Posts tonen met het label wielrenner. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wielrenner. Alle posts tonen

maandag 23 mei 2011

Xavier Tondo : que injusta es la vida

De Spaanse wielrenner Xavier Tondo is op 32-jarige leeftijd overleden in een bizar ongeluk. Tondo werd in 2003 prof bij het bescheiden Paternina. De daarop volgende jaren bleef hij rijden voor Spaanse en Portugese continentale teams zoals Relax-Fuenlabrada en Andalucia-Cajasur. Bij die laatste bevestigde Tondo in 2009 als een uitstekend klimmer en ronderenner door een indrukwekkend seizoen bijeen te fietsen. Dat jaar finishte hij onder andere als 2de in de Ruta del Sol en in de Ronde van Burgos, plus nog een reeks top tien plaatsen in andere typische Spaanse rittenwedstrijden.

In 2010 kreeg hij zijn kans bij de ploeg Cervelo waar hij als meesterknecht / schaduwkopman van voormalig Tourwinnaar Carlos Sastre zou worden uitgespeeld. Het seizoen begon fantastisch. Tondo won een etappe in Parijs-Nice en een etappe in de Ronde van Catalonië, waar hij tevens 2de werd in het algemeen klassement. Dat najaar stond hij ook aan de start van de Ronde van Spanje. Tondo presteerde hier verbazend sterk en regelmatig. Hij eindigde op een schitterende 6de plaats in het eindklassement van de Vuelta, zowaar nog twee plaatsen voor zijn eigenlijke kopman Sastre. Niet slecht voor een man die slechts een jaar eerder, in de Vuelta 2009, zijn eerste grote ronde had gereden. Het leverde hem voor 2011 een lucratief contract op bij Team Movistar, de grote Spaanse ploeg van Eusebio Unzue. En ook dit jaar was hij weer lekker bezig: 6de in de Ronde van het Baskenland, 5de in de Ronde van Catalonië, en nog maar een maand geleden winnaar van de Ronde van Castillië en Leon. In juli zou Xavier Tondo als absolute kopman bij Movistar worden uitgespeeld in het grootste wielerfeest ter wereld, de Tour de France.

Het was ter voorbereiding van de Tour dat Tondo en enkele ploegmaten in Pradollano logeerden om te kunnen trainen in de Sierra Nevada. Vanochtend even na 10u maakten Tondo en zijn ploegmakker Benat Intxausti zich klaar om met de wagen naar de bergen te rijden waar ze hun fietsen zouden uitladen en hun kilometers zouden malen. Tondo had de wagen al uit de garagebox van zijn huurappartement gereden toen hij nog eens uitstapte. Daarna is hij op één of andere manier vast komen te zitten tussen de wagen en de dichtschuivende garagepoort waardoor hij verpletterd werd. Intxausti, die op de passagiersstoel zat, zag het gebeuren maar kon niets doen. Tondo overleed ter plekke.

Amper twee weken nadat Wouter Weylandt levenloos bleef liggen op het Italiaanse asfalt, verliest de koers nog maar eens één van zijn jonge helden. Eén die de laatste tijd dus tot volledige ontbolstering aan het komen was en wiens meest heroïsche prestaties meer dan waarschijnlijk nog in de toekomst lagen. Op zijn Twitterpagina uitte drievoudig Tourwinnaar Alberto Contador in eenvoudige maar universeel klinkende woorden zijn gevoelens over deze tragedie: "Que injusta es la vida y dificil de comprender en ciertos momentos." Xavier Tondo zal echter wel herinnerd blijven dankzij zijn geweldige klimmersbenen en zijn mooie, gekortwiekte palmares.


Hieronder nog enkele mooie plaatjes van slechts een maand geleden met Xavier Tondo (tussen Igor Anton en Bauke Mollema) op het hoogste podium als eindwinnaar van de Ronde van Castillië en Leon.


















En in diezelfde rittenwedstrijd, fier als een gieter in zijn grijze leiderstrui, de hand schuddend van Alberto Contador.


















En hier een video van zijn zege in de 6de etappe van Parijs-Nice in 2010, met ook een interview met de stralende winnaar:

maandag 9 mei 2011

Wouter Weylandt : gesneuveld in het harnas

De Vlaamse wielrenner Wouter Weylandt is op 26-jarige leeftijd verongelukt. Weylandt werd in 1984 geboren te Gent. In 2005 werd het jonge sprinttalent profrenner en wel meteen bij Quickstep, de absolute topploeg van België, waar hij 6 seizoenen zou blijven rijden. Weylandt gebruikte zijn sprintsnelheid vooral als loods voor Tom Boonen, de absolute topsprinter bij Quickstep. Toch graaide hij best wel wat zeges mee in massasprints in kleinere rittenwedstrijden en kermiskoersen waar hij zijn kans mocht gaan. Plots was het dan serieus prijs toen hij in 2008 in Valladolid de 17de etappe van de Ronde van Spanje wist te winnen in een massasprint. In 2010 sprintte hij in Middelburg opnieuw naar een dagzege in een grote ronde, met name in de 3de etappe van de Ronde van Italië toen deze in Nederland passeerde.

Aan het einde van dat jaar verliet Weylandt zijn vertrouwde ploeg Quickstep en kreeg voor 2011 een contract bij de prestigieuze nieuwe formatie Leopard Trek waar oa ook Fabian Cancellara en de gebroeders Schleck naartoe gingen. Bij Leopard mocht topsprinter Daniele Bennati uiteraard de dienst gaan uitmaken in de weinige vlakke etappes in de ronde van zijn land. Een week voor de start van de Giro kwam Bennati echter ten val in de Ronde van Romandië en brak zijn sleutelbeen. Zodoende werd Weylandt, de 'tweede' sprinter van het team, als vervanger opgesteld, alhoewel hij uit vorm was en de Giro niet op zijn jaarplanning had gestaan. Gisteren, tijdens de eerste rit in lijn, begon alles goed voor Weylandt die keurig op een 9de plaats in de sprint eindigde.

Vandaag stond de 3de etappe van de Giro 2011 op het menu, een mooie rit van Reggio Emilia naar Rapallo waarin het noodlot ongenadig hard toesloeg. Tijdens de afdaling van de Passa del Bocco kwam Wouter Weylandt met zijn linkerpedaal in aanraking met een rotswand. Hierdoor is hij over de kop gegaan en met zijn hoofd op de rotsen terecht gekomen. De schedelbreuk die hij daarbij opliep kostte hem ter plekke het leven. Men heeft hem nog gedurende 15 minuten tevergeefs proberen te reanimeren en hem vervolgens naar een ziekenhuis overgevlogen waar men echter slechts zijn dood kon vaststellen.

Men kan vele goeie dingen zeggen over Wouter Weylandt, en men hoeft ze niet eens aan te dikken omdat hij nu toevallig gestorven is want ze zijn allemaal waar. Hij werd alom geprezen als een goedlachse gast, die altijd vriendelijk bleef (zelfs als hij weer eens een bak niet altijd even terechte en alles behalve motiverende kritiek van zijn eigen ploegmanager Patrick Lefèvre over zich heen kreeg), en die altijd tijd vrijmaakte voor fans en pers. Hij stond bekend als een mooie jongen, met veel aandacht voor uiterlijk en kledij, populair bij de meisjes. Natuurlijk was er ook dat sappige Gentse accent waarin hij altijd zijn vlotte babbel deed. Maar bovenal was het een prima renner die op zijn zesentwintigste al een leuk palmares had en die best nog wel groeimarge had en nog mooie koersen had kunnen winnen, ware hem meer tijd gegund geweest. Dat deze jongen aan het Italiaanse asfalt moest blijven plakken om nooit weer op te staan, in een wedstrijd waar hij enkel aanwezig was door de val van Bennati, op een dag die een blijde verjaardag voor hem had moeten zijn bijna dag op dag één jaar na zijn grootste zege in diezelfde 3de etappe van diezelfde grote ronde, met aan het thuisfront zijn vriendin vijf maanden zwanger van zijn eerste kind... Grimmiger wordt het zelden.

Het leek een mooie lente te worden: Boonen, Nuyens, Vansummeren, Gilbert, de Belgen wonnen letterlijk alles, zoals ze dat in geen decennia meer gedaan hadden. De dood van Wouter Weylandt hult die Belgische wielerlente echter in een donkere mist. Hij is de zoveelste uit een te lange rij van jonge wielergoden die ons op een paar jaren tijd werden ontstolen, na Frank Vandenbroucke, Dimitri De Fauw en Frederiek Nolf.

De cérémonie protocolaire werd vandaag afgeschaft, voor de tv-camera's en op hun Twitterpagina's drukten renners hun verbijsternis en verdriet uit, en morgen zal een gegroepeerd peloton in een geneutraliseerde rit een laatste eresaluut brengen aan de gevallen held. Maar overmorgen zullen de prachtige schermutselingen in de Giro weer hervatten, de koers wacht op niemand, zelfs niet op de doden, en zo hoort het ook.

Wouter Weylandt is tenminste gesneuveld in het harnas, dat is het enige lichtpunt en de enige troost.


Hieronder nog eens één van de mooiste overwinningen van Wouter Weylandt, zijn zege in Middelburg in de Giro van 2010, laatste kilometer vanaf 06:45. (De gruwelijke en bloederige beelden van de stervende waar de RAI, gespeend van enige schroom, de kijkers vandaag op trakteerde ga ik u in ieder geval besparen.)

vrijdag 31 december 2010

Raymond Impanis : Het Bakkertje van Berg

De Vlaamse wielrenner Raymond Impanis is op 85-jarige leeftijd overleden. Impanis werd in 1925 geboren als bakkerszoon te Berg, een deelgemeente van Kampenhout. Het Bakkertje van Berg, zoals zijn nogal logische bijnaam in het peloton luidde, werd prof in 1947. Datzelfde jaar won hij in zijn debuut in de Tour de France meteen een rit, met name de tijdrit naar Saint-Brieuc, met 139 km nog steeds de langste tijdrit ooit in de Tour. Maar liefst 8 renners die voor hem waren gestart werden die dag door hem voorbijgereden. Hij eindigde dat jaar ook op een erg knappe 6de plek in het eindklassement. Impanis reed daarna nog twee keer top tien in de Tour (10de in 1948 en 8ste in 1950).

Naast een fantastisch tijdrijder was hij ook beresterk in het klassieke werk. Zijn topjaar was 1954 toen hij de legendarische 'dubbel' won, zeges in zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix. Het zou in beide monumenten wel zijn enige overwinning blijven. Verder won hij ook de Waalse Pijl (1957), twee keer Gent-Wevelgem (1952, 1953), twee keer Dwars door Vlaanderen (1949, 1951), en eindigde hij maar liefst 4 keer tweede in Luik-Bastenaken-Luik. Daarnaast moeten we zeker zijn podiumplaats in de Ronde van Spanje (3de in 1956), zijn 3 ritwinsten in de Tour de France en zijn twee eindzeges in de rittenkoers Parijs-Nice (1954, 1960) vermelden. In 1963 hing Impanis na een lange, succesvolle carrière zijn fiets aan de wilgen.

Het Bakkertje van Berg zal nog heel lang herinnerd blijven en door commentatoren en andere wielerfreaks regelmatig opgerakeld worden omwille van twee uitzonderlijke records die hij op zijn naam heeft. Naast winnaar van de reeds vermeldde langste tijdrit ooit in de Tour (een record dat hij wel voor altijd zal behouden), is hij namelijk ook de man die het vaakst heeft uitgereden in Parijs-Roubaix. Maar liefst 16 keer trotseerde hij tout l'Enfer du Nord en bolde hij in Roubaix over de meet. De Nederlander Servais Knaven (ook al een éénmalige winnaar van deze wedstrijd) evenaarde dit in 2010 maar ging daarna met pensioen waardoor het record van Impanis toch overeind zal blijven, en als men bedenkt hoe uitzonderlijk wat Knaven daar deed al is geworden in het hedendaagse wielrennen, zal misschien ook dit record wel de eeuwigheid ingaan. Met Raymond Impanis verliest de koers weer een grote held en al wie zijn palmares een beetje kent weet dat hier één van de belangrijkste renners van de jaren '50 is gesneuveld.

zaterdag 13 november 2010

Richard Van Genechten : de Brusselse berggeit

De Belgische wielrenner Richard Van Genechten is op 80-jarige leeftijd overleden in zijn slaap. Deze Brusselse ket werd profrenner in 1953. Hij was voornamelijk een zeer getalenteerd klimmer. In 1955 maakte hij tijdens zijn derde deelname aan de Tour de France zwaar furore door mee te dingen naar de trui van beste klimmer, met onder andere een legendarische prestatie in de etappe naar de Mont Ventoux. De bergtrui genoot in die tijd nog bijzonder veel aanzien en de Anthony Charteaus van deze wereld waren dan ook compleet kansloos om die te winnen. Van Genechten werd uiteindelijk derde in het bergklassement na twee van de meest gevleugelde berggeiten uit de koersgeschiedenis, Federico Bahamontes en Louison Bobet. Van Genechten kon ook goed uit de voeten in de ééndagswedstrijden. Zo reed hij in 1956 een vreselijk sterk klassiek voorjaar met 2de plaatsen in Gent-Wevelgem en Luik-Bastenaken-Luik, en de zegebloemen in de Waalse Pijl. Die laatste bleef zijn belangrijkste overwinning, naast ook de Ronde van Catalonië (1958) die hij als eerste Belg wist te winnen. In 1961 hing Richard Van Genechten zijn fiets aan de wilgen.

woensdag 1 september 2010

Laurent Fignon : Le Professeur

De Franse wielrenner Laurent Fignon is op 50-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Geboren in een arbeidersgezin in Parijs, stond een piepjonge Fignon voor het eerst aan de start van de Tour de France in 1983 bij de ploeg Renault-Elf, en dan enkel omdat hun onbetwiste kopman en viervoudig tourwinnaar Bernard Hinault geblesseerd was. Alhoewel het aanvankelijke plan van de ploeg Renault erin bestond om dan maar voor ritzeges te gaan, bleek de tweedejaarsprof Fignon halverwege de Tour 2de te staan in het klassement. Toen leider Pascal Simon er dan nog eens bij ging liggen, zijn schouderbeen brak en enkele dagen later in de gele trui moest opgeven, lag de weg open en kon Fignon meteen zijn eerste tourzege binnenhalen. De 22-jarige Parisien was hiermee de jongste tourwinnaar sinds 1933. Het volgende jaar tijdens de Tour van '84 vernederde hij de tegenstand compleet en won hij de Tour met meer dan 10 minuten voorsprong op Hinault. Fignon leek op weg voor een lange dominante periode maar blessureleed en met name knieproblemen beslisten er anders over. De enige keer dat Fignon nog meespeelde voor de eindoverwinning in La Grande Boucle was in de legendarische Tour van 1989. Toen begon hij aan de laatste tijdrit met 50" voorsprong op zijn dichtste belager Greg Lemond en leek het dus een formaliteit om zijn derde tourzege binnen te halen. Lemond pakte echter als eerste wegwielrenner ooit in deze tijdrit uit met een triatlonstuur -en helm en reed onwaarschijnlijk genoeg zijn hele achterstand nog dicht. Lemond won die Tour uiteindelijk met een luttele 8 seconden voorsprong op Fignon, de kleinste overwinningsmarge in de tourgeschiedenis.

Naast zijn eindzeges in de Tour de France won Laurent Fignon ook nog de Giro d'Italia ('89), twee keer Milaan-Sanremo ('88 & '89), de Waalse Pijl ( '86), het Frans Kampioenschap ('84), 9 touretappes en nog een karrenvracht andere zeges. Fignon was niet meteen de lieveling van het Franse publiek. Daarvoor kwam hij te afstandelijk over en hij had bovendien de naam een intellectueel te zijn. Deze reputatie dankte hij in grote mate aan zijn aparte uiterlijk met blonde paardenstaart en rond brilletje. Zijn bijnaam was dan ook 'Le Professeur'. Fignon was trouwens ook wel gewoon een intelligent man, met een scherp koersdoorzicht, en bijzonder grappig bij momenten. Die kwaliteiten kon hij de laatste jaren uitspelen als analist tijdens de wieleruitzendingen van France Télévision. In de maand juli van dit jaar, toen de kanker hem al stevig in de greep had, gaf Fignon met een bijzonder hees en broos stemgeluid nog plichtsbewust commentaar bij de exploten in de Tour, zijn degelijke en plezante analyse een welgekomen afwisseling voor Wuyts, Steels en andere De Cauwers. In 2009 publiceerde Fignon zijn autobiografie Nous étions jeunes et insouciants. Hij gaf toe tijdens zijn carrière doping gebruikt te hebben maar geloofde niet dat dit aan de oorzaak zou kunnen hebben gelegen van de kanker die hem in zijn latere leven zo zwaar getroffen heeft. Misschien zal Laurent Fignon, tragisch genoeg voor hem, bekender blijven omwille van zijn groteske verlies in 1989 dan om zijn twee tourzeges en al zijn overwinningen samen, maar in ieder geval nemen we afscheid van een zeer groot wielermonument.

dinsdag 10 augustus 2010

Radomir Simunek : pionier van het Tsjechische veldrijden

De Tsjechische veldrijder en wereldkampioen Radomir Simunek is op 48-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van levercirrose. Geboren in een wielerzotte familie en van in zijn prille jeugd reeds een enorm talent, werd Simunek in 1980 wereldkampioen veldrijden bij de juniores. In '83 en '84 deed hij daar de wereldtitel bij de beloften bovenop. Omdat het grote geld met veldrijden niet in zijn land maar wel hier bij ons te verdienen was, pendelde hij heen en weer en verbleef vaak 's winters bij een gastgezin in Leuven zodat hij kon deelnemen aan de veldritten in België en Nederland. Hij won verschillende wedstrijden maar van het communistische regime in Tsjechoslowakije mocht hij geen pro worden wat zijn carrière remde en hem onder meer belette om deel te nemen aan het WK bij de elite. Na de val van de muur werd hij meteen beroepsrenner. In 1991 werd hij in het Nederlandse Gieten wereldkampioen voor thuisfavoriet Adrie van der Poel.

Dit hoogtepunt werd het volgende jaar gevolgd door een enorm dieptepunt in zijn leven. Op een koude Tsjechische novembernacht in 1992 ramde Simunek met zijn wagen frontaal in op een politievoertuig en doodde daarbij drie agenten. President Havel verleende echter gratie aan het nationale sportmonument. Slechts 5 maanden moest hij de cel in, alhoewel die cel een apart huisje even buiten de gevangenis was en hij tijdens deze periode ook gewoon verder mocht blijven trainen. Mentaal had de dodelijke crash een diepe indruk nagelaten. Simunek worstelde hierna jarenlang met een drankprobleem. Lichamelijk en sportief viel de schade echter mee. Na het uitzitten van zijn straf kon hij op hoog niveau terugkeren in competitie en ging nog tot op 40-jarige leeftijd door met crossen. Naast het WK '91 won hij een karrenvracht manches van de Superprestige en de Wereldbeker, drie keer de eindstand van de Superprestige (1991, 1992 & 1995) en vier keer het Tsjechisch Kampioenschap (1991, 1992, 1997 & 1998).

Het succes van Simunek ligt voor een groot stuk aan de basis van de enorme populariteit van het veldrijden in Tsjechië vandaag de dag. Jonge landgenootjes zagen zijn exploten in het verre België en geïnspireerd sprongen ze en masse op een fiets op zoek naar de dichtsbijgelegen modderstrook. De gevolgen bleven niet uit. In zijn zog overwinterde de voorbije jaren een hele reeks steengoeie Tsjechen in Vlaanderen om daar op het hoogste niveau van onze favoriete wintersport mee te draaien, denk maar aan Peter Dlask, Zdenek Stybar of zijn eigen zoon Radomir Simunek junior (die vorig jaar nog knap 8ste werd op het WK), en niet te vergeten nog een hele roedel talentvolle beloften en jongeren die de komende jaren zullen gaan meestrijden. De nalatenschap van Radomir Simunek zal daarom ook niet enkel bestaan uit zijn prachtige palmares maar zeker ook uit het belang van zijn pioniersrol die van Tsjechië ondertussen (na België) de tweede belangrijkste cyclocrossnatie ter wereld heeft gemaakt. Huidig wereldkampioen Zdenek Stybar drukte het als volgt uit: "...zijn dood laat een diepe indruk op me na. Hij is een Tsjechisch icoon en hij is de reden waarom ik ook crosser werd. Hij was zonder meer de inspiratiebron voor mij."

zondag 7 februari 2010

Franco Ballerini : de kasseivreter van Firenze

De Italiaanse wielrenner Franco Ballerini is op 45-jarige leeftijd verongelukt. Ballerini werd geboren op 11 december 1964 te Firenze. In 1987 maakte hij zijn debuut in het profpeloton bij Magniflex. Hij won in 1990 met Parijs-Brussel zijn eerste grote koers, twee jaar later won hij met GB de ploegentijdrit in de Ronde van Frankrijk. Al snel bleek dat hij vooral talent had om heel hard over de kasseien te dokkeren en in 1993 werd hij dan ook 2de in Parijs-Roubaix, de kasseikoers bij uitstek, nadat hij op de streep geklopt werd door Gilbert Duclos-Lasalle.

In 1995 stapte hij over naar Mapei, de ploeg van Patrick Lefèvre die in de 2de helft van de jaren '90 de klassiekers compleet zou domineren met toppers als Museeuw, Bartoli, Tafi, Vandenbroucke en Bortolami. Patrick Lefèvre kon de noeste stoemper Ballerini kneden tot een koereur die meer tactisch ging nadenken en koersinzicht ontwikkelde. 1995 zou zijn topjaar worden met eerst de zege in de Omloop Het Volk en later dat jaar zijn eerste overwinning in Parijs-Roubaix. In 1998 voegde hij zich met opnieuw een zege in de Hel van het Noorden in een zeer exclusief rijtje van renners die Roubaix twee keer wisten te winnen.

Nadat hij in 2001 een punt gezet had achter zijn carrière als wielrenner, werd hij de coach van de Italiaanse nationale ploeg. Hij zou uitgroeien tot de meest succesvolle bondscoach uit het moderne wielrennen met 4 zeges in het Wereldkampioenschap (Cipollini 2002, Bettini 2006 & 2007, Ballan 2008) en olympisch goud in Athene (Bettini 2004). Hij was dit jaar al voor het tiende achtereenvolgende jaar bondscoach, zijn status als peetvader van het Italiaanse wielrennen was onbetwist. In zijn vrije tijd had Franco Ballerini een passie gekregen voor autosport. Dit weekend reed hij in een rallywedstrijd in Larciano als navigator in een Renault Clio naast piloot Alessandro Ciardi. De auto geraakte van de baan en knalde frontaal tegen een muur. De wielerheld stierf ter plaatse.

In onderstaand filmpje kan u Franco Ballerini nog eens winnend over de streep zien komen in Parijs-Roubaix (tot 0:55, daarna zijn het zijn overwinningen als bondscoach).

dinsdag 10 november 2009

Dimitri De Fauw : de gladiolen en de dood op de piste

De Belgische wielrenner Dimitri De Fauw heeft zich op 28-jarige leeftijd gezelfmoord. De Fauw werd geboren op 13 juli 1981 te Gent. Hij blonk vooral uit in het baanwielrennen. Jarenlang was 'Tarzan', zoals zijn bijnaam luidde, een vaste waarde in het zesdaagsecircuit en hij werd vanaf 2001 in totaal 9 keer Belgisch kampioen in diverse baandisciplines (de kilometer, sprint, keirin, scratch, omnium). Van 2003 tot 2005 reed hij voor de prestigieuze Quickstep-ploeg van Patrick Lefèvre. Hij reed ook wedstrijden op de weg waarin hij de nobele taak van waterdrager vervulde. In 2006 stapte hij over naar Chocolade Jacques.

In november van datzelfde jaar nam De Fauw, zoals elk jaar, deel aan de Zesdaagse van Gent in de vélodrome Het Kuipke. Hier werd hij een hoofdrolspeler in een tragisch ongeluk. Tijdens de koppelkoers haakten De Fauw en de Spanjaard Isaac Galvez, de regerende wereldkampioen in deze discipline, met hun fietsstuur in mekaar. Het gevolg was een vreselijke valpartij waarbij enkele van Galvez' ribben zijn hart en zijn aorta doorboorden (zie foto rechts). De wereldkampioen stierf ter plaatse. Alhoewel iedereen het er over eens was dat het hier een accident betrof waar hij geen enkele schuld aan had, was De Fauw compleet kapot van dit voorval. In een interview met Humo bekende hij een jaar later dat hij in de dagen na het ongeval zelfmoord had overwogen. "Ik bleef mezelf maar verwensen: ik ben een moordenaar! Ik ben een moordenaar!", vertelde hij in dat gesprek. De Fauw is de dood van Galvez nooit te boven gekomen en pakte sindsdien geen platte prijs meer. Dit jaar reed hij voor de wel zeer bescheiden ploeg van AA Drinks en voor 2010 had hij zelfs geen contract meer kunnen vinden. Volgens sommige kenners was het vooral de teloorgang van zijn carrière die de pistier tot zijn wanhoopsdaad heeft gebracht.

In de dagen na zijn dood kwam aan het licht dat Dimitri De Fauw indertijd de geheime informant was geweest waarop schandaalsenator Jean-Marie Dedecker en riooljournalist Maarten Michielssens van Het Laatste Nieuws hun verhalen hadden gebaseerd over zogezegd georkestreerd dopinggebruik bij Quickstep en de barbecues van Tom Boonen die meer op drugsorgieën zouden lijken. Voor het publiceren van deze onzin zijn Michielssens en HLN onlangs nog veroordeeld tot een boete van 500.000€ te betalen aan manager Lefèvre en ploegdokter Van Mol. In het wielermilieu zou het duidelijk geweest zijn dat De Fauw de verklikker was die de zogenaamde 'omerta' had verbroken en hierop zou hij vervolgens door het peloton collectief uitgespuwd zijn. Dedecker heeft intussen bevestigd dat De Fauw zijn bron was.

dinsdag 13 oktober 2009

Frank Vandenbroucke: God is dood


Il Bambino d'oro, de gouden baby van het internationale wielrennen, ook wel VDB of simpelweg God genoemd, is niet meer. Na een onnavolgbaar turbulent leven vol grootspraak, rechtszaken, liefdesperikelen, in de prak gereden sportwagens, twee zelfmoordpogingen én een collocatie op de koop toe, bezweek Vandenbroucke aan een banale longembolie. In Senegal godbetert. Het trieste einde van de man die ooit als de gedoodverfde opvolger van Eddy Merckx werd beschouwd...

Op zes november 1974, enkele maanden na de vijfde en laatste Tourzege van Merckx, wordt Frank Vandenbroucke geboren te Moeskroen. Hoewel hij, met een wielermecanicien als vader en ex-winnaar van Parijs-Tours Jean-Luc Vandenbroucke als oom, voorbestemd lijkt om te gaan fietsen, kiest hij aanvankelijk voor voetbal en atletiek. Meteen blijkt de jongste telg van het geslacht VDB over een uitzonderlijk sportlichaam te beschikken; haast spelenderwijs loopt hij de concurrentie op een hoopje. Ondertussen heeft de wielermicrobe hem dan toch te pakken gekregen, en zodra hij oud genoeg is vraagt hij een wielerlicentie aan. Op vijftienjarige leeftijd debuteert hij bij de nieuwelingen... met een overwinning te Brakel als gevolg. In 1991 wordt het wonderkind kampioen van België bij de nieuwelingen, het jaar daarop doet hij dat als eerstejaars nog eens over bij de junioren. Nog steeds als neofiet in deze categorie behaalt hij brons op het wereldkampioenschap in Athene, waarop hij, toen al eigenzinnig, besluit dat hij maar beter meteen prof kan worden en niet bij de zogenaamde "amateurs", tegenwoordig beloften geheten, hoeft ter plaatse te blijven trappelen. Prof moet en zal hij worden, bij het Lottoteam van oom ploegleider Jean-Luc. VDB wordt voor de eerste keer door alle kenners gek verklaard, maar behaalt zijn gelijk door in zijn eerste profweken meteen het hele peloton het nakijken te geven in de zwaarste etappe van de Ronde van de Middellandse Zee. Op het einde van dat eerste profjaar blijkt een tweede keer hoe stug en eigenwijs Vandenbroucke kan zijn: hij noemt zijn oom een amateur en verlaat Lotto voor het Mapei van Patrick Lefevere, een overstap waarvoor hij niet enkel een langdurige vete met zijn oom maar ook met zijn ouders overheeft. De resultaten geven hem echter opnieuw gelijk: op twintigjarige leeftijd wint VDB zijn eerste (semi)klassieker, Parijs-Brussel, wat hem tot in Italië roem en de bijnaam il Bambino d'oro oplevert.
Een jaar later, in 1996, volgt de bevestiging met dertien zeges, waaronder eindzeges en etappes in de rondes van Oostenrijk en van de Middellandse Zee, en een zelden geziene triomf in de Scheldeprijs, waarbij hij kilometerslang een voorsprong van enkele luttele seconden op een voortrazend peloton verdedigt. 1997 is wat minder: Frank behaalt weliswaar opnieuw zeven overwinningen, maar door blessures blijven de echt grote zegepralen uit. In 1998 is het echter wel goed raak met successen in Gent-Wevelgem en Parijs-Nice, waar hij twee etappes én het eindklassement binnenhaalt, iets wat geen enkele Belg sinds het Merckxtijdperk meer gepresteerd had. Kenners als Rik Van Looy zijn in deze periode formeel: in België is eindelijk nog eens een potentiële tourwinnaar opgestaan. Het jaar daarop lijkt de hoop te rechtvaardigen: Vandenbroucke wordt enige kopman bij Cofidis en rijdt een schitterend voorjaar waarin hij de Omloop Het Volk wint en op een prachtige aanvallende manier bij de beste tien van het peloton eindigt in zowel de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix als de Amstel Gold Race.
Hét absolute hoogtepunt van zijn carrière wordt de Luik-Bastenaken-Luik van dat seizoen. Al weken vooraf verkondigt VDB, met zijn inmiddels alom gekende flair, waar hij de tegenstand in de vernieling zal rijden. Op de dag zelf degradeert hij,precies zoals hij had voorspeld, eerst Michele Bartoli tot een wielertoerist op La Redoute, om vervolgens in de steile bocht van Saint-Nicolas die hij al dagen van tevoren in alle kranten had aangeduid als het precieze punt waar hij zijn beslissende demarrage wou plaatsen, van laatste tegenstander Michaël Boogerd weg te rijden. Vanaf nu tot aan zijn tragische dood zullen wielerfans overal waar hij een wedstrijd rijdt VDB IS GOD op het wegdek kalken.

Helaas, al gauw na dit magistrale orgelpunt van zijn loopbaan wordt aan de zuiverheid van Gods bestaan getwijfeld. Een eerste dopingzaak barst los, en hoewel hij later door het gerecht volledig zal vrijgesproken worden in deze affaire, schorst zijn ploeg Cofidis hem voor drie maanden. In eerste instantie lijkt dit de nieuwe wielerkoning geenszins af te remmen: zijn schorsing is nog maar ternauwernood afgelopen wanneer hij op indrukwekkende wijze twee ritten en het puntenklassement in de Ronde van Spanje aan zijn voor een vierentwintigjarige al zo verbluffende palmares toevoegt. Vooral de etappewinst in Avila, waarbij Vandenbroucke op de slotklim zo weergaloos versnelt dat de tegenstand achteruit in plaats van vooruit lijkt te fietsen, staat voor eeuwig op het netvlies van menig wielerliefhebber gebrand. Achteraf blijkt dat Frankieboy als de eerste de beste koersduif door paringsdrift tot grootse koersdaden werd geïnspireerd. In deze ronde van Spanje werd hij immers halsoverkop verliefd op bloemenmeisje Sarah Pinacci, en hij oversteeg zichzelf om haar hart te veroveren. Na het tweede boeket zegebloemen bezwijkt de Italiaanse schone, waarop een passionele nacht en een scheiding van Vandenbrouckes eerste vrouw Clothilde en dochtertje Cameron volgt. Na nog geen jaar trouwt VDB met Pinacci, wat hem opnieuw de banbliksems van de hele Vandenbroucke-clan oplevert. Vader en moeder VDB waren jeugdliefde Clothilde immers als lid van de familie gaan beschouwen, en begrepen niet hoe hun enfant terrible haar samen met hun kleinkind van de ene dag op de andere bij het huisvuil kan zetten. Ondanks alle turbulenties en twee gebroken polsen na een val in één van de eerste ronden, eindigt Vandenbroucke op het einde van dat onwaarschijnlijke jaar toch nog zevende op het wereldkampioenschap in Verona.

En dan stokt de machine. Is het de breuk met zijn familie, of zijn het de aanhoudende dopinggeruchten en de alsmaar zwaarder uit de hand lopende (drugs)feestjes waarin Cofidisploegmaat Gaumont hem meesleurt? Feit is dat Vandenbroucke in 2000 geen enkele overwinnig meer behaalt, en alsmaar vaker niet aan de start van belangrijke koersen verschijnt. Ook de twee daaropvolgende jaren wint de gevallen wielerheld nog geen kermiskoers, en verzint hij almaar vaker smoezen om niet aan wedstrijden deel te hoeven nemen. Een val van de trap, keelontstekingen, diarree, bronchitis, tendinitis, een achillespeesprobleem en een lichte polsverstuiking, voedselvergiftigingen, stress en zelfs een autopanne op weg naar het inschrijvingspodium, de lijst in de archieven van wielersites is eindeloos. In 2002 ontfermt Patrick Lefevere zich opnieuw over het gevallen Godenkind, waardoor het begin van het seizoen beterschap lijkt te brengen. Net op dat moment worden echter diverse dopingproducten bij Vandenbroucke thuis gevonden, wat de alom bekende televisiebeelden oplevert van de wielerkampioen die in de boeien geslagen wordt. De renner blijkt verraden door zijn persoonlijke verzorger Bernard Sainz, bijgenaamd docteur Mabuse. Het strafrechterlijk onderzoek sleept jaren aan en werkt zwaar op het gemoed van VDB. Ondertussen raakt hij ook nog eens zwaar verslaafd aan cocaïne, amfetamines en anti-depressiva, een verslaving waaronder het sprookjeshuwelijk met Sarah Pinacci zwaar te lijden heeft. Een en ander leidt tot een eerste zelfmoordpoging: VDB staat op een mooie namiddag met een geweer in zijn tuin te zwaaien en dreigt zichzelf en zijn familie van het leven te beroven. Nog één keer schittert Frank echter: een tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen 2003 vormt zijn laatste echt grote wapenfeit. Daarna gaat het verder bergaf, met de scheiding van Sarah in 2007 en een daaropvolgende tweede zelfmoordpoging, waarbij hij maar nipt een overdosis medicijnen overleeft en achteraf gedwongen in een psychiatrische afdeling te Ieper opgenomen wordt. Toch versiert Vandenbroucke ook in 2008 en 2009 nog een contract bij een wielerploeg en blijft hij enorm populair. In het laatste jaar van zijn leven lijkt het weer wat de goede kant op te gaan met Vdb: voor het eerst sinds 1999 wint hij zelfs een (weliswaar erg kleine) koers, en net voor hij op vakantie naar Senegal vertrekt spreekt hij de hoop uit volgend jaar weer aan de klassiekers deel te kunnen nemen. Van die vakantie zal hij echter nooit weerkeren...

donderdag 1 oktober 2009

Victor Van Schil : meesterknecht van Merckx

De Belgische wielrenner Victor 'Vic' Van Schil heeft zich op 69-jarige leeftijd gezelfmoord. Van Schil werd geboren op 21 december 1939 te Nijlen. Aanvankelijk was hij diamantslijper van beroep. In 1962 debuteerde hij in het profpeloton bij de ploeg Mercier van de legendarische Fransman Raymond Poulidor. Rond zijn 29ste dacht Van Schil dat hij als "oud peerd" al wat versleten was en rustig zou gaan uitbollen, maar toen kwam het aanbod om bij Faema in dienst van het jonge talent Eddy Merckx te gaan rijden. Door de goede verzorging en professionele trainingen in Merckx zijn ploeg bleek hij er toch nog heel wat jaren tegen te kunnen en hij groeide uit tot één van de belangrijkste en trouwste luitenanten van De Kannibaal die tot en met 1976 aan zijn zijde zou rijden, eerst bij Faema, later bij Molteni. Meteen na zijn aankomst bij Faema hielp hij Merckx aan diens eerste overwinning in een grote ronde, de Giro van '68, en hij zou er ook in elk van de 5 tourzeges bij zijn.

Door zijn rol als geboren knecht kwam Van Schil natuurlijk zelf niet veel aan winnen toe. Toch staan er 13 zeges op zijn palmares. De belangrijksten zijn twee étappes in de Ronde van Spanje (1964 & 1968), de Ronde van Wallonië (1967) en de Brabantse Pijl (1968). Van Schil was een beetje de Leif Hoste van Luik-Bastenaken-Luik, in die zin dat hij er een ton mooie ereplaatsen reed maar nooit won. Zijn beste klassering was 2 keer een tweede plaats in 1966 en 1969. Vooral de editie van 1969 maakt hem onsterfelijk in de wielergeschiedenis. Van Schil was mee met de vroege vlucht. Toen zijn kopman Eddy Merckx vanuit het peloton demarreerde en de kopgroep aan flarden reed, was Van Schil de enige die kon aanpikken. In de slotkilometers kreeg Van Schil het moeilijk maar Merckx wou hem niet losrijden. De meet naderend stelde Merckx voor hem de zege cadeau te doen, maar de gouden knecht wou daar niet van weten daar hij enkel bij de gratie van zijn kopman had kunnen overleven. Hij antwoordde Merckx: "Eddy toch, wat een stomme vraag. Zelfs al mocht ge nu vallen, ik drààg u over de meet!" In zijn opinie was Merckx de beste en verdiende hij de overwinning. Met bijna 10 minuten voorsprong op de 3de schreden ze uiteindelijk hand in hand over de finish met Merckx als eerste (foto links). Het zichzelf wegcijferen voor Merckx beschouwde Van Schil als een eer. In een interview zei hij hierover het volgende: "Mijn eigen overwinningen en ereplaatsen zijn vergeten, maar dat stoort me niet in het minst. De band met Eddy is gebleven. Dat is wat telt voor mij."

In 1977 zette Van Schil een punt achter zijn wielercarrière. Hij opende een goed boerende tenniszaak. Met Merckx en zijn andere ploegmakkers van weleer ging Van Schil nog wekelijks fietsen en daarna een paar pinten pakken. De laatste maanden was hij echter bijzonder depressief omwille van familiale problemen. Hij kwam zijn deur bijna nooit meer uit. Enkel voor de begrafenis van moeder Merckx twee weken geleden maakte hij een uitzondering. Vic Van Schil heeft zich verhangen in de garage van zijn woning aan de Bevelsesteenweg in Nijlen waar zijn vrouw zijn levenloze lichaam heeft aangetroffen.

Hieronder een YouTube-filmpje met archiefbeelden en een interview met de wielerheld zelf.

donderdag 5 februari 2009

Frederiek Nolf : eeuwige belofte


De Belgische wielrenner Frederiek Nolf in zijn slaap overleden. De 21-jarige renner van Topsport Vlaanderen was op dat moment in Qatar, waar hij deelnam aan de Ronde van Qatar. Kristof Goddaert, die bij Frederiek Nolf op de kamer lag, kreeg de jonge renner niet wakker en alarmeerde zijn ploegleider en een arts. Die kon alleen vaststellen dat Nolf overleden was. De renner zou volgende week dinsdag 22 jaar geworden zijn.
Bij de profs had hij nog niet kunnen doorbreken. Een vierde plaats in de Vlaamse Havenpijl en een 21e in de GP La Marseillaise van 2008 waren zijn beste prestaties. De jonge renner omschreef zichzelf op de website van zijn team als een "allrounder" die hield van eendagsklassiekers en dan voraal van kasseiklassiekers. Nolf was bij de jeugd steeds één van de blikvangers van zijn lichting. De jonge West-Vlaming won bij de junioren belangrijke wedstrijden in binnen- en buitenland. Ondermeer de GP Bernaudeau, de Tour du Valromey en de eindstand in de Tour de l'Avenir staan op zijn palmares. Als belofte won hij de Memorial Van Coningsloo, een manche voor de Topcompetitie. Nolf was een aanvaller pur sang en had ook een goed eindschot.

woensdag 29 oktober 2008

Alex Close: de baroudeur van het zwarte land

Benieuwd welk koosnaampje Michel Wuyts voor Alex Close bedacht zou hebben. “De baroudeur van het zwarte land” zal er niet ver vanaf geweest zijn. Close was een wielrenner die, gesterkt door een ijzeren karakter en een niet aflatende vechtlust wist te ontsnappen uit het trieste mineursbestaan in en om Charleroi. De bergen waren zijn domein. Hij was niet de beste klimmer van zijn tijd, wel de beste daler. “Van de afdalingen had ik geen schrik. Als je langs een stalen kabel in een smalle mijngang durft kruipen durf je ook tegen 60 per uur naar beneden duiken op een stalen fiets,” zei hij daarover. Close, die pas op zijn 27ste coureur werd, en op zijn dertigste pas aan zijn eerste tour deelnam, won in zijn korte carrière de Dauphiné Libéré en de Ronde van België en verzamelde ereplaatsen in “la grande boucle”.

Geremd door pech

Dat hij pas zo laat voor het eerst aan de tour deelnam, kwam door een samenloop van omstandigheden. In 1950 raakt hij om mysterieuze redenen niet door de medische controle. In 1951 vroeg de Belgische federatie een bijdrage 20 000 frank om te mogen deelnemen. “Een fortuin voor een eenvoudige mijnwerker als ik,” zei Close. In 52 mocht hij dan toch voor het eerst deelnemen aan de ronde. Hij werd zevende. “Er zal meer in, ware het niet dat land- en ploeggenoot Stan Ockers me steeds kwam terughalen als ik aanviel.”. Zijn beste resultaat haalde hij in 1953, toe hij vierde werd in de totaalstand. In 54 werd hij door een longontsteking, die hij opdeed in de Alpen pas 29 ste. In 55 werd hij negende, in 56 17de. Close wou zijn tourcarrière in ‘57 afsluiten met een klinkende overwinning in de etappe naar Charleroi, zijn hometown. Helaas kreeg hij een zware zonneslag in de rit naar Rouen enkele dagen voordien. “La plus grande déception da ma carrière,» zei hij achteraf

zaterdag 29 maart 2008

Valentino Fois: in de schaduw van Pantani

De Italiaanse wielrenner Valentino Fois is dood aangetroffen in zijn huis in Bergamo. Dat meldt La Gazzetta dello Sport. Hij was pas 34 jaar.

Fois werd profrenner in 1996 maar boekte nooit grote successen. In 2002 reed hij aan de zijde van de betreurde Marco Pantani bij Mercatone Uno, maar hij werd toen voor drie jaar geschorst voor een dopingzaak uit het verleden.

In november 2007 vierde Fois zijn terugkeer in het peloton bij Amore e Vita. Hij kwam toen recht uit de gevangenis nadat hij een celstraf van 100 dagen had uitgezeten voor de diefstal van enkele draagbare computers uit het redactielokaal van een plaatselijke krant.

Net als zijn gewezen kopman Marco Pantani sukkelde Fois met een drugsverslaving die hem waarschijnlijk fataal is geworden. De precieze doodsoorzaak is nog niet bekend maar een gewelddadige dood wordt uitgesloten. Het lichaam van Fois werd gevonden door zijn moeder, met wie hij samenleefde. (afp/ka)