. De bekende Russische schrijver / historicus liet de wereld kennis maken met het grauwe bestaan van de Gulag, het werkkampsysteem van de Sovjetunie. Solzjenitsyn wist maar al te goed waar hij over schreef, want hij had er zelf genoeg tijd in doorgebracht. Hij diende als artillerieofficier voor het Rode Leger in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij ook gedecoreerd werd voor zijn moedige optreden, maar in 1945 kreeg hij de veiligheidsdiensten op zijn dak omdat hij het gewaagd had om Stalin te bekritiseren in een brief. Hij werd veroordeeld voor anti-Sovjetpropaganda volgens het beruchte artikel 58 van het Sovjet-strafrecht, paragraaf 10 en 11 (het oprichten van een vijandelijke organisatie). De daaropvolgende 8 jaar bracht hij door in verschillende werkkampen in wat hij later de Gulag-Archipel zou noemen (geschreven in 1973). Vanaf 1953, na zijn vrijlating uit het systeem, leefde hij in ballingschap in Zuid-Kazakhstan, waar hij bijna stierf aan maagkanker. In 1962 publiceerde hij zijn eerste aanklacht tegen het systeem, Een dag in het leven van Ivan Denisovitsj, overigens met expliciete toestemming van toenmalig Sovjetleider Chroetsjov. Het zou ook het enige boek van Solzjenitsyn worden dat in Rusland verscheen voor 1990. Vanaf 1974 leefde hij in de Verenigde Staten en Zwitserland, na het schrijven van de Gulag-Archipel (waarvoor hij werd buitengekegeld uit de Sovjetunie na het voltooien van het eerste deel; de andere twee verschenen in Frankrijk). In 1970 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. In 1994 kon hij terugkeren naar zijn vaderland, waar hij uiteindelijk ook zou overlijden aan een beroerte. De laatste jaren was de overlevende van de Archipel trouwens al niet veel meer in het openbaar verschenen. Hij werd nog omhelsd door toen nog president Putin bij het uitreiken van de Russische Staatsprijs. Nogal ironisch dat net een ex-KGB'er Solzjenitsyn beloonde voor het aanklagen van de Sovjetrepressie...

donderdag 1 mei 2008

J.J. Voskuil : soap voor intellectuelen

Na een volgens zijn echtgenote Lousje Voskuil Haspers ‘uitzonderlijk moedig gedragen’ ziekte koos J.J. Voskuil de ‘Dag van de arbeid’ uit voor een waardig einde van zijn leven.

Voskuil die grote bekendheid verwierf met zijn uit zeven delen bestaande megaroman ‘Het Bureau’ wordt aanstaande donderdag op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in zijn geboorteplaats Den Haag ter aarde besteld.

Johannes Jacobus Voskuil, Han voor intimi, werd op 1 juli 1926 geboren als oudste zoon van Klaas Voskuil, hoofdredacteur van Het Vrije Volk, het dagblad van de Partij van de Arbeid. Na zijn middelbare school studeerde hij korte tijd economie en vervolgens Nederlandse taal- en letterkunde. In 1957 trad hij in dienst bij het Instituut voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde, het huidige Meertens Instituut, dat hij vereeuwigde in zijn romancyclus Het Bureau waarin Voskuil zelf, onder de naam Maarten Koning de hoofdrol speelt. Het eerste deel van Het Bureau verscheen in 1996, het laatste in het jaar 2000. Met het verschijnen van Het Bureau ontstond er een kleine rage in literair Nederland. De romancyclus werd wel betiteld als een 'soap voor intellectuelen', en er werd gesproken van 'Voskuilgekte'.


Voskuil was een begenadigd waarnemer en stilist met een onbedwingbare behoefte rekenschap af te leggen over al zijn daden. Daaraan dankt de Nederlandse literatuur een serie prachtige en onnavolgbare romans.

dinsdag 8 april 2008

Moeder Bob Marley overleden


Cedella Booker, de moeder van reggaelegende Bob Marley, is in haar woonplaats Miami overleden. De vrouw stierf in haar slaap. Ze was 81 jaar. De Jamaicaanse Booker trouwde op 18-jarige leeftijd met de 32 jaar oudere Brit Norval Marley. Hun zoon Bob overleed in 1981 op 36-jarige leeftijd aan een hersentumor. Nadat haar man in 1955 was overleden trouwde Booker met een Amerikaan en vertrok ze naar de VS. Ze schreef twee biografieën over haar beroemde zoon en maakte twee albums, 'Awake Zion!' and 'Smilin' island of song.' Booker laat twee kinderen en meerdere kleinkinderen na. (novum/ap/bdr)

maandag 18 februari 2008

Alain Robbe-Grillet : 'Le Nouveau Roman'


Alain Robbe-Grillet is overleden, één van de boegbeelden van de Franse nouveau roman. Robbe-Grillet, een landbouwingenieur van opleiding (net als Michel Houllebecq), debuteerde in 1953 met Les Gommes. Zijn tweede roman, Le Voyeur, veroorzaakte een schandaal vanwege het uitgesproken erotische karakter. Een criticus schreef onder meer in Le Monde dat de auteur beter in een inrichting zou opgenomen worden en dat hij misschien wel een gevaar voor de samenleving vormde. Robbe-Grillet zette zich af tegen schrijvers als Sartre, omdat hij vond dat die nog altijd romans schreven zoals men dat in de 19e eeuw placht te doen. De paus van de nouveau roman, een opvallend figuur dankzij zijn ruige baard, werd 85.